Schrif­te­lijke vragen Finan­ciering ener­gie­tran­sitie


Indiendatum: 18 feb. 2021

Schriftelijke vragen 16/2021

Er komen enorm grote uitdagingen op ons af met de Regionale Energiestrategie (RES) en de Transitievisie Warmte, waar in Overvecht-Noord al de eerste stappen toe gezet worden.

Bij de begrotingsbehandeling stelde D66 daarom vragen of gemeente afdoende ambtelijke capaciteit en budget had. Hierop antwoordde de wethouder dat ze de zorgen deelde van de raad. En “dat er opgeschaald gaat worden als er meer werk in uitvoering komt. Of dat genoeg zal zijn zal de toekomst uitwijzen. Er zijn ook gesprekken met het Rijk over een vergoeding van de taken die uit het klimaatakkoord komen.”

De zorgen die de fractie van D66 toen uitte leven nog steeds en, zo blijkt uit artikelen in het Financieele Dagblad en Trouw, zijn terecht. Het landelijke Klimaatakkoord komt in gevaar, als geen geld komt voor de organisatorische taken, volgens de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB).

Daarom hebben D66, Partij voor de Dieren, Student & Starter, CDA en VVD de volgende vragen:

1. Herkent het college zich in het door de ROB geschetste beeld?

2. Heeft het college (op hoofdlijnen) in kaart gebracht welke investeringen noodzakelijk zijn, welke kostenposten voor rekening gemeente zijn en welke ambtelijke inzet vereist zal zijn? En in hoeverre is duidelijk wat de rol zal zijn van partners zoals netbeheerders, energieleveranciers, woningcorporaties en andere vastgoedeigenaren?

3. Op welke wijze kan de onlangs getekende samenwerkingsovereenkomst met Stedin een bijdrage leveren in het verkrijgen van inzicht in budgetten en verantwoordelijkheden?

4. Is er sinds de beantwoording in november al meer perspectief op een voorstel bij de Voorjaarsnota voor gedegen organisatorische capaciteit en uitvoeringscapaciteit?

5. Hoe staat het met het opstellen van nieuwe indicatoren zoals het college aangaf voornemens te zijn? Gaat deze aanscherping helpen bij het in beeld krijgen van de benodigde capaciteit?

6. Hebben de gesprekken met het Rijk geleid tot extra vergoedingen? En welke stappen neemt het college om de noodzaak van extra middelen bij het Rijk onder de aandacht te brengen?

De fracties maken zich ook zorgen over of iedereen mee kan doen. Te lage ambtelijke inzet en tekorten in financiële middelen zal betekenen dat degene die het moeilijkst hebben in de transitie de meeste last daarvan gaan hebben, omdat de gemeente hen niet voldoende kan ondersteunen.

7. Welke inspanningen ziet het college voor de gemeente die binnen de bestaande middelen onmogelijk zijn, maar wel noodzakelijk zijn om iedereen mee te krijgen?

8. Heeft het college een beeld wie (welke type woonsituaties of welke buurten) zij niet afdoende kan ondersteunen om mee te komen in de energietransitie?

9. Zo ja, wat voor invloed heeft dit op haar aanpak, zowel kijkend naar haar strategie (volgorde van aardgasvrije wijken en afwegingskader daarbij) het proces (waaronder stadsdialogen, begeleiding van VVE’s, etc.) als samenwerking met andere partners?

Voortvarende uitwerking van het klimaatakkoord zien we als een noodzaak om de klimaatdoelen te halen.

10. Hoe houdt het college de raad op de hoogte of er voldoende financiële middelen en organisatorische capaciteit beschikbaar zijn om de doelen van het klimaatakkoord te behalen?

Jelmer Schreuder, D66
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Tessa Sturkenboom, Student & Starter
Jantine Zwinkels, CDA
Gertjan te Hoonte, VVD

Indiendatum: 18 feb. 2021
Antwoorddatum: 18 feb. 2021

Schriftelijke vragen 16/2021

Er komen enorm grote uitdagingen op ons af met de Regionale Energiestrategie (RES) en de Transitievisie Warmte, waar in Overvecht-Noord al de eerste stappen toe gezet worden.

Bij de begrotingsbehandeling stelde D66 daarom vragen of gemeente afdoende ambtelijke capaciteit en budget had. Hierop antwoordde de wethouder dat ze de zorgen deelde van de raad. En “dat er opgeschaald gaat worden als er meer werk in uitvoering komt. Of dat genoeg zal zijn zal de toekomst uitwijzen. Er zijn ook gesprekken met het Rijk over een vergoeding van de taken die uit het klimaatakkoord komen.”

De zorgen die de fractie van D66 toen uitte leven nog steeds en, zo blijkt uit artikelen in het Financieele Dagblad en Trouw, zijn terecht. Het landelijke Klimaatakkoord komt in gevaar, als geen geld komt voor de organisatorische taken, volgens de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB).

Daarom hebben D66, Partij voor de Dieren, Student & Starter, CDA en VVD de volgende vragen:

1. Herkent het college zich in het door de ROB geschetste beeld?

Ja, op hoofdlijnen herkennen we ons in het advies. Er is onderscheid tussen de uitvoeringskosten voor gemeenten tot 2022 en de uitvoeringskosten van 2022-2030. Het advies van de ROB betreft het advies voor de gemeentelijke uitvoeringskosten na 2022. Voor het onderliggende onderzoek bij dit advies door adviesbureau AEF, hebben wij op basis van onze huidige ervaringen input gegeven.
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de ROB een advies uitbrengt over de uitvoeringskosten voor de nieuwe of geïntensiveerde gemeentelijke taken na 2022. Dat advies is half januari 2021 verschenen. Het advies van de ROB stelt dat de geschatte kosten voor de uitvoering van de nieuwe taken uit het Klimaatakkoord (zoals de wijkuitvoeringsplannen, tendering van warmte- alternatieven in de wijk, realiseren van grootschalige duurzame energie en participatie / communicatie) naar verwachting bijna 600 miljoen euro in 2024 voor gemeenten zullen bedragen. Voor de periode 2022-2024 gaat het een totaal van bijna 1,6 miljard euro aan extra uitvoeringslasten voor gemeenten. Een soortgelijke raming is in een onderliggend onderzoek van adviesbureau AEF ook genoemd.

2. Heeft het college (op hoofdlijnen) in kaart gebracht welke investeringen noodzakelijk zijn, welke kostenposten voor rekening gemeente zijn en welke ambtelijke inzet vereist zal zijn? En in hoeverre is duidelijk wat de rol zal zijn van partners zoals netbeheerders, energieleveranciers, woningcorporaties en andere vastgoedeigenaren?

We maken onderscheid tussen uitvoerings- en investeringskosten. De ambtelijke inzet vormt de uitvoeringskosten zoals in de beantwoording van vraag 1 is toegelicht.

De investeringskosten voor de uitvoering van het Klimaatakkoord liggen een stuk hoger. Partijen zoals netbeheerders, energieleveranciers, woningcorporaties en vastgoedeigenaren zullen de benodigde investeringen zelf moeten doen, waarbij we onderscheid maken in een rendabel en onrendabel deel. In 2017 hebben we een onderzoek laten doen naar de benodigde investeringskosten om naar een CO2-neutrale stad te gaan (raadsbrief Investeringsopgave Utrechtse Energie, 12 maart 2018). De geraamde investeringskosten uit dit onderzoek liggen tussen de 2,9- 9,5 miljard, afhankelijk van verschillende aannames over de energietransitie. Als meer grootschalige en collectieve energiesystemen (warmte, zon en wind) de toon zetten, liggen de investeringen meer bij partijen zoals de netbeheerder of warmteleverancier. Bij kleinschalige en meer gebouw gebonden maatregelen (isoleren, zon op daken) zullen de investeringen meer bij de gebouweigenaren landen. Dit onderzoek heeft niet gekeken of alle benodigde investeringen rendabel of onrendabel zijn. Wel geeft dit onderzoek inzicht in de te verwachten kosten per partij, zoals vastgoed eigenaren, netbeheerders en warmtebedrijven. Zelf staan we aan de lat voor de verduurzamingsopgave van onze gemeentelijke gebouwen en installaties. Daarover bent u met raadsbrief Versnelling opgave energieneutraal vastgoed (12 oktober 2018) geïnformeerd.

