Schrif­te­lijke vragen Iepziekte


Indiendatum: 25 aug. 2021

Schriftelijke vragen 205/2021

De iepziekte is helaas al langer aanwezig in onze stad, maar sinds afgelopen jaar lijkt de ziekte steeds meer beeldbepalende bomen te treffen. Onder meer in het Majoor Bosshardtplantsoen, het Daalsepark en de Graadt van Roggenweg heeft een kaalslag plaatsgevonden.

De meeste iepen in de gemeente hebben een forse omvang en eveneens een forse waarde voor biodiversiteit en gezondheid. Daarom maakt de Partij voor de Dieren zich zorgen over de verspreiding van de ziekte en heeft de volgende vragen:

1. Hoeveel (gemeentelijke) iepen staan er in Utrecht en hoe heeft het aantal gevallen van iepziekte zich in de afgelopen jaren ontwikkeld?

2. Een vaccin tegen de ziekte lijkt zeer effectieve bescherming te bieden.

A. Welk deel van de Utrechtse iepen wordt jaarlijks gevaccineerd?

B. Waarom worden niet álle iepen gevaccineerd?

3. Zijn er, naast vaccineren, nog andere maatregelen die het college inzet of in zou kunnen zetten om het kappen van iepen omdat ze ziek zijn te voorkomen? Zo ja, welke maatregelen zijn dit? Zo nee, waarom niet?

4. Kan het college een globale inschatting maken van het aantal iepen op particulier terrein en het risico dat deze ook iepziekte oplopen en een bron van besmetting zijn?

5. Wat doet het college om besmetting van en door iepen op particulier terrein te voorkomen? Indien het college hier niets aan doet: waarom niet?

6. Wordt een gekapte iep altijd op dezelfde plaats gecompenseerd, en op basis waarvan wordt de soortkeuze voor deze compensatie bepaald?

7. Worden er nu helemaal geen iepsoorten die gevoelig kunnen zijn voor iepziekte meer in Utrecht geplant?

Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren

Indiendatum: 25 aug. 2021
Antwoorddatum: 11 okt. 2021

Schriftelijke vragen 205/2021

De iepziekte is helaas al langer aanwezig in onze stad, maar sinds afgelopen jaar lijkt de ziekte steeds meer beeldbepalende bomen te treffen. Onder meer in het Majoor Bosshardtplantsoen, het Daalsepark en de Graadt van Roggenweg heeft een kaalslag plaatsgevonden.

De meeste iepen in de gemeente hebben een forse omvang en eveneens een forse waarde voor biodiversiteit en gezondheid. Daarom maakt de Partij voor de Dieren zich zorgen over de verspreiding van de ziekte en heeft de volgende vragen:

1. Hoeveel (gemeentelijke) iepen staan er in Utrecht en hoe heeft het aantal gevallen van iepziekte zich in de afgelopen jaren ontwikkeld?

In Utrecht staan 8171 gemeentelijke iepen. Dat is inclusief de landgoederen. Als iepziekte bij de boom geconstateerd wordt, wordt deze zo spoedig mogelijk gekapt. De ontwikkeling van de ziekte volgen we dus aan de hand van het aantal gekapte zieke iepen.

Gezien het aantal gekapte iepen van de afgelopen jaren lijkt het erop dat de iepziekte toegenomen is. Het aantal gekapte iepen vanwege iepziekte is in:

2019 108 iepen
2020 163 iepen
2021 Tot 1 september zijn ongeveer 150 iepen met iepziekte gekapt. Het lijkt daarmee een vergelijkbaar jaar als 2020 te worden of iets hoger uit te komen.

2. Een vaccin tegen de ziekte lijkt zeer effectieve bescherming te bieden.

A. Welk deel van de Utrechtse iepen wordt jaarlijks gevaccineerd?

Jaarlijks wordt 30% van de Iepen preventief ingeënt in de maand mei. Deze aanpak richt zich op beeldbepalende iepen (zoals bijv. de iepen op de As van Berlage), iepen in hoofdstructuren en op iepen die in groepen staan. Het inenten van deze iepen kost jaarlijks ongeveer 95.000 euro. Daarvan worden ongeveer 3.000 bomen ingeënt. Om bescherming te blijven bieden moeten deze bomen jaarlijks worden ingeënt. Zonder deze inenting zouden we een groot deel van de nu ingeënte iepen eerder kwijtgeraakt zijn. Net als bij mensen biedt dit inenten geen garantie dat de boom geen iepziekte krijgt, of niet aan de ziekte doodgaat, maar met een door de leverancier aangegeven effectiviteit van 99% is de uitval onder de ingeënte iepen heel klein.

B. Waarom worden niet álle iepen gevaccineerd?

Vanuit het kostenoogpunt vinden we het op dit moment geen verantwoorde maatregel om alle gezonde iepen jaarlijks in te enten. Naast het inenten van iepen zijn er ook andere maatregelen die we nemen om iepziekte tegen te gaan. Zie antwoord 3.

3. Zijn er, naast vaccineren, nog andere maatregelen die het college inzet of in zou kunnen zetten om het kappen van iepen omdat ze ziek zijn te voorkomen? Zo ja, welke maatregelen zijn dit? Zo nee, waarom niet?

Ja, naast het inenten wordt de iepziekte nog op drie andere sporen aangepakt. De aanpak in Utrecht bestaat uit drie sporen:

1. Aangetaste iepen zo snel mogelijk verwijderen
2. Plaatsen van wortelschermen om wortelcontact te voorkomen
3. Bij aanplant van nieuwe iepen worden iep-soorten aangeplant die voldoende resistent zijn.

Toelichting bij de Utrechtse driesporen aanpak van de iepziekte bij gemeentelijke bomen, naast het vaccineren van de iepen:

1. Aangetaste iepen worden zo snel mogelijk verwijderd om verdere verspreiding van de ziekte tegen te gaan. Stam en takken van de aangetaste iepen worden gescheiden van ander boomafval afgevoerd om nieuwe besmettingen te voorkomen. Zaag- en snoeigereedschap wordt na gebruik ontsmet om besmetting van gezonde bomen te voorkomen. Het verwijderen van zo’n iep kost meer tijd en is daarom ongeveer twee keer zo duur als het verwijderen van een reguliere boom.

2. Met het plaatsen van wortelschermen rond besmette bomen voorkomen we verdere verspreiding van de iepziekte via wortelcontact. Dit is o.a. op de Burg. van Tuyllkade /Pr.Bernhardlaan, toegepast. Omdat een groep van vier iepen verschijnselen van iepziekte vertoonde is er besloten om rond deze groep wortelschermen te plaatsen om besmetting via
wortelcontact te voorkomen. Dit plan is vanaf 2013 in verschillende fases uitgevoerd bij alle oudere iepen. Dit heeft ruim 100.000 euro gekost. Ook op een tweede locatie, de Prinses Margrietstraat, is op een gedeelte van deze straat een wortelscherm geplaatst. Plaatsen van deze schermen kan maar op weinig locaties worden toegepast, omdat kans op wortelbeschadiging groot is.

3. In de loop der jaren zijn er door boomkwekers redelijk tot goed resistente iepen-soorten geselecteerd en opgekweekt. Dat stelt ons in staat om bij aanplant gebruik te maken van deze nieuwe iepensoorten.

Wij zijn aan het onderzoeken of aanvullende maatregelen in de toekomst genomen kunnen worden:

a. Het actief ontwikkelen van beleid om iepziektebomen zowel bij de gemeente als op particulier terrein op te sporen en te (laten) verwijderen.
b. Het permanent monitoren van de ziekte door bijvoorbeeld feromoonvallen plaatsen om de iepenspintkever op te sporen. Hiermee kunnen snel broedbomen worden gelokaliseerd waarin zich veel iepenspintkevers bevinden die de iepenziekte overbrengen. Door hier vroegtijdig bij te zijn kan je broedbomen snel verwijderen en besmetting voorkomen.

4. Kan het college een globale inschatting maken van het aantal iepen op particulier terrein en het risico dat deze ook iepziekte oplopen en een bron van besmetting zijn?

De gemeente heeft geen zicht op het aantal (iepen)bomen dat op particulier terrein staat. Het is aannemelijk dat een aangetaste iep op eigen terrein bijdraagt aan de verspreiding van de iepenziekte in het algemeen. Hoe langer een zieke iep blijft staan (een zogenaamde broedboom), hoe groter de kans is dat dit voor besmetting van iepen in de buurt zorgt.

5. Wat doet het college om besmetting van en door iepen op particulier terrein te voorkomen? Indien het college hier niets aan doet: waarom niet?

De gemeente heeft geen actief beleid om iepziekte bomen op particulier terrein op te sporen. Wel is het mogelijk om bij de gemeente melding te maken van een iep op particulier terrein die (vermoedelijk) besmet is met de iepziekte. Als na onderzoek door de gemeente iepziekte geconstateerd wordt, wordt deze melding opgepakt door de afdeling VTH. VTH stuurt een sommatiebrief aan de eigenaar van de zieke iep met de mededeling dat de iep verwijderd dient te worden.

6. Wordt een gekapte iep altijd op dezelfde plaats gecompenseerd, en op basis waarvan wordt de soortkeuze voor deze compensatie bepaald?

In principe wordt de iep op dezelfde plaats gecompenseerd. Zo mogelijk wordt er een iep teruggeplant. Er wordt bij nieuwe aanplant gekeken of het terugplanten van een andere soort vanuit bomendiversiteit gewenst is. De soortkeuze is afhankelijk van de locatie. Er wordt gekeken of er voldoende onder- en bovengrondse groeiruimte is voor de te planten boom.

7. Worden er nu helemaal geen iepsoorten die gevoelig kunnen zijn voor iepziekte meer in Utrecht geplant?

Het streven is om iepen terug te planten met een redelijk tot goede resistentie tegen iepenziekte. In bestaande boomlanen met een iep-soort welke gevoelig blijkt te zijn voor iepenziekte wordt een iepsoort terug geplant waarbij de kroonvorm het meest aansluit op de bestaande structuur. Resistente soorten zijn minder gevoelig voor iepziekte, maar kunnen ook nog ziek worden.

Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren