Schrif­te­lijke vragen Bodycams voor hand­havers


Indiendatum: 15 feb. 2021

Schriftelijke vragen 40/2021

Op 3 februari ontving de gemeenteraad het voorgenomen besluit voor invoering van bodycams voor handhavers in Utrecht. Tijdens het vragenuur van 1 oktober 2020 is de pilot aan de orde geweest, die in het najaar van 2020 tot begin 2021 werd georganiseerd om te onderbouwen of het een goed idee zou zijn om in Utrecht bodycams in te voeren. De burgemeester sprak in reactie op de mondelinge vragen van D66, GroenLinks en Student&Starter uit dat: ‘Voordat het college een besluit neemt, wij met de raad in overleg treden en aangeven welk besluit wij zouden willen nemen. En dan kan de raad daar zelf een oordeel over vellen. En dan ontstaat er denk ik een goede samenwerking om een besluit te vellen over het wel of niet aankopen van de bodycams.’ D66, Partij voor de Dieren, GroenLinks, Student & Starter, PvdA en DENK hechten eraan dit onderwerp te kunnen bespreken voordat er een definitief besluit wordt genomen. Graag horen wij op welke wijze het college de input vanuit de raad mee kan en wil nemen in de verdere uitvoering.

Parallel aan het indienen van deze vragen, agenderen wij dit onderwerp voor debat.

Graag vragen het college om een reactie op de volgende vragen:

1. Klopt het dat er geen definitief besluit genomen wordt, totdat er debat over dit onderwerp geweest is in de raad? Staat nog steeds vast, zoals eerder gecommuniceerd, dat de aanbesteding kan worden geannuleerd totdat het besluit definitief wordt genomen? In het vragenuur van 1 oktober 2020 gaf de burgemeester op de vraag ‘Krijgen we het rapport (eventueel in geanonimiseerde versie?’ als antwoord: ‘Ja, wat mij betreft kan dat.’

2. Wij hadden dit rapport verwacht bij de raadsbrief. Kan het college dit alsnog aan de raad sturen voorafgaand aan het debat in de commissie?

Onze partijen zijn kritisch op nut en noodzaak van de bodycams. We zien in dat de gemeente een belangrijke rol heeft om de veiligheid van haar werknemers te waarborgen, maar willen wel weten of voor de invoering van bodycams daar in objectieve zin noodzaak toe is. Daarom willen wij uit onderzoek af kunnen leiden hoe het met de objectieve veiligheid en de veiligheidsbeleving van Utrechtse boa’s gesteld is, ook in vergelijking met andere steden.

3. Wil het college cijfers over bovenstaande zaken met de raad delen?

Onze partijen zijn niet blind voor de druk die vanuit bonden en vanuit een deel van de werknemers gezet wordt op het college om nieuwe middelen in te voeren om veiligheid van boa’s te versterken. Wel vinden we dat onderzoek om dit in te voeren, verder moet gaan dan een draagvlakmeting onder de boa’s zelf. Of dat zo is, kunnen we beoordelen als we het rapport genoemd bij vraag 2 hebben ontvangen. Onze partijen zijn benieuwd naar gegevens achter de cijfers. Bijvoorbeeld:

4. Onze fracties willen weten wat de handhavers van het invoeren van bodycams vinden. In de brief van 3 februari wordt aangegeven dat 80% vindt dat de bodycams bijdragen aan het veiligheidsgevoel. Wat vindt de overige 20%? Zijn er ook mensen die zich juist minder veilig voelen? En waar komt dat dan door? Welke bezwaren en problemen zien de mensen die niet volledig enthousiast zijn? Is het college bereid om de meningen van medewerkers geanonimiseerd met de raad te delen? Zijn er andere rapporten/informatie die aan het voorgenomen besluit ten grondslag liggen, en zo ja, kan dat met de raad gedeeld worden?

Aan het besluit om over te gaan tot de pilot ligt een advies (Data Protection Impact Assessment, DPIA) ten grondslag, zo hebben wij in eerdere informatie van het college aan de raad gelezen.

5. Wil het college dit advies aan de raad verstrekken? Wat is de impact op de privacy van Utrechters en van de boa’s?

Belangrijkst vinden wij dat in de implementatie alle waarborgen voor privacy worden geborgd. Dat is complex, vereist protocollen, discipline en professionaliteit van de organisatie. Zoals experts ons aanraden: als er aanleiding is om de bodycam in te voeren, dan is zorgvuldigheid in de implementatiefase is het allerbelangrijkst. Wij willen daarin volledig inzicht.

