Schrif­te­lijke vragen Bouw niet in de tuin van het Nijntje Museum


Indiendatum: 10 dec. 2020

Schriftelijke vragen 282/2020

De afgelopen week informeerde het college ons dat zij de bouwenvelop heeft vastgesteld voor het bouwen van een Museumhotel en het uitbreiden van het Nijntje Museum, beide in het Museumkwartier. Het nieuw te bouwen hotel komt op de plaats van een bestaand gebouw, maar de uitbreiding van het museum wordt gebouwd in de binnentuin die nu groen is. Vooruitlopend op de bestemmingsplanprocedure heeft de Partij voor de Dieren een aantal vragen over deze plannen:

1. Is het college het ermee eens dat het niet klimaatadaptief is om een gebouw te zetten op een plek die nu een groene tuin is? Hoe gaat het college ervoor zorgen dat er geen
klimaatadaptief vermogen verloren gaat?

2. In de bouwenvelop lezen we dat “behoud van bestaande bomen het uitgangspunt is”.

a. Hoeveel bomen staan er op de planlocatie?

b. Moeten er bomen wijken voor de bouwwerkzaamheden voor de nieuwbouw van het
hotel op de plek van bestaande bebouwing, zo ja: hoeveel?

c. Moeten er bomen wijken voor de gewenste nieuwbouw voor uitbreiding van het
museum? Zo ja: hoeveel?

d. Moeten er bomen wijken voor de werkzaamheden om de gewenste nieuwbouw voor
uitbreiding van het museum te bouwen? Zo ja: hoeveel?

e. Kan het college toezeggen geen omgevingsvergunningen voor bomenkap te
verlenen gerelateerd aan deze plannen?

3. Het nieuw te bouwen gebouw voor uitbreiding in de tuin moet er niet komen. Kan het
college toezeggen om, mocht er toch besloten worden tot meer bebouwing, én in elk geval met betrekking tot de nieuwbouw op de plek van het bestaande gebouw, in het
bestemmingsplan zoveel mogelijk in te zetten op een duurzaam dak waar groen en
zonnepanelen gecombineerd worden, en daarbij duurzaamheid te laten prevaleren boven
beeldkwaliteit? En als dit niet kan, ons bij het bestemmingsplan te informeren over de
redenen hiervoor?

4. In Utrecht is de woningnood hoger dan de behoefte aan hotelkamers. Waarom wordt er
gekozen voor het toevoegen van hotelkamers in plaats van woningen?

5. Het college vindt dat wonen niet in de huidige bestemming past, maar aangezien er toch een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld, waarom kiest het college er dan voor een hotelbestemming in plaats van woonbestemming? Wat is ervoor nodig om hier woningen te maken?

6. Gezien het voornemen om tentoonstellingsruimte in het toekomstige hotel in te passen,
welke mogelijkheden zijn er dan om de uitbreiding van het Nijntje Museum in deze
hotelruimte in te passen, en op die manier de binnentuin te sparen?

7. Als het Museum Hotel er komt, in hoeverre gaan de musea dan profiteren van de komst
van hotel: gaat hotel (een deel van) de winsten investeren in cultuur? Is het college bereid
om hierop aan te dringen bij de ontwikkelaar van het hotel? Zo nee, waarom niet?

Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren

Indiendatum: 10 dec. 2020
Antwoorddatum: 20 jan. 2021

Schriftelijke vragen 282/2020

De afgelopen week informeerde het college ons dat zij de bouwenvelop heeft vastgesteld voor het bouwen van een Museumhotel en het uitbreiden van het Nijntje Museum, beide in het Museumkwartier. Het nieuw te bouwen hotel komt op de plaats van een bestaand gebouw, maar de uitbreiding van het museum wordt gebouwd in de binnentuin die nu groen is. Vooruitlopend op de bestemmingsplanprocedure heeft de Partij voor de Dieren een aantal vragen over deze plannen:

1. Is het college het ermee eens dat het niet klimaatadaptief is om een gebouw te zetten op een plek die nu een groene tuin is? Hoe gaat het college ervoor zorgen dat er geen
klimaatadaptief vermogen verloren gaat?

Een nieuw gebouw plaatsen ten behoeve van de uitbreiding van het nijntje museum gaat in dit geval ten koste van groen. Er gaat echter in het hele plangebied geen klimaatadaptief vermogen verloren. Het binnenterrein is nu vooral in gebruik als verkeersruimte met veel verharding. Als onderdeel van de plannen wordt het hele binnenterrein door de ontwikkelaar zo groen mogelijk en met een minimum aan verharding heringericht. Hierdoor neemt het klimaatadaptief vermogen van het plangebied als geheel juist toe.

2. In de bouwenvelop lezen we dat “behoud van bestaande bomen het uitgangspunt is”.

a. Hoeveel bomen staan er op de planlocatie?

Op de planlocatie staan 11 bomen.

b. Moeten er bomen wijken voor de bouwwerkzaamheden voor de nieuwbouw van het
hotel op de plek van bestaande bebouwing, zo ja: hoeveel?

Nee, voor de bouwwerkzaamheden voor de nieuwbouw van het Museumhotel hoeven geen bomen verwijderd te worden.

c. Moeten er bomen wijken voor de gewenste nieuwbouw voor uitbreiding van het
museum? Zo ja: hoeveel?

Voor de nieuwbouw van het Nijntje museum moet één boom wijken. Omdat deze boom jonger is dan 50 jaar en het betreffende perceel kleiner dan 300 m2 is hiervoor geen vergunning vereist.

d. Moeten er bomen wijken voor de werkzaamheden om de gewenste nieuwbouw voor
uitbreiding van het museum te bouwen? Zo ja: hoeveel?

Nee, voor de bouwwerkzaamheden voor de nieuwbouw van het Nijntje museum hoeven geen bomen verwijderd te worden.

e. Kan het college toezeggen geen omgevingsvergunningen voor bomenkap te
verlenen gerelateerd aan deze plannen?

Er is geen omgevingsvergunning voor bomenkap voorzien. De herplantplicht geldt wel. Voor de boom die moet wijken voor de nieuwbouw van het Nijntje museum wordt op het binnenterrein een nieuwe boom geplant.

3. Het nieuw te bouwen gebouw voor uitbreiding in de tuin moet er niet komen. Kan het
college toezeggen om, mocht er toch besloten worden tot meer bebouwing, én in elk geval met betrekking tot de nieuwbouw op de plek van het bestaande gebouw, in het
bestemmingsplan zoveel mogelijk in te zetten op een duurzaam dak waar groen en
zonnepanelen gecombineerd worden, en daarbij duurzaamheid te laten prevaleren boven
beeldkwaliteit? En als dit niet kan, ons bij het bestemmingsplan te informeren over de
redenen hiervoor?

In de bouwenvelop zijn randvoorwaarden vastgelegd over duurzaamheid, stedenbouwkundige kwaliteit en samenhang. Over groene daken is opgenomen dat de bebouwing geen platte daken bevat die groen ingericht kunnen worden. Voor de uitbreiding van het Nijntje museum met nieuwbouw is de bouwenvelop het toetsingskader voor de vergunning. Het Centraal Museum gaat zonnepanelen toevoegen op het monumentale pand
en/of de nieuwbouw. Deze panelen worden zodanig opgesteld dat ze niet zichtbaar zijn vanaf de straat. Voor het Museumhotel gaan wij een nieuw bestemmingsplan opstellen. In het bestemmingsplan motiveren wij de keuzes voor het Museumhotel, waarbij onder meer duurzaamheid, gezondheid en kwaliteit van de leefomgeving aan bod komen. Zonnepanelen op het dak van het Museumhotel nemen wij hierbij mee.

4. In Utrecht is de woningnood hoger dan de behoefte aan hotelkamers. Waarom wordt er
gekozen voor het toevoegen van hotelkamers in plaats van woningen?

De initiatiefnemer heeft een verzoek ingediend om hier een museumhotel te realiseren. Dit nadat door dezelfde initiatiefnemer in twee eerdere fases woningbouw is toegevoegd zoals bij het Woudagebouw en het Vrouwjuttenhof. De realisatie van een hotel op deze locatie was reeds voorzien en opgenomen in de lijst met hotels zoals op 30 juni 2017 met uw raad gedeeld met de raadsbrief Monitor Hotelmarkt. Daarnaast is deze locatie eveneens opgenomen in de planvoorraad bij de vaststelling van het hotelbeleid bij de raadsbehandeling op 19 december 2019. Het bijzondere hotelconcept dat een combinatie is van een hotel en een museum is een versterking van het Museumkwartier en van de
Utrechtse musea.

5. Het college vindt dat wonen niet in de huidige bestemming past, maar aangezien er toch een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld, waarom kiest het college er dan voor een hotelbestemming in plaats van woonbestemming? Wat is ervoor nodig om hier woningen te maken?

Zie beantwoording vraag 4.

6. Gezien het voornemen om tentoonstellingsruimte in het toekomstige hotel in te passen,
welke mogelijkheden zijn er dan om de uitbreiding van het Nijntje Museum in deze
hotelruimte in te passen, en op die manier de binnentuin te sparen?

Die mogelijkheden zijn er niet. Het betreffen twee separate ontwikkelingen, met twee verschillende partijen in een vergevorderd stadium. De uitbreiding van het Nijntje museum met nieuwbouw biedt de gewenste en noodzakelijke oplossing voor de beperkte ruimte bij de entree van het museum. Het museum was te klein om op goede wijze in de toenemende bezoekersaantallen en alle bijbehorende faciliteiten zoals garderobe, toiletten, horeca enz. te voorzien. Door de uitbreiding van het Nijntje museum met in totaal circa 750 m2 wordt de tentoonstellingsruimte groter en kan het op professionele wijze voorzien in aanvullende faciliteiten zoals een bezoekerscafé en een volwaardige theaterzaal. Bovendien kan een doorlooproute in het museum gecreëerd worden die logischer en efficiënter is. Het Museumhotel richt zich specifiek op de bezoekers van de verschillende Utrechtse Musea. Hierbij is er ook het voornemen een beperkt deel van het hotel wisselend te gebruiken als
tentoonstellingsruimte voor de verschillende musea. Vaste ruimte in het benodigde metrage voor het Nijntje museum is in het hotel niet voorhanden en ook sluit de doelgroep van het Nijntje museum (peuters en kleuters) niet aan bij die van een hotel.

7. Als het Museum Hotel er komt, in hoeverre gaan de musea dan profiteren van de komst
van hotel: gaat hotel (een deel van) de winsten investeren in cultuur? Is het college bereid
om hierop aan te dringen bij de ontwikkelaar van het hotel? Zo nee, waarom niet?

Nee, wij kunnen een bedrijf als het Museumhotel niet verplichten om winsten af te dragen aan de cultuursector. De komst van het Museumhotel versterkt de zichtbaarheid van het Museumkwartier en van de musea die zich in het Museumkwartier bevinden. Het Museumhotel draagt bij aan het verhogen van het aantal internationale cultuurtoeristen aan de musea in de stad. Door samen te werken met de verschillende Utrechtse musea investeert het Museumhotel al in de cultuursector.

Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren