Schrif­te­lijke vragen Hand­having mili­eu­over­tre­dingen?


Indiendatum: 25 nov. 2021

Schriftelijke vragen 282/2021

In Trouw van 17 november 2021 stond het artikel ‘Milieuovertreders komen weg met een waarschuwing, ondanks extra maatregelen. Hoe kan dat?’ Uit onderzoek van Investico dat onder andere voor Trouw is gedaan blijkt dat omgevingsdiensten nauwelijks straffen opleggen, en dat de verschillen tussen omgevingsdiensten groot zijn. Een doel van de omgevingsdiensten is juist om strikter en uniformer op te treden tegen milieuovertredingen.

Dat leidt bij de fracties van GroenLinks, de Partij voor de Dieren, D66, PvdA, SP en VVD tot de volgende vragen:

1. Uit het artikel blijkt dat de frequentie waarin bedrijven met een groot milieurisico worden bezocht, erg verschilt tussen milieudiensten. Bovengenoemde fracties vinden het van groot belang dat bedrijven met een milieurisico frequent worden gecontroleerd en dat er handhavend wordt opgetreden.

a. Is het college het met ons eens dat controle en handhaving van milieubelastende bedrijven van groot belang is, uit oogpunt van milieu, natuur en volksgezondheid?

2. Kunt u inzicht geven in de frequentie en resultaten van de controles van milieubelastende bedrijven in de gemeente Utrecht?

a. Bij welke milieucategorie valt een bedrijf onder een bedrijf met groot milieurisico?

b. Hoe vaak worden deze bedrijven door de RUD bezocht? Evt. onderscheid naar milieucategorie.

c. Kunt u een overzicht geven van bezoeken en resultaten in de afgelopen drie jaar (dus hoeveel bezoeken zijn er gedaan, wat leverde dit op (type overtreding), hoe werd er gehandhaafd, is vervolgens gecheckt of de situatie is verbeterd en zo ja, was dat het geval?)?

d. In het geval dat er wel een overtreding werd geconstateerd, maar geen boete is opgelegd, wat was daarvan de reden?

3. Is het college, op basis van bovengenoemde cijfers en feiten, tevreden over controle en handhaving door de RUD? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Welke acties heeft u in het verleden al genomen om de situatie te verbeteren? En welke actie gaat u ondernemen om dit vanaf nu verder te verbeteren?

4. In veel gevallen krijgen ondernemers eerst de kans om de overtreding ongedaan te maken, voordat er een sanctie volgt. Bovengenoemde partijen kunnen zich voorstellen dat dit een gewenste werkwijze is, maar hechten er dan wel aan dat strikt wordt gecontroleerd of inderdaad de overtreding ongedaan gemaakt wordt, dat hier strikte termijnen voor gesteld worden en dat dit wordt gecontroleerd en gehandhaafd. Daarnaast zijn wij van mening dat een bedrijf dat meermaals in overtreding is wel direct een sanctie opgelegd krijgt.

a. Deelt het college bovengenoemde mening?

b. Wat is de huidige praktijk in Utrecht m.b.t. waarschuwen, hercontrole en handhaving?

5. In het artikel wordt gesteld dat recidiverende bedrijven direct gestraft zouden moeten worden, de handhavingsrichtlijn schrijft dit ook voor. Bovengenoemde partijen vinden het belangrijk dat er wordt gehandhaafd conform deze richtlijn.

a. Is het college dat met de vragen stellende partijen eens?

b. Hoe is de praktijk in de gemeente Utrecht, uitgevoerd door de RUD?

c. Is het college tevreden met de huidige uitvoeringspraktijk? Zo ja, waarom?
Zo nee, welke acties heeft u in het verleden al genomen om de situatie te verbeteren? En wat gaat u nu verder doen om dit te verbeteren?

6. Uit het artikel blijkt dat de Utrechtse omgevingsdiensten weinig sancties hebben opgelegd. En ook dat handhavend optreden gesteund moet worden door bestuurders.

a. Wat zijn de afspraken tussen RUD en gemeente Utrecht voor wat betreft controle en handhaving?

b. Hoe worden deze afspraken gemonitord, welke informatie krijgt de gemeente van de RUD en op welke manier ziet de gemeente erop toe dat deze afspraken in de praktijk worden gebracht?

c. Beschikt, naar het oordeel van het college, de RUD over voldoende middelen om deze controlerende en handhavende taken naar behoren uit te voeren?

d. Worden dwangsommen die door de RUD worden opgelegd, ook werkelijk door de gemeente Utrecht geïncasseerd? Zo nee, waarom niet?

e. Hoe wordt er omgegaan met controle en handhaving jegens onderdelen van andere overheden (zoals RWZI), mede vanwege de voorbeeldrol? Wat vindt het college daarvan?

