Schrif­te­lijke vragen naar aanleiding van RIB Water­tran­sitie en Drink­wa­ter­tekort


Indiendatum: 28 okt. 2024

Schriftelijke vragen 184/2024

De beschikbaarheid van drinkwater is steeds minder vanzelfsprekend. Inmiddels zijn ook de eerste waarschuwingen afgegeven dat nieuwe woningen vanaf 2030 geen water meer uit de kraan krijgen. Het is cruciaal dat we als gemeente nu de juiste stappen zetten, zodat we straks niet een volgende ‘crisis’ ervaren die we nu met goed beleid kunnen voorkomen.

Op 8 oktober 2024 was de RIB Watertransitie en Drinkwatertekort. Tijdens deze RIB gaven Vitens, KWR en de gemeente Utrecht presentaties over dit thema.

De boodschap was duidelijk:

  • Als er niets verandert met het oog op drinkwaterwinning/ de manier waarop we ons drinkwater gebruiken, is de verwachting dat de provincie Utrecht rond 2030 een drinkwatertekort heeft
  • Er worden door Vitens diverse sporen ingezet om de leveringszekerheid en het behoud van drinkwaterbronnen te bewaken:
    • Korte termijn
      • Spoor 1: Uitbreiden bestaande bronnen en verkrijgen nieuwe vergunningen
      • Spoor 2: Waterbesparing
      • Spoor 3: Behouden wat we hebben, winningen beschermen
    • Lange termijn
      • Spoor 4:
        • Andere bronnen en brondiversificatie
        • Water grootschalig vasthouden
        • (Over) capaciteit creëren
        • Waterbesparing
    • We moeten het drinkwatersysteem vanuit het systeemperspectief benaderen
    • De watertransitie vraagt veel geld en vraagt om meer financieringsruimte
    • Er zijn vele partijen betrokken bij deze opgave, samenwerking is cruciaal

Naar aanleiding van de RIB hebben de partijen Volt, Stadsbelang Utrecht, CDA, D66, Partij voor de Dieren, ... de volgende vragen:

Spoor 1: Uitbreiden winningen

1. Welke mogelijkheden ziet het college om als gemeente mee te denken over winningen die de capaciteit verhogen? En hoe ziet het college de rol van de gemeente?


Spoor 2: Waterbesparing op de korte termijn

In Utrecht wordt vooral ingezet op het terugdringen van het gebruik van drinkwater in tuinen en openbaar groen. Utrecht gebruikt geen drinkwater voor de bewatering van openbaar groen en stimuleert via Waterproof030 eigenaren om regenwater vast te houden via bijvoorbeeld regentonnen.

2. Met het oog op het dreigend drinkwatertekort in 2030 vinden wij dat de gemeente meer moet doen. De gemeente heeft een belangrijke rol in het stimuleren van waterbesparing, bijvoorbeeld door het inzetten van subsidies of bewustwordingscampgagnes. Deelt het college dit en welke mogelijkheden ziet het college hiervoor? Zo nee, waarom niet?

Er worden in Nederland enkele pilots gedraaid met circulaire watersystemen.

3. Hoe kijkt het college naar dit soort pilots, zoals The City in Nieuwegein, waar 1600 woningen in de binnenstad worden voorzien van een circulair watersysteem?

Tijdens de RIB gaf het KWR een top-5 van maatregelen voor waterbesparing. Mogelijk interessante maatregelen op gemeentelijk niveau zijn de cascadering van drinkwater voor bestaande woningen en gebruik van regenwater voor het toilet en buitenkranen.

4. Hoe kijkt het college naar dit soort maatregelen? En welke mogelijkheden/op welke termijn ziet het college om dit soort maatregelen te implementeren in gemeentelijk beleid?

5. Welke andere manieren ziet het college om watervriendelijk te bouwen?

Spoor 3: Behouden wat we hebben

Er staat druk op de bestaande winningen in De Meern en Leidsche Rijn door o.a. bestaande verontreinigingen en verspreiding van verontreinigingen door functiecombinaties (bodemenergie). Bovenop de waterwinning in Leidsche Rijn is een openbaar park, waar de gemeente het beheer voor doet.

