Schrif­te­lijke vragen Onder­wijs­ach­ter­standen als gevolg van corona: wat weten we en wat kunnen we er tegen doen?


Indiendatum: 2 feb. 2021

Schriftelijke vragen 23/2021

Uit onderzoek van De werkplaats Onderwijsonderzoek Utrecht blijkt dat Utrechtse kinderen met een fors risico op onderwijsachterstand uit groep 5, 6 en 7 tijdens de eerste lockdown in het voorjaar van 2020 veel minder hebben bijgeleerd dan de bedoeling is. Na het vergelijken van de cito-scores met de kinderen die een jaar eerder in dezelfde groepen zaten, was de uitkomst dat de gemiddelde leerachterstand twee tot drie maanden is. Inmiddels lijkt het er gelukkig op dat de basisscholen snel weer open mogen, maar we weten na de eerste lockdown dat er veel moet gebeuren om opgelopen achterstanden in te lopen. Daarnaast is helaas niet uit te sluiten dat opnieuw besloten wordt tot een schoolsluiting.

1. Kan het college aangeven hoe er op deze onderzoeksresultaten geanticipeerd gaat worden, nu er al aangetoond is dat corona en de lockdown tot achterstanden leiden bij kinderen en dit juist kinderen treft die al te maken hebben met een achterstand of groter risico daarop?

2. Hoe beoordeelt het college de onderzoeksresultaten dat juist kinderen in lagere of middengroepen grotere achterstanden hebben?

3. Deelt de wethouder de visie van de fracties dat er voor Utrechtse basisschoolleerlingen maatwerk nodig is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe wordt daar op geanticipeerd?

Samen met de G4 werd een oproep gedaan voor een nationaal onderwijsplan om de achterstanden in de lopen. De fracties delen deze oproep en willen niet dat opgelopen achterstand bepalend gaat zijn voor de kansen op het VO en daarna. De fracties vrezen dat de achterstanden als gevolg van deze tweede lockdown verder zijn opgelopen en hebben zorgen over de manier waarop deze ingelopen moeten worden.

4. Hoe worden en zijn de geleerde lessen uit de eerste lockdown nu geïmplementeerd? Zijn er obstakels om dit te doen en zo ja, wat kan er gedaan worden om die weg te nemen?

5. Hoe worden en zijn nieuwe ‘lessen’ of best practices opgehaald bij onze Utrechtse aanbieders van voorschoolse educatie, in het primair en voortgezet onderwijs? Hoe wordt deze kennis vervolgens gedeeld en geïmplementeerd?
Ook met het oog op de lange termijn komen steeds meer en serieuzer ideeën om de achterstanden in te lopen zoals het regulier bieden van extra onderwijs in vakanties en op doordeweekse dagen, maar ook het laten doubleren van individuele leerlingen of zelfs groepen en bijvoorbeeld ‘kansrijk adviseren’ zoals de PO-raad voorstelt. Zo zijn er meerdere voorstellen om achterstanden in te lopen op een manier zodat het de toegenomen kansenongelijkheid tegengaat.

6. Wordt er door dit college geïnventariseerd wat er op de lange termijn nodig is om achterstanden in te lopen, zo niet, kan dit alsnog gebeuren? Deelt het college dat het mogelijk moet zijn dat scholen maatwerk bieden?

In de Raadsbrief Update gevolgen en aanpak coronavirus in Utrecht van 18 december 2020 staat dat een protocol dat dit voorjaar is ontwikkeld met kernpartners in de stad, om alle leerlingen in een kwetsbare situatie in beeld te hebben, geactualiseerd is en weer in gebruik is/wordt genomen.

7. Wat zijn tot nu toe de bevindingen van de kernpartners? En hoe wordt er naar aanleiding van deze bevindingen gehandeld door kernpartners en college?

Het lijkt er op dat basisscholen binnenkort weer open mogen. In het Parool was eerder te lezen dat in Amsterdam niet alleen uitzonderingen gemaakt zijn voor individuele kwetsbare leerlingen maar door bijvoorbeeld een hele groep 3 en 8 als kwetsbaar te kenmerken. Dit soort ruimte voor maatwerk, op basis van onderzoek en inzichten van de Utrechtse schoolbesturen, zouden de fracties ook in Utrecht graag zien. Uiteraard mits toelaatbaar met het oog op de gezondheid van leerlingen en leraren.

Deelt het college dat dit soort ruimte voor maatwerk mogelijk moet zijn? Zo ja, hoe heeft het college de schoolbesturen en de scholen hierin ondersteund? Indien die er zijn (geweest), welke beperkingen zijn of waren er om dit soort maatwerk mogelijk te maken? Wij hopen uiteraard dat er geen derde schoolsluiting komt, maar als dit wel zo is, is maatwerk zoals hierboven beschreven dan mogelijk? Het is toe te juichen als de basisscholen weer open kunnen. In veel gevallen betekent dit voor leraren dat zij hybride les geven: fysiek aan de groep en online les en/ of voorbereid werk voor de leerlingen die thuis moeten blijven. Wanneer een leraar zelf klachten heeft en thuis moet blijven, verhoogt dit de werkdruk op collega’s. De fracties maken zich zorgen
over werkdruk en ziekteverzuim als gevolg daarvan.

8. Houdt het college vinger aan de pols over de impact hiervan op werkdruk en de ontwikkeling van ziekteverzuim als gevolg daarvan? Zo ja, is extra ondersteuning mogelijk om dit tegen te gaan? Heeft het college in beeld wat hiervan de gevolgen zijn voor de kwaliteit van het onderwijs?

Bij de vorige lockdown was er een groot verschil tussen wijken in het percentage kinderen dat niet in beeld was tijdens het thuisonderwijs. In sommige wijken was dit toen 25-30%.

9. Heeft het college in beeld (gebracht) wat deze percentage thuiszitters deze lockdown zijn of waren en kan dit met de raad gedeeld worden? Zo niet, waarom niet?

Utrecht was al getroffen door een landelijke bezuiniging op de onderwijsachterstandsmiddelen (OAB-middelen) die oploopt tot 6 miljoen euro structureel.

10. Is het college het met de fracties eens dat dit de urgentie vergroot voor een aanpak om achterstanden, die nu als gevolg van de lockdown ontstaan of vergroot is, te bestrijden?

We hebben in Utrecht gelukkig veel verbanden en partijen die zich inzetten voor kansengelijkheid. Zo zijn er de Gelijke Kansen Alliantie en het Stadsnetwerk Gelijke Kansen.

11. Kan het college ons informeren welke resultaten deze partijen de laatste jaren of het laatste jaar geboekt hebben en met welk budget? Hebben de schoolbesturen en de gemeente bijvoorbeeld zicht op de mate waarin de referentieniveaus taal en rekenen worden gehaald? Zo ja, welk beeld geeft dit? Kan uit deze kennis informatie verkregen worden voor interventies op leerlingniveau?

Via het Actieplan Utrecht Leert zetten we in op bestrijding van het lerarentekort. Hierbij hebben we als raad aangegeven dat de gelden hiervoor terecht moeten komen op de scholen waar dit het hardst nodig is en/of de kinderen zitten die (het meeste risico op) achterstanden hebben.

12. Kan het college aangeven hoe de gelden voor het Actieplan Utrecht Leert verdeeld en besteed zijn en met welke meetbare effecten, met name op scholen met een hoge populatie leerlingen met een achterstand of risico daarop? Zo ja, op welke wijze worden deze effecten gemeten? Wordt bijvoorbeeld vooral gekeken naar vervulling van vacatures aop een bepaald meetmoment, of ook naar aantal wisselingen van docent per leerjaar en
lesuitval ten gevolge van tijdelijk onvervulde vacatures?

Hester Assen, PvdA
Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren
Julia Kleinrensink, GroenLinks
Jeffrey Koppelaar, S&S
Ruurt Wiegant, SP
Tess Meerding, VVD
Mohammed Saiah, D66

Indiendatum: 2 feb. 2021
Antwoorddatum: 8 mrt. 2021

Schriftelijke vragen 23/2021

Uit onderzoek van De werkplaats Onderwijsonderzoek Utrecht blijkt dat Utrechtse kinderen met een fors risico op onderwijsachterstand uit groep 5, 6 en 7 tijdens de eerste lockdown in het voorjaar van 2020 veel minder hebben bijgeleerd dan de bedoeling is. Na het vergelijken van de cito-scores met de kinderen die een jaar eerder in dezelfde groepen zaten, was de uitkomst dat de gemiddelde leerachterstand twee tot drie maanden is. Inmiddels lijkt het er gelukkig op dat de basisscholen snel weer open mogen, maar we weten na de eerste lockdown dat er veel moet gebeuren om opgelopen achterstanden in te lopen. Daarnaast is helaas niet uit te sluiten dat opnieuw besloten wordt tot een schoolsluiting.

1. Kan het college aangeven hoe er op deze onderzoeksresultaten geanticipeerd gaat worden, nu er al aangetoond is dat corona en de lockdown tot achterstanden leiden bij kinderen en dit juist kinderen treft die al te maken hebben met een achterstand of groter risico daarop?

De eerste onderzoeksresultaten van de Universiteit Utrecht1 geven aan dat de meerderheid van kinderen door de sluiting van scholen vertraging oploopt, dit geldt in grotere mate voor kinderen uit gezinnen met een lagere Sociaal Economische Status (SES). De eerste resultaten tonen daarnaast aan dat er verschillen tussen scholen zijn. Die verschillen worden voor een belangrijk deel verklaard door de uitgangspositie van scholen (schoolweging). Maar er lijken ook verschillen te zijn in aanpak tijdens de schoolsluiting, zoals de geboden kwaliteit van het onderwijs op afstand, de mate van contact en betrokkenheid van de docent en de mate van zelfstandigheid van leerlingen. We zetten in Utrecht regulier en nu extra in om de vertraging in leerontwikkeling zo beperkt mogelijk te houden en in te lopen. Hierbij maken we onderscheid in korte termijn interventies en interventies op de middellange en lange termijn. We sluiten hierbij aan op het Nationaal Programma Onderwijs van het ministerie van OCW zoals dit 17 februari jl. is aangeboden aan de Tweede Kamer.

2. Hoe beoordeelt het college de onderzoeksresultaten dat juist kinderen in lagere of middengroepen grotere achterstanden hebben?

Helaas bevestigen de onderzoeksresultaten wat al werd verwacht. We hebben het afgelopen jaar, samen met onze onderwijspartners en partners uit het sociaal domein, zoveel als mogelijk geprobeerd deze vertraging te voorkomen en beperken. Scholen hebben zich ingezet om onderwijs op afstand zo goed mogelijk aan te bieden aan leerlingen en studenten en om noodopvang te organiseren voor leerlingen in een kwetsbare situatie of met ouders in vitale beroepen. Daarnaast bieden het Stadsnetwerk Gelijke Kansen, de kernpartners en andere partners in de sociale basis ondersteuning bij onderwijs op afstand. Met de partners van de Utrechtse Onderwijs Agenda vindt wekelijks overleg plaats over wat er nodig is voor kinderen, jongeren en medewerkers in het onderwijsveld.

3. Deelt de wethouder de visie van de fracties dat er voor Utrechtse basisschoolleerlingen maatwerk nodig is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe wordt daar op geanticipeerd?

We hebben frequent overleg met de onderwijspartners in de stad over de impact van de coronamaatregelen op het onderwijs, de docenten en de leerlingen (en hun ouders). Alsook met het ministerie van OCW en de collega G4 wethouders. Alle partijen zijn het erover eens dat het tijd kost de opgelopen vertraging in (leer)ontwikkeling in te lopen en dat hierbij maatwerk nodig is. In overleg met de schoolbesturen wordt gekeken welke inzet benodigd is en welke partners hieraan een bijdrage kunnen leveren. Dat vraagt om ruimte voor de professional om in te spelen op wat leerlingen nodig hebben en maatwerk te bieden. Wij kiezen hierbij, naast korte termijn oplossingen, ook voor een structurele en duurzame inzet op de langere termijn gericht op de cognitieve ontwikkeling, de sociaal emotionele ontwikkeling en de mentale en fysieke gezondheid en vinden dit dan ook meer dan ooit belangrijk om op te interveniëren. Hierbij verwijzen we ook naar de raadsbrief van 17 februari jl. die aan uw raad is toegezonden waarin wij ingaan op het inlopen van de vertraging in de (leer)ontwikkeling van kinderen en jongeren in Utrecht als gevolg van Corona.

Samen met de G4 werd een oproep gedaan voor een nationaal onderwijsplan om de achterstanden in de lopen. De fracties delen deze oproep en willen niet dat opgelopen achterstand bepalend gaat zijn voor de kansen op het VO en daarna. De fracties vrezen dat de achterstanden als gevolg van deze tweede lockdown verder zijn opgelopen en hebben zorgen over de manier waarop deze ingelopen moeten worden.

4. Hoe worden en zijn de geleerde lessen uit de eerste lockdown nu geïmplementeerd? Zijn er obstakels om dit te doen en zo ja, wat kan er gedaan worden om die weg te nemen?

Alle betrokken partijen hebben lessen geleerd uit de eerste lockdown en dit heeft geholpen bij het snel en effectief organiseren van het online onderwijs tijdens de tweede lockdown. Hierbij is ook specifieke aandacht voor leerlingen met een kwetsbare thuissituatie. Ook bieden we met bijv. het Stadsnetwerk begeleiding voor leerlingen die hier behoefte aan hebben. Op deze manier proberen we het oplopen van vertragingen in de leerontwikkeling zoveel als mogelijk te beperken. Daarnaast bereiden we met elkaar de benodigde inzet voor om de komende periode de opgelopen (leer)vertraging weer in te lopen, zie de antwoorden op vraag 1, 2 en 3.


5. Hoe worden en zijn nieuwe ‘lessen’ of best practices opgehaald bij onze Utrechtse aanbieders van voorschoolse educatie, in het primair en voortgezet onderwijs? Hoe wordt deze kennis vervolgens gedeeld en geïmplementeerd?
Ook met het oog op de lange termijn komen steeds meer en serieuzer ideeën om de achterstanden in te lopen zoals het regulier bieden van extra onderwijs in vakanties en op doordeweekse dagen, maar ook het laten doubleren van individuele leerlingen of zelfs groepen en bijvoorbeeld ‘kansrijk adviseren’ zoals de PO-raad voorstelt. Zo zijn er meerdere voorstellen om achterstanden in te lopen op een manier zodat het de toegenomen kansenongelijkheid tegengaat.

De aanbieders van voorschoolse educatie, de schoolbesturen van het primair onderwijs en voortgezet onderwijs, maar ook het MBO, HBO en WO evalueren binnen hun organisaties de ‘lessen’ en ‘best practices’ en delen dit binnen hun organisaties. In het platform van de Utrechtse Onderwijs Agenda wisselen we op hoofdlijnen deze kennis met elkaar uit. De UOA streeft ernaar om in maart 2021 te komen met een plan van aanpak voor het inlopen van de vertraging in (leer)ontwikkeling in Utrecht. Dit in aansluiting op het nationaal programma. Zie tevens het antwoord op vraag 4.


6. Wordt er door dit college geïnventariseerd wat er op de lange termijn nodig is om achterstanden in te lopen, zo niet, kan dit alsnog gebeuren? Deelt het college dat het mogelijk moet zijn dat scholen maatwerk bieden?

We werken samen met onze partners in het onderwijsveld en het ministerie van OCW aan het inlopen van vertraging in de (leer)ontwikkeling op de korte, middellange en lange termijn. Vanuit de UOA komt naar verwachting eind van dit kwartaal een plan van aanpak hiervoor. Maatwerk bieden is een essentieel onderdeel van de benodigde inzet. Zie tevens het antwoord op vraag 3. Juist de coronacrisis heeft laten zien hoe de ontwikkeling van kinderen en jongeren samenhangt met de omstandigheden van het gezin waarin het kind opgroeit.

In de Raadsbrief Update gevolgen en aanpak coronavirus in Utrecht van 18 december 2020 staat dat een protocol dat dit voorjaar is ontwikkeld met kernpartners in de stad, om alle leerlingen in een kwetsbare situatie in beeld te hebben, geactualiseerd is en weer in gebruik is/wordt genomen.