6. Hoe ziet de implementatiefase van de bodycam eruit?

7. Welke medewerkers krijgen beschikking over de bodycams, conform voornemen van het college? Mogen de handhavers in het kader van vakmanschap zelf bepalen of ze een bodycam dragen of wordt dat opgehangen aan de werkzaamheden/taken die ze moeten uitvoeren en daarmee verplicht gesteld?

8. Krijgen deze medewerkers een aparte opleiding/training voor het gebruik van de bodycam, en weten zij in welke situaties de bodycam wel of niet mag worden aangezet op basis van de wet? Hoe ziet deze training eruit en hoe is de kwaliteit daarvan geborgd?

9. Zijn er naast wat in de verordening staat, nog protocollen gemaakt of worden die gemaakt over het werken met de bodycam en het opslaan en delen van gegevens? Wil het college deze protocollen delen met de raad? Wil het college daarbij ook beargumenteren wat de effecten zijn op de privacy van de in deze protocollen gemaakte keuzes?

10. In de verordening wordt aangegeven dat onder bepaalde voorwaarden de boa de bodycam kan inschakelen. Het kan – bijvoorbeeld bij een gevoel van etnisch profileren – ook voor burgers meerwaarde hebben dat de bodycam wordt ingeschakeld. Is voorzien in de mogelijkheid dat de burger zelf kan aangeven dat hij of zij wil dat de opname wordt gestart en zo nee, welke mogelijkheden en bezwaren ziet het college hiervoor?

11. In de verordening is geregeld dat OM en politie onder voorwaarden opgeslagen opnames kunnen opvragen en gebruiken. Er zijn situaties denkbaar waarin het juist voor de (advocaat van) een verdachte belangrijk kan zijn dat opnames worden gebruikt. Is voorzien in de mogelijkheid dat (gemachtigden van) burgers zelf om het inzetten van opnames kunnen ook wanneer politie en OM dat niet doen?

Het strafrecht maakt duidelijk onderscheid tussen de ernst van strafbare feiten waarmee de bevoegdheden van het OM/Politie worden begrensd en de privacy van verdachten zwaarder worden gewogen. Zo kan het OM/Politie alleen in gevallen met voorlopige hechtenis (wat wijst op sterke vermoedens, zware vergrijp etc.) bewijsmateriaal vorderen. Met het beleidsbesluit van 26- 01-2021 wordt deze begrenzing weggenomen en het besluit genomen om beelden (mogelijk op verzoek van OM/Politie) vrijwillig te verstrekken aan het OM of de Politie wanneer het gaat om lichtere strafbare feiten waar geen sprake is van voorlopige hechtenis. Met deze wijziging kunnen beelden van de bodycams ook bij lichte vergrijpen dienen als bewijsvoering.

12. Hoe rijmt dit met een doel van de bodycams, namelijk bevorderen van gevoel van veiligheid van handhavers en voorkomen van agressie en geweld? En hoe wordt hierin de privacy van derden (mogelijk verdachten) geborgd? Wordt er bij een vrijwillige overdracht van beeldmateriaal eerst toestemming gevraagd aan de verdachte?

13. In de brief wordt aangegeven dat tijdens de pilot geen gebruik gemaakt is van het inzagerecht en van het klachtrecht. Is bij alle opnamen duidelijk aangegeven dat er opnamen zijn gemaakt, dat en hoe de burger opnames kan inzien en dat en hoe een klacht tegen opslag en gebruik van de opnamen kan worden ingediend? En hoe is of wordt dit in de protocollen geregeld?

Wij rekenen erop dat het college bereid is alvorens een invoering van de bodycams, met de raad te willen spreken over dit onderwerp, en daarvoor de bovenstaande vragen te beantwoorden en gevraagde informatie toe te zenden.

