Schrif­te­lijke vragen Een lokale donut voor Utrecht


Indiendatum: apr. 2020

Schriftelijke vragen 89/2020

De meeste economische modellen gaan uit van groei. De Britse econoom Kate Raworth introduceerde met De Donut Economie een nieuw model: er moet voldoende economie zijn om iedereen een sociaal minimum te kunnen bieden, maar er moet een ecologisch plafond gehanteerd worden om uitputting van de aarde te voorkomen.

De gemeente Amsterdam heeft dit inmiddels ook begrepen. Zij werkt, samen met Raworth, aan een lokaal raamwerk: the Amsterdam City Donut. Het wereldlijke model van de donut wordt omgezet tot een lokaal model en dit levert een toolkit op voor Amsterdams beleid. Zo is de donut al ingezet in het beleidsplan Amsterdam Circulair 2020-2025.

De toolkit staat inmiddels online, en geïnteresseerden kunnen zich via Raworths site aanmelden om mee te doen of het traject te volgen. Het is voor het eerst dat de donut lokaal toegepast en uitgewerkt wordt, en het nieuws hierover haalde onder meer The Guardian. Raworth is sinds januari 2020 verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam en zet daar een Doughnut Hub op om haar model in het onderwijs te integreren.

Een Utrechts stadsdonut sluit goed aan op het Utrechtse beleid gericht op gezond en duurzaam stedelijk leven voor Iedereen. De stadsdonut is mede gebaseerd op de internationale duurzame ontwikkelingsdoelen (global goals) waar Utrecht zich als SDG-stad aan heeft verbonden.

Partij voor de Dieren en GroenLinks kijken met interesse naar deze ontwikkelingen, omdat de Donut Economie al met al de enige toekomstbestendige economie is die binnen de draagkracht van de aarde blijft. En daarom stellen onze fracties de volgende vragen:

1. Is het college bereid om zich te laten inspireren door genoemde aanpak van gemeente Amsterdam en uit het Amsterdamse voorbeeld wijze lessen te trekken voor Utrechts beleid? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?

2. Is het college bereid om ook een lokale Utrechtse City Donut te (laten) ontwikkelen? Zo ja, wanneer gaat het college hier mee aan de slag?

3. De gemeente werkt aan een monitor waarin de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) zijn verbonden aan de lokale ambities voor gezond stedelijk leven voor iedereen. Welke mogelijkheden ziet het college om deze SDG-monitor te verbinden met een Utrechtse stadsdonut?

4. We begrijpen dat de gemeente al betrokken is bij de Alliantie Cirkelregio Utrecht, een regionaal platform dat kennis deelt over de circulaire economie. Welke rol speelt de gemeente, wat is het doel van deze alliantie en in hoeverre kan de (stads)donut van Raworth als raamwerk fungeren?

5. Amsterdam wil de (stads)donut ook breder inzetten, waarbij woningbouw als voorbeeld wordt genoemd. Hoe interessant vindt het college het om de begrippen als sociaal minimum en ecologisch plafond in te zetten bij een brede waaier aan beleidsonderwerpen en de rol van de gemeente als gevolg hiervan aan te passen?

6. Amsterdam kijkt ook heel nadrukkelijk naar de globale gevolgen van het eigen lokale (economische) beleid. In hoeverre wil het college dit ook voor Utrecht nader uitzoeken, al dan niet na overleg met de Amsterdamse wethouder Van Doorninck?

7. Deelt het college de mening dat de verbintenis van Kate Raworth aan de Hogeschool van Amsterdam en de gemeente Amsterdam, een uitgelezen aanknopingspunt is om haar (wederom) uit te nodigen om naar Utrecht te komen? Bijvoorbeeld voor een werkconferentie over de kansen en mogelijkheden van de (stads)donut, als de coronamaatregelen dat toestaan? En in hoeverre zou dit het startpunt kunnen zijn van het vormen van een Utrechtse coalitie van gemeente, initiatiefnemers en wetenschappers die willen werken aan een Utrechtse stadsdonut?

8. In het artikel van The Guardian zegt de Amsterdamse wethouder Van Doorninck dat de ‘donut’ kan helpen om op verantwoorde wijze uit de coronacrisis te komen. Is het college het met ons eens dat de coronacrisis een goede aanleiding is om de economie groen en duurzaam te herstarten? Zo nee waarom niet?

Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Fred Dekkers, GroenLinks

Indiendatum: apr. 2020
Antwoorddatum: 18 mei 2020

Schriftelijke vragen 89/2020

De meeste economische modellen gaan uit van groei. De Britse econoom Kate Raworth introduceerde met De Donut Economie een nieuw model: er moet voldoende economie zijn om iedereen een sociaal minimum te kunnen bieden, maar er moet een ecologisch plafond gehanteerd worden om uitputting van de aarde te voorkomen.

De gemeente Amsterdam heeft dit inmiddels ook begrepen. Zij werkt, samen met Raworth, aan een lokaal raamwerk: the Amsterdam City Donut. Het wereldlijke model van de donut wordt omgezet tot een lokaal model en dit levert een toolkit op voor Amsterdams beleid. Zo is de donut al ingezet in het beleidsplan Amsterdam Circulair 2020-2025.

De toolkit staat inmiddels online, en geïnteresseerden kunnen zich via Raworths site aanmelden om mee te doen of het traject te volgen. Het is voor het eerst dat de donut lokaal toegepast en uitgewerkt wordt, en het nieuws hierover haalde onder meer The Guardian. Raworth is sinds januari 2020 verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam en zet daar een Doughnut Hub op om haar model in het onderwijs te integreren.

Een Utrechts stadsdonut sluit goed aan op het Utrechtse beleid gericht op gezond en duurzaam stedelijk leven voor Iedereen. De stadsdonut is mede gebaseerd op de internationale duurzame ontwikkelingsdoelen (global goals) waar Utrecht zich als SDG-stad aan heeft verbonden.

Partij voor de Dieren en GroenLinks kijken met interesse naar deze ontwikkelingen, omdat de Donut Economie al met al de enige toekomstbestendige economie is die binnen de draagkracht van de aarde blijft. En daarom stellen onze fracties de volgende vragen:

1. Is het college bereid om zich te laten inspireren door genoemde aanpak van gemeente Amsterdam en uit het Amsterdamse voorbeeld wijze lessen te trekken voor Utrechts beleid? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?

Los van Amsterdam laten we ons graag inspireren door Kate Rayworth en het gedachtegoed van de Donut Economie dat zij introduceert en waarmee ze op de schouders van reuzen staat (zoals Paul Hawken, de Club van Rome). Dat hebben we bijvoorbeeld bij de Regionaal Economische Agenda (REA) gedaan. De REA vormt de basis voor de oprichting van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM) en het richten van onze economische stimuleringsinstrumenten, maar ook in ons actieplan Utrecht Circulair speelt dit gedachtegoed een rol. We hebben daarmee ook echt onze stimuleringsinstrumenten gericht langs deze waarden, wat voor zover we weten uniek is in Nederland. We laten ons overigens ook graag door anderen inspireren, zoals de laatste Nobelprijswinnares Esther Duflo (Good Economics for Hard Times) of Maria Mazzucato (The Value of Everything). We weten dat het vertalen van het gedachtegoed van de Donuteconomie naar een lokaal handelingsperspectief voor de volledige ontwikkeling van de stad nog een hele uitdaging is. We
volgen daarom met interesse de Amsterdamse donutbenadering en –aanpak.
Overigens zijn we van mening dat de Utrechtse aanpak van Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen in filosofie niet veel verschilt van die van Amsterdam. Amsterdam richt zich in haar circulaire beleid bijvoorbeeld primair op voedsel, consumptiegoederen, inkoop en gebouwde omgeving. Ons actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023 richt zich (met iets minder projecten en financiële
slagkracht) ook op de gebouwde omgeving en daarnaast op vestigingsklimaat, investeringsklimaat, afval naar grondstoffen en opleiden voor een circulaire economie. Basiswaarden en duurzaamheidsaspecten die horen bij Gezond Stedelijk Leven voor iedereen (GSLvI) lijken respectievelijk op de binnenkant van de donut (sociaal rechtvaardig bestaan) en de buitenkant van de donut (ecologische grenzen van de planeet). Actierichtingen in de Amsterdamse aanpak lijken, voor zover het de gebouwde omgeving betreft, veel op acties uit het actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023.