Rachel Heijne, GroenLinks
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Jelmer Schreuder, D66
Hester Assen, PvdA
Ruurt Wiegant, SP
Marijn van Dalen, VVD

Indiendatum: 25 nov. 2021
Antwoorddatum: 10 feb. 2022

Schriftelijke vragen 282/2021

In Trouw van 17 november 2021 stond het artikel ‘Milieuovertreders komen weg met een waarschuwing, ondanks extra maatregelen. Hoe kan dat?’ Uit onderzoek van Investico dat onder andere voor Trouw is gedaan blijkt dat omgevingsdiensten nauwelijks straffen opleggen, en dat de verschillen tussen omgevingsdiensten groot zijn. Een doel van de omgevingsdiensten is juist om strikter en uniformer op te treden tegen milieuovertredingen.

Dat leidt bij de fracties van GroenLinks, de Partij voor de Dieren, D66, PvdA, SP en VVD tot de volgende vragen:

1. Uit het artikel blijkt dat de frequentie waarin bedrijven met een groot milieurisico worden bezocht, erg verschilt tussen milieudiensten. Bovengenoemde fracties vinden het van groot belang dat bedrijven met een milieurisico frequent worden gecontroleerd en dat er handhavend wordt opgetreden.

a. Is het college het met ons eens dat controle en handhaving van milieubelastende bedrijven van groot belang is, uit oogpunt van milieu, natuur en volksgezondheid?

Ja

2. Kunt u inzicht geven in de frequentie en resultaten van de controles van milieubelastende bedrijven in de gemeente Utrecht?

a. Bij welke milieucategorie valt een bedrijf onder een bedrijf met groot milieurisico?

In principe geldt dat hoe hoger de milieucategorie van een bedrijf is, hoe groter het milieurisico. Binnen de gemeentegrenzen zijn geen categorie 6 bedrijven aanwezig. Bedrijven met een milieucategorie van 4.2 en hoger komen wel voor. Voor de bedrijven met hogere milieurisico’s is soms de gemeente en soms de provincie het bevoegd gezag. Dit is wettelijk geregeld. Eveneens wettelijk vastgelegd is dat bij deze bedrijven de RUD het toezicht namens de gemeente of de provincie uitvoert.

Uitzondering hierop zijn de BRZO (Besluit risico’s zware ongevallen) bedrijven, zoals BASF en Varo Energy Terminal Utrecht. Deze speciale categorie bedrijven vallen onder het bevoegd gezag van de provincie Utrecht en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied voert namens de provincie op deze BRZO-bedrijven het toezicht. Het resultaat is dat bezochte bedrijven (na hercontrole of vooraankondiging) onder het bevoegd gezag van de gemeente vrijwel allemaal voldoen aan wet- en regelgeving (zie reactie op vraag 2c).

b. Hoe vaak worden deze bedrijven door de RUD bezocht? Evt. onderscheid naar milieucategorie.

Milieucategorie 4 en hoger: deze bedrijven bezoekt de RUD jaarlijks. Milieucategorie 3: deze bedrijven bezoekt de RUD eens per twee jaar (sommige bedrijven worden door de gemeente zelf bezocht in plaats van de RUD).

c. Kunt u een overzicht geven van bezoeken en resultaten in de afgelopen drie jaar (dus hoeveel bezoeken zijn er gedaan, wat leverde dit op (type overtreding), hoe werd er gehandhaafd, is vervolgens gecheckt of de situatie is verbeterd en zo ja, was dat het geval?)?

De toezichthouders bezoeken jaarlijks ongeveer 100-120 bedrijven en gaan in gesprek over hun bevindingen. Bij overtredingen volgt eerst een waarschuwing en een hercontrole. Vaak geeft dat genoeg druk om de overtreding op te lossen. Bij eventueel verder verzuim volgt -conform de Landelijke Handhavingsstrategie- een vooraankondiging van een last onder dwangsom. Veelal is daarna het opleggen van een dwangsom niet nodig, omdat het voornemen ertoe genoeg pressie geeft de overtreding op te lossen. Doel van het opleggen van een last onder dwangsom is het herstellen van een illegale situatie (wegnemen overtreding).

Door deze werkwijze worden bijna alle overtredingen opgelost en is het innen van een last onder dwangsom slechts enkele keren nodig. In 2021 hebben wij het inningenproces eenmaal gestart. Bij ernstige of moedwillige overtredingen wordt conform de Landelijke Handhaving Strategie in overleg met de (milieu)politie bepaald in hoeverre een aanvullende boete passend is (dan gaat het om het bestraffen van een overtreding door het OM, dit naast de publiekrechtelijke insteek die gericht is (lees: op grond van de Algemene wet bestuursrecht alleen gericht mag zijn) op het herstellen van een illegale situatie). Bijgaande tabel geeft een overzicht van de afgelopen jaren.

Milieucontroles

d. In het geval dat er wel een overtreding werd geconstateerd, maar geen boete is opgelegd, wat was daarvan de reden?

Overtredingen worden veelal opgelost in de voorfase (zie onze reactie op vraag 2c), waardoor het niet nodig was een handhavingstraject te starten.

3. Is het college, op basis van bovengenoemde cijfers en feiten, tevreden over controle en handhaving door de RUD? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Welke acties heeft u in het verleden al genomen om de situatie te verbeteren? En welke actie gaat u ondernemen om dit vanaf nu verder te verbeteren?