14. Is het college bereid deze vragen en informatieverzoek te beantwoorden voorafgaand aan het debat in de raad?

Gesteld door:
Maarten Koning, D66
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Heleen de Boer, GroenLinks
Jeffrey Koppelaar, Student & Starter
Bulent Isik, PvdA
Mahmut Sungur, DENK

Indiendatum: 15 feb. 2021
Antwoorddatum: 11 mrt. 2021

Schriftelijke vragen 40/2021

Op 3 februari ontving de gemeenteraad het voorgenomen besluit voor invoering van bodycams voor handhavers in Utrecht. Tijdens het vragenuur van 1 oktober 2020 is de pilot aan de orde geweest, die in het najaar van 2020 tot begin 2021 werd georganiseerd om te onderbouwen of het een goed idee zou zijn om in Utrecht bodycams in te voeren. De burgemeester sprak in reactie op de mondelinge vragen van D66, GroenLinks en Student&Starter uit dat: ‘Voordat het college een besluit neemt, wij met de raad in overleg treden en aangeven welk besluit wij zouden willen nemen. En dan kan de raad daar zelf een oordeel over vellen. En dan ontstaat er denk ik een goede samenwerking om een besluit te vellen over het wel of niet aankopen van de bodycams.’ D66, Partij voor de Dieren, GroenLinks, Student & Starter, PvdA en DENK hechten eraan dit onderwerp te kunnen bespreken voordat er een definitief besluit wordt genomen. Graag horen wij op welke wijze het college de input vanuit de raad mee kan en wil nemen in de verdere uitvoering.

Parallel aan het indienen van deze vragen, agenderen wij dit onderwerp voor debat.

Graag vragen het college om een reactie op de volgende vragen:

1. Klopt het dat er geen definitief besluit genomen wordt, totdat er debat over dit onderwerp geweest is in de raad? Staat nog steeds vast, zoals eerder gecommuniceerd, dat de aanbesteding kan worden geannuleerd totdat het besluit definitief wordt genomen? In het vragenuur van 1 oktober 2020 gaf de burgemeester op de vraag ‘Krijgen we het rapport (eventueel in geanonimiseerde versie?’ als antwoord: ‘Ja, wat mij betreft kan dat.’

Ja, het klopt dat in de lopende aanbesteding niet definitief gegund wordt, voordat u de gelegenheid heeft gekregen over dit onderwerp met het college van gedachten te wisselen.

2. Wij hadden dit rapport verwacht bij de raadsbrief. Kan het college dit alsnog aan de raad sturen voorafgaand aan het debat in de commissie?

De bevindingen uit onze evaluatie zijn direct opgenomen in de raadsbrief. Er is geen apart rapport opgesteld
.

Onze partijen zijn kritisch op nut en noodzaak van de bodycams. We zien in dat de gemeente een belangrijke rol heeft om de veiligheid van haar werknemers te waarborgen, maar willen wel weten of voor de invoering van bodycams daar in objectieve zin noodzaak toe is. Daarom willen wij uit onderzoek af kunnen leiden hoe het met de objectieve veiligheid en de veiligheidsbeleving van Utrechtse boa’s gesteld is, ook in vergelijking met andere steden.

3. Wil het college cijfers over bovenstaande zaken met de raad delen?

In het handhavingsverslag, dat jaarlijks met de raad gedeeld wordt, kunt onder het kopje ‘Veilige Publieke Taak’ de gegevens over agressie jegens medewerkers van VTH terugvinden. In 2019 ging het om in totaal geregistreerde 49 gevallen. 14 keer was sprake van fysieke agressie, 26 keer van persoonlijke bedreiging en 9 keer van non verbale agressie. In het besluit bodycams vindt u een nadere toelichting en onderbouwing van het besluit tot het invoeren van de bodycams. Ook zijn hier een aantal onderzoeken van andere organisaties aangehaald, waarin de objectieve vermindering van agressie- en geweldsincidenten zijn beschreven.


Onze partijen zijn niet blind voor de druk die vanuit bonden en vanuit een deel van de werknemers gezet wordt op het college om nieuwe middelen in te voeren om veiligheid van boa’s te versterken. Wel vinden we dat onderzoek om dit in te voeren, verder moet gaan dan een draagvlakmeting onder de boa’s zelf. Of dat zo is, kunnen we beoordelen als we het rapport genoemd bij vraag 2 hebben ontvangen. Onze partijen zijn benieuwd naar gegevens achter de cijfers. Bijvoorbeeld:

4. Onze fracties willen weten wat de handhavers van het invoeren van bodycams vinden. In de brief van 3 februari wordt aangegeven dat 80% vindt dat de bodycams bijdragen aan het veiligheidsgevoel. Wat vindt de overige 20%? Zijn er ook mensen die zich juist minder veilig voelen? En waar komt dat dan door? Welke bezwaren en problemen zien de mensen die niet volledig enthousiast zijn? Is het college bereid om de meningen van medewerkers geanonimiseerd met de raad te delen? Zijn er andere rapporten/informatie die aan het voorgenomen besluit ten grondslag liggen, en zo ja, kan dat met de raad gedeeld worden?

