Schrif­te­lijke vragen over bomenkap en groen­com­pen­satie Walter Kollolaan


Indiendatum: 11 apr. 2016

Schriftelijke vragen 67/2016

Op 28 december 2015 is door de gemeente een velvergunning verleend voor het kappen van 17 populieren in de omgeving van de Walter Kollolaan. (kenmerk HZ_WABO-15-28259), de daadwerkelijke kap is in maart 2016 uitgevoerd. Naar aanleiding van deze kap en vergunningverlening heeft de fractie van de Partij voor de Dieren diverse vragen.

De reden waarmee de vergunning verleend is, is dat de populieren zogenaamde “pluizenoverlast” veroorzaken voor bewoners. In het gemeentelijke bomenbeleid staat dat overlast voor mensen –incidenteel - een reden kan zijn een kapvergunning aan te vragen. Tijdens de commissievergadering over bomen in Utrecht (Stad & Ruimte, 27-08-2015) is door ons gevraagd wat precies bedoeld wordt met “hinder” door bomen. De wethouder heeft toen toegezegd dat het college schriftelijk antwoord zou geven op onze vraag wat zij exact verstaan onder ‘hinder’. Tot op heden hebben wij nog geen antwoord op die vraag ontvangen, daarom hebben wij hierbij nogmaals de vraag:

1. Wat verstaat het college precies onder ‘hinder’ en onder ‘overlast’ door bomen? Wanneer vindt het college dat een boom zoveel hinder veroorzaakt dat het rechtvaardig is deze te kappen?

Deze vergunningaanvraag is ingediend door de gemeente. In eerste instantie is een vergunning aangevraagd voor het kappen van 18 bomen. Één boom was geen pluizende populier, maar een berk (zonder pluizen), deze boom is later uit de kapaanvraag gehaald.

2. Hoe was het mogelijk dat de kapaanvraag voor deze berk werd opgenomen in bovenstaande kapaanvraag voor populieren?

3. Deelt het college de zorgen van de PvdD over de (on)zorgvuldigheid waarmee gehandeld wordt als de gemeente een kapvergunning moet aanvragen?

De motivatie voor de kap van deze bomen, die als bijlage bij de kapaanvraag is ingediend, meldt: “Het betreft hier achttien populieren van diverse rassen. Wat de bomen gemeen hebben is dat er vrouwelijke bomen zijn neergezet en de daarbij behorende pluisvorming wekenlang aanhoudt.”

Van drie bomen (nummers 7, 8 en 9 uit de kapaanvraag) waren de takken bij het kappen zo ver ontwikkeld, dat ze (na oprapen) tot bloei konden worden gebracht. Het bleken alle drie mannelijke bomen. Zie de foto, waarop de rode kleur van de mannelijke bloeiwijze te zien is. Op de tweede foto de gesloten en open helmhokjes.

4. Hoe is het mogelijk dat bij het opstellen van de vergunningaanvraag gesteld is dat het allemaal vrouwelijke bomen betrof? En op welke manier is deze motivatie bij de aanvraag getoetst door de afdeling VTH?

5. De kapaanvraag betrof een berk (boom nummer 4), vijf Balsempopulieren (bomen nummers 7,8,9,10 en 11) en een Grauwe abeel (boom nummer 15). Hoeveel klachten over pluizen heeft u specifiek voor deze zeven bomen gehad? Kunt u een reactie geven op ons vermoeden dat ze tot een andere partij bomen behoorden dan de pluizende populieren?
6. Bent u ermee bekend dat pluizen volgens allergologen geen allergische reactie kunnen veroorzaken? Alleen stuifmeel (van mannelijke bomen) is daartoe in staat.

In de kapaanvraag wordt gemeld dat de bomen te dicht bij de erfgrens staan. De bomen 7, 8 en 9 uit de kapaanvraag stonden op resp. 4,9 m, 7,7 m en 5,1 m van de dichtstbijzijnde erfgrens. Ook sommige andere bomen uit de kapaanvraag stonden op een flinke afstand van de erfgrens.

7. Wat is de huidige norm voor de minimale afstand van een boom tot de erfgrens?

8. Hoeveel klachten over wortelopdruk heeft u concreet per boom (van de 17 gekapte bomen) ontvangen? Hoeveel klachten heeft u per boom ontvangen over onleefbare situaties?

