Schrif­te­lijke vragen Brand­brief bewoners Croe­selaan


Op 10 november 2019 ontving de gemeenteraad een brandbrief van de bewoners van de Croeselaan / Veemarktstraat. Er is veel onrust onder bewoners ontstaan nadat zij een bijeenkomst van de gemeente hebben bezocht over de te realiseren woningen aan de Jan van Foreestraat. Dit zijn de woningen waar de bewoners op zijn aangewezen aangezien hun woningen aan de Croeselaan worden gesloopt omwille van de plannen in het Beurskwartier. De fracties van de PvdA, PvdD, VVD, SP, CDA, D66, GroenLinks, PVV, S&S, CU, DENK en SBU hebben daarover de volgende vragen.

1. Kan het college aangeven wat het beoogde doel van de bijeenkomst was? Is dit volgens het college geslaagd?

2. Had het college door dat er onrust ontstond onder de bewoners? Wat was volgens het college de reden hiervan en had dit voorkomen kunnen worden?

3. De bewoners waren uitgenodigd als ‘klankbordgroep Jan van Foreestraat’. Welke inspraak krijgen de bewoners vanuit deze rol als klankbordgroep?

4. Heeft het college overwogen te werken met verdergaande vormen van participatie van de bewoners, te denken valt aan een bewonerscommissie? Zo nee, waarom niet en kan het college toezeggen dit alsnog te doen?

5. Kan het college een stand van zaken geven over de ontwikkeling van de woningen aan de Jan van Foreestraat naast de Rabobank?

6. Kunnen alle bewoners van de te slopen woningen terugkeren in het gebied, meer specifiek de Jan van Foreestraat, mochten zij dit wensen?

7. In de uitwerking van Amendement A2017-69 staat: “Een eerste verkenning laat zien dat er circa 18 beneden-boven woningen en circa 26 appartementen (afhankelijk van de behoefte) kunnen worden ontwikkeld op gemeentegrond. Deze woningen kunnen deels in sociale huur en deels in de middeldure huursector worden gerealiseerd.” Is dit nog steeds het huidig voornemen?

8. De bewoners geven aan dat hen is verteld dat alleen huurders van de sociale huurwoningen, en niet de huurders van middenhuurwoningen en vrijesectorwoningen, kunnen verhuizen naar de Jan van Foreestraat. Klopt dit? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de tekst in de uitwerking van het amendement? Zo nee, hoe is dit misverstand dan ontstaan?

9. De bewoners kregen informatie over 2- tot max. 3-kamerwoningen en meerdere zonder buitenruimte. Zijn er beperkingen aan de soort woningen die terugkomen, zij het in formaat, hoeveelheid kamers en/of het hebben van buitenruimte?

10. Hoe verhouden mogelijke beperkingen zich tot het voornemen om de bewoners “gelijkwaardige“ woningen te kunnen bieden, zoals verwoord in het amendement?

11. In de raadsvergadering van 28 maart 2019 zei de wethouder in oktober 2019 met het Stedenbouwkundige Plan van Eisen naar de raad te willen komen. Wanneer mag de gemeenteraad dit verwachten?

12. Kan het college deze vragen uiterlijk 3 december, op tijd voor de raadsvergadering van 5 december, aan de gemeenteraad beantwoorden?

Rick van der Zweth (PvdA)
Anne Sasbrink (PvdD)
Marijn de Pagter (VVD)
Tim Schipper (SP)
Sander van Waveren (CDA)
Maarten Koning (D66),
Erwin Virginia (GroenLinks)
Henk van Déun (PVV)
Eva Oosters (S&S)
Jan Wijmenga (CU)
Ismail el Abassi (DENK)
Cees Bos (SBU)

Op 10 november 2019 ontving de gemeenteraad een brandbrief van de bewoners van de Croeselaan / Veemarktstraat. Er is veel onrust onder bewoners ontstaan nadat zij een bijeenkomst van de gemeente hebben bezocht over de te realiseren woningen aan de Jan van Foreestraat. Dit zijn de woningen waar de bewoners op zijn aangewezen aangezien hun woningen aan de Croeselaan worden gesloopt omwille van de plannen in het Beurskwartier. De fracties van de PvdA, PvdD, VVD, SP, CDA, D66, GroenLinks, PVV, S&S, CU, DENK en SBU hebben daarover de volgende vragen.

