Schrif­te­lijke vragen Grond­spots bomen en licht­ver­vuiling


Schriftelijke vragen 275/2019

Onder meer in juli 2017 sprak de raad over het Burgerinitiatief Elke Dag verdient een Nacht van de Nacht, tegen lichtvervuiling in Utrecht. We spraken onlangs de initiatiefnemers en op het gebied van de aanpassing van straatverlichting lijkt het de goede kant op te gaan. Op het gebied van grondspots bij bomen en de verlichting van sportvelden en gebouwen lijkt dit niet het geval.

Op 6 juli 2017 nam vrijwel de gehele raad motie 129/2017 aan, die het college opriep uit te zoeken of de grondspots bij de bomen op de Melissekade uitgezet en verwijderd konden worden. We begrepen dat de spots daarna definitief zijn uitgezet.

De Partij voor de Dieren heeft over het bovenstaande de volgende vragen:

1. Klopt het dat de grondspots bij de bomen op de Melissekade definitief zijn uitgezet? Zo nee, wat is nu de stand van zaken en wat zijn de plannen hiervoor? En worden de spots nog fysiek verwijderd? Zo nee, waarom niet?

2. Hoe is nu het beleid van het college op het gebied van grondspots bij bomen? Worden er nu geen grondspots meer onder bomen aangelegd? Is hier een beleidsregel over opgesteld? Zo nee, waarom niet?

De reden waarom we vraag 2 stellen is ook omdat op het Stationsplein en op de trap naar beneden grondspots onder meerdere bomen zijn aangelegd, en dit is gebeurd nadat de motie ‘grondspots Melissekade’ is aangenomen.

We hoorden dat de Projectorganisatie Stationsgebied verantwoordelijk is voor de aanleg van de grondspots bij de bomen op het Stationsplein en de trap.

3. Klopt dit, en is er van tevoren overlegd met de gemeente hierover? Zo nee, waarom niet?

4. Indien de gemeente hier een (beslissende) rol in heeft gespeeld: hoe kan het dat na de motie ‘grondspots Melissekade’ bij deze bomen nieuwe grondspots zijn aangelegd?

5. Waar in Utrecht zijn nog grondspots bij bomen in Utrecht aanwezig (waar de gemeente verantwoordelijk voor is) en zijn die inmiddels allemaal uitgezet? Zo nee, waarom niet?

6. Indien er geen gemeentebeleid is om geen grondspots meer aan te leggen bij bomen: is het college bereid om dit vanaf nu wel standaard te doen bij bomen op openbaar terrein en te bepleiten bij bomen elders in de gemeente?

7. Wat was de afweging om de bomen op en rond het Stationsplein te voorzien van grondspots?

8. Zijn er nog aanpassingen mogelijk bij deze bomen, waardoor de aanlichting bij de bomen op het Stationsplein wordt uitgezet of verwijderd en niet de boom op de trap, maar wel de trap zélf (bijvoorbeeld aan de zijkant) aangelicht wordt, zodat mensen niet vallen? Zo nee, waarom niet?

9. Is bij het college bekend waar nog meer grondspots aangelegd zijn door anderen dan de gemeente (bijvoorbeeld bij winkelcentrum Mereveldplein, volgens de initiatiefnemers van het burgerinitiatief)? Zo ja, waar zijn deze grondspots?

10. Wat kan het college doen om de aanleg van grondspots onder bomen door particulieren en bedrijven te voorkómen, en – als het al aangelegd is - uit te laten zetten en liefst te laten verwijderen?

11. Is het college bereid om in nieuwe bestemmingsplannen en afspraken met bouwers en bedrijven vast te laten leggen dat de gemeente Utrecht niet wil dat bomen worden aangelicht middels grondspots? Zo nee, waarom niet?

Aanlichten van gebouwen
We begrepen van de initiatiefnemers van het burgerinitiatief dat de stadsecoloog ervoor pleit dat in de Omgevingswet wordt opgenomen dat ‘gebouwen geen licht meer mogen uitstralen’. Dit zou ook gelden voor gebouwen die zelf ‘aangelicht’ worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan gebouwen die vleermuis- en vogelvriendelijk worden gemaakt (diervriendelijk bouwen) en die vervolgens worden ‘aangelicht’, wat betekent dat de gebouwen juist weer dieronvriendelijk worden.

12. Wat wordt er bedoeld met ‘geen licht meer mogen’ uitstralen? Geldt dit zowel voor het aanlichten van gebouwen als het door het gebouw zelf afstralen van licht (zoals de Rabotoren of de winkels op Vredenburg met hun felle lichten en letters)?

13. Hoe wordt de inzet van het college ingestoken richting de Omgevingswet en lichtvervuiling? Vindt het college ook dat het aanlichten van gebouwen én het stoppen van de verlichting vanaf gebouwen (zoals op Vredenburg) moet stoppen in het kader van lichtvervuiling en dierenwelzijn?

14. Indien het college zich ook ervoor inzet dat gebouwen geen licht meer uitstralen: gaat dit dan ook over kantoren, winkels en andere gebouwen die hun verlichting binnen laten branden, terwijl er niemand meer aanwezig is? Hoe ziet het college de inspanningen hiervoor vanuit het college voor zich?

15. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat gebouwen die diervriendelijke maatregelen hebben genomen zoals nestkasten voor vogels en vleermuizen ZEKER niet aangelicht mogen worden en dat die aanlichting als eerste aangepakt moet worden? Zo nee, waarom niet?

16. In hoeverre pleit het college er bij nieuwe bestemmingsplannen voor dat gebouwen, verblijfplaatsen van dieren, bomen en ander groen niet meer worden aangelicht?

17. Neemt het college bij besprekingen over bestemmingsplannen mee dat bij flatwoningen en – indien van toepassing - bedrijven plafondlampen die alleen naar beneden uitstralen in plaats van wandlampen naast de huisdeuren beter zijn tegen lichtvervuiling? Zo nee, is het college hiertoe bereid? Zo nee, waarom niet?

18. Hoe ziet het college dit voor zich bij bestaande gebouwen die niet van de gemeente zijn, maar wel van bedrijven en particulieren?

Verlichting op sportvelden
Veel sportvelden hebben nog verlichting die teveel naar boven en de zijkant uitstraalt, waardoor groen, de hemel en woningen nodeloos verlicht worden. Ook blijven vooral oudere lichten onnodig lang aan staan, omdat het bij deze lichten lang duurt voordat ze op volle kracht zijn. LED-verlichting kan een oplossing zijn, mits die niet naar boven en de zijkant uitstraalt, pas aangezet wordt als een veld gebruikt wordt en direct uitgezet wordt na gebruik van een veld. Dit scheelt niet alleen lichtvervuiling, maar ook energie(kosten). In de tussentijd kan het afschermen van bestaande verlichting een oplossing zijn die snel te regelen valt.

19, Hoe actief is het college nu bezig met de aanpak van het nodeloos verlichten van sportvelden?

20. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het voor het milieu, klimaat, wilde dieren en omwonenden belangrijk is dat de verlichting op sportvelden zo snel mogelijk wordt aangepast?

21. Is het college bereid om extra vaart te zetten achter een afspraak tussen de initiatiefnemers van het burgerinitiatief, de gemeente, VSU en sportverenigingen, met als doel dat in het eerste kwartaal van 2020 gesproken kan worden over het terugdringen van lichtvervuiling (uitstraling naar boven en de zijkant, onnodig verlichten van sportvelden bij geen-gebruik etc)? Zo nee, waarom niet?

22. Is het college bereid om bij gesprekken te benadrukken dat áls sportverenigingen LED-verlichting gebruiken, ze hier zuinig mee omgaan en de lichten niet onnodig laten branden (omdat LED relatief goedkoop is)?

Lichtvervuiling overig

23. Hoe ver is het college met de aanpak van het nodeloos verlichten van viaducten over het water? Bijvoorbeeld bij station Terwijde?

24. Bij het Amsterdam Rijnkanaal zijn de verkeerde armaturen neergezet in 2017. Hier hebben we al eerder vragen over gesteld, omdat we vinden dat deze armaturen afgeschermd moeten worden, met als doel dat ze niet meer naar boven en de zijkant zouden uitstralen. Is dit inmiddels gebeurd? Zo nee, waarom niet?

25. We begrepen dat in Leeuwesteyn de armaturen nog niet voorzien zijn van kappen, zodat ook die in het (inmiddels wel schaarse) groen uitstralen. Klopt dat en zo ja, wanneer worden hier maatregelen genomen? Zo nee, waarom niet?

We hoorden dat in de wijk Haarzicht de verlichting helemaal verkeerd is aangepakt. Dit zou een duurzame wijk moeten worden, maar de verlichting straalt nu al uit in
het groen.

26. Wat kan en gaat het college doen om deze verlichting aan te pakken, zodat deze wél aan de voorwaarden van het burgerinitiatief voldoen?

Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 21 jan. 2020

Schriftelijke vragen 275/2019

Onder meer in juli 2017 sprak de raad over het Burgerinitiatief Elke Dag verdient een Nacht van de Nacht, tegen lichtvervuiling in Utrecht. We spraken onlangs de initiatiefnemers en op het gebied van de aanpassing van straatverlichting lijkt het de goede kant op te gaan. Op het gebied van grondspots bij bomen en de verlichting van sportvelden en gebouwen lijkt dit niet het geval.

Op 6 juli 2017 nam vrijwel de gehele raad motie 129/2017 aan, die het college opriep uit te zoeken of de grondspots bij de bomen op de Melissekade uitgezet en verwijderd konden worden. We begrepen dat de spots daarna definitief zijn uitgezet.

De Partij voor de Dieren heeft over het bovenstaande de volgende vragen:

1. Klopt het dat de grondspots bij de bomen op de Melissekade definitief zijn uitgezet? Zo nee, wat is nu de stand van zaken en wat zijn de plannen hiervoor? En worden de spots nog fysiek verwijderd? Zo nee, waarom niet?

Ja, na een proefperiode waarin de grondspots waren uitgeschakeld zijn de grondspots definitief verwijderd zoals afgesproken.

2. Hoe is nu het beleid van het college op het gebied van grondspots bij bomen? Worden er nu geen grondspots meer onder bomen aangelegd? Is hier een beleidsregel over opgesteld? Zo nee, waarom niet?

In het Handboek Openbare Ruimte (HOR) worden richtlijnen meegegeven voor de inrichting van de openbare ruimte bij gemeentelijke projecten. Ook voor verlichting zijn er richtlijnen waarop wordt getoetst waarvan het niet aanlichten van bomen door middel van grondspots er een is. Alle veranderingen in de openbare ruimte, van groot tot klein, worden getoetst aan het gestelde kader (Handboek Openbare ruimte). De commissie BInG (Beheer Inrichting Gebruik) ziet er op toe dat de verschillende projecten conform het handboek openbare ruimte zijn. Elk plan voor (een deel van) de openbare ruimte moet daarom tijdens de initiatieffase (vóór het voorlopig ontwerp) worden aangemeld bij de commissie BInG. Het kan voorkomen dat niet aan alle eisen van het handboek voldaan kan worden. De afwijkingen op het handboek kunnen aan de commissie BInG voorgelegd worden en, indien goed gemotiveerd, goedkeuring krijgen. Enige flexibiliteit is nodig omdat verlichting per situatie moet worden beoordeeld.

De reden waarom we vraag 2 stellen is ook omdat op het Stationsplein en op de trap naar beneden grondspots onder meerdere bomen zijn aangelegd, en dit is gebeurd nadat de motie ‘grondspots Melissekade’ is aangenomen.

We hoorden dat de Projectorganisatie Stationsgebied verantwoordelijk is voor de aanleg van de grondspots bij de bomen op het Stationsplein en de trap.

3. Klopt dit, en is er van tevoren overlegd met de gemeente hierover? Zo nee, waarom niet?

De Ontwikkelorganisatie Ruimte (opgave Centrum: Stationsgebied) van de gemeente is verantwoordelijk voor het ontwerpen en realiseren van het Stationsplein Oost.

4. Indien de gemeente hier een (beslissende) rol in heeft gespeeld: hoe kan het dat na de motie ‘grondspots Melissekade’ bij deze bomen nieuwe grondspots zijn aangelegd?

Voor het Stationsgebied is een referentiekader Openbare Ruimte opgesteld ver vóór de aanpassingen in het HOR en beoordeeld in de BInG (Beheer inrichting en gebruik openbare ruimte) en de Commissie Welstand en Monumenten (in 2012 vastgesteld). In dit referentiekader maken we onderscheid tussen verschillende typen openbare ruimten. Het Stationsplein valt onder de noemer Bijzonder. Bij deze ruimtelijke indeling hoort een bijzonder karakter en bijbehorende inrichting. In dit geval maakt het aanlichten van bomen onderdeel uit van het totaal ontwerp van het Stationsplein omdat dit het meest recht doet aan de omgeving en het beoogde gebruik. Bij gebieden die vallen onder noemer Bijzonder willen we de mogelijkheid (blijven) hebben om gemotiveerd af te wijken van het HOR om recht te doen aan de omgeving en het beoogde gebruik van zo’n gebied.

5. Waar in Utrecht zijn nog grondspots bij bomen in Utrecht aanwezig (waar de gemeente verantwoordelijk voor is) en zijn die inmiddels allemaal uitgezet? Zo nee, waarom niet?

Behalve de Moreelsebrug en Stationsplein en Winkelcentrum Burchtplein zijn ons geen situaties bekend waar bomen aangelicht worden met grondspots.

6. Indien er geen gemeentebeleid is om geen grondspots meer aan te leggen bij bomen: is het college bereid om dit vanaf nu wel standaard te doen bij bomen op openbaar terrein en te bepleiten bij bomen elders in de gemeente?

Het uitgangspunt is dat er geen grondspots die bomen aanlichten worden aangebracht en dit is het Handboek Inrichting Openbare Ruimte opgenomen. In de beantwoording van vraag 4 is aangegeven dat voor sommige bijzondere gebieden gemotiveerd kan worden afgeweken van het HOR nadat dit besproken is in de BiNG en eventueel de commissie Welstand en Monumenten.

7. Wat was de afweging om de bomen op en rond het Stationsplein te voorzien van grondspots?

Dit is onderdeel van het ontwerp van de architect voor een sfeervol en veilig plein waarbij de bomen op een esthetisch mooie manier worden aangelicht. Het Stationsplein Oost is een van de meest intensief gebruikte openbare ruimtes van onze stad. Daarbij past een prettig en sociaal vriendelijk verblijfsklimaat met passende verlichting.

8. Zijn er nog aanpassingen mogelijk bij deze bomen, waardoor de aanlichting bij de bomen op het Stationsplein wordt uitgezet of verwijderd en niet de boom op de trap, maar wel de trap zélf (bijvoorbeeld aan de zijkant) aangelicht wordt, zodat mensen niet vallen? Zo nee, waarom niet?

Zie beantwoording vraag 4.

9. Is bij het college bekend waar nog meer grondspots aangelegd zijn door anderen dan de gemeente (bijvoorbeeld bij winkelcentrum Mereveldplein, volgens de initiatiefnemers van het burgerinitiatief)? Zo ja, waar zijn deze grondspots?

Nee, naast de bij vraag 5 genoemde locaties zijn er bij ons geen locaties bekend waar grondspots bomen aanlichten. De grondspots bij winkelcentrum Mereveld lichten geen bomen aan.

10. Wat kan het college doen om de aanleg van grondspots onder bomen door particulieren en bedrijven te voorkómen, en – als het al aangelegd is - uit te laten zetten en liefst te laten verwijderen?

Zoals in de beantwoording van vraag 2 is aangegeven, wordt als dit in de openbare ruimte aangelegd, conform het Handboek Inrichting Openbare Ruimte gedaan. Als de grondspots op particuliere grond is aangelegd, kunnen we particulieren en bedrijven erop aanspreken en verzoeken de grondspots te verwijderen. We hebben geen juridische instrumenten om particulieren en bedrijven hiertoe te dingen. Op dit moment kiezen we ervoor om onze schaarse middelen in te zetten op zaken waar de gemeente
zelf aan zet is.

11. Is het college bereid om in nieuwe bestemmingsplannen en afspraken met bouwers en bedrijven vast te laten leggen dat de gemeente Utrecht niet wil dat bomen worden aangelicht middels grondspots? Zo nee, waarom niet?

Het bestemmingsplan is geen effectief instrument om de verlichting te regelen. Elke regel in een bestemmingsplan moet voortvloeien uit het doel van de bestemming. Dat geldt des te meer voor gebieden die in particulier bezit zijn. Een regel over het al dan niet aanlichten van een gebouw of van particuliere beplanting valt al gauw buiten het doel en is niet in overeenstemming met de Wet ruimtelijke ordening. Dat is alleen anders, als de particuliere grond een bestemming heeft die de bescherming van de natuur als doel heeft. In dat geval kan de gemeente, overigens na een gedegen onderzoek, regels stellen die nodig zijn voor de bescherming, zoals regels over belichting, als uit het onderzoek blijkt dat die regels nodig zijn. In de openbare ruimte is geen regeling nodig, omdat de gemeente zelf beheerder is.

Aanlichten van gebouwen
We begrepen van de initiatiefnemers van het burgerinitiatief dat de stadsecoloog ervoor pleit dat in de Omgevingswet wordt opgenomen dat ‘gebouwen geen licht meer mogen uitstralen’. Dit zou ook gelden voor gebouwen die zelf ‘aangelicht’ worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan gebouwen die vleermuis- en vogelvriendelijk worden gemaakt (diervriendelijk bouwen) en die vervolgens worden ‘aangelicht’, wat betekent dat de gebouwen juist weer dieronvriendelijk worden.

12. Wat wordt er bedoeld met ‘geen licht meer mogen’ uitstralen? Geldt dit zowel voor het aanlichten van gebouwen als het door het gebouw zelf afstralen van licht (zoals de Rabotoren of de winkels op Vredenburg met hun felle lichten en letters)?

Vanuit een ecologisch perspectief is het voor dieren gunstig is als er geen kunstverlichting is. We leven echter in een stad, en planten en dieren die hier voorkomen zijn in hun leefwijze in enige mate aangepast aan de kansen en verstoringen die het leven in de stad met zich mee brengen. Soms maakt een dier gebruik van het extra licht zoals een slechtvalk die ’s nachts in het kunstlicht van torens/hoogbouw op langstrekkende vogels jaagt. We onderzoeken of er in de Omgevingswet instrumenten komen waarmee we de aanlichting van gebouwen in gebieden met een hoge natuurwaarde kunnen reguleren.

13. Hoe wordt de inzet van het college ingestoken richting de Omgevingswet en lichtvervuiling? Vindt het college ook dat het aanlichten van gebouwen én het stoppen van de verlichting vanaf gebouwen (zoals op Vredenburg) moet stoppen in het kader van lichtvervuiling en dierenwelzijn?

Wij zien het Handboek Openbare Ruimte, waarin een aantal beleidsregels ten aanzien van het tegengaan van onnodige uitstraling van verlichting zijn verwoord, als het meest concrete instrumentarium om hier als gemeente op te sturen. Dit Handboek is naar aanleiding van het burgerinitiatief in 2017 aangepast met regels om deze onnodige uitstraling tegen te gaan. Zoals eerder is aangegeven (raadsbrief 22 juni 2017) hanteren we voor een definitie van onnodige uitstraling van verlichting bij de openbare verlichting als leidraad de normen die door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) worden gehanteerd. Deze concrete normen bieden houvast voor het toetsen van de uitstraling van verlichting in situaties waar de beleving van onnodige verlichting verschilt. Deze normen zijn afhankelijk van het gebied waar de armaturen staan.

De norm voor uitstraling naar boven is in een natuurgebied strenger dan in een centrumgebied. Overige bestaande juridische mogelijkheden voor het beperken van onnodige uitstraling van verlichting betreffen onder andere de APV als het gaat om reclameverlichting en het Activiteitenbesluit als het gaat om verlichting bij bedrijven. Wat betreft het activiteitenbesluit toetst en handhaaft de gemeente actief op het treffen van energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar. Het laten branden van onnodige verlichting in gebouwen valt hieronder. Zoals in de beantwoording van vraag 10 is aangegeven zijn er verder geen juridische instrumenten om particulieren en bedrijven ertoe te dwingen om bijvoorbeeld de aanlichting van gebouwen uit te zetten. Op dit moment kiezen we ervoor om onze schaarse middelen in te zetten op zaken waar de gemeente aan zet is.

14. Indien het college zich ook ervoor inzet dat gebouwen geen licht meer uitstralen: gaat dit dan ook over kantoren, winkels en andere gebouwen die hun verlichting binnen laten branden, terwijl er niemand meer aanwezig is? Hoe ziet het college de inspanningen hiervoor vanuit het college voor zich?

Zie beantwoording vraag 13.

15. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat gebouwen die diervriendelijke maatregelen hebben genomen zoals nestkasten voor vogels en vleermuizen ZEKER niet aangelicht mogen worden en dat die aanlichting als eerste aangepakt moet worden? Zo nee, waarom niet?

Wij vinden het bij natuurinclusieve gebouwen belangrijk dat maatregelen die genomen worden, ook daadwerkelijk effectief zijn. Bij de uitvraag van natuurinclusieve maatregelen bij tenders geven we om deze reden mee wat de beste omstandigheden zijn voor bijvoorbeeld nestkasten en verblijfplaatsen. Bij de Inbouwsteen vleermuis groepsverblijfsplaats vermelden we bijvoorbeeld: “de voorziening dient op een locatie te worden geplaatst zonder kunstlicht in de directe omgeving”. Bij reguliere projecten (geen tender) hebben we die mogelijkheid niet.

16. In hoeverre pleit het college er bij nieuwe bestemmingsplannen voor dat gebouwen, verblijfplaatsen van dieren, bomen en ander groen niet meer worden aangelicht?

We vinden het bestemmingsplan niet het meest effectieve instrument om hierop te sturen (zie beantwoording vraag 11). We gaan onderzoeken of bij een volgende actualiseringsslag van de HOR een regel kan worden opgenomen waarin er voordat een gebouw of brug aangelicht kan worden een onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van diervriendelijke maatregelen aan het gebouw. Indien dergelijke maatregelen aanwezig, wordt er overlegd over wenselijkheid en/of een geschikte plaatsing van de aanlichting.

17. Neemt het college bij besprekingen over bestemmingsplannen mee dat bij flatwoningen en – indien van toepassing - bedrijven plafondlampen die alleen naar beneden uitstralen in plaats van wandlampen naast de huisdeuren beter zijn tegen lichtvervuiling? Zo nee, is het college hiertoe bereid? Zo nee, waarom niet?

We vinden het bestemmingsplan niet het meest effectieve instrument om hierop te sturen (zie beantwoording vraag 11).

18. Hoe ziet het college dit voor zich bij bestaande gebouwen die niet van de gemeente zijn, maar wel van bedrijven en particulieren?

We vinden het bestemmingsplan niet het meest effectieve instrument om hierop te sturen (zie beantwoording vraag 11).

Verlichting op sportvelden
Veel sportvelden hebben nog verlichting die teveel naar boven en de zijkant uitstraalt, waardoor groen, de hemel en woningen nodeloos verlicht worden. Ook blijven vooral oudere lichten onnodig lang aan staan, omdat het bij deze lichten lang duurt voordat ze op volle kracht zijn. LED-verlichting kan een oplossing zijn, mits die niet naar boven en de zijkant uitstraalt, pas aangezet wordt als een veld gebruikt wordt en direct uitgezet wordt na gebruik van een veld. Dit scheelt niet alleen lichtvervuiling, maar ook energie(kosten). In de tussentijd kan het afschermen van bestaande verlichting een oplossing zijn die snel te regelen valt.

19, Hoe actief is het college nu bezig met de aanpak van het nodeloos verlichten van sportvelden?

De meeste sportveldverlichtingsinstallaties zijn in eigendom van de sportvereniging. Verenigingen zijn zich over het algemeen bewust van de gevolgen van de verlichting en proberen de mate van overlast te beperken. De gebruikskosten spelen daarnaast ook een rol. Deze zijn voor de verenigingen, zij zijn zich dan ook bewust van de kosten bij nodeloos laten branden. In de APV is geregeld dat de veldverlichting uiterlijk 23:00 ’s avonds uit gaat. Bij nieuwe aanleg of aanpassing is er altijd overleg met de gemeente over de sportverlichting en de dan geldende regels.

20. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het voor het milieu, klimaat, wilde dieren en omwonenden belangrijk is dat de verlichting op sportvelden zo snel mogelijk wordt aangepast?

Alle verlichtingsinstallaties die zijn geplaatst op de Utrechtse sportparken zijn met een bouwvergunning aangelegd. Onderdeel van de vergunning is dat de verlichting moet voldoen aan de lichthindereisen zoals deze zijn omschreven in de NSVV. In deze eisen wordt rekening gehouden met milieu, straling naar de omgeving en eventuele hinder voor omwonenden (een lichthinderapportage is onderdeel van de vergunningsaanvraag en wordt beoordeeld door VTH en/of de RUD).

21. Is het college bereid om extra vaart te zetten achter een afspraak tussen de initiatiefnemers van het burgerinitiatief, de gemeente, VSU en sportverenigingen, met als doel dat in het eerste kwartaal van 2020 gesproken kan worden over het terugdringen van lichtvervuiling (uitstraling naar boven en de zijkant, onnodig verlichten van sportvelden bij geen-gebruik etc)? Zo nee, waarom niet?

Ja, wij zijn overigens al in gesprek met Sport-Utrecht/verenigingen met als doel het bespreken van het gebruik van de veldverlichting. Op dit moment wordt de landelijke subsidie regeling (BOSA) door de verenigingen gebruikt voor de verduurzaming van o.a hun lichtinstallaties. In recente jaren zijn de volgende sportparken voorzien van Ledverlichting: Sportpark Marco van Basten (2019), sportpark Voordorp (2017 veld 9 en 2019 velden 6 en 7), sportpark de Paperclip ((2017 veld 9) en sportpark Koningsweg (2018 veld 1).

22. Is het college bereid om bij gesprekken te benadrukken dat áls sportverenigingen LED-verlichting gebruiken, ze hier zuinig mee omgaan en de lichten niet onnodig laten branden (omdat LED relatief goedkoop is)?

Ja

Lichtvervuiling overig

23. Hoe ver is het college met de aanpak van het nodeloos verlichten van viaducten over het water? Bijvoorbeeld bij station Terwijde?

De volgende aanpassingen zijn doorgevoerd:
- Aan de Belcampostraat zijn vier armaturen vervangen door LED-armaturen die het licht gericht op de weg stralen.
- Bij Station Terwijde is de verlichting boven het water gedoofd.
- Bij het Lint/Enghlaan zijn de armaturen boven het water gedoofd. Langs het voetpad zijn de armaturen vervangen door LED-armaturen.
- Dit jaar worden de onderdoorgangen Utrechtseweg, Terwijdesingel en Rivierkom deels gedoofd.

24. Bij het Amsterdam Rijnkanaal zijn de verkeerde armaturen neergezet in 2017. Hier hebben we al eerder vragen over gesteld, omdat we vinden dat deze armaturen afgeschermd moeten worden, met als doel dat ze niet meer naar boven en de zijkant zouden uitstralen. Is dit inmiddels gebeurd? Zo nee, waarom niet?

We hebben moeten concluderen dat het afschermen van de uitstraling naar de zijkant als gevolg heeft dat de verlichting langs het fietspad niet meer voldoet aan normen voor goed zicht en sociale veiligheid. De maximale verlichtingssterkte boven het water is niet hoger dan 0,5 lux wat overeenkomt met het licht van de volle maan bij heldere hemel.
Het ontwerp inrichting Amsterdam Rijnkanaal is wel aangepast. De bestaande verlichting langs het Amsterdam Rijnkanaal (de ‘lichtstokken’) worden in de nieuw te ontwikkelen zones niet meer toegepast.

25. We begrepen dat in Leeuwesteyn de armaturen nog niet voorzien zijn van kappen, zodat ook die in het (inmiddels wel schaarse) groen uitstralen. Klopt dat en zo ja, wanneer worden hier maatregelen genomen? Zo nee, waarom niet?

In Leeuwensteyn zijn armaturen gekozen die geen zijwaartse uitstraling hebben. De armaturen hebben een geheel vlakke ruit. In Leeuwensteyn langs het Amsterdam Rijnkanaal zijn de armaturen zo geplaatst dat ze van het water af stralen.

We hoorden dat in de wijk Haarzicht de verlichting helemaal verkeerd is aangepakt. Dit zou een duurzame wijk moeten worden, maar de verlichting straalt nu al uit in
het groen.

26. Wat kan en gaat het college doen om deze verlichting aan te pakken, zodat deze wél aan de voorwaarden van het burgerinitiatief voldoen?

Het verlichtingsplan voor Haarzicht voldoet aan de gestelde eisen en is door de gemeente geaccordeerd. De Grondbank Haarzicht (de ontwikkelaar van Haarzicht; een samenwerkingsverband tussen AM en Bunnik Projekten) is verantwoordelijk voor de inrichting van de openbare ruimte en de straatverlichting. Beoogd is dat de verlichting (voor zover van toepassing) wordt voorzien van een gedeeltelijke afscherming, afzonderlijke inregeling lichtsterkte en een dag-nacht-instelling na 23 uur. Omwille van de veiligheid (mede in relatie tot het politiekeurmerk Veilig Wonen en de donkere winterperiode) is de straatverlichting inmiddels op verschillende plekken in gebruik genomen. Het voorzien van een juiste afscherming en de inregeling van elke afzonderlijke armatuur vraagt om maatwerk in het veld/in het gebruik en is specialistisch werk. Dit kost naast een zorgvuldige voorbereiding, de levering van de benodigde materialen ook de nodige tijd voor de uitvoering. Na klachten van enkele omwonenden is, de verlichting op een aantal plekken tijdelijk uitgezet. Zodra de benodigde materialen voor beoogde afscherming en inregeling beschikbaar zijn worden de betreffende armaturen individueel aangepast.

Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren