Schrif­te­lijke vragen Kwetsbare groepen in de knel


Indiendatum: 22 apr. 2016

Schriftelijke vragen 75/2016

Een groeiend aantal hulpbehoevende Utrechters heeft het moeilijk. Jongeren met problemen raken onnodig dakloos, uitgeprocedeerde asielzoekers staan op straat en mensen met acute psychische problemen moeten eindeloos op hulp wachten. De problemen worden veroorzaakt door bezuinigingen op zorg en ondersteuning, door een tekort aan betaalbare woonruimte in de stad en door gebrekkige samenwerking tussen de gemeente en instellingen.

Het college geeft aan dat zij geen signalen heeft dat er mensen op straat komen te staan. Dit verbaast ons zeer, want instellingen als het Leger de Heils, het Steunpunt Illegalen, de Tussenvoorziening, Back Up, kerken en andere organisaties in Utrecht, bevestigen de problemen. De wachtlijsten voor hulp en opvang zijn veel te lang, onder andere doordat de hulpverlening verstopt raakt. Cliënten die toe zijn aan een volgende stap, kunnen niet doorstromen omdat er onvoldoende goedkope woonruimte is. En ook aan plekken met begeleid wonen is een verontrustend tekort.

Cliënten houden de schaarse plekken bij de zorginstellingen bezet, waardoor er voor nieuwe aanvragen geen plek is. Deze mensen vallen tussen wal en schip. RTV Utrecht besteedde hier woensdag 20 april jl. aandacht aan in de uitzending van U Vandaag.

Dak- en thuislozen
Jongeren van 18 zijn voor de wet zelfstandig. Jongeren met problemen die tot 18e jeugdhulp krijgen, komen daar niet meer voor in aanmerking op het moment dat zij meerderjarig worden. Die zelfstandigheid brengt sommigen van hen in de (financiële) problemen. Zij weten niet altijd waar ze voor hulp moeten aankloppen, als die hulp überhaupt beschikbaar is. Een deel van hen raakt als gevolg hiervan dakloos. Vragen:

1. Jongerenplatform U-2B Heard pleit ervoor om de leeftijd voor begeleiding (flexibel) op te rekken van 18 naar 21 of 23 jaar. Zo raken jongeren die 18 worden en problemen hebben niet uit beeld en houden zij begeleiding indien nodig. Deelt u die mening? Zo nee, waarom niet? Welke maatregelen ziet het college dan als oplossing voor dit probleem?

2. Volgens hulporganisaties en –instellingen is er een grote groep die aan hun lot worden overgelaten. Zij staan op een wachtlijsten voor begeleid wonen en crisisopvang. Wat gebeurt er momenteel met de mensen op deze wachtlijsten? Worden zij begeleid totdat ze ergens terecht kunnen? Zo ja, op welke manier. Zo nee, waarom niet?

3. Hulporganisaties en –instellingen zien door de wachtlijst een toename van het aantal zwerfjongeren. Deelt u die conclusie? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe kan dit worden opgelost?

4. Het aantal opvangvoorzieningen is de laatste jaren afgebouwd, vanuit de gedachte dat met goede preventieve maatregelen de vraag hiernaar zou afnemen. Er is overduidelijk vraag naar meer opvang. Kan hieruit worden geconcludeerd dat de preventie faalt? Zo ja, hoe wordt dit opgelost. Zo nee, welke conclusies kunnen hieruit dan wel worden getrokken?

5. Leegstaande panden, zowel van particulieren als van de gemeente, ombouwen tot woonruimte kan deel van de oplossing zijn. Er is meerdere keren gevraagd om een plan van aanpak. Hoe staat het met de vorderingen van het plan? Wanneer kan de raad dit plan verwachten?

Ongedocumenteerden en vluchtelingen
De gemeente Utrecht vangt al geruime tijd daklozen zonder papieren op, op grond van de volgende beleidsnota’s:
- Van begin tot eind van de straat (2002)
- Integrale nota (2011)
- Buitenlandse daklozen (2012)

Volgens deze beleidsnota’s kon opvang worden geboden aan ongedocumenteerden indien er sprake was van:
- juridisch perspectief op legaal verblijf;
- vrijwillige terugkeer;
- kwetsbaarheid.