Wij vragen veel van de medewerkers van VTH. Dagelijks dragen handhavers, inspecteurs en toezichthouders bij aan een veiligere, schonere en bereikbare stad. Zij worden bij de uitvoering van deze taken voor de stad vaak in lastige en soms onveilige situaties gebracht. De medewerkers worden regelmatig geconfronteerd met agressie en geweld. Als werkgever staat de veiligheid van de medewerkers bij ons voorop en hebben wij een zorgtaak naar de medewerkers van VTH. Het invoeren van de bodycam is onderdeel van het ARBO-beleid. Agressie en geweld zijn volgens de Arbowet een vorm van psychosociale arbeidsbelasting. Wij zijn verplicht maatregelen uit te voeren om psychosociale arbeidsbelasting te voorkomen of indien dat niet mogelijk is te beperken.

Ruim 80% van de medewerkers heeft aangegeven dat de bodycam een positieve bijdrage levert aan het veiligheidsgevoel. Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst over handhaving van 13 oktober 2020 besprak een handhaver een concrete casus over hoe de bodycam bijdraagt aan de veiligheid en het veiligheidsgevoel. De handhavers zien dat agressieve verdachten hun gedrag aanpassen. De overige 20% heeft bij de enquête aangegeven dat de bodycam niet heeft bijgedragen aan een hoger veiligheidsgevoel. Slechts een klein deel van de respondenten heeft gebruik gemaakt van mogelijkheid om dit nader te duiden. Deze reacties zijn in twee categorieën te verdelen. Een groep die tijdens de pilot geen incidenten heeft meegemaakt, maar zich wel kan voorstellen dat de bodycam een bijdrage kan leveren als het zover komt. Een tweede categorie medewerkers geeft aan dat zij verwachten dat bij geweld de bodycam weinig preventief effect zal hebben. De uitkomsten van de enquête bevestigen een eerder draagvlakonderzoek op de afdeling (zie brief met kenmerk 7676133) en onderzoeken bij de politie en andere steden (zie toelichting op besluit bodycams).


Aan het besluit om over te gaan tot de pilot ligt een advies (Data Protection Impact Assessment, DPIA) ten grondslag, zo hebben wij in eerdere informatie van het college aan de raad gelezen.

5. Wil het college dit advies aan de raad verstrekken? Wat is de impact op de privacy van Utrechters en van de boa’s?

Ja, u treft de Data protection impact assessment (DPIA) in de bijlages. De meeste risico’s hebben betrekking op het gefilmd worden in de openbare ruimte in bepaalde omstandigheden (agressie, boosheid). Hierop zijn maatregelen geformuleerd, zoals beschreven in de DPIA. De conclusie van de DPIA was dat de restrisico’s ten aanzien van de rechten en vrijheden van de betrokkene acceptabel waren.

Belangrijkst vinden wij dat in de implementatie alle waarborgen voor privacy worden geborgd. Dat is complex, vereist protocollen, discipline en professionaliteit van de organisatie. Zoals experts ons aanraden: als er aanleiding is om de bodycam in te voeren, dan is zorgvuldigheid in de implementatiefase is het allerbelangrijkst. Wij willen daarin volledig inzicht.

6. Hoe ziet de implementatiefase van de bodycam eruit?

De implementatie wordt zorgvuldig voorbereid en uitgevoerd. Het kost ongeveer 3 maanden om de bodycams over de betrokken afdelingen uit te rollen. In het implementatieproces zit onder andere de levering van de bodycams, de opleiding voor de medewerkers over het gebruik van de bodycam, de veilige opslag van de opgenomen data etc. Informatie over het gebruik van de bodycams kan de medewerker altijd raadplegen.
We delen uw zorg dat de privacy bij de implementatie goed moet worden gewaarborgd. In het besluit bodycams staan de spelregels voor het gebruik van de bodycams. Dit zijn geen vrijblijvende regels. Wij hebben de toezegging dat de organisatie deze regels monitort.