6. Recent heeft de gemeente bomen geplaatst op waterleidingen. Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

7. Welke mogelijkheden ziet het college om afstemming met partners, zoals Vitens, te verbeteren?

8. Ook zit er graffiti op putten begrepen wij van Vitens. Het CDA wil hier graag extra aandacht voor en vraagt het college wat de gemeente hierin kan betekenen, om het schoon te houden danwel te kijken naar verfraaiing (schilderen o.i.d.) die bijdraagt aan de bewustwording dat die locaties bijdragen aan onze drinkwatervoorziening.

9. Op welke manier is het voorkomen en aanpakken van verontreinigingen (handhaving en preventie) geborgd in bestaand beleid?

Spoor 4

10. Wat doet de gemeente op dit moment om water (grootschalig) vast te houden/ (over-) capaciteit te creëren? Valt dit ook onder onze taak van stedelijk waterbeheer?

In Rotterdam is een waterplein, het Benthemplein, aangelegd waarin onder het plein ongeveer 1,7 miljoen liter water kan worden opgeslagen. Het opgeslagen water hoeft daardoor niet meer naar het riool, waardoor het minder snel overstroomt.

11. Welke mogelijkheden ziet het college om een dergelijk waterplein mee te nemen in ontwikkelingen waar hoge dichtheden worden gebouwd, zoals het stationsgebied of de Merwedekanaalzone? En hoe wil het college dit voortaan voorleggen ter besluitvorming aan de raad, bijvoorbeeld ook bij nieuwbouwprojecten?

Relatie met andere beleidsterreinen

Uit de presentatie van Vitens bleek dat, met het oog op de geplande woningbouw in de hele provincie Utrecht en de effecten van de druk op de omgeving (o.a. op ontwikkelen nieuwe winningen en afname aanbod door druk op bestaande winningen), dat nieuwe woningen vanaf 2030 mogelijk geen drinkwater meer uit de kraan krijgen. Momenteel geldt al dat bedrijven in meerdere regio’s, waaronder Utrecht, al geen nieuwe drinkwateraansluiting meer krijgen.

12. Op welke manier wordt op verschillende beleidsterreinen, zoals de energietransitie, woningbouw, circulaire economie, ruimtelijke ordening, openbare ruimte en economie rekening gehouden met het verwachte drinkwatertekort in 2030?

13. Welke specifieke maatregelen worden er op dit moment genomen om dit probleem aan te pakken en te integreren in beleid?

Vanuit het systeemperspectief is de grootste bedreiging van de drinkwaterwinning dat we onvoldoende schoon grondwater hebben. Voor de energietransitie wordt steeds vaker gekeken naar WKO-oplossingen, waarvoor het nodig is om in diepere lagen te boren met alle vervuilingsrisico’s van dien.

14. Hoe weegt het college deze verschillende belangen tegen elkaar af?

15. Op welke manier wordt dit in breder perspectief, met andere belanghebbende partijen zoals Vitens, afgewogen? Zeker wanneer waterwinningen moeten worden uitgebreid?

Binnenkort komt de beleidsnota Warmte (en daaropvolgend het warmteprogramma) naar de raad. Het lijkt ons verstandig om Vitens hier vroegtijdig bij te betrekken om mogelijke risico’s, meerkosten en vertragingen te voorkomen.

16. Deelt het college deze mening?

  1. Zo ja, wordt Vitens bij dergelijke plannen betrokken?
  2. Zo nee, waarom niet?

Algemene vragen

Uit de presentatie van het KWR kwam heel duidelijk naar voren dat de watertransitie vanuit systeemperspectief benaderd moet worden. Doe je dat niet, dan creëer je met de ene oplossing het volgende probleem. Ook werd duidelijk hoeveel partijen/overheidslagen bij het (drink)watersysteem betrokken zijn. Diverse organisaties (o.a. HDSR, Provincie Utrecht, Vitens) werken aan een visie over de transitie naar een circulair watersysteem/beleid t.o.v. grondwater.

17. In hoeverre worden de visies van de diverse organisaties op elkaar afgestemd? En in welke mate is Utrecht als gemeente hierbij betrokken?

18. Het KWR onderscheid drie schaalniveaus: centraal (regionaal), decentraal (woonwijk) en gebouwniveau. Op centraal niveau zijn de drinkwaterbedrijven en waterschappen regie-houder en op gebouwniveau de eindgebruiker (bewoners, bedrijven). Het valt op dat op decentraal niveau niemand regiehouder is. Ziet het college hier voor de gemeente een rol als regie-houder? Zo niet, wie zou hier volgens het college dan regie-houder moeten zijn?

Charlotte Passier, Volt

Louise de Vries, Partij voor de Dieren

Kerstin Steinhart, Stadsbelang Utrecht

Jantine Zwinkels, CDA

Nadia Stylianou, D66

Victor Paalman, Horizon

Indiendatum: 28 okt. 2024
Antwoorddatum: 10 dec. 2024

Schriftelijke vragen 184/2024

De beschikbaarheid van drinkwater is steeds minder vanzelfsprekend. Inmiddels zijn ook de eerste waarschuwingen afgegeven dat nieuwe woningen vanaf 2030 geen water meer uit de kraan krijgen. Het is cruciaal dat we als gemeente nu de juiste stappen zetten, zodat we straks niet een volgende ‘crisis’ ervaren die we nu met goed beleid kunnen voorkomen.

Op 8 oktober 2024 was de RIB Watertransitie en Drinkwatertekort. Tijdens deze RIB gaven Vitens, KWR en de gemeente Utrecht presentaties over dit thema.

De boodschap was duidelijk:

  • Als er niets verandert met het oog op drinkwaterwinning/ de manier waarop we ons drinkwater gebruiken, is de verwachting dat de provincie Utrecht rond 2030 een drinkwatertekort heeft
  • Er worden door Vitens diverse sporen ingezet om de leveringszekerheid en het behoud van drinkwaterbronnen te bewaken:
    • Korte termijn
      • Spoor 1: Uitbreiden bestaande bronnen en verkrijgen nieuwe vergunningen
      • Spoor 2: Waterbesparing
      • Spoor 3: Behouden wat we hebben, winningen beschermen
    • Lange termijn
      • Spoor 4:
        • Andere bronnen en brondiversificatie
        • Water grootschalig vasthouden
        • (Over) capaciteit creëren
        • Waterbesparing
    • We moeten het drinkwatersysteem vanuit het systeemperspectief benaderen
    • De watertransitie vraagt veel geld en vraagt om meer financieringsruimte
    • Er zijn vele partijen betrokken bij deze opgave, samenwerking is cruciaal

Naar aanleiding van de RIB hebben de partijen Volt, Stadsbelang Utrecht, CDA, D66, Partij voor de Dieren, ... de volgende vragen:

Spoor 1: Uitbreiden winningen
1. Welke mogelijkheden ziet het college om als gemeente mee te denken over winningen die de capaciteit verhogen? En hoe ziet het college de rol van de gemeente?

Antwoord: Vitens heeft (met de provincie Utrecht) verschillende bouwstenen uitgewerkt die de drinkwatercapaciteit moeten verhogen voor 2030. De al vastgestelde bouwstenen liggen niet binnen onze gemeentegrens, zodat onze rol en invloed hierop beperkt is. Vitens sluit echter niet uit dat mogelijke nieuwe bouwstenen wel binnen de gemeentegrens van Utrecht komen te liggen.
Wel zijn investeringen nodig bij een aantal winningen in de nabije omgeving van Utrecht, waar de stad Utrecht van afhankelijk is en die mogelijk effect hebben op de stad. Een van de mogelijke effecten is dat een uitbreiding van de winning effect kan hebben op de verspreiding van de grondwaterverontreinigingen vanuit de stad. De mogelijke effecten van de uitbreiding van de waterwinning worden meegenomen in de scenario’s die voor de vernieuwing van het Gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer worden opgesteld. In dit proces zijn zowel Vitens als provincie
Utrecht nauw betrokken. De belangrijkste is de uitbreiding van de bestaande winning in Groenekan. Om die reden zullen wij in regionale overleggen met de provincie en buurgemeenten het belang van voldoende drinkwater voor de stad en onze woningbouwopgave benadrukken.

Spoor 2: Waterbesparing op de korte termijn
In Utrecht wordt vooral ingezet op het terugdringen van het gebruik van drinkwater in tuinen en openbaar groen. Utrecht gebruikt geen drinkwater voor de bewatering van openbaar groen en stimuleert via Waterproof030 eigenaren om regenwater vast te houden via bijvoorbeeld regentonnen.

