Schrif­te­lijke vragen Bodycams voor hand­havers


Indiendatum: 15 feb. 2021

Schriftelijke vragen 40/2021

Op 3 februari ontving de gemeenteraad het voorgenomen besluit voor invoering van bodycams voor handhavers in Utrecht. Tijdens het vragenuur van 1 oktober 2020 is de pilot aan de orde geweest, die in het najaar van 2020 tot begin 2021 werd georganiseerd om te onderbouwen of het een goed idee zou zijn om in Utrecht bodycams in te voeren. De burgemeester sprak in reactie op de mondelinge vragen van D66, GroenLinks en Student&Starter uit dat: ‘Voordat het college een besluit neemt, wij met de raad in overleg treden en aangeven welk besluit wij zouden willen nemen. En dan kan de raad daar zelf een oordeel over vellen. En dan ontstaat er denk ik een goede samenwerking om een besluit te vellen over het wel of niet aankopen van de bodycams.’ D66, Partij voor de Dieren, GroenLinks, Student & Starter, PvdA en DENK hechten eraan dit onderwerp te kunnen bespreken voordat er een definitief besluit wordt genomen. Graag horen wij op welke wijze het college de input vanuit de raad mee kan en wil nemen in de verdere uitvoering.

Parallel aan het indienen van deze vragen, agenderen wij dit onderwerp voor debat.

Graag vragen het college om een reactie op de volgende vragen:

1. Klopt het dat er geen definitief besluit genomen wordt, totdat er debat over dit onderwerp geweest is in de raad? Staat nog steeds vast, zoals eerder gecommuniceerd, dat de aanbesteding kan worden geannuleerd totdat het besluit definitief wordt genomen? In het vragenuur van 1 oktober 2020 gaf de burgemeester op de vraag ‘Krijgen we het rapport (eventueel in geanonimiseerde versie?’ als antwoord: ‘Ja, wat mij betreft kan dat.’

2. Wij hadden dit rapport verwacht bij de raadsbrief. Kan het college dit alsnog aan de raad sturen voorafgaand aan het debat in de commissie?

Onze partijen zijn kritisch op nut en noodzaak van de bodycams. We zien in dat de gemeente een
belangrijke rol heeft om de veiligheid van haar werknemers te waarborgen, maar willen wel weten
of voor de invoering van bodycams daar in objectieve zin noodzaak toe is. Daarom willen wij uit
onderzoek af kunnen leiden hoe het met de objectieve veiligheid en de veiligheidsbeleving van
Utrechtse boa’s gesteld is, ook in vergelijking met andere steden.

3. Wil het college cijfers over bovenstaande zaken met de raad delen?

Onze partijen zijn niet blind voor de druk die vanuit bonden en vanuit een deel van de werknemers
gezet wordt op het college om nieuwe middelen in te voeren om veiligheid van boa’s te versterken. Wel vinden we dat onderzoek om dit in te voeren, verder moet gaan dan een
draagvlakmeting onder de boa’s zelf. Of dat zo is, kunnen we beoordelen als we het rapport
genoemd bij vraag 2 hebben ontvangen. Onze partijen zijn benieuwd naar gegevens achter de
cijfers. Bijvoorbeeld:

4. Onze fracties willen weten wat de handhavers van het invoeren van bodycams vinden. In de
brief van 3 februari wordt aangegeven dat 80% vindt dat de bodycams bijdragen aan het
veiligheidsgevoel. Wat vindt de overige 20%? Zijn er ook mensen die zich juist minder veilig
voelen? En waar komt dat dan door? Welke bezwaren en problemen zien de mensen die niet
volledig enthousiast zijn? Is het college bereid om de meningen van medewerkers
geanonimiseerd met de raad te delen? Zijn er andere rapporten/informatie die aan het
voorgenomen besluit ten grondslag liggen, en zo ja, kan dat met de raad gedeeld worden?

Aan het besluit om over te gaan tot de pilot ligt een advies (Data Protection Impact Assessment,
DPIA) ten grondslag, zo hebben wij in eerdere informatie van het college aan de raad gelezen.

5. Wil het college dit advies aan de raad verstrekken? Wat is de impact op de privacy van
Utrechters en van de boa’s?

Belangrijkst vinden wij dat in de implementatie alle waarborgen voor privacy worden geborgd. Dat
is complex, vereist protocollen, discipline en professionaliteit van de organisatie. Zoals experts ons
aanraden: als er aanleiding is om de bodycam in te voeren, dan is zorgvuldigheid in de
implementatiefase is het allerbelangrijkst. Wij willen daarin volledig inzicht.