2. Is het college bereid om ook een lokale Utrechtse City Donut te (laten) ontwikkelen? Zo ja, wanneer gaat het college hier mee aan de slag?

Nagenoeg alle relevante doelstellingen in de Amsterdams ‘Stadsdonut’ herkennen we uit onze eigen ambities. Voorlopig geven we prioriteit aan het nader uitwerken van ambities zoals we met u bespraken bij het vaststellen van de REA. De brede welvaartsindex, die we op dit moment met partners in de regio ontwikkelen als instrument om ons beleid te sturen, komt mogelijk dicht in de buurt van de Stadsdonut. Die index willen we voor nu leidend laten zijn.

3. De gemeente werkt aan een monitor waarin de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) zijn verbonden aan de lokale ambities voor gezond stedelijk leven voor iedereen. Welke mogelijkheden ziet het college om deze SDG-monitor te verbinden met een Utrechtse stadsdonut?

De monitor waarin de SDG’s zijn verbonden aan de lokale ambities voor GSLvI werd in mei aan de raad gepresenteerd, tegelijk met de Utrecht Monitor. Op deze manier is inzichtelijk gemaakt hoe we lokaal bijdragen aan internationale doelstellingen. Vanaf 2021 worden de worden de SDG’s meegenomen in de Utrecht Monitor.

4. We begrijpen dat de gemeente al betrokken is bij de Alliantie Cirkelregio Utrecht, een regionaal platform dat kennis deelt over de circulaire economie. Welke rol speelt de gemeente, wat is het doel van deze alliantie en in hoeverre kan de (stads)donut van Raworth als raamwerk fungeren?

Via onderling gecoördineerde acties en projecten fungeert de Alliantie als aanjaagteam. Door de Alliantie worden circulaire initiatieven van kennisinstellingen, bewoners, (bedrijven) en sociaal ondernemers, maatschappelijke instellingen gefaciliteerd, aangejaagd, versneld, op gang gebracht en verbonden. De gemeente Utrecht neemt deel in het algemene overleg van de Alliantie en trekt de Alliantiewerkgroep Bouw en demontage. Het gedachtengoed van Raworth over de (stads)donut zullen we als inspiratiebron gebruiken.

5. Amsterdam wil de (stads)donut ook breder inzetten, waarbij woningbouw als voorbeeld wordt genoemd. Hoe interessant vindt het college het om de begrippen als sociaal minimum en ecologisch plafond in te zetten bij een brede waaier aan beleidsonderwerpen en de rol van de gemeente als gevolg hiervan aan te passen?

Dat vinden we interessant. Utrecht werkt al aan de waarden gezondheid, duurzaamheid en inclusiviteit door het omarmen van GSLvI. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht is GSLvI ijkpunt voor de ontwikkeling van de stad (vastgelegd in de uitgangpuntennotitie december 2019). De koers van Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen is daarmee ijkpunt in de ontwikkeling van de stad in de
breedte, waaronder ruimtelijke ordening, mobiliteit, programma’s (zoals sociale woningbouw), (circulaire) economie, duurzaamheid, gezondheid en sociaal maatschappelijk (people-planet-profit).

6. Amsterdam kijkt ook heel nadrukkelijk naar de globale gevolgen van het eigen lokale (economische) beleid. In hoeverre wil het college dit ook voor Utrecht nader uitzoeken, al dan niet na overleg met de Amsterdamse wethouder Van Doorninck?

