Schrif­te­lijke vragen Nu de kunst­ge­schie­de­nis­boeken van de toekomst vormgeven


Schriftelijke vragen 10/2020

Een nieuw decennium is gestart. Het is januari 2020. De gloednieuwe centrale bibliotheek van Utrecht staat op het punt om haar deuren te openen in het voormalige Postkantoor aan de Neude. “Het nieuwe boekenpaleis moet ook een plek worden voor hedendaagse kunst, door middel van tijdelijke tentoonstellingen en permanente kunstopdrachten. Op advies van een speciaal voor dit initiatief samengestelde kunstcommissie, is een meervoudige opdracht uitgeschreven. Het resulteerde in de selectie van 5 mannelijke kunstenaars die in het nieuwe gebouw een permanent podium voor hun kunstwerken krijgen.”, lazen wij en de rest van de stad deze week in DUIC (De Utrechtse Internet Courant). De keuze voor vijf witte mannelijke kunstenaars roept zowel bij GroenLinks, de Partij voor de Dieren en DENK, als bij de rest van de stad vragen op.

De vragen uit de stad zijn onderdeel van een breed maatschappelijk cultuurdebat. Inmiddels weten we dat in de geschiedenis vooral witte mannelijke kunstenaars zijn geroemd als boegbeelden en dat vrouwelijke kunstenaars en hun kwaliteiten te vaak ongezien zijn gebleven. En dat een dominante groep hierdoor eenzijdig onze blik op kwaliteit van kunst heeft beïnvloed.

Met de nieuwe Cultuurnota ‘Kunst kleurt de stad’ kiest Utrecht ervoor om een inclusieve en toegankelijke stad te zijn met een culturele sector die recht doet aan de diversiteit die onze stad kenmerkt. De fracties delen deze visie en willen graag vooruitkijken. Wat GroenLinks, de Partij voor de Dieren en DENK betreft werken we in Utrecht samen met alle instellingen en partners toe naar een gevarieerd cultuuraanbod met diverse makers, ontdekken we samen onze blinde vlekken en creëren we gelijke kansen voor iedereen. Zodat kinderen van nu in de kunstgeschiedenisboeken van de toekomst kunnen lezen dat de boegbeelden anno 2020 niet alleen mannen maar ook vrouwen waren. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie. Net zoals de grote spelers in de stad, zoals de Bibliotheek Utrecht.

De Bibliotheek Utrecht heeft naar eigen zeggen een zorgvuldig proces ingericht voor de selectie en geeft deze week zelf een reactie: “De kritiek dat er met de vijf witte mannen die geselecteerd zijn, niet voldaan wordt aan het streven naar ‘diversiteit en pluriformiteit van cultuuruitingen’ kan de bibliotheek zich voorstellen. Daarom geven we graag inzage in het proces van selectie, waarbij die diversiteit en pluriformiteit wel degelijk een belangrijk uitgangspunt vormden.” Culturele Zaken heeft hier de rol gehad van projectsubsidie-gever. Om het project mede mogelijk te maken is subsidie aangevraagd bij de gemeente Utrecht. Een adviescommissie heeft de aanvraag beoordeeld op basis van de projectsubsidiebeleidsregels. Voor een verlening van een projectsubsidie cultuur moet op alle criteria een voldoende worden gescoord. Een van deze criteria is 'betekenis voor de stad'. Hier valt pluriformiteit/diversiteit onder. De commissie was kritisch hierover, maar heeft alsnog een positief oordeel gegeven op basis van een 'integrale afweging', begrijpen wij uit een antwoord op onze technische vragen aan de gemeente. “In het geval van de aanvraag van de bibliotheek heeft de commissie een kritische opmerking gemaakt over het gebrek aan diversiteit in de keuze van de kunstenaars. Omdat de commissie wel positief oordeelde over het initiatief van de bibliotheek, het feit dat er allemaal Utrechtse kunstenaars waren gekozen en de kwaliteit van de kunstwerken, is zij toch tot een positief oordeel gekomen, met daarbij het advies aan het college om de bibliotheek te berichten dat bij de verdere invulling van het kunstprogramma veel meer aandacht voor diversiteit en inclusiviteit moet zijn, zowel in de programmering als publieksbenadering.” Op basis van het positieve advies van de commissie is de subsidie verleend door het college.

Als gemeenteraad gaan wij niet over de afweging van de bibliotheek en ook niet over de afweging van de adviescommissie, maar wel over de beoordelingscriteria en naleving daarvan. In de integrale afweging van de adviescommissie is het onderwerp pluriformiteit/diversiteit ondergeschikt gebleken aan de andere gestelde criteria. Over het proces van de projectaanvraag hebben de fracties daarom een aantal vragen aan het college:

1. Hoe kijkt het college naar de ontstane kritiek?

2. Is het college het met de partijen eens dat een centrale Bibliotheek ook een maatschappelijke voorbeeldfunctie heeft en zich bewust zou moeten zijn van het maatschappelijke debat?

3. Heeft het college al navolging gegeven aan het advies van de commissie om de bibliotheek te berichten dat er in de toekomst meer aandacht voor diversiteit en inclusiviteit moet zijn in het kunstprogramma? Zo ja, wat was de reactie van de bibliotheek? Zo nee, wanneer gaat het college in gesprek met de bibliotheek?

4. De Bibliotheek Utrecht is van plan om ook in de toekomst kunst tentoon te stellen. Wil het college toezeggen om ook in gesprek te gaan met de bibliotheek om de maatschappelijke voorbeeldfunctie die ze in deze stad vervult te benadrukken?

5. Is het college van mening dat de criteria uit de cultuurnota bedoeld zijn om als advies mee te geven voor toekomstige aanvragen van instellingen, en/of dat de criteria door de raad en het college opgesteld zijn om handvaten te bieden voor de keuzes van de adviescommissies hier en nu?

6. Is het college van mening dat de beleidsregels voor projectsubsidies bij de nieuwe Cultuurnota 2020-2024 genoeg handvaten bieden aan de adviescommissies om in de toekomst alle criteria – dus ook pluriformiteit/diversiteit - als even belangrijk te wegen? Zo nee, welke aanpassing is volgens het college nodig om de criteria en daarmee de integrale afweging van adviescommissies meer richting te geven, zodat het onderwerp pluriformiteit/diversiteit in de toekomstige beoordelingen even zwaar weegt als andere criteria?

Melody Deldjou Fard, GroenLinks
Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren
Mahmut Sungur, DENK

Bron:

https://www.bibliotheekutrecht.nl/nieuws/Kunstcommissie-Neude.html

Antwoorddatum: 11 feb. 2020

Schriftelijke vragen 10/2020

Een nieuw decennium is gestart. Het is januari 2020. De gloednieuwe centrale bibliotheek van Utrecht staat op het punt om haar deuren te openen in het voormalige Postkantoor aan de Neude. “Het nieuwe boekenpaleis moet ook een plek worden voor hedendaagse kunst, door middel van tijdelijke tentoonstellingen en permanente kunstopdrachten. Op advies van een speciaal voor dit initiatief samengestelde kunstcommissie, is een meervoudige opdracht uitgeschreven. Het resulteerde in de selectie van 5 mannelijke kunstenaars die in het nieuwe gebouw een permanent podium voor hun kunstwerken krijgen.”, lazen wij en de rest van de stad deze week in DUIC (De Utrechtse Internet Courant). De keuze voor vijf witte mannelijke kunstenaars roept zowel bij GroenLinks, de Partij voor de Dieren en DENK, als bij de rest van de stad vragen op.

De vragen uit de stad zijn onderdeel van een breed maatschappelijk cultuurdebat. Inmiddels weten we dat in de geschiedenis vooral witte mannelijke kunstenaars zijn geroemd als boegbeelden en dat vrouwelijke kunstenaars en hun kwaliteiten te vaak ongezien zijn gebleven. En dat een dominante groep hierdoor eenzijdig onze blik op kwaliteit van kunst heeft beïnvloed.

Met de nieuwe Cultuurnota ‘Kunst kleurt de stad’ kiest Utrecht ervoor om een inclusieve en toegankelijke stad te zijn met een culturele sector die recht doet aan de diversiteit die onze stad kenmerkt. De fracties delen deze visie en willen graag vooruitkijken. Wat GroenLinks, de Partij voor de Dieren en DENK betreft werken we in Utrecht samen met alle instellingen en partners toe naar een gevarieerd cultuuraanbod met diverse makers, ontdekken we samen onze blinde vlekken en creëren we gelijke kansen voor iedereen. Zodat kinderen van nu in de kunstgeschiedenisboeken van de toekomst kunnen lezen dat de boegbeelden anno 2020 niet alleen mannen maar ook vrouwen waren. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie. Net zoals de grote spelers in de stad, zoals de Bibliotheek Utrecht.

De Bibliotheek Utrecht heeft naar eigen zeggen een zorgvuldig proces ingericht voor de selectie en geeft deze week zelf een reactie: “De kritiek dat er met de vijf witte mannen die geselecteerd zijn, niet voldaan wordt aan het streven naar ‘diversiteit en pluriformiteit van cultuuruitingen’ kan de bibliotheek zich voorstellen. Daarom geven we graag inzage in het proces van selectie, waarbij die diversiteit en pluriformiteit wel degelijk een belangrijk uitgangspunt vormden.” Culturele Zaken heeft hier de rol gehad van projectsubsidie-gever. Om het project mede mogelijk te maken is subsidie aangevraagd bij de gemeente Utrecht. Een adviescommissie heeft de aanvraag beoordeeld op basis van de projectsubsidiebeleidsregels. Voor een verlening van een projectsubsidie cultuur moet op alle criteria een voldoende worden gescoord. Een van deze criteria is 'betekenis voor de stad'. Hier valt pluriformiteit/diversiteit onder. De commissie was kritisch hierover, maar heeft alsnog een positief oordeel gegeven op basis van een 'integrale afweging', begrijpen wij uit een antwoord op onze technische vragen aan de gemeente. “In het geval van de aanvraag van de bibliotheek heeft de commissie een kritische opmerking gemaakt over het gebrek aan diversiteit in de keuze van de kunstenaars. Omdat de commissie wel positief oordeelde over het initiatief van de bibliotheek, het feit dat er allemaal Utrechtse kunstenaars waren gekozen en de kwaliteit van de kunstwerken, is zij toch tot een positief oordeel gekomen, met daarbij het advies aan het college om de bibliotheek te berichten dat bij de verdere invulling van het kunstprogramma veel meer aandacht voor diversiteit en inclusiviteit moet zijn, zowel in de programmering als publieksbenadering.” Op basis van het positieve advies van de commissie is de subsidie verleend door het college.

Als gemeenteraad gaan wij niet over de afweging van de bibliotheek en ook niet over de afweging van de adviescommissie, maar wel over de beoordelingscriteria en naleving daarvan. In de integrale afweging van de adviescommissie is het onderwerp pluriformiteit/diversiteit ondergeschikt gebleken aan de andere gestelde criteria. Over het proces van de projectaanvraag hebben de fracties daarom een aantal vragen aan het college:

1. Hoe kijkt het college naar de ontstane kritiek?

Wij vinden het goed dat kunst aandacht krijgt en tot discussie leidt. Inclusiviteit is een belangrijk thema en is daarom ook als een van de pijlers in de Cultuurnota 2021-2024 opgenomen. Hiermee zorgen we ervoor dat inclusiviteit verankerd is in onze visie van de komende jaren en ook een rol speelt in de beoordeling van projectsubsidies. Daarnaast zijn wij blij een bijdrage te kunnen leveren aan de
realisatie van een vijftal kunstwerken in een openbare ruimte als de bibliotheek. Omdat onze bijdrage slechts 15% van de totale kosten voor de kunstopdrachten omvat, bevinden wij ons niet in een rol dat wij eenzijdig kunnen bepalen hoe dingen gaan. Wel kunnen we een duidelijk signaal afgeven, wat ook is gebeurd.

2. Is het college het met de partijen eens dat een centrale Bibliotheek ook een maatschappelijke voorbeeldfunctie heeft en zich bewust zou moeten zijn van het maatschappelijke debat?

Ja, wij menen dat de bibliotheek als publieke instelling een maatschappelijke voorbeeldfunctie heeft. Op grond van de informatie die de bibliotheek verstrekt heeft, kunnen wij niet concluderen dat de bibliotheek zelf daarover een andere mening heeft of zich daarvan niet bewust zou zijn.

3. Heeft het college al navolging gegeven aan het advies van de commissie om de bibliotheek te berichten dat er in de toekomst meer aandacht voor diversiteit en inclusiviteit moet zijn in het kunstprogramma? Zo ja, wat was de reactie van de bibliotheek? Zo nee, wanneer gaat het college in gesprek met de bibliotheek?

Het advies van de commissie is met de verleningsbeschikking meegestuurd aan de bibliotheek. In dit advies staat duidelijk aangegeven dat wij vinden dat bij de verdere invulling van het kunstprogramma veel meer aandacht voor diversiteit en inclusiviteit moet zijn, zowel in de programmering als publieksbenadering. De bibliotheek zal dit advies oppakken.

4. De Bibliotheek Utrecht is van plan om ook in de toekomst kunst tentoon te stellen. Wil het college toezeggen om ook in gesprek te gaan met de bibliotheek om de maatschappelijke voorbeeldfunctie die ze in deze stad vervult te benadrukken?

Daar waar wij bijdragen leveren blijven te allen tijde in gesprek met de bibliotheek. In het verlengde van het antwoord op vraag 2 menen wij dat de bibliotheek zich bewust is van de maatschappelijke voorbeeldfunctie die zij heeft.

5. Is het college van mening dat de criteria uit de cultuurnota bedoeld zijn om als advies mee te geven voor toekomstige aanvragen van instellingen, en/of dat de criteria door de raad en het college opgesteld zijn om handvaten te bieden voor de keuzes van de adviescommissies hier en nu?

Ja, de uitgangspunten zoals geformuleerd in de Cultuurnota 2021-2024 zijn bedoeld om inhoudelijk richting te geven aan zowel de aanvragen van instellingen als de beoordelingen van de adviescommissie.

6. Is het college van mening dat de beleidsregels voor projectsubsidies bij de nieuwe Cultuurnota 2020-2024 genoeg handvaten bieden aan de adviescommissies om in de toekomst alle criteria – dus ook pluriformiteit/diversiteit - als even belangrijk te wegen? Zo nee, welke aanpassing is volgens het college nodig om de criteria en daarmee de integrale afweging van adviescommissies meer richting te geven, zodat het onderwerp pluriformiteit/diversiteit in de toekomstige beoordelingen even zwaar weegt als andere criteria?

Toen de betreffende aanvraag van de bibliotheek beoordeeld werd, was de Cultuurnota 2021-2024 nog niet vastgesteld. Ook was er nog een oude beleidsregel voor projectsubsidies van kracht. Desondanks heeft de adviescommissie (die in samenstelling zeer divers is) destijds duidelijke vraagtekens gezet bij de inclusiviteit van dit initiatief. In november 2019 zijn de nadere regels voor projectsubsidies geactualiseerd, in lijn met de afwegingen uit de Cultuurnota. De beoordelingscriteria
voor projectsubsidies bestaan uit artistieke kwaliteit, ondernemerschap en betekenis voor de stad. Onder dit laatste criterium beoordeelt de commissie ook de diversiteit en pluriformiteit van een aanvraag. Sinds november 2019 geldt dat alleen een toekenning volgt als op alle criteria een voldoende wordt gescoord (voorheen gingen we uit van een gemiddelde). In die zin beschikt de adviescommissie Projectsubsidies nu over duidelijke handvatten om genoemde onderwerpen scherp te beoordelen.

Melody Deldjou Fard, GroenLinks
Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren
Mahmut Sungur, DENK

Bron:

https://www.bibliotheekutrecht.nl/nieuws/Kunstcommissie-Neude.html