Schrif­te­lijke vragen Dier­vrien­delijk bouwen


Afgelopen maand ontvingen wij de raadsbrief Puntensysteem diervriendelijk bouwen, waarin het college ingaat op de uitvoering van onze motie 2017-228. De Partij voor de Dieren is tevreden dat het college aan de opleiding biologie van de Universiteit Utrecht om een adviesrapport heeft gevraagd. Het adviesrapport geeft veel interessante aanknopingspunten om in Utrecht diervriendelijk te bouwen, waarbij specifiek rekening wordt gehouden met de voor Utrecht kenmerkende soorten. Ook worden concrete maatregelen voor deze soorten kwantificeerbaar gemaakt.

1. Is het college bereid om de eerste opzet voor een kwantitatief puntensysteem diervriendelijk bouwen binnen Utrecht, zoals gemaakt in het adviesrapport “Puntensysteem Diervriendelijk Bouwen” van de UU studenten, verder uit te werken?

2. Deelt het college onze zorgen dat de lokale biodiversiteit mogelijk meer gebaat is bij een specifiek Utrechts systeem, dan bij het opnemen in landelijke puntensystemen die een veel breder kader van duurzaamheid beslaan?

3. Deelt het college de mening dat de Utrechtse biodiversiteit kenmerkende eigenschappen heeft, onder meer doordat in onze stedelijke omgeving en klimaat andere soorten voorkomen of een kansrijk bestaan hebben, dan in andere omgevingen? Zo nee waarom niet?

4. Deelt het college de mening dat specifiek de soorten die voorkomen op de Utrechtse Soortenlijst, gekoesterd moeten worden en dat het waardevol is om specifiek met deze soorten rekening te houden bij diervriendelijk bouwen? Zo nee waarom niet?

5. Wanneer diervriendelijk bouwen beter geïmplementeerd wordt in BREEAM, hoe wordt daarbij rekening gehouden met de behoeften van dieren in verschillende omgevingen, zoals een stedelijke en landelijke omgeving, en de vertaling van deze behoeften in diervriendelijk bouwen?

6. Wanneer diervriendelijk bouwen beter geïmplementeerd wordt in GPR, hoe wordt daarbij rekening gehouden met de behoeften van dieren in verschillende omgevingen, zoals een stedelijke en landelijke omgeving, en de vertaling van deze behoeften in diervriendelijk bouwen?

7. Als diervriendelijk bouwen geïmplementeerd wordt in de duurzaamheidsinstrumenten BREEAM en GPR, in hoeverre kunnen er dan in tenders concrete eisen met betrekking tot diervriendelijk bouwen worden gesteld?

8. Als diervriendelijk bouwen geïmplementeerd wordt in de duurzaamheidsinstrumenten BREEAM en GPR, is dan de score in een tender op te splitsen in bijvoorbeeld punten voor maatregelen op het gebied van energie, isolatie, omgeving en diervriendelijk bouwen, of wordt alles in één algemene score gevat? Graag een toelichting.

9. Als de ontwikkelaars van BREAAM en GPR maatregelen voor diervriendelijk bouwen concreter en meetbaarder gaan opnemen, zoals het college in haar brief schrijft, hebben zij daarbij al aangegeven of (en hoe) zij rekening gaan gehouden met specifiek de behoeften van de Utrechtse ecologie?

10. In haar brief schrijft het college dat vooruitlopend op incorporatie in landelijke systemen, in nieuwe tenders, EMVI’s en anterieure overeenkomsten, deelnemers een minimale score moeten halen wat betreft maatregelen voor dieren.

a. Kunnen wij een overzicht ontvangen waarin staat hoe deze scorevaststelling precies invulling krijgt?

b. Welke maatregelen worden geëist en op basis waarvan zijn deze maatregelen geselecteerd?

c. Hoe wordt de score bepaald?

d. Hoe vaak en bij welke projecten is deze scoreberekening al toegepast? Zijn er al resultaten bekend?

11. Hoe gaat het college om met alle adviezen uit het adviesrapport “Puntensysteem Diervriendelijk Bouwen” van de studenten van de UU? Welke adviezen neemt het college over en hoe wordt daar invulling aan gegeven? Welke adviezen legt het college naast zich neer en waarom?

12. Is het college het met ons eens dat, gezien de grote verschillen tussen stedelijke en niet-stedelijke omgevingen, een landelijk systeem voor diervriendelijk bouwen mogelijk onvoldoende recht doet aan dieren in een stedelijke omgeving, en dat het mogelijk meer oplevert om alleen, of in bijvoorbeeld G4-verband, een puntensysteem te ontwikkelen? Zo ja, is zij bereid om in G4-verband tot zo’n puntensysteem te komen?

13. In de groeiende stad die Utrecht wil zijn, wordt veel gebouwd en verbouwd. Is het college het met ons eens dat daarom extra regels nodig zijn en inzet nodig is voor diervriendelijk bouwen om de lokale biodiversiteit te kunnen beschermen en te versterken?


Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren