Schrif­te­lijke vragen Herin­richting N411 en parkeer­plaatsen Amel­is­weerd


Indiendatum: 2 jun. 2014

Schriftelijke vragen 71/2014

De Provincie Utrecht heeft het voornemen een fietspad aan te leggen aan de noordzijde van de N411. Met behulp van betrokken partijen (met name de gemeenten Utrecht en Bunnik) en een landschapsarchitect zal de gekozen oplossingsvariant verder worden uitgewerkt. Deze uitwerking vormt de basis voor een op te stellen Realisatieplan IGP (Integraal Gebiedsontwikkelingsprogramma) dat naar verwachting in de eerste helft van 2015 aan de provinciale staten zal worden voorgelegd.

Hoewel de fracties van GroenLinks en Partij voor de Dieren groot voorstander zijn van het verbeteren van de veiligheidssituatie op de N411, hebben zij wel een aantal zorgen ten aanzien van de uit te werken voorkeursvariant. Deze zorgen liggen voornamelijk bij de effecten op de omgeving van de fietslaan ten noorden van de N411.

Gezien de betrokkenheid van de Gemeente Utrecht bij de uitwerking van de gekozen variant, wil zij van het college weten welke waar zij op inzet.

1. Acht het college de gekozen oplossing met een fietslaan ten noorden van de N411 de enige oplossing binnen de gestelde criteria? Indien het college ook andere oplossingen ziet voor een goede fietslaan langs de N41, is zij dan bereid hiervoor te pleiten?

De Gemeente Utrecht heeft in haar brief aan de Provincie laten weten een andere inrichting van de aansluiting met de Merelveldseweg te bepleiten. De fracties van GroenLinks en de Partij voor de Dieren maken zich zorgen over de invloed van den aanleg op de ingang van het Markiezenbos aan de overzijde.

2. Welke bezwaren ziet de gemeente in de huidig voorgestelde inrichting van de aansluiting met de Merelveldseweg?

3. Kan de gemeente bij de nadere uitwerking inbrengen dat bij de entree van het Markiezenbos de monumentale bomen gespaard moeten blijven? Bijvoorbeeld door de ligging van de weg op dit punt voldoende naar het zuiden te verplaatsen, zodat het fietspad niet door de entree van het Markiezenbos loopt?

De Gemeente Utrecht heeft samen met de gemeente Bunnik in de zomer van 2011 bij de provincie gepleit voor een verlaging van de maximumsnelheid op de gehele N411 van 80 naar 60 km/u, zo blijkt uit het analyserapport resultaten verkenning verbetering verkeersveiligheid N411 Utrecht – Bunnik. In de gekozen oplossingsvariant wordt de snelheid slechts op bepaalde stukken verlaagd naar 60 km/u. De fracties van GroenLinks en Partij voor de Dieren zijn ook voorstander van het verlagen van de snelheid naar maximaal 60 km/u.

4. Deelt het college de argumenten van de provincie om de snelheid niet overal te verlagen?

5. Zal het college de mogelijkheid tot een verlaging van de snelheid op de N411 naar 60 km/u inbrengen bij de nadere uitwerking?

Onderdeel van het ontwerp is het eventueel verplaatsen van de parkeerplaats bij Oud-Amelisweerd. De fracties van GroenLinks en Partij voor de Dieren hebben van veel partijen, waaronder de Wijkraad Oost, begrepen dat de parkeersituatie bij zowel Oud-Amelisweerd en Rhijnauwen te wensen overlaat. Zeker op drukke dagen rijden er veel auto’s rond op zoek naar een parkeerplaats en wordt er op onwenselijke plekken geparkeerd. Dit doet afbraak aan de uitstraling en luchtkwaliteit van de locatie.

6. Is het college bereid de raad te informeren over de mogelijke oplossingsrichtingen, nu het betaald parkeren niet is doorgegaan?

7. Zo ja, kan het college daarbij de volgende aspecten betrekken:

a. Het stimuleren van het gebruik van openbaar vervoer om de landgoederen te bereiken?
b. Het aantrekkelijker maken om de landgoederen te bereiken vanaf de zijde van de Uithof, eventueel met leenfietsen/OV-fietsen?
c. Het verbeteren van de toegankelijkheid voor fietsers en de parkeermogelijkheden voor fietsers?

Eva van Esch, Partij voor de Dieren
Thijs Weistra, GroenLinks

Indiendatum: 2 jun. 2014
Antwoorddatum: 1 jul. 2014

Schriftelijke vragen 71/2014

De Provincie Utrecht heeft het voornemen een fietspad aan te leggen aan de noordzijde van de N411. Met behulp van betrokken partijen (met name de gemeenten Utrecht en Bunnik) en een landschapsarchitect zal de gekozen oplossingsvariant verder worden uitgewerkt. Deze uitwerking vormt de basis voor een op te stellen Realisatieplan IGP (Integraal Gebiedsontwikkelingsprogramma) dat naar verwachting in de eerste helft van 2015 aan de provinciale staten zal worden voorgelegd.

Hoewel de fracties van GroenLinks en Partij voor de Dieren groot voorstander zijn van het verbeteren van de veiligheidssituatie op de N411, hebben zij wel een aantal zorgen ten aanzien van de uit te werken voorkeursvariant. Deze zorgen liggen voornamelijk bij de effecten op de omgeving van de fietslaan ten noorden van de N411.

Gezien de betrokkenheid van de Gemeente Utrecht bij de uitwerking van de gekozen variant, wil zij van het college weten welke waar zij op inzet.

1. Acht het college de gekozen oplossing met een fietslaan ten noorden van de N411 de enige oplossing binnen de gestelde criteria? Indien het college ook andere oplossingen ziet voor een goede fietslaan langs de N41, is zij dan bereid hiervoor te pleiten?

Antwoord: Nee, er zijn drie andere oplossingen bedacht door zowel de provincie Utrecht, de gemeente Bunnik als de gemeente Utrecht. Op advies van het Kwaliteitsteam A27/12 heeft de provincie gekozen voor de voorliggende variant, waar de gemeente Utrecht op hoofdlijnen mee kan instemmen (ambtelijk aangegeven door het hoofd van de sector Milieu en Mobiliteit), maar op onderdelen nog verbetering behoeft.

De Gemeente Utrecht heeft in haar brief aan de Provincie (zie bijlage) laten weten een andere inrichting van de aansluiting met de Merelveldseweg te bepleiten. De fracties van GroenLinks en de Partij voor de Dieren maken zich zorgen over de invloed van den aanleg op de ingang van het Markiezenbos aan de overzijde.

2. Welke bezwaren ziet de gemeente in de huidig voorgestelde inrichting van de aansluiting met de Merelveldseweg?

Antwoord: Aantasting van de gewenste verbetering van de entree van het Markiezenbos en de zorg om het behoud van de historische Koningslaan.

3. Kan de gemeente bij de nadere uitwerking inbrengen dat de entree van het Markiezenbos de monumentale bomen gespaard moeten blijven? Bijvoorbeeld door de ligging van de weg op dit punt voldoende naar het zuiden te verplaatsen, zodat het fietspad niet door de entree van het Markiezenbos loopt?

Antwoord: Dat is één van de belangrijkste uitwerkingspunten van het integraal ontwerp: een monumentale entree en behoud van de historische bomenrij. In samenhang met het ontwerp van de dak op de bak van de planstudie A27/A12 wordt een verbeterde oplossing uitgewerkt.

De Gemeente Utrecht heeft samen met de gemeente Bunnik in de zomer van 2011 bij de provincie gepleit voor een verlaging van de maximumsnelheid op de gehele N411 van 80 naar 60 km/u, zo blijkt uit het analyserapport resultaten verkenning verbetering verkeersveiligheid N411 Utrecht – Bunnik. In de gekozen oplossingsvariant wordt de snelheid slechts op bepaalde stukken verlaagd naar 60 km/u. De fracties van GroenLinks en Partij voor de Dieren zijn ook voorstander van het verlagen van de snelheid naar maximaal 60 km/u.

4. Deelt het college de argumenten van de provincie om de snelheid niet overal te verlagen?

Antwoord: De gemeenten Bunnik en Utrecht hebben samen aan de provincie gevraagd de maximumsnelheid over de hele lengte tussen Bunnik en Utrecht te verlagen naar 60 km/uur. Dit kan volgens de provincie alleen als de functie van de weg gewijzigd wordt van nu een Gebiedsontsluitingsweg (met 80 km./uur en landbouwverkeer op een ventweg) naar een Erfontsluitingsweg (met 60 km/uur en landbouwverkeer op de hoofdbaan). Het doorgaande verkeer op de N411 moet dan door ingrijpende maatregelen aan de rand van Bunnik (ochtendspits) en Utrecht (avondspits) worden teruggedrongen van thans ca. 12.000 motorvoertuigen (mvt) per etmaal naar bij voorkeur niet meer dan 6.000 mvt/etm. In 2016 komt echter de randweg van Bunnik gereed (Baan van Fectio) vanwege een nieuwe spooronderdoorgang, waardoor de intensiteit naar verwachting zal toenemen met ca. 3.500 mvt/etm. De provincie wil eventueel een functiewijziging overwegen als de capaciteit van de omliggende snelwegen op orde is (brief van de provincie van december 2011). Pas na gereedkomen van de planstudie A27/A12 is dit volgens de provincie het geval. Heroverweging van de functie wil de provincie dus na 2025.

5. Zal het college de mogelijkheid tot een verlaging van de snelheid op de N411 naar 60 km/u inbrengen bij de nadere uitwerking?

Antwoord: De gemeente Utrecht is ambtelijk op hoofdlijnen akkoord gegaan met het plaatselijk verlagen van de maximumsnelheid naar 60 km/uur ter hoogte van drie belangrijke oversteekplaatsen voor langzaam verkeer (aansluitingen met Rhijnauwenselaan, Achterdijk, en Mereveldseweg). De precieze vormgeving van deze aansluitingen komt in de huidige vervolgfase van verkeerskundig ontwerp naar integraal ontwerp aan de orde.

Onderdeel van het ontwerp is het eventueel verplaatsen van de parkeerplaats bij Oud-Amelisweerd. De fracties van GroenLinks en Partij voor de Dieren hebben van veel partijen, waaronder de Wijkraad Oost, begrepen dat de parkeersituatie bij zowel Oud-Amelisweerd en Rhijnauwen te wensen overlaat. Zeker op drukke dagen rijden er veel auto’s rond op zoek naar een parkeerplaats en wordt er op onwenselijke plekken geparkeerd. Dit doet afbraak aan de uitstraling en luchtkwaliteit van de locatie.

6. Is het college bereid de raad te informeren over de mogelijke oplossingsrichtingen, nu het betaald parkeren niet is doorgegaan?

Antwoord: Ja, de gemeente werkt met bewoners, ondernemers, gemeente Bunnik en andere betrokkenen aan een integrale aanpak van de verkeers- en parkeerproblematiek op en rond Amelisweerd-Rhijnauwen. Betaald parkeren is daarbij een mogelijke deeloplossing om gebruik van fiets, OV en wandelen aan te moedigen. Momenteel staat het overzicht van oplossingsrichtingen die we samen gevonden hebben, op internet voor ieders reactie.

De provincie heeft de intentie een onderzoek naar de parkeerbehoefte uit te voeren van bezoekers van Amelisweerd, Fort Vechten en restaurant Vroeg. Als op basis daarvan wordt vastgesteld dat tijdens piekuren extra parkeercapaciteit gewenst is, dan is de provincie bereid te onderzoeken of dat ten zuiden van de N411 en ten westen van de Achterdijk kan.

7. Zo ja, kan het college daarbij de volgende aspecten betrekken:

a. Het stimuleren van het gebruik van openbaar vervoer om de landgoederen te bereiken?

b. Het aantrekkelijker maken om de landgoederen te bereiken vanaf de zijde van de Uithof, eventueel met leenfietsen/OV-fietsen?

c. Het verbeteren van de toegankelijkheid voor fietsers en de parkeermogelijkheden voor fietsers?

Ja, de punten die u noemt vormen onderdeel van bovenbeschreven integrale aanpak. Wij zullen binnenkort in overleg treden met de verantwoordelijke gedeputeerde van de provincie om onze standpunten kenbaar te maken.

Eva van Esch, Partij voor de Dieren
Thijs Weistra, GroenLinks