Schrif­te­lijke vragen Duur­zaamheid en groen in de pres­ta­tie­af­spraken


In de raadsbrief ‘Prestatieafspraken Utrechtse corporaties en huurdersorganisaties’ is de raad geïnformeerd over de prestatieafspraken die het college voor de komende jaren met de Utrechtse corporaties heeft gemaakt. Het valt de Partij voor de Dieren in deze afspraken op dat er wel stappen worden genomen om de energie-index van huizen te verbeteren, maar dat het daar ook bij blijft. De Partij voor de Dieren vindt het, ook gezien de urgentie van de klimaatopgave, belangrijk dat er tussendoelen worden gesteld op het gebied van energieprestatie, verduurzaming, klimaatadaptatie en vergroening.

Naar aanleiding van de gemaakte prestatieafspraken heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

1. Is het college met de Partij voor de Dieren eens dat de klimaatopgave urgent is, dat de verduurzaming van de woningvoorraad een essentieel aspect is daarvan, en dat het daarom van essentieel belang is dat de verduurzaamheidsslag zo snel mogelijk wordt gerealiseerd waarbij het oplopen van vertraging moet worden vermeden?

2. Is het college met de Partij voor de Dieren eens dat het stellen van afrekenbare tussendoelen kan helpen bij het naleven van de gestelde ambities[1]?

3. Hoe kan, én gaat, het college tussentijds monitoren of alle Utrechtse corporaties op koers liggen in het behalen van de afgesproken doelen ten aanzien van de energie-index voor de corporatievoorraad, en hoe kan ze daar indien nodig op bijsturen?

4. Is het college bereid om bij de eerstvolgende herziening van de prestatieafspraken, realistische en afrekenbare tussendoelen er een vast onderdeel van te laten zijn? Zo nee, waarom niet?

5. Is het college met de Partij voor de Dieren van mening dat het realiseren van de energie-index-doelen niet mag plaatsvinden doordat corporaties onduurzame woningen afstoten? Zo ja, welke afspraken gaat zij hierover maken met corporaties? Zo nee, waarom niet?

In 2019 wordt begonnen met de uitrol van de in het coalitieakkoord opgenomen doelstelling om 20% van de daken in 2025 te beleggen met zonnepanelen. Ook op dit gebied vindt de Partij voor de Dieren tussendoelen belangrijk.

6. Hoeveel daken worden tot 2025 per jaar belegd met zonnepanelen? Indien dit nog onbekend is, kan het college dan aangeven wanneer zij deze doelen per jaar wél gaat formuleren, en wanneer de raad meer informatie ontvangt hoe zij dit plan gaat uitvoeren?

7. Utrecht groeit de komende jaren naar verwachting sterk. Gaat het hier om 20% van de huidige woningen, of 20% van de woningen in Utrecht in het jaar 2025?

In de huidige prestatieafspraken zijn afspraken gemaakt over duurzame energie en isolatie. De kans om ook afspraken te maken over circulaire bouw/sloop, groenonderhoud, en diervriendelijk bouwen, is blijven liggen.

Daarover heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

8. Is het college van mening dat circulair bouwen, slopen en renoveren ook zoveel mogelijk de standaard moet worden bij corporatiewoningen? Zo nee, waarom niet?

9. Kan het college toezeggen dat zij dit onderwerp zal bespreken bij de eerstvolgende herziening van de prestatieafspraken, met de inzet dat circulair bouwen, slopen en renoveren de standaard wordt bij corporatiewoningen?

10. Is het college bereid om bij de eerstvolgende gesprekken met corporaties de mogelijkheden voor het nemen van diervriendelijke maatregelen, zowel bij nieuwbouw en renovatie als in de bestaande voorraad, onder de aandacht te brengen?

11. Kan het college toezeggen dat zij zich optimaal zal inspannen om hierover (prestatie)afspraken te maken teneinde te bereiken dat corporaties diervriendelijk gaan bouwen en diervriendelijke maatregelen gaan nemen bij hun bestaande voorraad? Zo nee, waarom niet?

Een groene buitenruimte een belangrijke bijdrage levert aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid.

12. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat de prestatieafspraken een uitgelezen kans zijn om hierover het gesprek aan te gaan met de Utrechtse corporaties en afspraken te maken over hun bijdrage aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid? Zo nee, hoe kunnen we dan wél afspraken maken over het behouden en versterken van groene tuinen (en andere buitenruimtes) door corporaties?

13. Is het college bereid om met corporaties in gesprek te gaan over hun groenonderhoud, en daarbij (prestatie)afspraken te maken teneinde het gifgebruik door corporaties terug te dringen, de verwijdering van bomen en ander groen door corporaties tegen te gaan en de kansen te verkennen om tuinen en andere corporatiegrond zo groen en biodivers als mogelijk in te richten?

14. Is het college in het verlengde van deze gesprekken bereid om (vergroening van) de buitenruimtes bij corporatiebezit onderwerp van de eerstvolgende herziening van de prestatieafspraken te laten zijn?

15. Is het college bereid om huurders(organisaties) actief op te zoeken en te stimuleren om zich (nog) meer in te zetten voor het vergroenen van tuinen van corporatiewoningen?


Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren

[1] onder meer om de energie-index van Mitros te laten uitkomen op 1,2-1,4 in 2022.

Antwoorddatum: 21 mrt. 2019

In de raadsbrief ‘Prestatieafspraken Utrechtse corporaties en huurdersorganisaties’ is de raad geïnformeerd over de prestatieafspraken die het college voor de komende jaren met de Utrechtse corporaties heeft gemaakt. Het valt de Partij voor de Dieren in deze afspraken op dat er wel stappen worden genomen om de energie-index van huizen te verbeteren, maar dat het daar ook bij blijft. De Partij voor de Dieren vindt het, ook gezien de urgentie van de klimaatopgave, belangrijk dat er tussendoelen worden gesteld op het gebied van energieprestatie, verduurzaming, klimaatadaptatie en vergroening.

Naar aanleiding van de gemaakte prestatieafspraken heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

1. Is het college met de Partij voor de Dieren eens dat de klimaatopgave urgent is, dat de verduurzaming van de woningvoorraad een essentieel aspect is daarvan, en dat het daarom van essentieel belang is dat de verduurzaamheidsslag zo snel mogelijk wordt gerealiseerd waarbij het oplopen van vertraging moet worden vermeden?

Ja, wij zijn het hier mee eens.

2. Is het college met de Partij voor de Dieren eens dat het stellen van afrekenbare tussendoelen kan helpen bij het naleven van de gestelde ambities[1]?

Ja, wij zijn het hier mee eens. Zie verder antwoord bij vraag 3.

3. Hoe kan, én gaat, het college tussentijds monitoren of alle Utrechtse corporaties op koers liggen in het behalen van de afgesproken doelen ten aanzien van de energie-index voor de corporatievoorraad, en hoe kan ze daar indien nodig op bijsturen?

Jaarlijks wordt gemonitord wat de stand van zaken is van de gemaakte afspraken via de voortgangsrapportage prestatieafspraken. Zie hiervoor de raadsbrief Voortgangsrapportage prestatieafspraken en stand sociale huurwoningmarkt van 23 november 2018. Zo hebben we als doel om in 2020 een gemiddelde energie-index te bereiken van tussen de 1,2 en 1,4. In de rapportage wordt elk jaar aangegeven wat de gemiddelde energie-index is in het betreffende jaar.

4. Is het college bereid om bij de eerstvolgende herziening van de prestatieafspraken, realistische en afrekenbare tussendoelen er een vast onderdeel van te laten zijn? Zo nee, waarom niet?

Prestatieafspraken worden onder andere gemaakt op basis van doelstellingen die geformuleerd zijn in de Woonvisie. Dit jaar nog wordt de nieuwe Woonvisie vastgesteld waarin de uitgangspunten uit het coalitieakkoord zijn opgenomen. In deze actualisering van de Woonvisie zullen ook weer doelstellingen staan op het gebied van duurzaamheid. Deze zullen vertaald worden naar zoveel mogelijk realistische en afrekenbare (tussen)doelen, waarop ook gemonitord zal worden. Mocht uit de jaarlijkse monitor blijken dat de afspraken in gevaar komen, dan kan dat aanleiding zijn om daar in de nieuwe ronde prestatieafspraken extra inzet op te vragen.