7. Welke medewerkers krijgen beschikking over de bodycams, conform voornemen van het college? Mogen de handhavers in het kader van vakmanschap zelf bepalen of ze een bodycam dragen of wordt dat opgehangen aan de werkzaamheden/taken die ze moeten uitvoeren en daarmee verplicht gesteld?

De handhavers, inspecteurs en toezichthouders van Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) krijgen de beschikking over een bodycam bij de uitvoering van hun werkzaamheden. De bodycam wordt een onderdeel van de uitrusting en wordt vooralsnog verstrekt op vrijwillige basis.


8. Krijgen deze medewerkers een aparte opleiding/training voor het gebruik van de bodycam, en weten zij in welke situaties de bodycam wel of niet mag worden aangezet op basis van de wet? Hoe ziet deze training eruit en hoe is de kwaliteit daarvan geborgd?

Ja, de opleiding zal bestaan uit een instructie over de werkwijze van bodycam en toelichting wanneer de bodycam mag worden aangezet (ter voorkoming van agressie en geweld). Er zal ook worden uitgelegd dat de betrokkene de beelden achteraf in mag zien.
Daarnaast zal de bodycam in de reguliere weerbaarheidstrainingen van de handhavers en inspecteurs terugkomen. Hiermee waarborgt de organisatie dat er op tijd wordt gewaarschuwd voor het opnemen van een betrokkene en ontwikkelt de medewerker ‘muscle memorie’ zodat de bodycam op tijd wordt aangezet en uitgezet.


9. Zijn er naast wat in de verordening staat, nog protocollen gemaakt of worden die gemaakt over het werken met de bodycam en het opslaan en delen van gegevens? Wil het college deze protocollen delen met de raad? Wil het college daarbij ook beargumenteren wat de effecten zijn op de privacy van de in deze protocollen gemaakte keuzes?

Ja, de regels rondom het gebruik van de bodycams staan in het Besluit Bodycams en het Besluit tot wijziging besluit bodycams. De instructies voor de medewerkers zijn vertaald in hoofdstuk 7 van het bejegeningprotocol.

De vastgestelde regels beogen het waarborgen van de privacy van de medewerkers, de betrokken burger en eventuele derden. Ze bepalen op verschillende privacy aspecten hoe de organisatie hiermee om hoort te gaan, denk daarbij aan wanneer een medewerker de bodycam aan mag zetten, hoelang de beelden bewaard worden, hoe de organisatie omgaat met inzageverzoeken etc.


10. In de verordening wordt aangegeven dat onder bepaalde voorwaarden de boa de bodycam kan inschakelen. Het kan – bijvoorbeeld bij een gevoel van etnisch profileren – ook voor burgers meerwaarde hebben dat de bodycam wordt ingeschakeld. Is voorzien in de mogelijkheid dat de burger zelf kan aangeven dat hij of zij wil dat de opname wordt gestart en zo nee, welke mogelijkheden en bezwaren ziet het college hiervoor?

De bodycam is ingericht als persoonlijk beschermingsmiddel. Het scenario om de bodycam aan te zetten op verzoek van de burger is daarbij niet eerder meegenomen. Een mogelijk bezwaar zou kunnen zijn dat een wettelijke grondslag ontbreekt om de bodycam voor dit doel aan te zetten. We onderzoeken in samenwerking met de Functionaris Gegevensbescherming (FG) wat de mogelijkheden zijn op de grond van bestaande regelgeving. Dit aanvullende onderzoek staat naar onze mening de definitieve invoering van de bodycam niet in de weg. Als de FG juridische mogelijkheden ziet voor de beschreven werkwijze, moeten een aantal stappen worden gezet zoals het meten van draagvlak bij de medewerkers, het aanpassen van de DPIA, verwerking in het besluit bodycams en het opleiden van medewerkers.


11. In de verordening is geregeld dat OM en politie onder voorwaarden opgeslagen opnames kunnen opvragen en gebruiken. Er zijn situaties denkbaar waarin het juist voor de (advocaat van) een verdachte belangrijk kan zijn dat opnames worden gebruikt. Is voorzien in de mogelijkheid dat (gemachtigden van) burgers zelf om het inzetten van opnames kunnen ook wanneer politie en OM dat niet doen?

Ja, De opgenomen betrokkene (of diens gemachtigde (zoals advocaten) heeft het inzagerecht. Daarvoor kan bij de gemeente een aanvraag worden ingediend. Als de beelden onderdeel worden van de processtukken dan heeft de advocaat ook recht om de beelden in te zien als onderdeel van de verdediging van zijn cliënt. Dat gebeurt onder toezicht van het Openbaar Ministerie.