1. Kan het college aangeven wat het beoogde doel van de bijeenkomst was? Is dit volgens het college geslaagd?
Het doel was een klankbordgroep op te richten voor de ontwikkeling van de locatie aan de Croeselaan-Jan van Foreeststraat (hierna: Jan van Foreest) en de eerste gedachten te delen over de invulling daarvan. Het is niet gelukt een klankbordgroep te vormen, aangezien een deel van de aanwezigen aan heeft gegeven niet te willen deelnemen in de klankbordgroep naar aanleiding van de eerste voornemens die op die avond werden gedeeld. Voor een compleet beeld verwijzen wij u naar de raadsbrief Croeselaan-Jan van Foreeststraat, van 3 december 2019, met kenmerk 7076646/1911301738-LW

2. Had het college door dat er onrust ontstond onder de bewoners? Wat was volgens het college de reden hiervan en had dit voorkomen kunnen worden?
Ja, dit had het College zeker door gezien het verloop van de avond, de tweets en de brandbrief. In de communicatie had –achteraf gezien- nog nadrukkelijker kunnen worden gecommuniceerd, dat niet alle bewoners specifiek op de Jan van Foreest terecht kunnen, omdat de locatie daarvoor te klein is. Daarnaast hadden de eerste stedenbouwkundige verkenningen –met alleen sociale huur- nog duidelijker als eerste verkenningen kunnen worden gepresenteerd.

3. De bewoners waren uitgenodigd als ‘klankbordgroep Jan van Foreestraat’. Welke inspraak krijgen de bewoners vanuit deze rol als klankbordgroep?
Onderdeel van de bijeenkomst was om de rol van die klankbordgroep samen met de eigenaren/bewoners nader te bepalen. De rolbepaling en daarmee de mate van inspraak is uiteindelijk niet aan de orde gekomen in de bijeenkomst. Er zal naar aanleiding van de huidige gang van zaken en de uitkomsten van de bijeenkomst opnieuw gekeken worden wat de taken zijn van de klankbordgroep en wellicht klankbordgroepen.

4. Heeft het college overwogen te werken met verdergaande vormen van participatie van de bewoners, te denken valt aan een bewonerscommissie? Zo nee, waarom niet en kan het college toezeggen dit alsnog te doen?
De mate van participatie wordt bepaald en afgestemd op de fase waarin het project zich bevindt. In deze verkennende fase is het logisch om met een klankbordgroep te werken omdat de toekomstige bewoners nog niet bekend zijn. Een bewonerscommissie is daarmee nog niet aan de orde. Gedachte daarbij is dat een deel van de klankbordgroep te zijner tijd in een evt. bewonerscommissie of commissies op kan gaan.

5. Kan het college een stand van zaken geven over de ontwikkeling van de woningen aan de Jan van Foreestraat naast de Rabobank?
U heeft ons gevraagd om een samenhangend SPvE te maken voor de ontwikkeling van de Matserlocatie door Rabobank en de Jan van Foreest. Zowel de gesprekken met Rabobank als onze eigen verkenningen voor Jan van Foreest zijn nog in een zeer verkennend stadium.

6. Kunnen alle bewoners van de te slopen woningen terugkeren in het gebied, meer specifiek de Jan van Foreestraat, mochten zij dit wensen?
U vraagt hier sec naar de bewoners van de te slopen woningen, maar, zoals in de eerder benoemde raadsbrief d.d. 3-12-’19 aangegeven, zijn er ook de bewoners van te transformeren woningen, die hun huis op termijn zullen moeten verlaten.
In het gehele Beurskwartier kan iedereen, desgewenst, terecht. Op de Jan van Foreest zal plek zijn voor ca. 40 huishoudens. Getalsmatig voldoende voor de sociale huurwoningen, maar niet voor alle bewoners. Dat is ook nooit het uitgangspunt geweest.

7. In de uitwerking van Amendement A2017-69 staat: “Een eerste verkenning laat zien dat er circa 18 beneden-boven woningen en circa 26 appartementen (afhankelijk van de behoefte) kunnen worden ontwikkeld op gemeentegrond. Deze woningen kunnen deels in sociale huur en deels in de middeldure huursector worden gerealiseerd.” Is dit nog steeds het huidig voornemen?
Naar aanleiding van de bewonersbijeenkomst, waar een denklijn van alleen sociale huurwoningen op de Jan van Foreest is gepresenteerd en de overige woningen elders in het Beurskwartier, en het verzet daartegen van een groep bewoners/huurders, gaan we nu eerst meer precies in kaart brengen wat de huidige (contractuele) woonsituatie en woonwensen zijn. Op basis daarvan bepalen we het programma voor de Jan van Foreest. Het amendement is hierbij het startpunt. In de planning blijven wij sturen op
eerst bouwen van woningen, en pas daarna slopen.