2. Met het oog op het dreigend drinkwatertekort in 2030 vinden wij dat de gemeente meer moet doen. De gemeente heeft een belangrijke rol in het stimuleren van waterbesparing, bijvoorbeeld door het inzetten van subsidies of bewustwordingscampgagnes. Deelt het college dit en welke mogelijkheden ziet het college hiervoor? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Wij delen de mening dat het belangrijk is om in te zetten op waterbesparing. Zoals u in uw vraag aangeeft is onze prioriteit om zo min mogelijk drinkwater te gebruiken voor activiteiten waar geen drinkwaterkwaliteit voor nodig is, zoals het water geven van het openbaar groen, het sproeien van sportvelden etc. Dit doen we door zoveel mogelijk zelf het goede voorbeeld te geven. Zie hiervoor bijvoorbeeld onze antwoorden op de schriftelijke vragen 2024 166 over het drinkwatergebruik bij sportvelden.
Daarnaast stimuleren we zoals u aangeeft alle andere eigenaren binnen Utrecht via het programma Waterproof030. Hierbij blijven we continu onderzoeken hoe we bewoners het meest effectief kunnen stimuleren. Voor wat betreft waterbesparing binnen gebouwen zijn en blijven wij voorstander om dit via Rijksbeleid te regelen en niet via eigen lokale regelgeving of stimuleringsregelingen, omdat wij van mening zijn dat dit veel doelmatiger is. Alleen zo worden leveranciers en ontwikkelaars gestimuleerd en verplicht toiletten, douches, wasmachines en andere installaties te ontwikkelen die zo min mogelijk drinkwater gebruiken. Wel staan wij ervoor open om samen met Vitens te verkennen hoe we via gezamenlijke communicatie de bewustwording kunnen verbeteren.

Er worden in Nederland enkele pilots gedraaid met circulaire watersystemen.

3. Hoe kijkt het college naar dit soort pilots, zoals The City in Nieuwegein, waar 1600 woningen in de binnenstad worden voorzien van een circulair watersysteem?

Antwoord: Wij volgen de pilot met veel belangstelling en zien de pilot in Nieuwegein als een mooi voorbeeld van wat er bij nieuwbouw haalbaar is op het gebied van een circulair watersysteem. Voor een overzicht van de door Nieuwegein onderzochte maatregelen verwijzen wij naar het onderzoeksrapport van het Kiwa Watercycle Research Institute (KWR). Wij zijn met name benieuwd of het lukt conform plan in het project vacuümtoiletten of toiletten die gebruik maken van regenwater te realiseren
Tijdens de RIB gaf het KWR een top-5 van maatregelen voor waterbesparing. Mogelijk interessante maatregelen op gemeentelijk niveau zijn de cascadering van drinkwater voor bestaande woningen en gebruik van regenwater voor het toilet en buitenkranen.

Tijdens de RIB gaf het KWR een top-5 van maatregelen voor waterbesparing. Mogelijk interessante maatregelen op gemeentelijk niveau zijn de cascadering van drinkwater voor bestaande woningen en gebruik van regenwater voor het toilet en buitenkranen.

4. Hoe kijkt het college naar dit soort maatregelen? En welke mogelijkheden/op welke termijn ziet het college om dit soort maatregelen te implementeren in gemeentelijk beleid?

Antwoord: Uit het onderzoek van KWR waar u naar verwijst blijkt dat de landelijke doelstelling om het drinkwatergebruik per inwoner terug te brengen van 130 liter per dag nu naar 100 liter per dag in 2035 alleen haalbaar is als de nationale overheid regie pakt in de totstandkoming, uitvoering en controle van verschillende waterbesparingsmaatregelen waarbij verplichting via aanpassing van het Besluit bouwwerken leefomgeving nodig is. Maatregelen gericht op nieuwbouwwoningen zoals verplichtecascadering of regenwatertoepassing voor toilet zijn daarbij effectief om de (piek)belasting op het drinkwatersysteem niet verder te verhogen. In het kader van de beleidsdoelstelling om het drinkwaterverbruik terug te dringen hebben ze echter een beperkte bijdrage. Daarvoor is het aandeel nieuwbouw t/m 2035 te laag. Om de besparingsambitie te halen dient volgens KWR een substantieel deel (circa 40%) van de bestaande woningen regenwater- of cascaderingssystemen te hebben in 2035. Los van kosten is volgens KWR de installatie van deze hoeveelheid systemen in de periode tot 2035 uitdagend vanwege het beperkte aantal installateurs, concurrentie met andere installaties in het kader van de energietransitie (bijv. warmtepompen), mogelijke bewonersbezwaren en het feit dat niet elke woning geschikt is.
Conform het advies van KWR heeft het Rijk nu de regie gepakt op dit vraagstuk en heeft daartoe het nationaal plan van aanpak drinkwaterbesparing vastgesteld. Uit het plan van aanpak blijkt dat in 2027 besluitvorming is voorzien over de aanpassing van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) ten aanzien van een doelvoorschrift voor waterzuinig bouwen. Wij wachten vanuit kostenefficiency en doelmatigheid voor om deze besluitvorming af en willen hier niet op vooruit lopen, ook omdat momenteel nog onduidelijk is op welke aanpassingen het Rijk inzet. Mocht uit de pilot in Nieuwegein blijken dat binnen de bestaande regelgeving toch al waterbesparende maatregelen in de woning mogelijk zijn, dan zullen wij dit zeker overwegen.

5. Welke andere manieren ziet het college om watervriendelijk te bouwen?

Antwoord: In afwachting van de besluitvorming door het Rijk zien wij vooral mogelijkheden om gebiedsontwikkeling te kijken hoe we regenwater zo goed mogelijk kunnen vasthouden en nuttig te gebruiken voor de tuin en andere toepassingen buitenshuis waarvoor geen drinkwaterkwaliteit nodig is.

Spoor 3: Behouden wat we hebben
Er staat druk op de bestaande winningen in De Meern en Leidsche Rijn door o.a. bestaande verontreinigingen en verspreiding van verontreinigingen door functiecombinaties (bodemenergie). Bovenop de waterwinning in Leidsche Rijn is een openbaar park, waar de gemeente het beheer voor doet.

6. Recent heeft de gemeente bomen geplaatst op waterleidingen. Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

Antwoord: Dit is gebeurd in het Waterwinpark bij de winning Leidsche Rijn. De grond waarop dit openbaar toegankelijke park ligt is eigendom van Vitens. De exacte ligging van de hoofdleidingen van Vitens in het park richting de winning worden vanwege de publieke veiligheid niet bij het kadaster bekend gemaakt. Dit om de kans op aanslagen en sabotage te verminderen. Het is standaard bij o.a. drinkwaterbedrijven om deze informatie niet te verstrekken indien niet nodig (lees: eigen terrein).
Gevolg is dat de ligging van de hoofdleidingen bij ons niet naar voren is gekomen bij de verplichte KLIC melding. Vitens ging er daarbij terecht van uit dat wij bij de plaatsing van bomen op haar eigendom eerst in overleg zouden treden en toestemming zouden vragen aan Vitens. Enerzijds om te praten over de aanpassingen aan het park en anderzijds om het belang van de leidingen te borgen. Vanwege de openbare toegankelijkheid van het park is per abuis gedacht dat het grond van de gemeente was en is dit nagelaten. Wij zijn met Vitens in gesprek om te kijken hoe we tot een oplossing kunnen komen.

7. Welke mogelijkheden ziet het college om afstemming met partners, zoals Vitens, te verbeteren?

Antwoord: Vitens en de gemeente werken momenteel met Stedin allerlei verbeteringsvoorstellen, zoals een regulier afstemmingsoverleg en een gezamenlijke programmeertafel, uit voor de samenwerking in de openbare ruimte. Een eerste stap hiertoe is het sluiten van een intentieovereenkomst over de samenwerking. Het doel van de samenwerking is om plannen beter af te stemmen, met een planperiode tot 10 jaar vooruit.

8. Ook zit er graffiti op putten begrepen wij van Vitens. Het CDA wil hier graag extra aandacht voor en vraagt het college wat de gemeente hierin kan betekenen, om het schoon te houden danwel te kijken naar verfraaiing (schilderen o.i.d.) die bijdraagt aan de bewustwording dat die locaties bijdragen aan onze drinkwatervoorziening.

Antwoord: Normaal verwijderen wij geen graffiti op particuliere panden of panden van andere bedrijven of organisaties, behalve als deze graffiti kwetsend of racistisch is. In andere gevallen zijn eigenaren zelf verantwoordelijk voor het verder schoonhouden van hun putten. Voor het Waterwinpark geldt echter dat wij met Vitens in 2007 een beheerovereenkomst hebben gesloten, waarin is afgesproken dat wij de graffiti van de putten van Vitens verwijderen. Verfraaiing doen wij op ons eigen eigendom alleen naar aanleiding van een bewonersinitiatief. Binnen de gemeente is er momenteel geen budget om de eigendommen van derden te verfraaien.