De omwonenden van de bomen 7, 8 en 9 uit de kapaanvraag geven aan nooit over de bomen te hebben geklaagd. Dit kan bij nog meer bomen het geval zijn geweest.

9. Waarom zijn deze bomen waarover geen klachten zijn ingediend opgenomen in de kapaanvraag?

Na het verlenen van de kapvergunning zijn direct omwonenden van de bomen nummers 7, 8 en 9 een handtekeningenactie gestart om de drie bomen in dat hofje te behouden. Twee huishoudens wilden enkel boom nummer 9 kwijt (schaduw), 17 huishoudens wilden alle bomen behouden, de rest was afwezig, neutraal of ging verhuizen. De omwonenden hebben hun handtekeningen met het verzoek niet over te gaan tot kap van de drie bomen via hun wijkregisseur bij de gemeente ingediend. De drie bomen zijn alsnog gekapt.

10. Is het college bekend met deze handtekeningenactie?
11. Waarom zijn de bomen alsnog gekapt? Waarom is de reden voor kap niet opgenomen in de aanvraag van de kapvergunning? Indien dat het risico op takbreuk is, zoals aan omwonenden is verteld, kunt u dan nader toelichten waarom dat juist bij deze bomen zo gevaarlijk is? Er loopt bijna nooit iemand in de wadi waar deze populieren staan en er staan ongeveer 10.000 populieren in Utrecht. Populus X Canadensis heeft cellulose in plaat van lignine en is daardoor geschikt voor houtproductie. Canadese populieren zijn daardoor wel gevoelig voor takbreuk. Dit waren echter geen Canadese populieren.
12. Waarom is de kap met spoed uitgevoerd en is er niet gewacht tot na het broedseizoen, zodat de situatie met omwonenden besproken had kunnen worden?

De bomen in de wadi’s rond deze locatie groeien niet goed omdat ze ’s zomers na een regenbui dagenlang blank staan. Zelfs de elzen kunnen er niet goed tegen. In de wijk zijn twee gedraineerde wadi’s en daar groeien de bomen wel goed.

13. Wat gaat het college doen om vóór de zomer de wateroverlast voor alle bomen (waaronder de vervangende bomen voor de gekapte populieren) in alle wadi’s te beperken?

Tot slot maakt de Partij voor de Dieren zich zorgen over het ogenschijnlijk gemak waarmee kapvergunningen verleend worden en waarmee voorbijgegaan wordt aan de waarde van alle bomen voor ecologie, milieu en gezondheid. Bij de vergunningverlening wordt het argument gebruikt dat er voldoende groen in de omgeving van de te kappen bomen is, waardoor geen waardevermindering optreedt voor bovengenoemde punten.

14. Is het college het met de PvdD eens dat wanneer de aanwezigheid van andere bomen en groen in de omgeving van te kappen bomen als argument wordt gebruikt om het kappen goed te keuren, ondanks de intrinsieke waarde van bomen op ecologisch, milieu- en ruimtelijk vlak, er op termijn geen bomen meer overblijven?

Indiendatum: 11 apr. 2016
Antwoorddatum: 11 apr. 2016

Schriftelijke vragen 67/2016

Op 28 december 2015 is door de gemeente een velvergunning verleend voor het kappen van 17 populieren in de omgeving van de Walter Kollolaan. (kenmerk HZ_WABO-15-28259), de daadwerkelijke kap is in maart 2016 uitgevoerd. Naar aanleiding van deze kap en vergunningverlening heeft de fractie van de Partij voor de Dieren diverse vragen.

De reden waarmee de vergunning verleend is, is dat de populieren zogenaamde “pluizenoverlast” veroorzaken voor bewoners. In het gemeentelijke bomenbeleid staat dat overlast voor mensen –incidenteel - een reden kan zijn een kapvergunning aan te vragen. Tijdens de commissievergadering over bomen in Utrecht (Stad & Ruimte, 27-08-2015) is door ons gevraagd wat precies bedoeld wordt met “hinder” door bomen. De wethouder heeft toen toegezegd dat het college schriftelijk antwoord zou geven op onze vraag wat zij exact verstaan onder ‘hinder’. Tot op heden hebben wij nog geen antwoord op die vraag ontvangen, daarom hebben wij hierbij nogmaals de vraag:

1. Wat verstaat het college precies onder ‘hinder’ en onder ‘overlast’ door bomen? Wanneer vindt het college dat een boom zoveel hinder veroorzaakt dat het rechtvaardig is deze te kappen?