In hoeverre de investeringskosten rendabel of onrendabel zijn voor genoemde partijen, heeft de rijksoverheid deels in de hand. Opschaling zal zorgen voor kostendalingen bij de markt, maar om tot opschaling te komen moet het aantrekkelijk zijn voor partijen om met de energietransitie aan de slag te gaan. We zijn actief bezig om te zorgen dat het rijk het speelveld zo verandert, dat het voor allerlei partijen loont om aan de slag te gaan met de energietransitie. Op dit moment zijn de gemaakte afspraken in het Klimaatakkoord en de inspanningen van het rijk daarvoor niet voldoende. Voor te veel partijen loont het nu niet om aan de slag te gaan met de energietransitie, bijvoorbeeld voor gebouweigenaren. We helpen en stimuleren ze om aan de slag te gaan, maar een deel van de investeringen zijn niet rendabel en niet aantrekkelijk genoeg om uit te voeren. Andere partijen, zoals netwerkbedrijven, kunnen vanwege de gegeven financieringskaders voor netwerkbedrijven nu niet snel genoeg anticiperen op de benodigde investeringen in het verzwaren van het netwerk.

3. Op welke wijze kan de onlangs getekende samenwerkingsovereenkomst met Stedin een bijdrage leveren in het verkrijgen van inzicht in budgetten en verantwoordelijkheden?

De samenwerkingsovereenkomst bevat afspraken over de samenwerking tussen de gemeente en Stedin, zoals het uitwisselen van wederzijdse informatie. De overeenkomst gaat niet over budgetten of verantwoordelijkheden. Budgetten en verantwoordelijkheden van netbedrijven zijn per wet en onderliggende besluiten of regelingen vastgelegd. Dat is de elektriciteits- en gaswet. In de toekomst komt hiervoor een geïntegreerde Energiewet. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) houdt toezicht op de redelijkheid van de tarieven en investeringen van de netbedrijven. Door de samenwerking zien we nu eerder waar de toenemende investeringen in de energie-infrastructuur in de stad nodig zijn zodat we daar rekening mee kunnen houden in het ruimtelijke beleid.

4. Is er sinds de beantwoording in november al meer perspectief op een voorstel bij de Voorjaarsnota voor gedegen organisatorische capaciteit en uitvoeringscapaciteit?

De benodigde organisatorische- en uitvoeringscapaciteit wordt bepaald door de ambities uit het coalitieakkoord en de bestaande wettelijke verplichtingen. De uitvoering van de afspraken uit het Klimaatakkoord tot 2022 (onder andere het opstellen van de Transitievisie Warmte en de Regionale Energiestrategie) zitten in de huidige begroting verwerkt. Er is daarvoor door het rijk uitvoeringsgeld beschikbaar gesteld. Dit hebben we u eerder gemeld in raadsbrief Stand van zaken onderhandelingen Klimaatakkoord (21 december 2018). Voor de uitvoering van de proeftuin Aardgasvrije wijken hebben we een landelijke subsidie gekregen (raadsbrief Aanvraag bij het Rijk (Overvecht als proeftuin voor een aardgasvrije wijk), 29 juni 2018).

We zitten nu in een overgangsfase naar de daadwerkelijke uitvoering en implementatie, die structureel meer capaciteit gaat vragen. Zeker na de vaststelling van de Transitievisie Warmte zullen we meer middelen moeten hebben om in meerdere wijken en gebieden met de wijkgerichte aanpak aan de slag gaan. We verwachten van het rijk dat ze zorgen dat het speelveld op orde is en dat het voor partijen loont om aan de slag te gaan met de energietransitie (zie ook beantwoording vraag 2). Omdat we op dit moment hier nog geen zicht op hebben, bereiden we op dit moment een aantal scenario’s voor met te verwachten uitvoeringskosten. Afhankelijk van landelijke en regionale ontwikkelingen kijken we wat een passende intensivering van activiteiten kan zijn. Het gaat dan om activiteiten zoals in de beantwoording van vraag 1 zijn genoemd: het opstellen en uitvoeren van de wijkuitvoeringsplannen aardgasvrije wijken, tendering naar alternatieve warmtenetten, het realiseren van grootschalige opwek duurzame energie, en participatie en communicatie. We verwachten daarvoor een bijdrage van het rijk op deze uitvoeringskosten.