6. Hoe ziet de implementatiefase van de bodycam eruit?

7. Welke medewerkers krijgen beschikking over de bodycams, conform voornemen van het
college? Mogen de handhavers in het kader van vakmanschap zelf bepalen of ze een bodycam
dragen of wordt dat opgehangen aan de werkzaamheden/taken die ze moeten uitvoeren en
daarmee verplicht gesteld?

8. Krijgen deze medewerkers een aparte opleiding/training voor het gebruik van de bodycam, en
weten zij in welke situaties de bodycam wel of niet mag worden aangezet op basis van de wet?
Hoe ziet deze training eruit en hoe is de kwaliteit daarvan geborgd?

9. Zijn er naast wat in de verordening staat, nog protocollen gemaakt of worden die gemaakt over
het werken met de bodycam en het opslaan en delen van gegevens? Wil het college deze
protocollen delen met de raad? Wil het college daarbij ook beargumenteren wat de effecten zijn op de privacy van de in deze protocollen gemaakte keuzes?

10. In de verordening wordt aangegeven dat onder bepaalde voorwaarden de boa de bodycam
kan inschakelen. Het kan – bijvoorbeeld bij een gevoel van etnisch profileren – ook voor burgers
meerwaarde hebben dat de bodycam wordt ingeschakeld. Is voorzien in de mogelijkheid dat de
burger zelf kan aangeven dat hij of zij wil dat de opname wordt gestart en zo nee, welke
mogelijkheden en bezwaren ziet het college hiervoor?

11. In de verordening is geregeld dat OM en politie onder voorwaarden opgeslagen opnames
kunnen opvragen en gebruiken. Er zijn situaties denkbaar waarin het juist voor de (advocaat van)
een verdachte belangrijk kan zijn dat opnames worden gebruikt. Is voorzien in de mogelijkheid dat
(gemachtigden van) burgers zelf om het inzetten van opnames kunnen vragen, ook wanneer
politie en OM dat niet doen?

Het strafrecht maakt duidelijk onderscheid tussen de ernst van strafbare feiten waarmee de
bevoegdheden van het OM/Politie worden begrensd en de privacy van verdachten zwaarder
worden gewogen. Zo kan het OM/Politie alleen in gevallen met voorlopige hechtenis (wat wijst op
sterke vermoedens, zware vergrijp etc.) bewijsmateriaal vorderen. Met het beleidsbesluit van 26-
01-2021 wordt deze begrenzing weggenomen en het besluit genomen om beelden (mogelijk op
verzoek van OM/Politie) vrijwillig te verstrekken aan het OM of de Politie wanneer het gaat om
lichtere strafbare feiten waar geen sprake is van voorlopige hechtenis. Met deze wijziging kunnen
beelden van de bodycams ook bij lichte vergrijpen dienen als bewijsvoering.

12. Hoe rijmt dit met een doel van de bodycams, namelijk bevorderen van gevoel van veiligheid
van handhavers en voorkomen van agressie en geweld? En hoe wordt hierin de privacy van
derden (mogelijk verdachten) geborgd? Wordt er bij een vrijwillige overdracht van beeldmateriaal
eerst toestemming gevraagd aan de verdachte?

13. In de brief wordt aangegeven dat tijdens de pilot geen gebruik gemaakt is van het inzagerecht
en van het klachtrecht. Is bij alle opnamen duidelijk aangegeven dat er opnamen zijn gemaakt, dat
en hoe de burger opnames kan inzien en dat en hoe een klacht tegen opslag en gebruik van de
opnamen kan worden ingediend? En hoe is of wordt dit in de protocollen geregeld?

Wij rekenen erop dat het college bereid is alvorens een invoering van de bodycams, met de raad
te willen spreken over dit onderwerp, en daarvoor de bovenstaande vragen te beantwoorden en
gevraagde informatie toe te zenden.

14. Is het college bereid deze vragen en informatieverzoek te beantwoorden voorafgaand aan het
debat in de raad?

Gesteld door:
Maarten Koning, D66
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Heleen de Boer, GroenLinks
Jeffrey Koppelaar, Student & Starter
Bulent Isik, PvdA
Maarten van Heuven, PvdD
Mahmut Sungur, DENK