7. Wat zijn tot nu toe de bevindingen van de kernpartners? En hoe wordt er naar aanleiding van deze bevindingen gehandeld door kernpartners en college?

De goede samenwerking tussen de kernpartners Leerplicht, de Samenwerkingsverbanden Utrecht PO en Sterk VO, de Jeugdgezondheidszorg en het Buurtteam Jeugd & Gezin maakte het mogelijk dat er continu snel geschakeld is bij veranderingen in de maatregelen voor het onderwijs. Zo was er snel na de eerste lockdown al een afwegingskader voor de opvang van kwetsbare kinderen en jongeren. Daarnaast kon door deze samenwerking direct geschakeld worden voor wie een huisbezoek nodig was, zodat snel en adequaat de juiste ondersteuning geboden werd. Managers en directeuren vanuit de kernpartners, de aanvullende zorg en de sociale basis hebben elkaar op zeer regelmatige basis (minimaal 1x per twee weken) gesproken om af te stemmen wat er nodig was. Hierbij is niet alleen besproken waar extra aandacht naar uit moest gaan, maar is ook gekeken waar het versterken van de sociale basis escalatie kon voorkomen.


Het lijkt er op dat basisscholen binnenkort weer open mogen. In het Parool was eerder te lezen dat in Amsterdam niet alleen uitzonderingen gemaakt zijn voor individuele kwetsbare leerlingen maar door bijvoorbeeld een hele groep 3 en 8 als kwetsbaar te kenmerken. Dit soort ruimte voor maatwerk, op basis van onderzoek en inzichten van de Utrechtse schoolbesturen, zouden de fracties ook in Utrecht graag zien. Uiteraard mits toelaatbaar met het oog op de gezondheid van leerlingen en leraren.

Deelt het college dat dit soort ruimte voor maatwerk mogelijk moet zijn? Zo ja, hoe heeft het college de schoolbesturen en de scholen hierin ondersteund? Indien die er zijn (geweest), welke beperkingen zijn of waren er om dit soort maatwerk mogelijk te maken? Wij hopen uiteraard dat er geen derde schoolsluiting komt, maar als dit wel zo is, is maatwerk zoals hierboven beschreven dan mogelijk? Het is toe te juichen als de basisscholen weer open kunnen. In veel gevallen betekent dit voor leraren dat zij hybride les geven: fysiek aan de groep en online les en/ of voorbereid werk voor de leerlingen die thuis moeten blijven. Wanneer een leraar zelf klachten heeft en thuis moet blijven, verhoogt dit de werkdruk op collega’s. De fracties maken zich zorgen
over werkdruk en ziekteverzuim als gevolg daarvan.

8. Houdt het college vinger aan de pols over de impact hiervan op werkdruk en de ontwikkeling van ziekteverzuim als gevolg daarvan? Zo ja, is extra ondersteuning mogelijk om dit tegen te gaan? Heeft het college in beeld wat hiervan de gevolgen zijn voor de kwaliteit van het onderwijs?

Ja, in de halfjaarlijkse peiling van het lerarentekort in het primair onderwijs wordt ook de kortlopende vervanging wegens ziekte meegenomen. De quarantaineplicht leidt ook tot thuisblijven van personeel en kinderen als ze niet ziek zijn. En niet al het ziekteverzuim is corona-gerelateerd. Extra ondersteuning om het onderwijs zo goed mogelijk doorgang te laten vinden is beschikbaar via de regeling van het Rijk. Alle scholen maken hiervan gebruik.


Bij de vorige lockdown was er een groot verschil tussen wijken in het percentage kinderen dat niet in beeld was tijdens het thuisonderwijs. In sommige wijken was dit toen 25-30%.

9. Heeft het college in beeld (gebracht) wat deze percentage thuiszitters deze lockdown zijn of waren en kan dit met de raad gedeeld worden? Zo niet, waarom niet?

Om verwarring tussen begrippen te voorkomen willen we hier graag nog even onderscheid maken tussen kinderen die wel een schoolinschrijving hebben, maar niet de school bezoeken om uiteenlopende redenen (thuiszitters). En kinderen die ten tijde van de coronacrisis school niet bezochten in verband met corona gerelateerde angst (terwijl de school wel open was).

Voordat de scholen sloten in december 2020 (tweede lockdown) waren er 29 kinderen die thuiszaten vanwege ‘corona-angst’. Dit betekent dat de ouders uit angst voor besmetting van kwetsbare familieleden hebben besloten de kinderen thuis te houden. De kernpartners zijn continu met al deze leerlingen en hun ouders/verzorgers en school in gesprek om tot maatwerkoplossingen te komen. Tijdens de lockdown kregen deze leerlingen net als hun klasgenoten ook online thuisonderwijs.

Alle leerlingen waren tijdens de lockdown in beeld bij leerplicht. Met de primair en voortgezet onderwijs scholen in Utrecht is afgesproken dat wanneer een leerling niet aanwezig was in de online les en er geen contact werd verkregen met ouders/verzorgers, gelijk contact werd opgenomen met leerplicht. Elke dag zijn leerplichtambtenaren op huisbezoek gegaan om contact te zoeken met deze leerlingen. Op deze manier zorgen we ervoor dat alle leerlingen in beeld zijn en er plan komt om schoolgang weer mogelijk te maken.

De cijfers over ‘reguliere’ thuiszitters staan o.a. opgenomen in de programmaverantwoording 2020 die binnenkort wordt gepubliceerd. In het primair onderwijs hebben in kalenderjaar 2020, 10 leerlingen (van de 32.000 leerlingen) in 2020 langer dan drie maanden thuisgezeten, voor 2 leerlingen was geen passend onderwijs of zorgaanbod. In het voorgezet onderwijs hebben 60 leerlingen (van de 18.000 leerlingen) langer dan drie maanden thuisgezeten, waarvan voor 7 leerlingen geen passend onderwijs of zorgaanbod was. De lockdown heeft voor kinderen en jongeren die al thuiszaten vanwege uiteenlopende persoonlijke redenen, geen verandering gebracht in de situatie. De kernpartners zijn met al deze kinderen en jongeren in gesprek over passend maatwerk aanbod.


Utrecht was al getroffen door een landelijke bezuiniging op de onderwijsachterstandsmiddelen (OAB-middelen) die oploopt tot 6 miljoen euro structureel.

10. Is het college het met de fracties eens dat dit de urgentie vergroot voor een aanpak om achterstanden, die nu als gevolg van de lockdown ontstaan of vergroot is, te bestrijden?

Ja, het stimuleren van gelijke kansen, onder andere door de aanpak van (onderwijs)achterstanden, is als speerpunt benoemd in het coalitieakkoord. De urgentie hiervoor was al hoog en is door de gevolgen van de lockdowns verder vergroot.


We hebben in Utrecht gelukkig veel verbanden en partijen die zich inzetten voor kansengelijkheid. Zo zijn er de Gelijke Kansen Alliantie en het Stadsnetwerk Gelijke Kansen.

11. Kan het college ons informeren welke resultaten deze partijen de laatste jaren of het laatste jaar geboekt hebben en met welk budget? Hebben de schoolbesturen en de gemeente bijvoorbeeld zicht op de mate waarin de referentieniveaus taal en rekenen worden gehaald? Zo ja, welk beeld geeft dit? Kan uit deze kennis informatie verkregen worden voor interventies op leerlingniveau?

Met de Gelijke Kansen Alliantie agenda in Utrecht hebben we een aantal interventies benoemd. Inzet op inlopen van leervertraging is één van de interventies in de GKA agenda die nu in tijden van corona extra de aandacht heeft gekregen. Het Stadsnetwerk is een organisatie van vrijwilligersorganisaties dat zich hiervoor inzet en leerlingen bij het thuisonderwijs ondersteunt. Vanuit de gemeente wordt er een projectleider gefinancierd om het stadsnetwerk te coördineren en het stadsnetwerk aan te laten sluiten op de ondersteuningsbehoefte vanuit scholen.

Zoals aangegeven in antwoord 1, heeft de Universiteit Utrecht in samenwerking met de schoolbesturen primair onderwijs eerste onderzoeksresultaten opgeleverd naar de effecten van de eerste lockdown. Dit onderzoek is gebaseerd op CITO scores. Op basis van de CITO scores in juni 2020 hebben scholen inzicht in de mate waarin de referentieniveaus taal en rekenen worden gehaald per leerling. In antwoord 1 hebben wij beschreven welk beeld dit geeft. Zoals aangegeven in het nationaal programma zullen scholen de komende periode tot de zomervakantie de individuele leervertraging per leerling in beeld brengen. Dit zal mede op basis van de CITO scores (of andere toetsresultaten) in 2021 plaatsvinden. Dit beeld zal per leerling voor de zomervakantie in beeld zijn en vormt de basis van de inzet van interventies op leerlingniveau na de zomervakantie. Maatwerk is een essentieel onderdeel van de benodigde inzet.

Via het Actieplan Utrecht Leert zetten we in op bestrijding van het lerarentekort. Hierbij hebben we als raad aangegeven dat de gelden hiervoor terecht moeten komen op de scholen waar dit het hardst nodig is en/of de kinderen zitten die (het meeste risico op) achterstanden hebben.

12. Kan het college aangeven hoe de gelden voor het Actieplan Utrecht Leert verdeeld en besteed zijn en met welke meetbare effecten, met name op scholen met een hoge populatie leerlingen met een achterstand of risico daarop? Zo ja, op welke wijze worden deze effecten gemeten? Wordt bijvoorbeeld vooral gekeken naar vervulling van vacatures aop een bepaald meetmoment, of ook naar aantal wisselingen van docent per leerjaar en
lesuitval ten gevolge van tijdelijk onvervulde vacatures?

De gelden voor het actieplan Utrecht Leert zijn conform het actieplan verdeeld. De gemeente werkt samen met de schoolbesturen voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en lerarenopleidingen. Het grootste bedrag is gereserveerd voor het aannemen en begeleiden van zijinstromers in het primair onderwijs. Op de tweede plaats komt de structuur van blijvend professionaliseren en loopbaanperspectieven voor startende en ervaren leraren. Op de derde plaats ontwikkelen lerarenopleidingen samen met scholen en aankomende leraren flexibele leerroutes die aansluiten op wat studenten en scholen nodig hebben.

De beschikbare middelen zijn toereikend om elke basisschool die dat wil in staat te stellen één of meer zijinstromers in dienst te nemen. Op dit moment staat de begeleidingscapaciteit onder druk door corona en is een derde van de doelstelling van 60 nieuwe zijinstromers in schooljaar 2020-2021 gerealiseerd. De scholen hopen de doelstelling met vertraging alsnog te realiseren zodra de omstandigheden het toelaten.

Zoals aangegeven in onze raadsbrief van 15 december 2020 is het lerarentekort niet verdwenen, het heeft de afgelopen maanden wel een ander karakter gekregen. Een min of meer voorspelbaar, langdurig tekort aan leraren in het onderwijs gaat nu schuil achter onvoorspelbaarheid en frequent, kortdurend en sterk fluctuerend tekort. In de raadsbrief hebben wij aangegeven dat het tekort in februari 2020, inclusief verborgen vacatures, het hoogst was in Overvecht met 16%. In oktober 2020 was het tekort het hoogst in de binnenstad met 8%. Het tekort in Overvecht is gedaald. Door corona zijn dit momentopnames. We kunnen nu niet zeggen of een verschuiving veroorzaakt wordt door het gevoerde beleid. De aanwezigheid en vervulling van vacatures in het primair onderwijs wordt in nauwe samenwerking met het ministerie van OCW gemeten op twee peildata in 2021: 1 februari en 1 oktober. Daarbij wordt ook gekeken naar verborgen vacatures en tijdelijke oplossingen om kortdurende uitval op te vangen. De resultaten van de februaripeiling zijn nog niet bekend.

Hester Assen, PvdA
Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren
Julia Kleinrensink, GroenLinks
Jeffrey Koppelaar, S&S
Ruurt Wiegant, SP
Tess Meerding, VVD
Mohammed Saiah, D66