5. Is het college met de Partij voor de Dieren van mening dat het realiseren van de energie-index-doelen niet mag plaatsvinden doordat corporaties onduurzame woningen afstoten? Zo ja, welke afspraken gaat zij hierover maken met corporaties? Zo nee, waarom niet?

Met de corporaties is in de prestatieafspraken afgesproken dat zij terughoudend zijn met de verkoop van woningen. Het doel van de verkoop van sociale huurwoningen mag verder niet zijn om het gemiddelde van de energie- index te verbeteren. De verkoop van woningen moet bijdragen aan een verbetering van de balans van de sociale huurwoningen in de stad. Dit onderwerp zal ook terug komen in de nieuwe Woonvisie en daarmee de basis vormen op dat deel van de prestatieafspraken van de komende jaren.

In 2019 wordt begonnen met de uitrol van de in het coalitieakkoord opgenomen doelstelling om 20% van de daken in 2025 te beleggen met zonnepanelen. Ook op dit gebied vindt de Partij voor de Dieren tussendoelen belangrijk.

6. Hoeveel daken worden tot 2025 per jaar belegd met zonnepanelen? Indien dit nog onbekend is, kan het college dan aangeven wanneer zij deze doelen per jaar wél gaat formuleren, en wanneer de raad meer informatie ontvangt hoe zij dit plan gaat uitvoeren?

Op dit moment kan niet concreet worden aangegeven hoeveel daken per jaar tot 2025 worden belegd met zonnepanelen. In 2019 wordt dit verder uitgewerkt en vervolgens opgenomen in de individuele afspraken. Corporaties erkennen de ambitie van het college m.b.t. zonnepanelen en hebben hier deels al op voorgesorteerd. Zo voorziet Groenwest tot 2020 circa 1.000 woningen van zonnepanelen en bieden zowel Mitros als Bo-Ex elk aan om 1.000 woningen te voorzien van zonnepanelen. Portaal heeft aangegeven om voor 1.600 eengezinswoningen een aanbod te doen.

7. Utrecht groeit de komende jaren naar verwachting sterk. Gaat het hier om 20% van de huidige woningen, of 20% van de woningen in Utrecht in het jaar 2025?

Dit gaat om 20% van de daken in Utrecht in het jaar 2025.

In de huidige prestatieafspraken zijn afspraken gemaakt over duurzame energie en isolatie. De kans om ook afspraken te maken over circulaire bouw/sloop, groenonderhoud, en diervriendelijk bouwen, is blijven liggen.

Daarover heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

8. Is het college van mening dat circulair bouwen, slopen en renoveren ook zoveel mogelijk de standaard moet worden bij corporatiewoningen? Zo nee, waarom niet?

Ja, wij zijn van mening dat dit standaard moet zijn. Er ligt echter nog geen (ook landelijk niet) heldere norm wat precies onder circulair wordt verstaan en hoe dat te meten. De raad is hierover recent geïnformeerd via de raadsbrief Stand van zaken circulair bouwen .Over circulariteit zijn alleen afspraken gemaakt met Bo-Ex (dat zij zullen experimenteren met circulariteit). Ook Mitros en Portaal oriënteren zich op experimenten, maar dit is nog niet geland in de prestatieafspraken.

9. Kan het college toezeggen dat zij dit onderwerp zal bespreken bij de eerstvolgende herziening van de prestatieafspraken, met de inzet dat circulair bouwen, slopen en renoveren de standaard wordt bij corporatiewoningen?

Wij zullen circulair bouwen als agendapunt inbrengen bij de gesprekken in 2019 met de corporaties over de actualisering van de prestatieafspraken.

10. Is het college bereid om bij de eerstvolgende gesprekken met corporaties de mogelijkheden voor het nemen van diervriendelijke maatregelen, zowel bij nieuwbouw en renovatie als in de bestaande voorraad, onder de aandacht te brengen?