In november 2014 deed het Europees Comité voor de Sociale Rechten (ECSR) uitspraak dat het Europees Sociaal Handvest de Nederlandse overheid ertoe verplicht iedereen op haar grondgebied onvoorwaardelijk opvang te bieden, ongeacht de verblijfsrechtelijke status. De gemeente Utrecht gaf hieraan uitvoering door de drie eerder genoemde criteria los te laten en daarmee de opvang onvoorwaardelijk te maken. De raad heeft dit beleid eind april 2015 bekrachtigd in motie M34.

In december 2015 deden de Raad van State (RvS) en de Centrale Raad van Beroep (CRvB) gelijktijdig uitspraak dat niet gemeenten, maar het Rijk verantwoordelijk is voor de opvang van ongedocumenteerden en dat hieraan voorwaarden mogen worden verbonden. Ook in opvolging hierop heeft de Utrechtse gemeenteraad te kennen gegeven onvoorwaardelijk opvang te zullen blijven bieden. Vragen:

6. Klopt het dat de wethouder heeft besloten niet langer onvoorwaardelijk opvang te bieden naar aanleiding van de uitspraken van de RvS en de CRvB? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom geven de diverse organisaties aan dat zij te horen hebben gekregen dat zij niet meer mogen opvangen naar aanleiding van deze uitspraak?

7. Waarom heeft het college verzuimd de raad hierover te informeren?

8. Klopt het dat als gevolg hiervan nu opvang wordt geweigerd op grond van de criteria zoals van kracht voor de uitspraak van het ECSR?

9. Is het college op de hoogte van de casus dat op grond hiervan o.a. een zeer jonge vrouw die behoort tot een extra kwetsbare doelgroep waarover diverse signalen bekend zijn dat er sprake is van verhoogde kans op seksuele uitbuiting, toegang tot de opvang is geweigerd?

10. Ligt het in de lijn der verwachting dat door het opnieuw toepassen van de genoemde criteria aan meer mensen toegang tot opvang zal worden geweigerd?

Verwarde mensen met psychische problemen
Het aantal meldingen van incidenten waar verwarde mensen bij betrokken zijn, is sinds 2011 explosief toegenomen.

11. Is het college op de hoogte van het feit dat er enorme wachtlijsten zijn voor de GGz (bv Altrecht) en dat mensen soms een jaar moeten wachten voordat zij hulp kunnen krijgen van bijvoorbeeld een psychiater?

12. Kan het college aangeven wat er in tussentijd met deze groep verwarde mensen gebeurt?

13. Is het college het met de PvdA en de Partij voor de Dieren eens dat de pilot met specialistische GGz, zoals bijvoorbeeld in Overvecht met een wijkpsychiater, moet worden uitgebreid? Bent u het met de PvdA en de Partij voor de Dieren eens dat het verstandig is dit structureel in te bedden in de wijken? Zo ja, wanneer kan hiermee worden begonnen? Zo nee, waarom niet?

Bouchra Dibi (PvdA)
Eva van Esch (Partij voor de Dieren)

Indiendatum: 22 apr. 2016
Antwoorddatum: 24 mei 2016

Schriftelijke vragen 75/2016

Een groeiend aantal hulpbehoevende Utrechters heeft het moeilijk. Jongeren met problemen raken onnodig dakloos, uitgeprocedeerde asielzoekers staan op straat en mensen met acute psychische problemen moeten eindeloos op hulp wachten. De problemen worden veroorzaakt door bezuinigingen op zorg en ondersteuning, door een tekort aan betaalbare woonruimte in de stad en door gebrekkige samenwerking tussen de gemeente en instellingen.

Het college geeft aan dat zij geen signalen heeft dat er mensen op straat komen te staan. Dit verbaast ons zeer, want instellingen als het Leger de Heils, het Steunpunt Illegalen, de Tussenvoorziening, Back Up, kerken en andere organisaties in Utrecht, bevestigen de problemen. De wachtlijsten voor hulp en opvang zijn veel te lang, onder andere doordat de hulpverlening verstopt raakt. Cliënten die toe zijn aan een volgende stap, kunnen niet doorstromen omdat er onvoldoende goedkope woonruimte is. En ook aan plekken met begeleid wonen is een verontrustend tekort.

Cliënten houden de schaarse plekken bij de zorginstellingen bezet, waardoor er voor nieuwe aanvragen geen plek is. Deze mensen vallen tussen wal en schip. RTV Utrecht besteedde hier woensdag 20 april jl. aandacht aan in de uitzending van U Vandaag.

Dak- en thuislozen
Jongeren van 18 zijn voor de wet zelfstandig. Jongeren met problemen die tot 18e jeugdhulp krijgen, komen daar niet meer voor in aanmerking op het moment dat zij meerderjarig worden. Die zelfstandigheid brengt sommigen van hen in de (financiële) problemen. Zij weten niet altijd waar ze voor hulp moeten aankloppen, als die hulp überhaupt beschikbaar is. Een deel van hen raakt als gevolg hiervan dakloos. Vragen:

1. Jongerenplatform U-2B Heard pleit ervoor om de leeftijd voor begeleiding (flexibel) op te rekken van 18 naar 21 of 23 jaar. Zo raken jongeren die 18 worden en problemen hebben niet uit beeld en houden zij begeleiding indien nodig. Deelt u die mening? Zo nee, waarom niet? Welke maatregelen ziet het college dan als oplossing voor dit probleem?

Begeleiding is al mogelijk na het 18e levensjaar. De buurtteams bieden begeleiding aan alle leeftijdsgroepen. Bij 18 tot 23-jarigen wordt de begeleiding in onderling overleg geboden door het buurtteam Jeugd & Gezin of het buurtteam Sociaal. Back-up biedt begeleiding aan jongvolwassen dak- en thuislozen, maar hanteert daarbij geen harde leeftijdsgrenzen. In de aanvullende zorg kan verlengde jeugdhulp doorlopen tot 23 jaar. Wanneer de zorg vanaf 18 jaar naar de Zorgverzekeringswet of de WLZ overgaat, dan ligt het besluit om de zorg voort te zetten bij de zorgverzekeraar of het CIZ.

2. Volgens hulporganisaties en –instellingen is er een grote groep die aan hun lot worden overgelaten. Zij staan op een wachtlijsten voor begeleid wonen en crisisopvang. Wat gebeurt er momenteel met de mensen op deze wachtlijsten? Worden zij begeleid totdat ze ergens terecht kunnen? Zo ja, op welke manier. Zo nee, waarom niet?

Het merendeel van de wachtenden voor begeleid en beschermd wonen verblijft in de crisisopvang, een 24 uursvoorziening, jeugdinstelling of een kliniek. Deze personen worden vanuit die voorzieningen begeleid. Ook zijn er wachtenden die verblijven in de nachtopvang of elders. Deze personen krijgen begeleiding vanuit teams die outreachend werken. De begeleiding kan verschillen van intensief tot een vinger aan de pols contact.

De personen die op de wachtlijst staan voor de crisisopvang verblijven over het algemeen bij vrienden en familie. Het betreffen geen personen met psychiatrische problematiek. Deze personen krijgen tot

het moment van instromen beperkte begeleiding van de verwijzers. Jongvolwassenen op de wachtlijst die begeleiding nodig hebben, krijgen deze van de buurtteams, Back-up of de aanvullende jeugdhulp.

3. Hulporganisaties en –instellingen zien door de wachtlijst een toename van het aantal zwerfjongeren. Deelt u die conclusie? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe kan dit worden opgelost?

Dit is niet ons beeld. Wij staan echter open voor concrete signalen. Onder de 18 is bij ons niet bekend dat dit speelt. In de brief die wij in maart jl. stuurden naar de commissie mens en samenleving schetsen wij hoe we de vraagstukken voor de doelgroep jongvolwassenen in de leeftijd van 18-23 willen aanpakken. In 2015 hebben we waar nodig extra zorg ingekocht om te voorkomen dat jongvolwassenen op straat komen te staan. In 2016 volgen we dezelfde aanpak.

4. Het aantal opvangvoorzieningen is de laatste jaren afgebouwd, vanuit de gedachte dat met goede preventieve maatregelen de vraag hiernaar zou afnemen. Er is overduidelijk vraag naar meer opvang. Kan hieruit worden geconcludeerd dat de preventie faalt? Zo ja, hoe wordt dit opgelost. Zo nee, welke conclusies kunnen hieruit dan wel worden getrokken?

Nee, er kan niet worden geconcludeerd dat de preventie in het Utrechtse model faalt. De toegenomen dakloosheid ligt veelal in de sociaaleconomische hoek en staat los van de introductie van het Utrechts model en de buurtteams. Wij gaan, zoals al aangegeven in de commissiebrief van 29 maart jl. , op zoek naar maatregelen om problematiek aan te pakken. Verder is het aantal opvangplekken niet afgebouwd.

5. Leegstaande panden, zowel van particulieren als van de gemeente, ombouwen tot woonruimte kan deel van de oplossing zijn. Er is meerdere keren gevraagd om een plan van aanpak. Hoe staat het met de vorderingen van het plan? Wanneer kan de raad dit plan verwachten?

Afgelopen periode is een inventarisatie uitgevoerd van gemeentelijk en particulier vastgoed om – in aanvulling op het meer structureel uitbreiden van de sociale woningvoorraad – op korte termijn extra woningen beschikbaar te krijgen in de sociale huursector. Hierbij is ook gekeken naar bouwrijpe kavels die al dan niet tijdelijk kunnen worden ingezet voor dit doel. Momenteel worden de uitkomsten van deze inventarisatie verwerkt in een plan van aanpak om in de periode 2016/2017 woningen (al dan niet tijdelijk) te kunnen toevoegen aan de woningvoorraad. Deze woningen zijn niet specifiek gelabeld voor een bepaalde doelgroep, bij toewijzing zullen we rekening houden met spreiding van doelgroepen over de stad. U wordt hierover binnenkort nader over geïnformeerd middels een commissiebrief.

Ongedocumenteerden en vluchtelingen
De gemeente Utrecht vangt al geruime tijd daklozen zonder papieren op, op grond van de volgende beleidsnota’s:
- Van begin tot eind van de straat (2002)
- Integrale nota (2011)
- Buitenlandse daklozen (2012)

Volgens deze beleidsnota’s kon opvang worden geboden aan ongedocumenteerden indien er sprake was van:
- juridisch perspectief op legaal verblijf;
- vrijwillige terugkeer;
- kwetsbaarheid.

In november 2014 deed het Europees Comité voor de Sociale Rechten (ECSR) uitspraak dat het Europees Sociaal Handvest de Nederlandse overheid ertoe verplicht iedereen op haar grondgebied onvoorwaardelijk opvang te bieden, ongeacht de verblijfsrechtelijke status. De gemeente Utrecht gaf hieraan uitvoering door de drie eerder genoemde criteria los te laten en daarmee de opvang onvoorwaardelijk te maken. De raad heeft dit beleid eind april 2015 bekrachtigd in motie M34.

In december 2015 deden de Raad van State (RvS) en de Centrale Raad van Beroep (CRvB) gelijktijdig uitspraak dat niet gemeenten, maar het Rijk verantwoordelijk is voor de opvang van ongedocumenteerden en dat hieraan voorwaarden mogen worden verbonden. Ook in opvolging hierop heeft de Utrechtse gemeenteraad te kennen gegeven onvoorwaardelijk opvang te zullen blijven bieden. Vragen:

6. Klopt het dat de wethouder heeft besloten niet langer onvoorwaardelijk opvang te bieden naar aanleiding van de uitspraken van de RvS en de CRvB? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom geven de diverse organisaties aan dat zij te horen hebben gekregen dat zij niet meer mogen opvangen naar aanleiding van deze uitspraak?

In de brief van 29 april jl. over bed, bad, brood voor asielzoekers heeft het College u laten weten dat we asielzoekers blijven opvangen. Het Utrechtse beleid is dat de regiobinding wordt onderzocht en waar opvang in een andere regio aangewezen is, vindt er warme overdracht plaats. Tevens wordt onderzocht of voor betrokken vreemdelingen opvang door het Rijk beschikbaar is. Indien dat het geval is, vindt ook daar warme overdracht plaats. De Toevlucht is en blijft een humanitaire basisvoorziening (nachtopvang), waar in eerste instantie de doelgroep toegang toe

heeft. Individuele dossiers worden aan de gemeente voorgelegd voor een verzoek om door te stromen naar een vervolgplek in de 24 uursopvang. Daarbij is een samenstel van elementen van belang zoals (kansrijkheid) juridisch traject, actief bezig zijn met terugkeer of mate van kwetsbaarheid. Individuele uitzonderingen (hardheidsclausule) mogelijk om toch 24 uursopvang te bieden.

De uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en de Raad van State van 26 november 2016 stellen dat het Rijk een sluitende aanpak heeft. Dat is in de praktijk echter niet het geval.

7. Waarom heeft het college verzuimd de raad hierover te informeren?

U bent in de Raadsvergaderingen van 7 en 14 april 2016 naar aanleiding van mondelinge vragen nader geïnformeerd over de wijze waarop wij met bed, bad brood en begeleiding blijven omgaan in Utrecht. Daarnaast bent u per brief van 29 april jl. specifieker over het Utrechtse beleid geïnformeerd.

8. Klopt het dat als gevolg hiervan nu opvang wordt geweigerd op grond van de criteria zoals van kracht voor de uitspraak van het ECSR?

Nee. De Toevlucht is en blijft een humanitaire basisvoorziening. Het aantal plekken in Utrecht is hetzelfde gebleven. We hebben wel recent het aantal plekken 24 uursopvang uitgebreid door de 20 plekken nachtopvang op de Weerdsingel om te zetten naar 24 uursopvang.

9. Is het college op de hoogte van de casus dat op grond hiervan o.a. een zeer jonge vrouw die behoort tot een extra kwetsbare doelgroep waarover diverse signalen bekend zijn dat er sprake is van verhoogde kans op seksuele uitbuiting, toegang tot de opvang is geweigerd?

Ja, wij kennen de casus. Deze vrouw kan per onmiddellijk opvang van het Rijk krijgen, waardoor er geen noodzaak voor opvang in Utrecht is.

10. Ligt het in de lijn der verwachting dat door het opnieuw toepassen van de genoemde criteria aan meer mensen toegang tot opvang zal worden geweigerd?

Nee, dat ligt niet in de lijn.

Verwarde mensen met psychische problemen
Het aantal meldingen van incidenten waar verwarde mensen bij betrokken zijn, is sinds 2011 explosief toegenomen.

11. Is het college op de hoogte van het feit dat er enorme wachtlijsten zijn voor de GGz (bv Altrecht) en dat mensen soms een jaar moeten wachten voordat zij hulp kunnen krijgen van bijvoorbeeld een psychiater?

De antwoorden op vragen over verwarde personen zijn beantwoord in de SV 2016 nr. 68. Over bovenstaande vraag is het volgende aangegeven: het College herkent zich niet in het beeld dat er lange wachtlijsten zijn voor de GGZ. Bij de wijkgericht werkende teams van Altrecht is er nauwelijks sprake van een wachttijd (max. 2 weken) De uitspraak dat mensen langer dan een jaar moet wachten op hulp van een psychiater wordt door Altrecht niet herkend. Het college stelt het op prijs als de PvdA de bij hen bekende onderbouwde gegevens met haar wil delen.

12. Kan het college aangeven wat er in tussentijd met deze groep verwarde mensen gebeurt?

De mensen met GGZ-problematiek in een crisissituatie worden opgevangen door de crisisdienst van Altrecht en daarnaast door de wijkgericht werkende FACT-teams van Altrecht.

13. Is het college het met de PvdA en de Partij voor de Dieren eens dat de pilot met specialistische GGz, zoals bijvoorbeeld in Overvecht met een wijkpsychiater, moet worden uitgebreid? Bent u het met de PvdA en de Partij voor de Dieren eens dat het verstandig is dit structureel in te bedden in de wijken? Zo ja, wanneer kan hiermee worden begonnen? Zo nee, waarom niet?

Ja in de beantwoording van de SV 2016 nr 68 is het volgende aangegeven:

We zijn in Utrecht met de taskforce EPA (ernstige psychiatrische aandoeningen) gestart, waarbij de gespecialiseerde GGZ in de wijk werkzaam is samen met huisartsen, buurtteams en de NEMO-partners. In Overvecht en Lunetten draaien sinds begin 2016 proeftuinen om de samenwerking verder vorm te geven.

Hiernaast komt Altrecht nog voor de zomer met een Utrecht-breed scenario voor ggz-in-de-wijk teams, inclusief psychiater, waarbij nauw samengewerkt wordt met de buurtteams. Deze nabijheid en samenwerking van GGZ-team en buurtteams zullen leiden tot sneller op- en afschalen.

Het recent gestarte regionale aanjaagteam verwarde personen wordt aangehaakt bij bovengenoemde initiatieven en ook hierbij is de samenwerking met de ggz in de wijk een van de speerpunten.

Bouchra Dibi (PvdA)
Eva van Esch (Partij voor de Dieren)