Ook Utrecht kijkt nadrukkelijk naar de mondiale gevolgen van het economisch beleid. Via onze inkoop oefenen we invloed uit op onze lokale economie en de SDG’s. Dat is vastgelegd in het Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI). We kopen diensten en producten tot €10.000 rechtstreeks in bij sociaal ondernemers via de Social Impact Market. Bij aanbestedingen groter dan
€100.000 nemen we social return op om externe organisaties te stimuleren hier een bijdrage aan te leveren. Zie verder ook de Impact Brochure. Ons MVI beleid is ook gericht op het verbeteren van de impact van producten en diensten in de (internationale) ketens. Zoals de inkoop van hout met FSCkeurmerk en de aanbesteding van koffie volgens de fair trade voorwaarden. De bedrijven waar we ons als gemeente en ROM in de Regionale Economische Agenda op richten
zijn:
1) Toekomstbestendige leefomgeving (energietransitie, circulaire economie, duurzame mobiliteit,
klimaatadaptatie)
2) Gezonde mensen (preventie, sociale innovatie, voeding & gezondheid, life sciences)
3) Waardevolle digitalisering (data gedreven innovatie, digitale inclusiviteit, media- & datawijsheid)
Gezien bovengenoemde uitgangspunten is het duidelijk dat we ons richten op bedrijven die werken aan een duurzamere, gezondere en inclusievere wereld.

7. Deelt het college de mening dat de verbintenis van Kate Raworth aan de Hogeschool van Amsterdam en de gemeente Amsterdam, een uitgelezen aanknopingspunt is om haar (wederom) uit te nodigen om naar Utrecht te komen? Bijvoorbeeld voor een werkconferentie over de kansen en mogelijkheden van de (stads)donut, als de coronamaatregelen dat toestaan? En in hoeverre zou dit het startpunt kunnen zijn van het vormen van een Utrechtse coalitie van gemeente, initiatiefnemers en wetenschappers die willen werken aan een Utrechtse stadsdonut?

Een (digitale) werkconferentie met Kate Raworth is een mogelijkheid om meer te leren over de toepassing van de donut-economie. Overigens staat het de raad uiteraard vrij om zelf werkconferenties te organiseren en deskundigen voor een gesprek uit te nodigen. In hoeverre een eventuele werkconferentie met Kate Raworth leidt tot een Utrechtse coalitie voor een stadsdonut is een vervolgstap. Deze is afhankelijk van energie bij en bereidheid van mogelijke samenwerkingspartners om samen te werken én afhankelijk van inspiratie en ideeën om GSLvI in Utrecht verder te brengen. Een dergelijke werkconferentie en coalitie zal aanvullend moeten zijn op de initiatieven die we al hebben in onze stad en regio. Daar willen we niet zomaar aan voorbij gaan door hierop vooruit te lopen.

8. In het artikel van The Guardian zegt de Amsterdamse wethouder Van Doorninck dat de ‘donut’ kan helpen om op verantwoorde wijze uit de coronacrisis te komen. Is het college het met ons eens dat de coronacrisis een goede aanleiding is om de economie groen en duurzaam te herstarten? Zo nee waarom niet?

De economische en maatschappelijke impact van de Coronacrisis is ongewis, maar in elk geval groot. Van een herstart zal in sommige gevallen sprake zijn, maar we hopen ook dat vele werkgevers en werknemers gegund is dat ze na de crisis hun werk weer kunnen oppakken zoals ze gewend waren. En een heel aantal slaagt daar ondanks de crisis gelukkig in. In de gemeente Utrecht staat GSLvI iedereen centraal. Dit hebben we vastgelegd in ons coalitieakkoord ‘Ruimte voor iedereen’. Met de waarden gezondheid, duurzaamheid en inclusiviteit was en is dat de basis van waaruit we ontwikkelingen benaderen. Dat geldt ook tijdens en na ontwikkelingen als de Coronacrisis.

Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Fred Dekkers, GroenLinks