In deze concrete situatie verstaan wij onder overlast een opeenstapeling van factoren, te denken aan een toenemende belasting van de boomkronen waardoor er meer takken afscheuren of losbreken. Ook is er sprake van boomwortels die erg omhoog komen, (dikke lagen brandbaar) pluis en zorgen de bomen er voor dat er minder licht door komt (lichtbeneming). Deze factoren leidden, gezamenlijk tot ernstige belemmering van het woongenot. Daarbij levert vooral het risico van afbrekende takken nu, en in exponentieel toenemende mate in de toekomst, een gevaar op in de wadi’s (openbare gazons die bij wateroverlast onder water komen). Afbrekende takken vormen een gevaar voor de omgeving (bijvoorbeeld voor: spelende kinderen, mensen die hun hond uitlaten en glazen gevels van de huizen). Dit lag ten grondslag aan ons besluit om de bomen te kappen. In de zomer komen wij met de evaluatie van het bomenbeleid. In deze evaluatie komen wij terug op de inhoud van het begrip ‘hinder’.

Deze vergunningaanvraag is ingediend door de gemeente. In eerste instantie is een vergunning aangevraagd voor het kappen van 18 bomen. Één boom was geen pluizende populier, maar een berk (zonder pluizen), deze boom is later uit de kapaanvraag gehaald.

2. Hoe was het mogelijk dat de kapaanvraag voor deze berk werd opgenomen in bovenstaande kapaanvraag voor populieren?

Dit berust op een menselijke fout. Deze fout en de correctie ervan zijn tijdens de bewonersavond gemeld.

3. Deelt het college de zorgen van de PvdD over de (on)zorgvuldigheid waarmee gehandeld wordt als de gemeente een kapvergunning moet aanvragen?

Wij delen de opvatting dat aanvragen zorgvuldig dienen te gebeuren en zijn van oordeel dat dit hier ook het geval geweest is.

Naar aanleiding van meldingen, mondelinge contacten tussen bewoners en de wijkopzichter, correspondentie en telefonisch contact met (de advocaat van) bewoners over de door hen ondervonden hinder en overlast is de situatie onderzocht en zijn mogelijke oplossingsrichtingen afgewogen

Er zijn van tevoren twee bewonersavonden gehouden. De bewoners zijn uitgenodigd door een wijkbericht. De opkomst was hoog. Verder heeft er een bekendmaking in een huis aan huisblad gestaan en via twitter/de website. Uit de bewonersavond is gebleken dat er veel voorstanders zijn van kappen en herplant. De bestaande en te verwachten overlast bij veel bewoners leidden tot de conclusie het nu het beste moment voor het vervangen van de bomen was..

De motivatie voor de kap van deze bomen, die als bijlage bij de kapaanvraag is ingediend, meldt: “Het betreft hier achttien populieren van diverse rassen. Wat de bomen gemeen hebben is dat er vrouwelijke bomen zijn neergezet en de daarbij behorende pluisvorming wekenlang aanhoudt.”

Van drie bomen (nummers 7, 8 en 9 uit de kapaanvraag) waren de takken bij het kappen zo ver ontwikkeld, dat ze (na oprapen) tot bloei konden worden gebracht. Het bleken alle drie mannelijke bomen. Zie de foto, waarop de rode kleur van de mannelijke bloeiwijze te zien is. Op de tweede foto de gesloten en open helmhokjes.

4. Hoe is het mogelijk dat bij het opstellen van de vergunningaanvraag gesteld is dat het allemaal vrouwelijke bomen betrof? En op welke manier is deze motivatie bij de aanvraag getoetst door de afdeling VTH?

In de motivatie voor de aanvraag zijn verschillende redenen opgenomen: pluisvorming, risico door plaatsing te dicht bij de erfgrens, lichtbeneming, wortelopdruk. Deze redenen gezamenlijk hebben tot het verlenen van de vergunning geleid. De omschrijving "..wat de bomen gemeen hebben is dat er vrouwelijke bomen zijn neergezet" is onvoldoende zorgvuldig gekozen, omdat daardoor de indruk wordt gewekt dat het allemaal vrouwelijke bomen zijn.

5. De kapaanvraag betrof een berk (boom nummer 4), vijf Balsempopulieren (bomen nummers 7,8,9,10 en 11) en een Grauwe abeel (boom nummer 15). Hoeveel klachten over pluizen heeft u specifiek voor deze zeven bomen gehad? Kunt u een reactie geven op ons vermoeden dat ze tot een andere partij bomen behoorden dan de pluizende populieren?

In het meldingensysteem zijn ca. 8 meldingen opgenomen. Daarvan gaan 3 over overlast als gevolg van pluizen, 3 over loshangende takken boven het fietspad, 1 over wortelopdruk en 1 over overhangende tak boven een vuilcontainer. Daarnaast hebben bewoners de gemeente aansprakelijk gesteld voor de schade. Daarover zijn intensieve (telefonische) contacten geweest en is correspondentie gevoerd met de (advocaat van) bewoners Tot slot zijn er gedurende de afgelopen jaren diverse rechtstreekse contacten geweest met de wijkopzichter. De vele meldingen en constateringen hebben geleid tot de velaanvraag en het uitvoeren daarvan.

6. Bent u ermee bekend dat pluizen volgens allergologen geen allergische reactie kunnen veroorzaken? Alleen stuifmeel (van mannelijke bomen) is daartoe in staat.

Ja, daar zijn wij mee bekend. De bewoners hebben een en andermaal aangegeven hier veel hinder van te ondervinden. Ook is de dikke laag pluizen een risico voor brandgevaar.

In de kapaanvraag wordt gemeld dat de bomen te dicht bij de erfgrens staan. De bomen 7, 8 en 9 uit de kapaanvraag stonden op resp. 4,9 m, 7,7 m en 5,1 m van de dichtstbijzijnde erfgrens. Ook sommige andere bomen uit de kapaanvraag stonden op een flinke afstand van de erfgrens.

7. Wat is de huidige norm voor de minimale afstand van een boom tot de erfgrens?

In het Handboek bomen zijn afstanden van de boom tot de gevel gedefinieerd, niet tot aan de erfgrens. De afstand is onder andere afhankelijk van de boomsoort. De Balsempopulier en Grauwe Abeel zijn soorten die groter kunnen worden dan 15 meter. Deze bomen moeten volgens het handboek op minimaal 9 meter van de gevel geplant worden.

8. Hoeveel klachten over wortelopdruk heeft u concreet per boom (van de 17 gekapte bomen) ontvangen? Hoeveel klachten heeft u per boom ontvangen over onleefbare situaties?

Zie het antwoord op vraag 5 over de meldingen, correspondentie en claims

De omwonenden van de bomen 7, 8 en 9 uit de kapaanvraag geven aan nooit over de bomen te hebben geklaagd. Dit kan bij nog meer bomen het geval zijn geweest.

9. Waarom zijn deze bomen waarover geen klachten zijn ingediend opgenomen in de kapaanvraag?

Omdat bij de monitoring van de bomen in deze omgeving bleek dat deze – op dat moment half volwassen bomen - nog vele malen hoger en breder zouden worden. Daarom konden de bomen op deze plaats niet gehandhaafd worden. Met de kennis en het bomenbeleid van nu zouden deze bomen hier nooit aangeplant zijn. Door het formaat van deze bomen was de kans groot dat wij in de toekomst meer klachten zouden krijgen door de groeiende kans op takbreuk. Tijdens de bewonersavond is de mogelijke aanpak besproken en ging de voorkeur overwegend uit naar de nu uitgevoerde maatregel.

Na het verlenen van de kapvergunning zijn direct omwonenden van de bomen nummers 7, 8 en 9 een handtekeningenactie gestart om de drie bomen in dat hofje te behouden. Twee huishoudens wilden enkel boom nummer 9 kwijt (schaduw), 17 huishoudens wilden alle bomen behouden, de rest was afwezig, neutraal of ging verhuizen. De omwonenden hebben hun handtekeningen met het verzoek niet over te gaan tot kap van de drie bomen via hun wijkregisseur bij de gemeente ingediend. De drie bomen zijn alsnog gekapt.