8. De bewoners geven aan dat hen is verteld dat alleen huurders van de sociale huurwoningen, en niet de huurders van middenhuurwoningen en vrijesectorwoningen, kunnen verhuizen naar de Jan van Foreestraat. Klopt dit? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de tekst in de uitwerking van het amendement? Zo nee, hoe is dit misverstand dan ontstaan?
Zie antwoord op vraag 7 en voor een completer beeld de raadsbrief Croeselaan-Jan van Foreeststraat d.d. 3-12-‘19.

9. De bewoners kregen informatie over 2- tot max. 3-kamerwoningen en meerdere zonder buitenruimte. Zijn er beperkingen aan de soort woningen die terugkomen, zij het in formaat, hoeveelheid kamers en/of het hebben van buitenruimte?
Ja, er zijn beperkingen op het type woningen dat op de Jan van Foreest wordt ontwikkeld. Dit heeft te maken met het programma, de stedenbouwkundige inpassing, de huidige eisen van het Bouwbesluit en de beschikbare ruimte op het uit te geven kavel.

10. Hoe verhouden mogelijke beperkingen zich tot het voornemen om de bewoners “gelijkwaardige“ woningen te kunnen bieden, zoals verwoord in het amendement?
De huidige woningen aan de Croeselaan e.o. zijn allen verschillend. In hoeverre de nieuwe woningen dus ‘gelijkwaardig’ zijn aan de huidige woningen is dan ook niet één op één te vergelijken en is voor iedereen anders. Uit de belangstellendenregistratie onder de huidige bewoners bleek dat er een groot en divers aantal wensen bestaat ten aanzien van een nieuwe woning. Bovendien geeft een deel aan ook geïnteresseerd te zijn in juist een kleinere of grotere woning, of een woning in een andere categorie
(koop naar huur of v.v.).
Dit zal dus verder moeten worden uitgewerkt en besproken met bewoners. Daarnaast geldt dat nieuwbouwwoningen aan andere eisen moeten voldoen dan de huidige woningen. Dat zal betekenen dat de woningen technisch en functioneel worden ontwikkeld naar de uitgangspunten en eisen van deze tijd. Dat leidt tot beter indeelbare en functionelere ruimtes, hoogwaardigere kwaliteit, betere toegankelijkheid (lift) en betere techniek (duurzaamheid). Vergelijkbaar is dus niet hetzelfde als gelijk.
Het uitgangspunt in motie 2017/243 is dat huurders een vergelijkbare woning krijgen aangeboden, het college zal dat bewaken.


11. In de raadsvergadering van 28 maart 2019 zei de wethouder in oktober 2019 met het Stedenbouwkundige Plan van Eisen naar de raad te willen komen. Wanneer mag de gemeenteraad dit verwachten?
Deze planning is te optimistisch gebleken en door het verloop van de bewonersbijeenkomst en de mate van zorgvuldigheid die dit proces vergt qua spelregels, programma etc. zal de eerste stap niet een SPvE zijn, maar een programmavoorstel en een Bouwenvelop conform het Utrechts PlanProces. De vaststelling van de Bouwenvelop gebeurt vooruitlopend op het SPvE dat aan u ter besluitvorming wordt voorgelegd, en doen wij om snel duidelijkheid te kunnen bieden aan de betrokken bewoners. Aangezien de Bouwenvelop vooruitloopt op het SPvE, wordt deze alvast ter informatie met de raad gedeeld. We schatten in dat we voor de inventarisatie en het opstellen van het programma en
Bouwenvelop een jaar nodig hebben, of zoveel eerder als mogelijk. De planning van het overkoepelende SPvE is afhankelijk van het proces van de Rabo-locatie.

12. Kan het college deze vragen uiterlijk 3 december, op tijd voor de raadsvergadering van 5 december, aan de gemeenteraad beantwoorden?
Ja, inclusief begeleidende raadsbrief.

Rick van der Zweth (PvdA)
Anne Sasbrink (PvdD)
Marijn de Pagter (VVD)
Tim Schipper (SP)
Sander van Waveren (CDA)
Maarten Koning (D66),
Erwin Virginia (GroenLinks)
Henk van Déun (PVV)
Eva Oosters (S&S)
Jan Wijmenga (CU)
Ismail el Abassi (DENK)
Cees Bos (SBU)