19 mei 2025
Schriftelijke vragen Dat verdient geen bloemetje – vervolg
Schriftelijke vragen 86/2025
Op 4 maart werd de raad per brief geïnformeerd over twee toezeggingen aangaande UW waarbij één toezegging de inkoop van snijbloemen betreft. Deze brief ontsnapte per abuis aan onze aandacht. De maatschappelijke aandacht voor het telen van bloemen neemt momenteel toe, omdat de teelt van ‘reguliere’ snijbloemen vaak gepaard gaat met milieuproblemen, onder meer door gifgebruik, energieverbruik en transport. En ook met gezondheidsproblemen voor mens, dier en natuur. Per motie 'Dat verdient geen bloemetje' riepen wij in november 2023 op te stoppen met het geven van gifbloemen en over te stappen op duurzame en leuke alternatieven. Direct ophouden met gifbloemen zou ingewikkeld zijn, omdat de inkoop verloopt via UW: de huidige overeenkomst loopt tot 2029 en deze bedrijfsorganisatie kan de inkomsten ervan goed gebruiken. In de brief van 4 maart laat het college weten dat UW nu "Zoveel mogelijk MPS-A gecertificeerde bloemen" inkoopt en dat het ook "Duurzame, sociaal inclusieve en lokale producten" en "Seizoensgebonden producten" biedt. De Partij voor de Dieren wil het liefst nú stoppen met bloemen uit gifteelt en heeft de volgende vragen:
1. Waarom is gekozen voor het certificaat MPS-ABC en niet voor biologisch? Een snelle zoektocht op internet leert dat er diverse aanbieders van biologische bloemen in de regio zijn.
2. Het certificaat MPS-ABC gaat tot niveau A+. Waarom streeft UW dan naar A (wat het een na hoogste niveau is en dus niet het maximale)? De term “zoveel mogelijk” impliceert dat er ook onder niveau A wordt ingekocht – waarom en hoe regelmatig gebeurt dat?
3. Hoeveel boeketten bloemen worden er door UW nu ingekocht op jaarbasis? En wil het college inzichtelijk maken hoeveel boeketten de afgelopen jaren ingekocht zijn en wat de verwachting is voor de komende jaren?
4. Als alternatief seizoensproduct biedt UW onder meer duurzaam geteelde bloembollen. Wat betekent duurzaam hier: zijn ze biologisch? Zo nee, waarom worden dan niet-biologische bloembollen aangeboden? Middels de unaniem aangenomen Motie 318/2024 ‘Help de bij met uitsluitend biologisch geteelde bollen en zaden' heeft de raad bepaald alleen nog maar biologische bloembollen te willen.
5. Het contract met UW Flora loopt per 1 januari 2029 af. Kan het college toezeggen dan definitief gestopt te zijn met de inkoop van niet-biologische bloemen en bollen? Zo nee, waarom niet?
6. Maar toch: is het college het met ons eens dat we, gezien de biodiversiteitscrisis en de negatieve gevolgen voor de gezondheid van de mens, al veel eerder moeten stoppen met niet-biologische bloemen en bollen? Zo nee, waarom niet?
7. In hoeverre worden medewerkers van de gemeente geïnformeerd over de onwenselijkheid van elkaar gifbloemen geven? En kan het college toezeggen de medewerkers actief te informeren dat elkaar gifbloemen geven helemaal niet leuk en wél slecht voor de biodiversiteit, het milieu en hun eigen gezondheid is? Zo nee, waarom niet?
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Schriftelijke vragen 86/2025
Op 4 maart werd de raad per brief geïnformeerd over twee toezeggingen aangaande UW waarbij één toezegging de inkoop van snijbloemen betreft. Deze brief ontsnapte per abuis aan onze aandacht. De maatschappelijke aandacht voor het telen van bloemen neemt momenteel toe, omdat de teelt van ‘reguliere’ snijbloemen vaak gepaard gaat met milieuproblemen, onder meer door gifgebruik, energieverbruik en transport. En ook met gezondheidsproblemen voor mens, dier en natuur. Per motie 'Dat verdient geen bloemetje' riepen wij in november 2023 op te stoppen met het geven van gifbloemen en over te stappen op duurzame en leuke alternatieven. Direct ophouden met gifbloemen zou ingewikkeld zijn, omdat de inkoop verloopt via UW: de huidige overeenkomst loopt tot 2029 en deze bedrijfsorganisatie kan de inkomsten ervan goed gebruiken. In de brief van 4 maart laat het college weten dat UW nu "Zoveel mogelijk MPS-A gecertificeerde bloemen" inkoopt en dat het ook "Duurzame, sociaal inclusieve en lokale producten" en "Seizoensgebonden producten" biedt. De Partij voor de Dieren wil het liefst nú stoppen met bloemen uit gifteelt en heeft de volgende vragen:
Antwoord vooraf: Alvorens we de vragen beantwoorden melden wij u dat de directie van UW ons heeft laten weten op 1 januari 2026 (of eerder als mogelijk) te stoppen met het leveren van snijbloemen. De vraag naar boeketten snijbloemen is sterk afgenomen waardoor het voor UW niet langer rendabel is om deze aan te bieden. Er zal géén nieuwe inkoopovereenkomst met een andere leverancier van snijbloemen worden afgesloten. De medewerkers van de betreffende afdeling van UW zijn/worden begeleid naar ander werk, waaronder naar werk met meer focus op duurzaamheid (bijvoorbeeld interieurbeplanting). Tot slot kijken we in overleg met UW hoe we een duurzaam alternatief ten opzichte van snijbloemen gaan aanbieden. Daarmee zijn de vragen deels achterhaald, maar volledigheidshalve beantwoorden we deze hieronder alsnog.
1. Waarom is gekozen voor het certificaat MPS-ABC en niet voor biologisch? Een snelle zoektocht op internet leert dat er diverse aanbieders van biologische bloemen in de regio zijn.
Antwoord: In de bloementeelt is MPS- ABC de meest gebruikte certificering die enige garantie kan geven over de duurzaamheid van de bloemen die UW inkoopt. We hechten meer waarde aan dat certificaat dan aan algemene duurzaamheidsclaims op de website van bloemisten.
2. Het certificaat MPS-ABC gaat tot niveau A+. Waarom streeft UW dan naar A (wat het een na hoogste niveau is en dus niet het maximale)? De term “zoveel mogelijk” impliceert dat er ook onder niveau A wordt ingekocht – waarom en hoe regelmatig gebeurt dat?
Antwoord: In de markt was op het moment dat het contract is afgesloten nog te weinig aanbod van A+ bloemen om die als norm te stellen. In de overeenkomst is bepaald dat UW zoveel mogelijk A of A+ moet leveren. In 2024 is daar als volgt aan voldaan:
Q1 2024 85%
Q2 2024 89%
Q3 2024 93%
Q4 2024 90%
3. Hoeveel boeketten bloemen worden er door UW nu ingekocht op jaarbasis? En wil het college inzichtelijk maken hoeveel boeketten de afgelopen jaren ingekocht zijn en wat de verwachting is voor de komende jaren?
Antwoord:
2023: 3.466
2024: 2.658
Verwachting 2025: 1.200 – 1.500 (gebaseerd op kwartaal 1)
2026 en verder: zie antwoord op vraag 5
4. Als alternatief seizoensproduct biedt UW onder meer duurzaam geteelde bloembollen. Wat betekent duurzaam hier: zijn ze biologisch? Zo nee, waarom worden dan niet-biologische bloembollen aangeboden? Middels de unaniem aangenomen Motie 318/2024 ‘Help de bij met uitsluitend biologisch geteelde bollen en zaden' heeft de raad bepaald alleen nog maar biologische bloembollen te willen.
Antwoord: De aangeboden bloembollen zijn biologisch.
5. Het contract met UW Flora loopt per 1 januari 2029 af. Kan het college toezeggen dan definitief gestopt te zijn met de inkoop van niet-biologische bloemen en bollen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Vanaf 01/01/2026 worden er geen boeketten snijbloemen meer ingekocht. We overwegen een uitzondering voor een restcategorie (kransen en grafstukken, <10 per jaar) die we als vanzelfsprekend duurzaam willen inkopen.
6. Maar toch: is het college het met ons eens dat we, gezien de biodiversiteitscrisis en de negatieve gevolgen voor de gezondheid van de mens, al veel eerder moeten stoppen met niet-biologische bloemen en bollen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Het is altijd onze ambitie geweest om eerder te stoppen. En we hebben daarbij ook oog gehad voor de werkgelegenheid en ontwikkelkansen van de betreffende medewerkers van UW.
7. In hoeverre worden medewerkers van de gemeente geïnformeerd over de onwenselijkheid van elkaar gifbloemen geven? En kan het college toezeggen de medewerkers actief te informeren dat elkaar gifbloemen geven helemaal niet leuk en wél slecht voor de biodiversiteit, het milieu en hun eigen gezondheid is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Bij de groep medewerkers die het meeste bestellen (managementassistenten) is daar aandacht voor gevraagd. Los daarvan is de sociale acceptatie van snijbloemen ook sterk afgenomen. Dat blijkt ook uit de sterke daling van de vraag (zie antwoord op vraag 3).
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren