Schrif­te­lijke vragen Groen kun je samen doen


Schriftelijke vragen 208/2019

In de afgelopen weken hebben meerdere signalen ons bereikt over het onderhouden van groen. Veel inwoners geven bij ons dat zij zorgen en kansen zien voor groen in de stad. We willen daar als CDA Utrecht en Partij voor de Dieren graag gehoor aan geven en bedenken welke rol de gemeente hierin kan en moet spelen.

Tijdens de wijkbijeenkomst van West kwam het idee naar voren om toe te werken naar collectieve tuinen die door de buurtbewoners beheerd worden. Op die manier ontstaan plekken voor sociale contacten en een betrokken gevoel (en wellicht zelfs verantwoordelijkheid) bij de leefomgeving. In de commissie (S&R 04-04-2019) is eerder ook gesproken over “gemeenschappelijk tuinieren” en kregen we detoezegging dat rond de jaarwisseling er een brief zou volgen met daarin informatie over onder andere het instellen van een steunpunt stadstuinieren.

1. Herkent het college deze behoefte? Zo ja, wat doet zij op dit moment al om dit mogelijk te maken en hoe stimuleert zij collectief zelfbeheer? Is dit onderdeel van de toegezegde brief over stadstuinieren?

In sommige nieuwe wijken hebben bewoners zelf initiatief genomen om tot een alternatieve inrichting van de openbare ruimte en bouwmaterialen van hun woningen te komen. Het idee van een eetbare wijk en/of een ecodorp in Rijnvliet is daar een voorbeeld van.

2. Welke instrumenten en middelen heeft de gemeente in handen om zo’n ontwikkeling mogelijk te maken en dergelijke initiatieven te stimuleren en te bevorderen?

Eerder in de raad hebben we gesproken over particuliere tuinen en de wens dat inwoners zelf kiezen voor een groene in plaats van verharde tuin. We krijgen het signaal dat veel ouderen niet meer in staat zijn om hun groene tuin te onderhouden. Er is veel vraag naar hulp daarbij. Het Netwerk Informele Zorg Utrecht is een voorbeeld van hoe inwoners elkaar een helpende hand kunnen bieden.Echter, dankzij hun succes hebben zij op dit moment geen vrijwilligers (zorgbieders) beschikbaar om nieuwe klussen op te pakken en bestaat er zelfs een “stop” voor snoeiwerkzaamheden.

3. Kent het college deze grote vraag naar hulp bij het onderhouden van particuliere tuinen? Zo ja, wat kan de gemeente betekenen voor deze ouderen? Kan zij wellicht in gesprek met de Vrijwilligerscentrale hierover? Of is het mogelijk dat de groendienst van de gemeente eventueel tijdelijk bijspringt?

In Utrecht zijn vele experts en deskundige organisaties actief op het gebied van groen in de stad. Denk daarbij aan PBL en de Universiteit Utrecht die op vrijdag 18 oktober de bijeenkomst “Natuur als een vitaal onderdeel van een aantrekkelijke binnenstad” organiseren.

4. Hoe ziet de samenwerking met zulke partners eruit en hoe wordt de raad geïnformeerd over de kennis en inzichten die worden opgedaan?

Utrecht Natuurlijk heeft als doel om natuur en milieu dicht bij inwoners van Utrecht te brengen, en ontvangt hiervoor een gemeentelijke subsidie. Via natuur- en milieucommunicatie kan UN ook inwoners ondersteunen bij het zo natuurinclusief mogelijk inrichten van hun eigen tuin.

5. Is het college bereid om met Utrecht Natuurlijk in gesprek te gaan over een mogelijke rol die zij kunnen invullen bij het ondersteunen van particulieren die hun eigen tuin of een gemeenschappelijke tuin biodivers willen maken of onderhouden?

Jantine Zwinkels, CDA
Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 6 nov. 2019

Schriftelijke vragen 208/2019

In de afgelopen weken hebben meerdere signalen ons bereikt over het onderhouden van groen. Veel inwoners geven bij ons dat zij zorgen en kansen zien voor groen in de stad. We willen daar als CDA Utrecht en Partij voor de Dieren graag gehoor aan geven en bedenken welke rol de gemeente hierin kan en moet spelen.

Tijdens de wijkbijeenkomst van West kwam het idee naar voren om toe te werken naar collectieve tuinen die door de buurtbewoners beheerd worden. Op die manier ontstaan plekken voor sociale contacten en een betrokken gevoel (en wellicht zelfs verantwoordelijkheid) bij de leefomgeving. In de commissie (S&R 04-04-2019) is eerder ook gesproken over “gemeenschappelijk tuinieren” en kregen we de toezegging dat rond de jaarwisseling er een brief zou volgen met daarin informatie over onder andere het instellen van een steunpunt stadstuinieren.

1. Herkent het college deze behoefte? Zo ja, wat doet zij op dit moment al om dit mogelijk te maken en hoe stimuleert zij collectief zelfbeheer? Is dit onderdeel van de toegezegde brief over stadstuinieren?

Ja, wij herkennen en ondersteunen die behoefte van onze inwoners. In de bijlage van raadsbrief ‘Beantwoording vragen Raadsinformatiebijeenkomst Locatieonderzoek Volkstuinen’ van 20 maart 2019 (kenmerk 5692335/20190319) hebben we u aangegeven op welke manieren er met bestaande instrumenten al veel mogelijkheden voor inwoners zijn om gezamenlijk een buurttuin te beginnen en te onderhouden. Aanvullend zullen wij u in de toegezegde brief (T96/2019) informeren over hoe wij ‘gemeenschappelijk tuinieren’ verder gaan ondersteunen. We sluiten daarbij aan op de herijking van de nota zelfbeheer, waaronder het plan van aanpak voor het stimuleren van kennisuitwisseling tussen en met zelfbeheerders (T226/2019).

In sommige nieuwe wijken hebben bewoners zelf initiatief genomen om tot een alternatieve inrichting van de openbare ruimte en bouwmaterialen van hun woningen te komen. Het idee van een eetbare wijk en/of een ecodorp in Rijnvliet is daar een voorbeeld van.

2. Welke instrumenten en middelen heeft de gemeente in handen om zo’n ontwikkeling mogelijk te maken en dergelijke initiatieven te stimuleren en te bevorderen?