9. Op welke manier is het voorkomen en aanpakken van verontreinigingen (handhaving en preventie) geborgd in bestaand beleid?

Antwoord: Bescherming van de gebieden waar drinkwater wordt gewonnen en overige gebieden die moeten worden beschermd, worden aangewezen in de provinciale omgevingsverordening. De provincie heeft in de omgevingsverordening instructieregels opgenomen voor het omgevingsplan van de gemeente.
Afhankelijk van het type gebied zijn activiteiten en werkzaamheden in de bodem beperkt of zelfs verboden. De gemeente controleert jaarlijks de grondwaterbeschermingsgebieden op de aanwezigheid van nieuwe bedrijfsmatige activiteiten.
Het Gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer is ook gericht op het voorkomen van verontreinigingen (dit plan wordt herzien, zie vraag 13). Vergunningverlening en toezicht op de regels die hieruit volgen, heeft de gemeente belegd bij de RUD.
De gemeente controleert op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving ook bij de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen en vervult een signaalfunctie naar de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Boringen mogen niet dieper dan 50m, om het tweede watervoerend pakket te beschermen. Vanaf 1 januari 2025 is de uitvoering van deze controles eveneens belegd bij de RUD.
Tot slot is in artikel 4.4 de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) opgenomen dat het verboden is een openbare plaats of een gedeelte van een onroerende en/of roerende zaak dat vanaf een openbare plaats of openbaar water zichtbaar is, te bekrassen of te bekladden. Indien nodig wordt hierop gehandhaafd.

Spoor 4
10. Wat doet de gemeente op dit moment om water (grootschalig) vast te houden/ (over-) capaciteit te creëren? Valt dit ook onder onze taak van stedelijk waterbeheer?

Antwoord: In onze Visie Klimaatadaptatie en de Visie Water en Riolering hebben wij onze voorkeursvolgorde voor de verwerking van regenwater vastgesteld:
1. Vasthouden op daken en in regentonnen en nuttig gebruiken
2. Op maaiveld infiltreren
3. Ondergronds infiltreren via een voorziening
4. Verwerken in het oppervlaktewater.
5. Afvoer naar de rioolwaterzuivering
Het streven voor de lange termijn is om minimaal 90% van het hemelwater via stap 1 t/m 3 te verwerken met als belangrijkste doelen het verminderen van schade door droogte en wateroverlast en het scheiden van afval- en hemelwater. In praktijk betekent dit we bij elke nieuwbouwontwikkeling of ingreep in de openbare ruimte proberen zoveel mogelijk regenwater via stap 1 t/m 3 te verwerken. Momenteel werken we omgevingsplanregels uit om deze ambitie ook afdwingbaar te maken.

In Rotterdam is een waterplein, het Benthemplein, aangelegd waarin onder het plein ongeveer 1,7 miljoen liter water kan worden opgeslagen. Het opgeslagen water hoeft daardoor niet meer naar het riool, waardoor het minder snel overstroomt.

11. Welke mogelijkheden ziet het college om een dergelijk waterplein mee te nemen in ontwikkelingen waar hoge dichtheden worden gebouwd, zoals het stationsgebied of de Merwedekanaalzone? En hoe wil het college dit voortaan voorleggen ter besluitvorming aan de raad, bijvoorbeeld ook bij nieuwbouwprojecten?

Antwoord: De primaire functie van het waterplein in Rotterdam is het tijdelijk opvangen van extreme neerslag om wateroverlast te voorkomen. De capaciteit van riolering, oppervlaktewater, verlaagd groen en de straten is in Rotterdam te weinig om zonder aanvullende waterpleinen droge voeten te kunnen houden. Dit heeft alles te maken dat Rotterdam maar beperkt water kan pompen naar de Nieuwe Waterweg.
In Utrecht beschikken we over de gelukkige situatie dat de capaciteit van riolering, oppervlaktewater, verlaagd groen en straten momenteel wel voldoende is om wateroverlast te voorkomen. Ook omdat we via de Muntsluis en Weerdsluis bij hevige neerslag heel veel water kunnen afvoeren naar de Vecht en het Amsterdam-Rijnkanaal. Hierdoor is het in Utrecht niet nodig een dergelijk grootschalige voorziening als in Rotterdam te realiseren om wateroverlast te voorkomen. Mochten we in de toekomst bij toename van de neerslagintensiteit toch aanvullende waterberging nodig hebben, dan is dit onderdeel van de planvorming van het betreffende gebied. Daarbij zetten we zoveel mogelijk in op groene en biodiverse maatregelen, zoals waterberging via verlaagd groen, in plaats van een hard, stenen plein. Hiermee komt het regenwater ook beter ten goede aan bomen en ander groen.

Relatie met andere beleidsterreinen
Uit de presentatie van Vitens bleek dat, met het oog op de geplande woningbouw in de hele provincie Utrecht en de effecten van de druk op de omgeving (o.a. op ontwikkelen nieuwe winningen en afname aanbod door druk op bestaande winningen), dat nieuwe woningen vanaf 2030 mogelijk geen drinkwater meer uit de kraan krijgen. Momenteel geldt al dat bedrijven in meerdere regio’s, waaronder Utrecht, al geen nieuwe drinkwateraansluiting meer krijgen.

12. Op welke manier wordt op verschillende beleidsterreinen, zoals de energietransitie, woningbouw, circulaire economie, ruimtelijke ordening, openbare ruimte en economie rekening gehouden met het verwachte drinkwatertekort in 2030?

Antwoord: Wij gaan er vooralsnog vanuit dat de maatregelen van drinkwaterbedrijven, nationale overheid en provincies voldoende zijn om een drinkwatertekort vanaf 2030 te voorkomen. Daar waar wij invloed hebben dragen wij hier zo goed mogelijk aan bij. Als aandeelhouder van Vitens benadrukken wij het belang van een goede, lange termijnstrategie. Daarnaast zetten we in op het beschermen van de drinkwaterwinningen binnen en nabij onze gemeente, het zoveel mogelijk vasthouden van regenwater en het zo min mogelijk gebruiken van drinkwater voor activiteiten waar geen drinkwaterkwaliteit voor nodig is.

13. Welke specifieke maatregelen worden er op dit moment genomen om dit probleem aan te pakken en te integreren in beleid?

Antwoord: Onze grootste zorg is het borgen van de kwaliteit van het grondwater in de diepere grondlaag waar binnen onze gemeente het drinkwater uit gewonnen wordt. Dit vraagstuk benoemen we in de Beleidsnota Ondergrond, die momenteel in voorbereiding is. We werken dit beleid uit via de herziening van het gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer. Voor meer informatie over de stand van zaken en het komende traject verwijzen wij naar de raadsbrief over dit onderwerp van 11 september jl.
Daarnaast werken we, zoals aangegeven bij vraag 10, omgevingsplanregels uit om de ambitie om zoveel mogelijk regenwater vast te houden en nuttig te gebruiken afdwingbaar te maken bij zowel nieuwbouw, grootschalige verbouw en ingrepen in de openbare ruimte. Tot slot zullen we ook in lijn met de visie en beleidsnota Utrecht circulair kijken hoe we zo duurzaam mogelijk kunnen omgaan met drinkwater.

Vanuit het systeemperspectief is de grootste bedreiging van de drinkwaterwinning dat we onvoldoende schoon grondwater hebben. Voor de energietransitie wordt steeds vaker gekeken naar WKO-oplossingen, waarvoor het nodig is om in diepere lagen te boren met alle vervuilingsrisico’s van dien.

14. Hoe weegt het college deze verschillende belangen tegen elkaar af?

Antwoord: De algemene kaders voor de belangenafweging nemen we op in de (in voorbereiding zijnde) Beleidsnota Ondergrond. De specifieke afweging m.b.t. omgaan met grondwaterverontreinigingen, wko’s en drinkwaterwinning vindt plaats in het huidige en nieuwe gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer. Bij de actualisatie van het Gebiedsplan worden Vitens en de provincie Utrecht nauw betrokken om de goede afwegingen te maken ter bescherming van de drinkwaterwinning en het gebruik van WKO.
In kader van de energietransitie wordt ook een Praktijkonderzoek uitgevoerd naar en onder welke voorwaarden we ‘veilig en verantwoord’ bodemenergie uit het tweede watervoerend pakket kunnen ontwikkelen. In dit kader is ook een eenmalige vrijstelling vanuit het Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer gegeven om een WKO toe te staan in het 2e Watervoerend pakket voor de gebiedsontwikkeling van Papendorp. Met deze onderzoeken willen we vaststellen hoe we verschillende opgaven in de stad met elkaar kunnen verenigen of waar we andere keuzen moeten (gaan) maken.

15. Op welke manier wordt dit in breder perspectief, met andere belanghebbende partijen zoals Vitens, afgewogen? Zeker wanneer waterwinningen moeten worden uitgebreid?

Antwoord: De belanghebbende partijen Vitens, de Provincie en waterschap HDSR zijn nauw betrokken bij het tot stand komen van het gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer. De regie voor de regionale afweging ligt bij de provincie.

Binnenkort komt de beleidsnota Warmte (en daaropvolgend het warmteprogramma) naar de raad. Het lijkt ons verstandig om Vitens hier vroegtijdig bij te betrekken om mogelijke risico’s, meerkosten en vertragingen te voorkomen.

16. Deelt het college deze mening?

  1. Zo ja, wordt Vitens bij dergelijke plannen betrokken?
  2. Zo nee, waarom niet?

Antwoord: De discussie over het gebruik van het 2e watervoerend pakket (de grondwaterlaag waaruit drinkwater wordt gewonnen) voor wko-systemen wordt gevoerd als onderdeel van de actualisatie van het gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer. Bij het vormgeven van het nieuwe beleid, dat onder andere gebeurd op basis van een milieueffectrapportage, is Vitens nauw bij betrokken. Ook de voorbereiding van de beleidsnota Warmte wordt betrokken bij dit proces. Bovendien heeft Vitens de kans om inspraak te doen bij vrijgave van de milieueffectrapportage voor het Warmteprogramma. Deze wordt eind 2024 of begin 2025 verwacht. Het is daarom niet noodzakelijk dat Vitens ook actief betrokken is bij de beleidsnota Warmte.

Algemene vragen
Uit de presentatie van het KWR kwam heel duidelijk naar voren dat de watertransitie vanuit systeemperspectief benaderd moet worden. Doe je dat niet, dan creëer je met de ene oplossing het volgende probleem. Ook werd duidelijk hoeveel partijen/overheidslagen bij het (drink)watersysteem betrokken zijn. Diverse organisaties (o.a. HDSR, Provincie Utrecht, Vitens) werken aan een visie over de transitie naar een circulair watersysteem/beleid t.o.v. grondwater.

17. In hoeverre worden de visies van de diverse organisaties op elkaar afgestemd? En in welke mate is Utrecht als gemeente hierbij betrokken?

Antwoord: Zoals aangegeven bij vraag 15 zijn HDSR, Provincie en Vitens nauw betrokken bij onze beleidsvorming om tot één gedragen aanpak te komen. We zien daarnaast dat het noodzakelijk is om onder regie van de provincie ook regionale afspraken te maken over dit vraagstuk.

18. Het KWR onderscheid drie schaalniveaus: centraal (regionaal), decentraal (woonwijk) en gebouwniveau. Op centraal niveau zijn de drinkwaterbedrijven en waterschappen regie-houder en op gebouwniveau de eindgebruiker (bewoners, bedrijven). Het valt op dat op decentraal niveau niemand regiehouder is. Ziet het college hier voor de gemeente een rol als regie-houder? Zo niet, wie zou hier volgens het college dan regie-houder moeten zijn?

Antwoord: Wij beschouwen onszelf op lokaal, wijk- en buurtniveau als regiehouder vanuit onze verantwoordelijkheid voor de fysieke leefomgeving. Daarnaast zijn wij daar waar het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) ons die ruimte biedt mede kaderstellend op gebouwniveau.

Charlotte Passier, Volt

Louise de Vries, Partij voor de Dieren

Kerstin Steinhart, Stadsbelang Utrecht

Jantine Zwinkels, CDA

Nadia Stylianou, D66

Victor Paalman, Horizon

Interessant voor jou

Schriftelijke vragen Verbied gezichtsherkenning en surveillance tijdens demonstraties

Lees verder

Schriftelijke vragen Geen paardenkoetsen in Utrecht!

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer