Schrif­te­lijke vragen Naar een progressief Utrechts drugs­beleid


Indiendatum: 22 mrt. 2021

Schriftelijke vragen 86/2021

Begin 2021 heeft D66 het Utrechts Drugsmanifest (ook bijgevoegd bij deze SV) overhandigd aan burgemeester Dijksma en wethouder Eerenberg (Volksgezondheid). Doel van het tienpuntenplan is inzetten op een drugsbeleid waarin volksgezondheid en een betere aanpak van veiligheidsvraagstukken voorop staan.

Al decennia wordt er een oorlog tegen drugs gevoerd met ook nadelige effecten voor onze stad en haar inwoners. Méér repressie gaat het verschil niet maken. Het is tijd om het anders te gaan doen. Waarbij gezondheid, veiligheid en vrijheid voorop staan. Ook moet meer aandacht komen voor het milieu. De fracties van D66, Partij voor de Dieren, PvdA, Student & Starter en SP vinden het tijd voor een meer progressief drugsbeleid, zowel landelijk als lokaal. Daarom hebben zij de volgende vragen:

NB. Naar aanleiding van het drugsmanifest willen de fracties graag het debat aangaan met andere partijen en het college. In voorbereiding daarop vinden wij het belangrijk te weten hoe het college aankijkt tegen de voorstellen die in het drugsmanifest staan. De door ons gestelde vragen zullen enig uitzoekwerk vragen, in een coronatijd die voor de afdelingen veiligheid en volksgezondheid druk is. Wij hebben daarom – indien gewenst – begrip voor een ruimere beantwoordingstermijn dan gebruikelijk. Daarbij geldt wat ons betreft dat kwaliteit voor snelheid gaat.

Landelijk drugsbeleid, lokale doorwerking

1. Hoe beoordeelt het college het landelijke drugsbeleid en de lokale doorwerking hiervan op het gebied van volksgezondheid, veiligheid, individuele vrijheid en het milieu (productie drugs)? Is het college het met de vragenstellers eens dat het huidige systeem van gedogen niet goed functioneert en dat verbetering urgent en gewenst is (ook gezien de kabinetsformatie)?

2. Kan het college zich wat betreft de gewenste ontwikkeling van het landelijk drugsbeleid en de lokale doorwerking hiervan vinden in de beweging die in het Utrechts Drugsmanifest wordt geschetst? D.w.z. (legale) regulering van de minst schadelijke vormen van drugs (zie ook bovenstaande twee grafieken)?

Voorstel 1 (xtc-experiment)

Een van de voorstellen uit het Utrechts Drugsmanifest is het doen van een lokaal xtc-experiment. Dit voorstel is met name ontleend aan de aanbevelingen van de Denktank MDMA beleid.

3. Hoe beoordeelt het college de conclusies en aanbevelingen van deze denktank? Wat is er naar oordeel van het college nodig om een dergelijk x shop model in te voeren?

Voorstel 2 (testen)

4. Hoe zijn de ervaringen met het laten testen afgelopen jaar met het oog op corona? Zullen het informeren van gebruikers en de testmogelijkheden zodra uitgaans- en festivalleven weer opstart weer mogelijk zijn op het ‘normale’ (pre-corona) niveau?

5. Wat is ervoor nodig om het laagdrempelig laten testen van drugs op festivals (wanneer i.v.m. corona weer mogelijk) in te zetten en uit te breiden in onze stad?

6. Hoe vindt samenwerking plaats met festivalorganisatoren, -bezoekers en bijv. Jellinek/ Unity om testen sneller en normaler te maken?

7. Is er meer zicht op de aanschaf van een FTIR, zoals aan de orde gesteld in de SV 2019 nr. 190?

Voorstel 3 (spreiding coffeeshops)

8. Hoe beoordeelt het college het eigen coffeeshopbeleid wanneer gekeken wordt naar het relatief lage aantal Utrechtse shops in vergelijking met andere grote steden? Wat is volgens het college de reden dat niet alle ruimte voor mogelijke locaties van coffeeshops benut wordt in Utrecht?

9. Wat zou ervoor nodig zijn om meer ruimte voor (tijdelijke) initiatieven en nieuwe vormen van verkooplocaties mogelijk te maken in Utrecht?

10. Is het college met ons van mening dat spreiding over onze – sterk groeiende - stad gewenst is?

11. Al zo’n 10 jaar wordt er nu gewerkt aan het plan ‘De binnenstad voorbij’. Wanneer kunnen wij de opening van de drive-in coffeeshop verwachten in Utrecht? Hoe gaat dit eruit zien en wordt dit ook voor fietsers geschikt gemaakt?

Voorstel 4 (thuisteelt)

12. Hoe kijkt het college aan tegen het gebruik van wiet voor medicinale doeleinden?

13. Is het college eens dat Utrechters als zij de richtlijnen van de PGMCG volgen thuisteelt voor medicinaal gebruik niet strafbaar zou moeten zijn?

Voorstel 5 (beschermen Utrechtse jongeren)

14. Welke mogelijkheden ziet het college om (ervoor te pleiten om) de succesvolle NIX18- campagne te verbreden van alleen alcohol en roken naar andere, door jongeren veelgebruikte vormen van drugs?

Voorstel 7 (effectieve inzet politie en handhaving)


In december 2020 ontvingen we de brief over de aanpassing van het zgn. Damocles-beleid. Daarin lazen we over een aantal ontwikkelingen die ons bevallen, maar ook over besluiten die we minder goed vinden.

15. In juni 2019 informeerde de burgemeester de raad dat van het aantal zaken waarbij artikel 13b van de Opiumwet werd toegepast, in 100% van de Utrechtse gevallen leidde tot een positieve uitspraak van de Raad van State. Zijn er sinds dat moment tot nu toe gevallen geweest waar een negatieve uitspraak gegeven werd, en kunnen die worden toegelicht?

16. Zijn er al (voorzichtige) conclusies te trekken uit de werking van de eind 2020 aangepaste beleidsregel? Wordt hierop geëvalueerd, en zo ja, wanneer kunnen wij op de hoogte gesteld worden over deze resultaten?

17. Is het college het met ons eens dat door de focus meer te leggen op de aanpak van de meest schadelijke vormen van drugs (zie hierboven), de veiligheidsinzet van de gemeente, politie en OM effectiever en efficiënter kan worden?

Voorstel 8 (onderzoek drugseconomie)

Wij vinden dat het bestrijden van de zwaarste criminaliteit prioriteit zou moeten zijn. Dogma’s in het huidige (landelijke) drugsbeleid lijken daarbij in de weg te zitten. Hierover is weinig onderzoek beschikbaar. Wij willen dat er, aan de hand van de Utrechtse situatie, wetenschappelijk onderbouwde aanbevelingen gedaan worden waarmee de volksgezondheid en de veiligheid in onze stad gediend kunnen worden. Daarin dient ook te worden ingegaan op de geschiktheid en effectiviteit van wetgeving m.b.t. drugsgebruik, drugsgerelateerde delicten en de aanpak van ondermijnende criminaliteit.

18. Is het college bereid onderzoek te laten doen naar deze brede scope op de ‘drugseconomie’ in Utrecht? Wil het college daarover een onderzoeksopzet voorbereiden en met de raad delen?

Voorstel 9 (coalition of the willing)

19. Welke mogelijkheden ziet het college om samen met andere gemeenten een coalitie op te richten met als doelen: (a) onderlinge uitwisseling om lokaal drugsbeleid te verbeteren/veranderen en samen op te trekken om een lobbyagenda te formuleren; en b) zo effectief een lobby richting het kabinet te voeren t.b.v. het verbeteren van het landelijke drugsbeleid?

Voorstel 10 (burgerberaad)

20. Is het college bereid om een lokaal burgerberaad over de toekomst van het Utrechts drugsbeleid in het leven te roepen, met als doel concrete voorstellen uit te werken (met hulp van experts) en daarmee ook het maatschappelijk debat hierover aan te jagen?

21. Als dit lokaal burgerberaad er komt, wat zouden dan de belangrijkste vragen zijn die het college aan deze groep burgers wil voorleggen?

Gesteld door:
Has Bakker en Maarten Koning, D66
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Hester Assen en Bülent Isik, PvdA
Tessa Sturkenboom, Student & Starter
Ruurt Wiegant, SP