10. Is het college bekend met deze handtekeningenactie?

Ja, nadat het wijkbericht was verspreid, waarin werd aangekondigd dat de kapwerkzaamheden in de week erna zouden worden uitgevoerd, heeft het college de handtekeningen binnengekregen. De petitie is binnengekomen nadat het gehele vergunningstraject al doorlopen was. Wij hebben nog wel nagegaan of wij bij tijdige indiening een ander besluit genomen zouden hebben. Dit is niet het geval.

11. Waarom zijn de bomen alsnog gekapt? Waarom is de reden voor kap niet opgenomen in de aanvraag van de kapvergunning? Indien dat het risico op takbreuk is, zoals aan omwonenden is verteld, kunt u dan nader toelichten waarom dat juist bij deze bomen zo gevaarlijk is? Er loopt bijna nooit iemand in de wadi waar deze populieren staan en er staan ongeveer 10.000 populieren in Utrecht. Populus X Canadensis heeft cellulose in plaat van lignine en is daardoor geschikt voor houtproductie. Canadese populieren zijn daardoor wel gevoelig voor takbreuk. Dit waren echter geen Canadese populieren.

De bomen zijn gekapt om de redenen, zoals hierboven bij de verschillende antwoorden zijn vermeld. Volgens de boomtechnisch adviseurs zijn alle populieren gevoelig voor takbreuk. Alle populieren cultivars worden namelijk op den duur gevoelig voor brekend takhout. De populieren in de Walter Kollolaan waren aanzienlijk hoger dan de omliggende bebouwing, waardoor zij steeds meer wind vingen. Er is geen cijfermateriaal beschikbaar over hoeveel er op de wadi gewandeld of gespeeld wordt. De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid van alle gebruikers van de openbare ruimte.

12. Waarom is de kap met spoed uitgevoerd en is er niet gewacht tot na het broedseizoen, zodat de situatie met omwonenden besproken had kunnen worden?

Het kappen is uitgevoerd na verlening van de velvergunning en heeft vóór aanvang van het broedseizoen plaatsgevonden. Zoals bij antwoord 3 is aangegeven is er tevoren uitgebreid met de bewoners gecommuniceerd.

De bomen in de wadi’s rond deze locatie groeien niet goed omdat ze ’s zomers na een regenbui dagenlang blank staan. Zelfs de elzen kunnen er niet goed tegen. In de wijk zijn twee gedraineerde wadi’s en daar groeien de bomen wel goed.

13. Wat gaat het college doen om vóór de zomer de wateroverlast voor alle bomen (waaronder de vervangende bomen voor de gekapte populieren) in alle wadi’s te beperken?

Een ontwerp voor de aanpassingen voor de wadi nabij de Eduard Künnekehof is gemaakt.

De werkzaamheden worden voor 1 juli uitgevoerd. Ons zijn niet meer wadi’s bekend waar bomen overlast hebben van water. Met bewoners en de betrokkenen van de handtekeningen actie hebben wij besproken hoe we meer groen in de wadi’s en in de wijk kunnen brengen.

Tot slot maakt de Partij voor de Dieren zich zorgen over het ogenschijnlijk gemak waarmee kapvergunningen verleend worden en waarmee voorbijgegaan wordt aan de waarde van alle bomen voor ecologie, milieu en gezondheid. Bij de vergunningverlening wordt het argument gebruikt dat er voldoende groen in de omgeving van de te kappen bomen is, waardoor geen waardevermindering optreedt voor bovengenoemde punten.

14. Is het college het met de PvdD eens dat wanneer de aanwezigheid van andere bomen en groen in de omgeving van te kappen bomen als argument wordt gebruikt om het kappen goed te keuren, ondanks de intrinsieke waarde van bomen op ecologisch, milieu- en ruimtelijk vlak, er op termijn geen bomen meer overblijven?

Het bomenbeleid voorziet in de herplant van bomen. In dit concrete geval zijn er meer bomen terug geplant dan dat er weggehaald zijn. Bij het planten van nieuwe bomen is zorgvuldig gekozen voor een geschikte boomsoort op voldoende afstand van de gevels.