Bij renovaties en nieuwbouw door corporaties gelden de uitgangspunten rondom diervriendelijk bouwen uit de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wnb valt o.a. de zorgplicht en de bescherming van specifieke soorten. Voor uitvoering van renovaties en/of nieuwbouw dient er een natuurtoets plaats te vinden die de door de wet beschermde waarden in kaart brengt. Indien er zwaarder beschermde soorten worden aangetroffen dienen er aanvullende maatregelen te worden getroffen in de uitvoering. Voor algemene beschermde soorten geldt de zorgplicht. Voor deze soorten zijn werkzaamheden mogelijk indien men noodzakelijke maatregelen treft om nadelige gevolgen voor het in wild levende planten en dieren te voorkomen. Verder gelden dezelfde kaders voor corporaties als voor elke andere ontwikkelende partij. Er wordt bij ontwikkelingen op gemeentelijke gronden met een Soorten Management Plan (SMP) Diervriendelijk Bouwen gewerkt. Er lopen gesprekken met corporaties om hen te stimuleren om een vergelijkbaar SMP op te stellen voor hun bezit.

11. Kan het college toezeggen dat zij zich optimaal zal inspannen om hierover (prestatie)afspraken te maken teneinde te bereiken dat corporaties diervriendelijk gaan bouwen en diervriendelijke maatregelen gaan nemen bij hun bestaande voorraad? Zo nee, waarom niet?

Hiervoor verwijzen wij naar vraag 10.

Een groene buitenruimte een belangrijke bijdrage levert aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid.

12. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat de prestatieafspraken een uitgelezen kans zijn om hierover het gesprek aan te gaan met de Utrechtse corporaties en afspraken te maken over hun bijdrage aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid? Zo nee, hoe kunnen we dan wél afspraken maken over het behouden en versterken van groene tuinen (en andere buitenruimtes) door corporaties?

De kerntaak van de corporaties is zorgen voor duurzame, betaalbare huisvesting voor doelgroepen die aangewezen zijn op de sociale sector. Voor de openbare ruimte rondom corporatiecomplexen voert de gemeente overleg met de corporaties. Daar waar mogelijk zetten we extra in op de vergroening van de buitenruimte.

13. Is het college bereid om met corporaties in gesprek te gaan over hun groenonderhoud, en daarbij (prestatie)afspraken te maken teneinde het gifgebruik door corporaties terug te dringen, de verwijdering van bomen en ander groen door corporaties tegen te gaan en de kansen te verkennen om tuinen en andere corporatiegrond zo groen en biodivers als mogelijk in te richten?

Er is bij ons niet de indruk dat corporaties actief bomen verwijderen. Dit is in ieder geval niet het beleid van de corporaties. Ook bereiken ons geen signalen over gifgebruik door corporaties. Onderhoud van tuinen is ook de verantwoordelijkheid van de huurders. Bij mutatie zorgt de vertrekkende huurder voor een tuin in redelijke staat. In sommige gevallen doet de corporatie dit. Gesprekken over kansen om tuinen en andere corporatiegrond zo groen en biodivers mogelijk in te richten vinden doorlopend plaats tussen projectleiders, stedenbouw en corporaties. Wij hanteren verder het principe van onverhard tenzij. Waarbij we in de openbare ruimte zo min mogelijk verharden, tenzij dit niet anders kan als gevolg van infrastructuur. Het college wil hierover ook in gesprek gaan met corporaties.

14. Is het college in het verlengde van deze gesprekken bereid om (vergroening van) de buitenruimtes bij corporatiebezit onderwerp van de eerstvolgende herziening van de prestatieafspraken te laten zijn?

Bij planontwikkelingen van corporatiebezit wordt met bewoners en de relevante afdelingen van de gemeente afgestemd wat er met de groenruimte op en rondom corporatiegronden gebeurt. Zie verder antwoord op vraag 13.

15. Is het college bereid om huurders(organisaties) actief op te zoeken en te stimuleren om zich (nog) meer in te zetten voor het vergroenen van tuinen van corporatiewoningen?

Via Operatie Steenbreek wordt geprobeerd eigenaren en bewoners van huizen in Utrecht bewust te maken van de mogelijke gevolgen van verstening van tuinen en percelen. Zie verder antwoord op vraag 13.

[1] onder meer om de energie-index van Mitros te laten uitkomen op 1,2-1,4 in 2022.