Wij zien graag initiatieven van inwoners, zoals u in uw voorbeelden noemde. Er zijn verschillende manieren waarop de gemeente initiatieven kan stimuleren. Enkele voorbeelden zijn:
- Via Omgevingsvisies en plannen kunnen inwoners e.a. stakeholders in vroeg stadium hun wensen aangeven, die we via programma’s en projecten uitvoeren; wijkbureaus en
gebiedsteams bieden hierbij ondersteuning. Een goed voorbeeld hiervan is de Kersentuin in Leidsche Rijn en recenter ook het door u genoemde plan voor een eetbare in de wijk Rijnvliet.
- Subsidieregeling Ruimte voor Initiatief (RSU, 2016). Elk jaar bekijken we welk bedrag hiervoor geprogrammeerd wordt. Een mooi initiatief was de Voedseltuin Overvecht.
- Het Meerjaren Groenprogramma biedt o.a. mogelijkheden aan initiatieven in de stedelijke hoofdgroenstructuur goede voorbeelden zijn de Vlinderhof (Máximapark) en de Veenhof langs de binnenstedelijke Vecht. Het initiatievenfonds heeft in totaal 4,6 miljoen euro in de programmabegroting 2019 beschikbaar. Inwoners kunnen voor kleinschalige initiatieven in buurt, wijk of stad een beroep doen op het Initiatievenfonds. Ook voor groeninitiatieven, bijvoorbeeld op het gebied van tuinieren. Goede voorbeelden zijn de gezamenlijke moestuin aan de Galjoenstraat en de bloementuin aan de Shakespearhof (beiden in West).
- Stimuleren geveltuinen en stimuleren zelfbeheer(contract) (€ 67.000/jr.); er zijn naast vele boomspiegels in zelfbeheer ca. 400 zelfbeheercontracten uitgegeven. Een mooi voorbeeld van een verticale gezamenlijke zelfbeheertuin is de Griftparkmuur langs de Biltse Grift.
- Vergroenen van particuliere tuinen stimuleren we via Actie Steenbreek en Waterproof030. Dit doen we onder andere door voorlichting te geven over het groener en natuurvriendelijker inrichten van de tuin. Denk aan de maand van de watervriendelijke tuin in de tuincentra en een tegelophaalactie waar bewoners gebruik van kunnen maken als zij tegels uit hun tuin inruilen voor groen. Inwoners die een daktuin willen aanleggen kunnen gebruik maken van de groenedakensubsidie. https://www.utrecht.nl/wonen-en-leven/duurzame-stad/wateroverlastvoorkomen
- Vanuit het sociale domein worden tuinders- en groeninitiatieven ondersteund. Bijvoorbeeld tuinieren met kwetsbare bewoners o.a. Food For Good en Common Grounds. De verenigingen die de volktuinparken beheren en delen van hun tuinen inrichten voor gezamenlijk tuinieren.
- Het Makelpunt kan bemiddelen in het mogelijk maken van tuininitiatieven.
- Via Stichting Utrecht Natuurlijk voeren we de Stimuleringsregeling Initiatieven Duurzame Ontwikkeling uit. Hiermee is o.a. bijgedragen aan de Kasteeltuin Nijevelt en de Klopvaarttuin. https://www.utrechtnatuurlijk.nl
- Jaarlijks dragen we vanuit de gemeente bij aan de GroenmoetjeDoen!dag van het zelfbeheer; deze dag tonen zelfbeheerders hun locaties en worden voor en door bewoners op verschillende plekken activiteiten georganiseerd (http://gmjd.nl)

Elke regeling kent zijn eigen voorwaarden, waaraan een project moet voldoen.

Eerder in de raad hebben we gesproken over particuliere tuinen en de wens dat inwoners zelf kiezen voor een groene in plaats van verharde tuin. We krijgen het signaal dat veel ouderen niet meer in staat zijn om hun groene tuin te onderhouden. Er is veel vraag naar hulp daarbij. Het Netwerk Informele Zorg Utrecht is een voorbeeld van hoe inwoners elkaar een helpende hand kunnen bieden.Echter, dankzij hun succes hebben zij op dit moment geen vrijwilligers (zorgbieders) beschikbaar om nieuwe klussen op te pakken en bestaat er zelfs een “stop” voor snoeiwerkzaamheden.

3. Kent het college deze grote vraag naar hulp bij het onderhouden van particuliere tuinen? Zo ja, wat kan de gemeente betekenen voor deze ouderen? Kan zij wellicht in gesprek met de Vrijwilligerscentrale hierover? Of is het mogelijk dat de groendienst van de gemeente eventueel tijdelijk bijspringt?

Nee, wij herkennen deze grote vraag niet. Binnen het Netwerk Informele Zorg is bijvoorbeeld de Algemene Hulpdienst van U-Centraal actief. Indien ouderen hulp nodig hebben bij het onderhoud van hun tuin kan de Algemene Hulpdienst hiervoor vrijwilligers voor praktische hulp organiseren. Bij ons zijn verder geen signalen binnengekomen dat er een tekort is aan vrijwilligers en om klussen aan te pakken. Wij zullen via onze netwerken voor ouderen nagaan of zij bekend zijn met de schaal van dergelijke signalen en in hoeverre zij iets kunnen betekenen. Sporadisch wordt er door een inwoner verzocht hulp te bieden in het onderhoud van een (deel van de) particuliere tuin. Wij bekijken in voorkomende gevallen wat wij voor een bewoner kunnen doen.

Wij kunnen zoals aangegeven inwoners die een zorgvraag over hun tuin hebben in contact brengen met een organisatie als de Algemene Hulpdienst van U-Centraal, die kan zorgen voor vrijwilligers om praktische hulp te bieden bij het onderhoud van de tuin. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld dat via de Stichting Present hulp in de tuin wordt georganiseerd, maar dat loopt via een professionele hulpverlener die eerder al is betrokken. Ook kan er, afhankelijk van de wijk waar een oudere woont, gebruik worden gemaakt van actieve buurtnetwerken. Op dit moment is er echter geen gemeentelijke regeling om bewoners te ondersteunen in het onderhoud van hun privé tuin. De medewerkers groenonderhoud in dienst van de gemeente worden ingezet bij het beheer van de openbare ruimte en hebben geen taak bij particulieren hovenierswerk uit te oefenen.

Ja, indien nodig zullen we daarbij ook een gesprek aangaan met de Vrijwilligerscentrale. Deze biedt echter geen praktische hulp, maar kan bemiddelen in vraag en aanbod en het zorgen voor de juiste match. Nee, het is niet mogelijk dat de groendienst van de gemeente eventueel tijdelijk bijspringt, vanuit de middelen die we voor het beheer onze openbare ruimte hebben.

In Utrecht zijn vele experts en deskundige organisaties actief op het gebied van groen in de stad. Denk daarbij aan PBL en de Universiteit Utrecht die op vrijdag 18 oktober de bijeenkomst “Natuur als een vitaal onderdeel van een aantrekkelijke binnenstad” organiseren.

4. Hoe ziet de samenwerking met zulke partners eruit en hoe wordt de raad geïnformeerd over de kennis en inzichten die worden opgedaan?

We werken met universiteiten, planbureaus en andere deskundige partijen om samen met inwoners kennis over hoe we de waarde van de natuur kunnen inzetten en verder ontwikkelen om onze ambities voor een duurzame gezonde en prettige stad te bereiken. Dat doen we op allerlei manieren. Vaak zijn het zogeheten ‘living labs’, waarin alle aangegeven partijen betrokken zijn om vaak aan de hand van bewonersinitiatieven van elkaar te leren en samen te experimenteren. Voorbeelden zijn het EU projecten Smart Sustainable Districts, het participatieve Living Lab Stationsgebied en het project Naturvation, waar de door u aangegeven bijeenkomst betrekking op had. Wij vertalen opgedane kennis in onze beleidsvoorstellen aan uw raad. Uw raad is afgelopen jaren via het Meerjaren Groenprogramma geïnformeerd over dit laatstgenoemde en andere kennisprojecten.

Utrecht Natuurlijk heeft als doel om natuur en milieu dicht bij inwoners van Utrecht te brengen, en ontvangt hiervoor een gemeentelijke subsidie. Via natuur- en milieucommunicatie kan UN ook inwoners ondersteunen bij het zo natuurinclusief mogelijk inrichten van hun eigen tuin.

5. Is het college bereid om met Utrecht Natuurlijk in gesprek te gaan over een mogelijke rol die zij kunnen invullen bij het ondersteunen van particulieren die hun eigen tuin of een gemeenschappelijke tuin biodivers willen maken of onderhouden?

Stichting Utrecht Natuurlijk (UN) voert al veel activiteiten uit die gericht zijn op educatie en voorlichting voor het natuurlijker maken van tuinen van particulieren. Regelmatig overleggen we over thema’s met UN, maar de stichting maakt eigen keuzes passend bij de doelstellingen in de beleidsregel, waar zij subsidie uit ontvangt. Momenteel verkennen wij samen met UN, KNNV, IVN, Stichting Groei en Bloei het opzetten van een netwerk ‘tuinambassadeurs’ die inwoners (dus niet alleen ouderen) op een laagdrempelige manier kunnen voorlichten/helpen hun tuin groener en watervriendelijker te maken.

Jantine Zwinkels, CDA
Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren