Schrif­te­lijke vragen Frau­de­be­strijding door de gemeente Utrecht


Indiendatum: 27 mei 2021

Schriftelijke vragen 141/2021

Naar aanleiding van de toeslagenaffaire zijn er veel vragen opgestegen over de fraudebestrijding van niet alleen de Rijksoverheid, maar ook van lokale overheden. Steeds vaker lezen we terug dat het delen van gegevens tussen overheden en het inzetten van algoritmes bij fraudebestrijding leidt tot etnisch profileren en privacy schendingen. Ook lijkt het erop dat burgers vaak niet zijn geïnformeerd over het feit dat ze voorkomen op een zwarte lijst of een fraudesignalering hebben op hun naam of adres waardoor het praktisch een onmogelijke opgave is om zich te verweren tegen een vermoeden van fraude. Al deze ontwikkelingen maken dat wij graag meer willen weten over de wijze waarop de gemeente Utrecht haar fraudeaanpak vormgeeft, informatie van andere overheden inzet, zelf gegevens deelt met andere overheden en algoritmes inzet om fraude te bestrijden.

Daarom hebben we de volgende vragen opgesteld:

1. Heeft de gemeente Utrecht ‘zwarte lijsten’ van burgers die verdacht worden van fraude en/of onder intensief toezicht staan? Zo nee, hoe worden signaleringen over personen of adressen opgeslagen en verwerkt? Om hoeveel lijsten gaat het en op welke beleidsterreinen komen fraudesignaleringen voor?

2. Op basis van welke criteria worden deze zwarte lijsten samengesteld? Wie beslist of iemand op de zwarte lijst komt of een fraudesignalering op naam of adres krijgt? En zijn dit besluiten in de zin van Algemeen Wet Bestuursrecht (AWB) waar bezwaar en beroep tegen mogelijk is? Hoe is de rechtsbescherming van burgers in dit kader geborgd?

3. Worden mensen geïnformeerd als ze op een zwarte lijst worden geplaatst of een fraudesignalering op naam of adres krijgen? En worden ze geïnformeerd als ze van de zwarte lijsten worden geschrapt? Is het college bereid om dit te bewerkstelligen als het nog niet gebeurt?

4. Hoe kunnen mensen weer van dergelijke zwarte lijsten of van een fraudesignalement afkomen? Wie neemt daartoe het besluit en op basis van welke criteria? Welke procedure gaat de gemeente inrichten om dit mogelijk te maken als het nog niet kan?

5. Hoeveel mensen worden er jaarlijks op zo’n zwarte lijst gezet? En hoeveel mensen worden er jaarlijks van de zwarte lijst afgehaald? Hoeveel fraudesignalen worden er jaarlijks verwerkt?

6. Welk aandeel van de mensen die op een zwarte lijst komen, blijkt zich na nader onderzoek daadwerkelijk schuldig gemaakt te hebben aan fraude en welk aandeel niet?

7. Wat gebeurt er met de signalen die onterecht bleken? Worden fraudesignalen verwijderd uit systemen indien niet binnen afzienbare tijd overgegaan wordt tot onderzoek of blijven signalen bewaard terwijl er geen onderzoeken plaatsvinden?

8. Worden de fraudesignalen die binnenkomen volgens de privacywet AVG verwerkt? Hoe is dit geborgd?

9. Kunt u aangeven hoe een ‘vermoeden van fraude’ er in de praktijk uitziet bij de gemeente Utrecht?

10. Komt het weleens voor dat inwoners van Utrecht door de gemeente ten onrechte een boete hebben gekregen voor fraude? Zo ja, hoe vaak komt dat voor? Wat doet de gemeente in dat geval, naast het ongedaan maken van de boete, om de verdachtmaking te compenseren?

11. Bijstandsgerechtigden die per ongeluk verkeerde informatie doorgeven aan de gemeente over hun financiële situatie, krijgen een lagere boete dan mensen die bewust verkeerde informatie doorgeven. Als een bijstandsgerechtigde ‘binnen een redelijke termijn’ alsnog de juiste informatie doorgeeft, kan worden besloten een waarschuwing te geven in plaats van een boete. Wat verstaat de gemeente hier onder ‘een redelijke termijn’?

12. Wat doet de gemeente Utrecht proactief om etnisch profileren bij het onderzoeken van fraude en het verdacht maken van mensen, te voorkomen?

13. Kan het college aangeven of de gemeente Utrecht de volgende persoonsgegevens: etniciteit, tweede nationaliteit, buitenlandse achternaam en geboorteplaats heeft gebruikt of nog steeds gebruikt bij opsporing van fraude?

14. Is het college het ermee eens dat het gebruik van de genoemde persoonsgegevens als selectiecriteria in strijd is met het non discriminatiebeginsel (artikel 1 van onze Grondwet)?

15. Bent u bereid om, indien discrimineren van burgers inderdaad het geval blijkt te zijn geweest, strafrechtelijke aangifte te doen van discriminatie en sancties als ontslag in te zetten?

16. De lokale en landelijke overheden delen onderling steeds vaker gegevens over (vermoedens van) fraude met elkaar. Verschillende (parlementaire) onderzoeken wijzen uit dat etnisch profileren en institutioneel racisme hardnekkige problemen zijn binnen de overheid. Veel overheidssystemen bevatten fraudelijsten of signalen die voor een deel voortkomen uit etnisch profileren en institutioneel racisme. Deze gegevens kunnen er toe leiden dat burgers ten onrechte onderhevig zijn aan verdenking van fraude en fraudeonderzoeken, niet alleen bij de instantie die het signaal als zodanig heeft aangemerkt, maar ook door instanties met wie deze signalen worden gedeeld. De gedachte “eens een dief altijd een dief” maakt dat overheden hun handhavingsinstrumenten op verschillende terreinen vaak inzetten op mensen die al worden verdacht van fraude. Daarnaast kunnen mensen die bijvoorbeeld op een negatieve manier voorkomen in politiesystemen door gemeentes mogelijk geweigerd worden in hun vergunningaanvraag voor een horeca, omdat ze vanwege deze onrechtmatige politiesignalen niet door een BIBOB-toets komen. Welke waarborgen stelt de gemeente Utrecht om dit soort indirecte vormen van etnisch profileren en institutioneel racisme te voorkomen?

Mahmut Sungur, DENK
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Ruurt Wiegant, SP