Het strafrecht maakt duidelijk onderscheid tussen de ernst van strafbare feiten waarmee de bevoegdheden van het OM/Politie worden begrensd en de privacy van verdachten zwaarder worden gewogen. Zo kan het OM/Politie alleen in gevallen met voorlopige hechtenis (wat wijst op sterke vermoedens, zware vergrijp etc.) bewijsmateriaal vorderen. Met het beleidsbesluit van 26- 01-2021 wordt deze begrenzing weggenomen en het besluit genomen om beelden (mogelijk op verzoek van OM/Politie) vrijwillig te verstrekken aan het OM of de Politie wanneer het gaat om lichtere strafbare feiten waar geen sprake is van voorlopige hechtenis. Met deze wijziging kunnen beelden van de bodycams ook bij lichte vergrijpen dienen als bewijsvoering.

12. Hoe rijmt dit met een doel van de bodycams, namelijk bevorderen van gevoel van veiligheid van handhavers en voorkomen van agressie en geweld? En hoe wordt hierin de privacy van derden (mogelijk verdachten) geborgd? Wordt er bij een vrijwillige overdracht van beeldmateriaal eerst toestemming gevraagd aan de verdachte?

Ja, naar aanleiding van een incident tijdens de pilot bleek het voor de politie juridisch niet mogelijk was om de beelden te vorderen. Het betrof hier een Veilige Publieke Taak-zaak met grote impact voor de medewerker.

Het vrijwillig afstaan van beelden is geen ongewone praktijk. Het komt bijvoorbeeld ook voor bij het uitwisselen van beelden met de politie van beveiligingscamera’s in winkels. De FG’s van de gemeente en politie hebben deze werkwijze getoetst en akkoord bevonden.

Indien de beelden gedeeld worden met het OM of de politie wordt hiervoor niet eerst toestemming gevraagd aan de verdachte. De verstrekking wordt wel vastgelegd in een overdrachtsformulier. De privacy van de verdachte worden gewaarborgd, omdat er nooit kopieën worden verstrekt aan anderen dan de politie. Ook wordt het opnamemateriaal bij de gemeente na 28 dagen automatisch verwijderd.

13. In de brief wordt aangegeven dat tijdens de pilot geen gebruik gemaakt is van het inzagerecht en van het klachtrecht. Is bij alle opnamen duidelijk aangegeven dat er opnamen zijn gemaakt, dat en hoe de burger opnames kan inzien en dat en hoe een klacht tegen opslag en gebruik van de opnamen kan worden ingediend? En hoe is of wordt dit in de protocollen geregeld?

Ja, dit is geregeld in het Besluit Bodycams en het bejegeningprotocol. Een medewerker moet luid en duidelijk melden dat de bodycam wordt aangezet. Alleen als dit vooraf niet mogelijk is, omdat er door de medewerker direct gehandeld moet worden, schakelt hij/zij de bodycam direct in. Tijdens de pilot is dit vier keer (7% van het totaal) voorgekomen. Bij vragen van betrokkenen over bijvoorbeeld de mogelijkheid om de beelden uit te kunnen kijken wordt verwezen naar de website www.utrecht.nl/bodycam voor meer informatie en de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen om de bodycambeelden te kunnen bekijken. Deze aanvraag mag een betrokkene ook indienen als hij/zij niet zeker weet of er is opgenomen.


Wij rekenen erop dat het college bereid is alvorens een invoering van de bodycams, met de raad te willen spreken over dit onderwerp, en daarvoor de bovenstaande vragen te beantwoorden en gevraagde informatie toe te zenden.

14. Is het college bereid deze vragen en informatieverzoek te beantwoorden voorafgaand aan het debat in de raad?

Ja. In de bijlage treft u de gevraagde relevante stukken:
- De ondertekende DPIA voor de pilot.
- Bejegeningprotocol hoofdstuk 7 zoals vastgesteld door MT-THOR op 21-07-2020.
- Overige informatie vindt u in het besluit bodycams en de raadsbrieven die u over de bodycams heeft ontvangen.


Gesteld door:
Maarten Koning, D66
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Heleen de Boer, GroenLinks
Jeffrey Koppelaar, Student & Starter
Bulent Isik, PvdA
Mahmut Sungur, DENK