Schrif­te­lijke vragen Trappen aan de Rabobrug


Indiendatum: 2 jun. 2014

Schriftelijke vragen 67/2014

Op 28 mei 2014 deed de Raad van State uitspraak in het geschil tussen Hoog Catharijne BV en de gemeente(raad), over de in het bestemmingsplan "Langzaamverkeersbrug en Moreelsepark" opgenomen afwijkingsbevoegdheid om – onder voorwaarden – alsnog over te gaan tot aanleg van trappen naar de perrons bij de Rabobrug.

Op een enkel onderdeel na werd de gemeente(raad) in het gelijk gesteld door de Raad van State, waardoor is komen vast te staan dat de aanleg van trappen tot de mogelijkheden behoort, mits wordt aangetoond dat de verwerkingscapaciteit van de perrons en bij verbindingen tussen de treinperrons en de OV-terminal, zoals (rol)trappen en liften, ontoereikend is.

Tevens spreekt de Raad van State uit dat Prorail – als eigenaar van de perrons – de enige partij is waarmee de gemeente(raad) mee te doen heeft als het gaat om aanleg van de trappen.

Prorail voorziet dergelijke capaciteitsproblemen als gevolg van de invoering van het "Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS)” en geeft aan dat een alternatieve ontsluiting via de Rabobrug de meest effectieve manier is om comfort- en veiligheidsproblemen op de treinperrons te voorkomen. In het oordeel van de Raad van State heeft deze opvatting van Prorail een rol gespeeld.

Op 5 juli 2012 nam de gemeenteraad unaniem motie 67 over, waarin de raad aandringt op gelijktijdige aanleg van trappen naar de perrons bij de bouw van de Rabobrug.

We hebben naar aanleiding hiervan de volgende vragen aan en ter ondersteuning van het college:

1. Is het college het met de vragenstellers eens dat – als gevolg van de uitspraak van de Raad van State - Prorail als eigenaar van de perrons de enige partij is waarmee de gemeente(raad) de discussie over de trappen hoeft te voeren? Zo nee, waarom niet?

2. Is het college voornemens – in lijn met bovengenoemde motie, in opdracht van de raad - op zo kort mogelijke termijn met Prorail om de tafel te gaan om de gevolgen van de uitspraak van de Raad van State te bespreken en dan met name om te komen tot een onafhankelijk onderzoek naar de mogelijke overbelasting van de perrons, roltrappen en liften? Zo nee, waarom niet?

3. Is het college het (nog steeds) met de vragenstellers eens dat het aanleggen van trappen naar de perrons direct bij de bouw van de Rabobrug grote voordelen biedt als het gaat om het voorkomen van capaciteitsproblemen, kostenbeheersing en het beperken van overlast voor de reizigers?

4. Welke stappen denkt het college te gaan nemen om de unanieme wens van de gemeenteraad, zoals verwoord in motie 2012/67, mogelijk te maken?

Vragen van de dames M. Haage (PvdA), E. van Esch (Partij voor de Dieren) en J. Uringa (CU) en de heren T. Schipper (SP), A. van Schie (VVD), P. van Corler (GroenLinks), B. Fokke (D66), S. Menke (Student & Starter), C. Bos (Stadsbelang Utrecht) en S. van Waveren (CDA)

Indiendatum: 2 jun. 2014
Antwoorddatum: 1 jan. 1970

Schriftelijke vragen 67/2014

Op 28 mei 2014 deed de Raad van State uitspraak in het geschil tussen Hoog Catharijne BV en de gemeente(raad), over de in het bestemmingsplan "Langzaamverkeersbrug en Moreelsepark" opgenomen afwijkingsbevoegdheid om – onder voorwaarden – alsnog over te gaan tot aanleg van trappen naar de perrons bij de Rabobrug.

Op een enkel onderdeel na werd de gemeente(raad) in het gelijk gesteld door de Raad van State, waardoor is komen vast te staan dat de aanleg van trappen tot de mogelijkheden behoort, mits wordt aangetoond dat de verwerkingscapaciteit van de perrons en bij verbindingen tussen de treinperrons en de OV-terminal, zoals (rol)trappen en liften, ontoereikend is.

Tevens spreekt de Raad van State uit dat Prorail – als eigenaar van de perrons – de enige partij is waarmee de gemeente(raad) mee te doen heeft als het gaat om aanleg van de trappen.

Prorail voorziet dergelijke capaciteitsproblemen als gevolg van de invoering van het "Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS)” en geeft aan dat een alternatieve ontsluiting via de Rabobrug de meest effectieve manier is om comfort- en veiligheidsproblemen op de treinperrons te voorkomen. In het oordeel van de Raad van State heeft deze opvatting van Prorail een rol gespeeld.

Op 5 juli 2012 nam de gemeenteraad unaniem motie 67 over, waarin de raad aandringt op gelijktijdige aanleg van trappen naar de perrons bij de bouw van de Rabobrug.

We hebben naar aanleiding hiervan de volgende vragen aan en ter ondersteuning van het college:

1. Is het college het met de vragenstellers eens dat – als gevolg van de uitspraak van de Raad van State - Prorail als eigenaar van de perrons de enige partij is waarmee de gemeente(raad) de discussie over de trappen hoeft te voeren? Zo nee, waarom niet?

Nee, het gaat om trappen voor trein-, tram- en busperrons. Naast ProRail (in verschillende rollen) zijn daarom ook NS en BRU directe partij. NS als eigenaar van de Stationshal, als vervoerder en toekomstig exploitant. BRU als regionale vervoerautoriteit en eigenaar van het tramsysteem. Verder blijft de privaatrechtelijke situatie dezelfde.

2. Is het college voornemens – in lijn met bovengenoemde motie, in opdracht van de raad - op zo kort mogelijke termijn met Prorail om de tafel te gaan om de gevolgen van de uitspraak van de Raad van State te bespreken en dan met name om te komen tot een onafhankelijk onderzoek naar de mogelijke overbelasting van de perrons, roltrappen en liften? Zo nee, waarom niet?

Op 2 juni jl. is hierover gesproken in het Afstemmingsoverleg Programmering Stationsgebied (het maandelijks directeurenoverleg tussen de grote investerende partijen en de gemeente). Daar hebben zowel ProRail als NS laten weten dat de uitspraak van de Raad van State geen gevolgen heeft voor de gemaakte afspraken over het moment waarop de trappen worden aangebracht en in gebruik worden genomen. De afspraak is – nadat de OV-Terminal is opgeleverd (2017) , op basis van jaarlijkse monitoring naar veilige en duurzame loopstromen op de perrons en de stijgpunten - , er wordt bezien wanneer het aanbrengen en in gebruik nemen van de trappen actueel wordt. Zie ook de commissiebrieven van 20 december 2012, 2 juli, 22 oktober en 20 november 2013.

3. Is het college het (nog steeds) met de vragenstellers eens dat het aanleggen van trappen naar de perrons direct bij de bouw van de Rabobrug grote voordelen biedt als het gaat om het voorkomen van capaciteitsproblemen, kostenbeheersing en het beperken van overlast voor de reizigers?

Ja. Wij hebben in de commissiebrief van 2 juli 2013 u bericht dat het direct realiseren van de trappen, het comfort van de gebruikers van de OV- terminal en de omliggende kantoren zal verhogen. Wij hebben u evenwel ook laten weten dat privaatrechtelijke afspraken een directe realisering in de weg staan.

4. Welke stappen denkt het college te gaan nemen om de unanieme wens van de gemeenteraad, zoals verwoord in motie 2012/67, mogelijk te maken?

Zie antwoord onder 2. De Raad van State constateert een formeel motiveringsgebrek in het bestemmingsplan. De Raad van State biedt naar aanleiding van haar recente uitspraak de gemeenteraad (via een bestuurlijke lus) van Utrecht de gelegenheid dit gebrek binnen zestien weken (dus vóór 17 september 2014) te herstellen. In verband daarmee wordt separaat een raadsvoorstel tot aanpassing van het bestemmingsplan ter vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd. Tevens zal aan u via de Procedurecommissie worden gevraagd om versnelde behandeling in commissie en raad om vaststelling van de wijziging mogelijk te maken.

Vragen van de dames M. Haage (PvdA), E. van Esch (Partij voor de Dieren)
en J. Uringa (CU) en de heren T. Schipper (SP), A. van Schie (VVD), P.
van Corler (GroenLinks), B. Fokke (D66), S. Menke (Student &
Starter), C. Bos (Stadsbelang Utrecht) en S. van Waveren (CDA)