Als een tegemoetkoming in deze kosten niet of niet tijdig genoeg beschikbaar komen voelen we ons niet gehouden aan het nakomen van de doelstellingen in het Klimaatakkoord. Het is dan afhankelijk van onze eigen ambitie en de bestaande middelen in welk tempo we met de uitvoering van de TVW in de wijken aan de slag zullen gaan.

5. Hoe staat het met het opstellen van nieuwe indicatoren zoals het college aangaf voornemens te zijn? Gaat deze aanscherping helpen bij het in beeld krijgen van de benodigde capaciteit?

Bij de Voorjaarsnota 2021 komen we met een voorstel voor een aantal nieuwe indicatoren. Deze indicatoren sluiten beter aan op het meten van de voortgang van de beleidsdoelstellingen, zoals die in het coalitieakkoord zijn opgenomen. Het blijft een gegeven dat we afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van externe gegevens en de mogelijkheden bij externe partijen om de benodigde gegevens tijdig beschikbaar te stellen aan ons. Ook het behalen van deze beleidsdoestellingen is afhankelijk van het ingezette rijksbeleid. Als de investeringen voor aardgasvrije woningen deels onrendabel blijven, dan loont het voor partijen niet om hiermee aan de slag te gaan (zie ook beantwoording vraag 2). De nieuwe indicatoren zijn niet gericht op het in beeld krijgen van de benodigde capaciteit.

6. Hebben de gesprekken met het Rijk geleid tot extra vergoedingen? En welke stappen neemt het college om de noodzaak van extra middelen bij het Rijk onder de aandacht te brengen?

De VNG heeft een resolutie vastgesteld waarbij het ‘Herstel van bestuurlijk en financieel vertrouwen' als inzet voor de kabinetsformatie centraal staat (raadsbrief, Standpuntbepaling Buitengewone ALV VNG, 9 januari 2021). De gesprekken met het rijk over de uitvoeringskosten hebben de komende periode de hoogste prioriteit. De totale extra gemeentelijke uitvoeringslasten voor de periode 2022-2024 zijn circa euro 1,6 miljard. De verdeelsleutel voor gemeenten is nog niet vastgesteld, maar het zou kunnen gaan om tientallen fte’s per jaar voor de gemeente Utrecht. We dringen aan om vanuit het rijk snel met toezeggingen over de uitvoeringskosten voor 2022 te komen. Gezien de verkiezingen voor de Tweede Kamer en de tijd die nodig zal zijn het vormen van een nieuw kabinet, is het onzeker of we op korte termijn concrete toezeggingen over de uitvoeringskosten te krijgen.

De fracties maken zich ook zorgen over of iedereen mee kan doen. Te lage ambtelijke inzet en tekorten in financiële middelen zal betekenen dat degene die het moeilijkst hebben in de transitie de meeste last daarvan gaan hebben, omdat de gemeente hen niet voldoende kan ondersteunen.

7. Welke inspanningen ziet het college voor de gemeente die binnen de bestaande middelen onmogelijk zijn, maar wel noodzakelijk zijn om iedereen mee te krijgen?

Zoals gemeld in raadsbrief Jaarplan 2021 opgave Energietransitie en voortgang Regeling Reductie Energiegebruik (11 januari 2021) staan we op dit moment pas aan het begin van een grote omwenteling naar het verduurzamen van de energievoorziening in de stad. We hebben er voor gekozen om onze schaarse middelen vooral in te zetten voor onze faciliterende rol, zoals het informeren en begeleiden van onze bewoners en ondernemers. Meest cruciaal is dat de overstap naar een alternatief betaalbaar is. Daarom dringen we bij het rijk aan op een (nieuw) pakket van maatregelen zodat de overstap voor de meeste mensen betaalbaar wordt. Voor de mensen voor wie het dan nog niet haalbaar is, zullen we specifieke oplossingen moeten bedenken.

Er is gekozen om met subsidies de onrendabele top weg te nemen voor bewoners en ondernemers. Dit is de oplossing die we in Overvecht-Noord toepassen door de extra gemeentelijke investering van 3,75 miljoen euro. Dit is geen structurele oplossing voor de gehele stad. Op het moment dat bewoners of ondernemers aan de beurt zijn voor de overstap naar aardgasvrij, verwachten zij dezelfde ondersteuning; met de circa 120.000 woningen en 8000 overige gasaansluitingen in Utrecht is dat een kostbare oplossing. Daarom kijken we naar het rijk om met een goed pakket voor inwoners en ondernemers te komen. Dit pakket moet een brede landelijke ondersteuning bieden om de energietransitie in de gebouwde omgeving voor elkaar te krijgen. Het gaat bijvoorbeeld om subsidies, fiscale instrumenten, bevoegdheden voor gemeenten om de regietaak uit te voeren en ondersteuning en ontzorging voor gebouweigenaren.

8. Heeft het college een beeld wie (welke type woonsituaties of welke buurten) zij niet afdoende kan ondersteunen om mee te komen in de energietransitie?

We weten dat in er huishoudens in de stad zijn die niet mee kunnen komen in de energietransitie. Een specifiek beeld hierover hebben we niet, omdat dit per buurt en situatie zal verschillen. We richten ons niet specifiek hierop, omdat we vinden dat de energietransitie voor het overgrote deel van de bewoners haalbaar en betaalbaar moet zijn. De provincie heeft vorig jaar een onderzoek uitgevoerd naar woningeigenaren die onvoldoende kunnen lenen om verbeteringen aan hun woning te kunnen financieren. Het provinciale onderzoek laat zien dat het om een groep van circa 6-12% woningeigenaren (provinciebreed) gaat die onvoldoende financieringsruimte heeft.

9. Zo ja, wat voor invloed heeft dit op haar aanpak, zowel kijkend naar haar strategie (volgorde van aardgasvrije wijken en afwegingskader daarbij) het proces (waaronder stadsdialogen, begeleiding van VVE’s, etc.) als samenwerking met andere partners?

Voor de te volgen strategie en het proces of de samenwerking met partners betekent dit dat we ervoor kiezen om als eerste met het meest rendabele deel aan de slag te gaan, zijnde de laagste maatschappelijke kosten. Het uitgangspunt is dat de energietransitie voor het overgrote deel van de bewoners haalbaar en betaalbaar moet zijn. We zijn in Overvecht Noord met de proefwijk aardgasvrij aan de slag gegaan. Bij de ontwikkeling van deze aanpak houden we rekening met huishoudens die niet mee kunnen komen. Zo komen er in 2021 speciale voorzieningen in het landelijke instrument Warmtefonds beschikbaar voor bijvoorbeeld woningeigenaren of senioren die niet (meer) in aanmerking komen voor reguliere financiering op de markt. Pas als we deur voor deur langsgaan kunnen we maatwerk voor deze huishoudens bieden. Met corporaties werken we in Overvecht aan sociaal renoveren. Mensen kunnen aan de slag in een baan bij het renoveren van de woningen.

Voortvarende uitwerking van het klimaatakkoord zien we als een noodzaak om de klimaatdoelen te halen.

10. Hoe houdt het college de raad op de hoogte of er voldoende financiële middelen en organisatorische capaciteit beschikbaar zijn om de doelen van het klimaatakkoord te behalen?

Zoals bij de beantwoording van vraag 4 is aangegeven, onderzoeken we een aantal scenario's voor een passende intensivering van de taken. We gaan u hierover via de gebruikelijke wegen informeren. Ook over de onderhandelingen met het rijk wordt u op de hoogte gehouden, zowel via de VNG als door het college.


Jelmer Schreuder, D66
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Tessa Sturkenboom, Student & Starter
Jantine Zwinkels, CDA
Gertjan te Hoonte, VVD