Ja, wij zijn over het algemeen tevreden met de manier waarop de RUD toezicht houdt en werkt conform de Landelijke Handhaving Strategie. Dit met als uitkomst dat in de voorfase het overgrote deel van de overtredingen wordt opgelost. Binnenkort gaat de RUD werken met de Regionale uitvoerings-en handhavingsstrategie, waarin uniforme afspraken en doelstellingen staan voor de VTH-taken. Ook in dit uitvoeringskader is de Landelijke Handhaving Strategie opgenomen. De samenwerking in de regio kan op die manier nog verbeterd worden, steeds meer passend bij de (komende) Omgevingswet.

4. In veel gevallen krijgen ondernemers eerst de kans om de overtreding ongedaan te maken, voordat er een sanctie volgt. Bovengenoemde partijen kunnen zich voorstellen dat dit een gewenste werkwijze is, maar hechten er dan wel aan dat strikt wordt gecontroleerd of inderdaad de overtreding ongedaan gemaakt wordt, dat hier strikte termijnen voor gesteld worden en dat dit wordt gecontroleerd en gehandhaafd. Daarnaast zijn wij van mening dat een bedrijf dat meermaals in overtreding is wel direct een sanctie opgelegd krijgt.

a. Deelt het college bovengenoemde mening?

Het opleggen van een sanctie is op zich geen doel. Het doel is te zorgen dat ondernemers zich aan de regels houden. Dat doel wordt door middel van de werkwijze gehaald zoals vermeld in onze reactie op vraag 2.

b. Wat is de huidige praktijk in Utrecht m.b.t. waarschuwen, hercontrole en handhaving?

Utrecht werkt net als de RUD conform de Landelijke Handhaving Strategie, zie antwoord bij vraag 2.

5. In het artikel wordt gesteld dat recidiverende bedrijven direct gestraft zouden moeten worden, de handhavingsrichtlijn schrijft dit ook voor. Bovengenoemde partijen vinden het belangrijk dat er wordt gehandhaafd conform deze richtlijn.

a. Is het college dat met de vragen stellende partijen eens?

Ja, dit met de nuance dat boetes alleen kunnen worden opgelegd door het Openbaar Ministerie en niet door een gemeente.

b. Hoe is de praktijk in de gemeente Utrecht, uitgevoerd door de RUD?

Zie onze eerdere reactie op vraag 2

c. Is het college tevreden met de huidige uitvoeringspraktijk? Zo ja, waarom?
Zo nee, welke acties heeft u in het verleden al genomen om de situatie te verbeteren? En wat gaat u nu verder doen om dit te verbeteren?

Ja, want de RUD werkt conform de Landelijke Handhaving Strategie en stapt regelmatig binnen bij de meest risicovolle bedrijven. Wel zien wij dat de coronamaatregelen een effect hebben gehad op de controles de afgelopen jaren, de RUD heeft hierdoor minder controles kunnen verrichten.

6. Uit het artikel blijkt dat de Utrechtse omgevingsdiensten weinig sancties hebben opgelegd. En ook dat handhavend optreden gesteund moet worden door bestuurders.

a. Wat zijn de afspraken tussen RUD en gemeente Utrecht voor wat betreft controle en handhaving?

De RUD doet het toezicht bij de bedrijven en stelt alle publiekrechtelijke beslissingen in concept op; alle besluitvorming loopt via de gemeente, IRM-er VTH is namens ons gemandateerd deze beslissingen te ondertekenen.

b. Hoe worden deze afspraken gemonitord, welke informatie krijgt de gemeente van de RUD en op welke manier ziet de gemeente erop toe dat deze afspraken in de praktijk worden gebracht?

Doordat wij alle besluiten voorgelegd krijgen, zien wij hoe de RUD opereert. Dit beeld nemen wij mee in voortgangsgesprekken met de RUD.

c. Beschikt, naar het oordeel van het college, de RUD over voldoende middelen om deze controlerende en handhavende taken naar behoren uit te voeren?

Ja

d. Worden dwangsommen die door de RUD worden opgelegd, ook werkelijk door de gemeente Utrecht geïncasseerd? Zo nee, waarom niet?

Ja. De invordering van dwangsommen is in handen van de gemeente zelf.

e. Hoe wordt er omgegaan met controle en handhaving jegens onderdelen van andere overheden (zoals RWZI), mede vanwege de voorbeeldrol? Wat vindt het college daarvan?

Het toezicht houden op zaken die vallen onder de verantwoordelijkheid van andere overheden verloopt in de basis goed. In een dergelijk geval merken wij een dossier bij de RUD aan als bestuurlijk gevoelig. Hierdoor verloopt de aansturing van het dossier via de gemeente, wij bepalen op welke wijze en met welke intensiteit een dossier verder wordt opgepakt. Voor het toezicht houden op zaken die vallen onder de verantwoordelijkheid van organisatieonderdelen van de gemeente zelf hebben wij in de algemene handhavingsstrategie afspraken gemaakt op welke wijze geëscaleerd wordt binnen de gemeentelijke organisatie.

Rachel Heijne, GroenLinks
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Jelmer Schreuder, D66
Hester Assen, PvdA
Ruurt Wiegant, SP
Marijn van Dalen, VVD