Schrif­te­lijke vragen over duurzaam aanbe­steden


Indiendatum: 10 dec. 2015

Schriftelijke vragen 193/2015

In november verscheen het Natuur & Milieu onderzoek “Goed (Aan)besteed?” over duurzame mobiliteitsinkoop door gemeenten. Ook duurzame mobiliteitsinkoop in onze gemeente was onderwerp van dit onderzoek, een aanbesteding voor leerlingvervoer uit begin 2015 is concreet onderzocht.

Uit de conclusies van dit onderzoek blijkt dat Utrecht in dit geval niet voldeed aan de landelijke minimumcriteria voor duurzame mobiliteits- inkopen, laat staan dat er meer ambitieuze duurzaamheidseisen gehanteerd zijn als gunningscriteria.

1. Is het college bekend met het genoemde onderzoek en de conclusies hiervan?

  • Zo ja: Wat doet de gemeente met de uitkomsten van het onderzoeksrapport?
  • Zo nee: Bent u bereid hier kennis van te nemen?

2. Hebben er naast de in dit onderzoek opgenomen aanbesteding voor leerlingvervoer nog andere aanbestedingen op het gebied van mobiliteit plaatsgevonden in 2015?

  • Zo ja: welke, en welke duurzaamheidscriteria zijn hierin opgenomen bij aanbestedingseisen en gunningscriteria? Graag een specificatie per aanbesteding.

3. In hoeverre en op welke manier wordt bij aanbestedingen voor mobiliteitsinkoop (o.a. wmo-vervoer, leerling-vervoer en eigen wagenpark), rekening gehouden met het duurzaamheidsbeleid en de duurzaamheidsambities van deze gemeente? Graag een toelichting waarbij specifiek wordt ingegaan op de mogelijkheid gunningscriteria met betrekking tot duurzaamheid op te nemen, de manier waarop deze mogelijkheid gebruikt wordt en hoe zwaar deze gunningscriteria doorgaans meewegen.

4. Is het college bereid om mogelijkheden aan te grijpen aanbestedingen voor leerlingvervoer, wmo-vervoer en het eigen wagenpark van de gemeente in het vervolg zo duurzaam mogelijk aan te pakken, ook als dit betekent dat goedkope, maar minder duurzame bieders de gunning niet meer winnen?

In het onderzoek wordt geconcludeerd dat veel gemeentelijke aanbestedingen, waaronder het onderzochte Utrechtse geval, niet voldoen aan de landelijke minimumcriteria voor duurzame mobiliteits- inkopen.

5. Waarom is er bij deze aanbesteding geen rekening gehouden met de landelijke criteria voor duurzaam inkopen? Voldoen andere aanbestedingen die de gemeente in 2015 heeft gedaan, wel aan deze landelijke criteria?

6. Hoe gaat dit college er voor zorgen dat de gemeente in 2016 wel aan de landelijke minimumcriteria kan voldoen?

Eén van de landelijke minimumcriteria voor leerling- en wmo-vervoer betreft de CO2 eis: De minimumeisen voor de CO2 uitstoot zijn 130 tot 175 g/km voor het leerlingen- en Wmo-vervoer en tot 175 g/km voor het eigen wagenpark. Natuur&Milieu concludeert daarover het volgende: “Ter vergelijking, benzineauto’s zijn verkrijgbaar vanaf 75 g/km, diesel en CNG auto’s vanaf 79 g/km. De gemiddelde zakelijke nieuwe auto had in 2014 een uitstoot van 99 g/km. Bestelauto’s zijn verkrijgbaar vanaf 105 g/km voor een kleine en 149 g/km voor een middelgrote bestelauto. Daarnaast zijn in deze segmenten ook 0-emissie modellen en hybride voertuigen beschikbaar met veel lagere emissies. De minimumeisen voor de zuinigheid van de voertuigen zijn daarmee veel minder ambitieus dan hetgeen in de markt beschikbaar is én dat wat in de zakelijke markt gebruikelijk is. Daarmee lijken de criteria geen goede basis voor overheden die duurzaam willen inkopen”

7. Is het college het met deze conclusie eens, en is het college bereid om in het vervolg in haar aanbestedingen daarom CO2 eisen te stellen die verder gaan dan de landelijke minimumcriteria?

Indiendatum: 10 dec. 2015
Antwoorddatum: 12 feb. 2016

Schriftelijke vragen 193/2015

In november verscheen het Natuur & Milieu onderzoek “Goed (Aan)besteed?” over duurzame mobiliteitsinkoop door gemeenten. Ook duurzame mobiliteitsinkoop in onze gemeente was onderwerp van dit onderzoek, een aanbesteding voor leerlingenvervoer uit begin 2015 is concreet onderzocht.

Uit de conclusies van dit onderzoek blijkt dat Utrecht in dit geval niet voldeed aan de landelijke minimumcriteria voor duurzame mobiliteitsinkopen, laat staan dat er meer ambitieuze duurzaamheidseisen gehanteerd zijn als gunningscriteria.

1. Is het college bekend met het genoemde onderzoek en de conclusies hiervan?
o Zo ja: Wat doet de gemeente met de uitkomsten van het onderzoeksrapport?
o Zo nee: Bent u bereid hier kennis van te nemen?

Ja, het rapport is bekend. Inmiddels is het definitieve rapport gepubliceerd en aan de raad aangeboden. In de definitieve versie van 16 december jl. zijn de bevindingen van de aanbesteding leerlingenvervoer van de gemeente Utrecht iets gecorrigeerd. Het rapport concludeert ook dat de landelijke criteria veel minder ambitieus zijn dan hetgeen in de markt beschikbaar is. De aanbevelingen uit het rapport zijn waardevol omdat deze de landelijke duurzaamheidscriteria uit 2011 aanscherpen en daarmee input geven voor nieuwe aanbestedingen. Wij zullen hier zeker rekening mee houden in toekomstige aanbestedingen.

2. Hebben er naast de in dit onderzoek opgenomen aanbesteding voor leerlingenvervoer nog andere aanbestedingen op het gebied van mobiliteit plaatsgevonden in 2015? Zo ja: welke, en welke duurzaamheidscriteria zijn hierin opgenomen bij aanbestedingseisen en gunningscriteria? Graag een specificatie per aanbesteding.

Ja. Recent is de aanbesteding voor veegborstelmachines gegund. Hierin is de volgende eis opgenomen:

  • De in te zetten voertuigen met een totale toegestane massa >3.500 kg voldoen aan de EURO VI/ EURO 6 norm.

Uitkomst van de aanbesteding is dat het veegborstelmachines worden met een Euro VI dieselmotor (hoogste norm op dit moment).
Er zijn nu op de markt geen elektrische alternatieven voorhanden omdat de elektrische aangedreven veegborstelmachines (die nu experimenteel op de markt zijn) nog niet voldoen aan de eisen die aan ons werk gesteld worden. Dit heeft te maken met effectiviteit, actieradius en draaiuren.

Het schoolzwemvervoer is in 2015 aanbesteed. In deze aanbesteding zijn de volgende eisen opgenomen:

  • De gemeente Utrecht hanteert een milieuzonering voor gemotoriseerde voertuigen. Zie voor de meest recente informatie: www.utrecht.nl/milieuzone
  • De in te zetten voertuigen met een totale toegestane massa >3.500 kg voldoen minimaal aan de EURO V/ EURO 5 norm.
  • De in te zetten voertuigen met een totale toegestane massa <3.500 kg voldoen minimaal aan de Europese emissiestandaard (EURO V/ EURO 5) voor Light commercial vehicles ?3500 kg (Categorie N1 - I), (Categorie N1- II) of (Categorie N1-III) g/km.

Daarnaast worden via de beantwoording van een casus inschrijvers gevraagd om door middel van zo efficiënt mogelijke vervoersbewegingen de CO2 uitstoot te beperken.

3. In hoeverre en op welke manier wordt bij aanbestedingen voor mobiliteitsinkoop (o.a. wmo-vervoer, leerling-vervoer en eigen wagenpark), rekening gehouden met het duurzaamheidsbeleid en de duurzaamheidsambities van deze gemeente? Graag een toelichting waarbij specifiek wordt ingegaan op de mogelijkheid gunningscriteria met betrekking tot duurzaamheid op te nemen, de manier waarop deze mogelijkheid gebruikt wordt en hoe zwaar deze gunningscriteria doorgaans meewegen.

Bij aanbestedingen voor mobiliteitsinkoop worden veelal gunningscriteria opgenomen met betrekking tot duurzaamheid en wordt dus rekening gehouden met het duurzaamheidsbeleid en de duurzaamheidsambities van de gemeente. Aanbieders kunnen zich in die beantwoording van de gunningscriteria positief onderscheiden.

In de lange termijn inkoopstrategie van voertuigen kiezen we ten aanzien van duurzaamheid als gemeente voor elektrisch vervoer. Als dit niet mogelijk is kiezen we voor:

  • Biogas
  • Euro VI/Euro 6 norm
  • GTL (gas to liquid) i.p.v. diesel voor oudere voertuigen

Hoe dit wordt opgenomen in elke aanbesteding en hoe zwaar dit meeweegt, is maatwerk en wordt gerelateerd aan de opdracht en de specifieke situatie van de opdracht. Om een voorbeeld te geven: het scholen van chauffeurs in het nieuwe rijden weegt bij aanbesteding veegborstelmachines anders mee dan bij aanbesteding leerlingenvervoer.

4. Is het college bereid om mogelijkheden aan te grijpen aanbestedingen voor leerlingenvervoer, wmo-vervoer en het eigen wagenpark van de gemeente in het vervolg zo duurzaam mogelijk aan te pakken, ook als dit betekent dat goedkope, maar minder duurzame bieders de gunning niet meer winnen?

Ja.

In het onderzoek wordt geconcludeerd dat veel gemeentelijke aanbestedingen, waaronder het onderzochte Utrechtse geval, niet voldoen aan de landelijke minimumcriteria voor duurzame mobiliteits- inkopen.

5. Waarom is er bij deze aanbesteding geen rekening gehouden met de landelijke criteria voor duurzaam inkopen? Voldoen andere aanbestedingen die de gemeente in 2015 heeft gedaan, wel aan deze landelijke criteria?

De landelijke criteria bestaan uit minimumeisen en gunningscriteria. De gemeente heeft wel rekening gehouden met de landelijke criteria voor duurzaam inkopen, echter we hebben niet alle minimumeisen overgenomen. We zien mede, naar aanleiding van dit rapport, wel dat er aanscherping mogelijk en wenselijk is om dit te borgen en hebben dit inmiddels al gedaan.

We hebben wel in de voorgenoemde aanbestedingen door het stellen van gunningscriteria op het vlak van duurzaamheid gepoogd de leveranciers zich positief te laten onderscheiden op duurzaamheid. Dat wordt onvoldoende belicht in het rapport.

Zo is in onze aanbesteding leerlingenvervoer een samengesteld pakket van eisen (waarin een deel van de landelijke criteria) en gunningscriteria opgenomen, waarbij de markt wordt uitgedaagd met vergaande voorstellen te komen op het gebied van kwaliteit, vervoer, veiligheid, klantvriendelijkheid en milieu. Deze combinatie van eisen en het gunningscriterium hebben ertoe geleid dat het materieel wat nu ingezet wordt voor leerlingenvervoer onder de genoemde CO2 uitstoot (van 130 tot 175 g/km) blijft en ruimschoots voldoet aan de criteria zoals genoemd in het rapport van Natuur en Milieu.

6. Hoe gaat dit college er voor zorgen dat de gemeente in 2016 wel aan de landelijke minimumcriteria kan voldoen?

Om verder vorm te geven aan duurzaam inkoopbeleid:

  • Zet de gemeente een adviseur in; in oktober 2015 specifiek aangesteld voor advisering over de invulling van duurzaamheid;
  • Wordt actief samengewerkt met het programma Elektrisch Vervoer om maximaal gebruik te maken van de daar aanwezige kennis;
  • Wordt bij separate aanschaf van een voertuig advies ingewonnen over de meest schone invulling bij de wagenparkbeheerder

Eén van de landelijke minimumcriteria voor leerling- en wmo-vervoer betreft de CO2 eis: De minimumeisen voor de CO2 uitstoot zijn 130 tot 175 g/km voor het leerlingen- en Wmo-vervoer en tot 175 g/km voor het eigen wagenpark. Natuur&Milieu concludeert daarover het volgende: “Ter vergelijking, benzineauto’s zijn verkrijgbaar vanaf 75 g/km, diesel en CNG auto’s vanaf 79 g/km. De gemiddelde zakelijke nieuwe auto had in 2014 een uitstoot van 99 g/km. Bestelauto’s zijn verkrijgbaar vanaf 105 g/km voor een kleine en 149 g/km voor een middelgrote bestelauto. Daarnaast zijn in deze segmenten ook 0-emissie modellen en hybride voertuigen beschikbaar met veel lagere emissies. De minimumeisen voor de zuinigheid van de voertuigen zijn daarmee veel minder ambitieus dan hetgeen in de markt beschikbaar is én dat wat in de zakelijke markt gebruikelijk is. Daarmee lijken de criteria geen goede basis voor overheden die duurzaam willen inkopen”

7. Is het college het met deze conclusie eens, en is het college bereid om in het vervolg in haar aanbestedingen daarom CO2 eisen te stellen die verder gaan dan de landelijke minimumcriteria?

Voortvloeiend uit het recent vastgestelde inkoopbeleid zullen wij vergaande CO2 eisen stellen in alle aanbestedingen mits passend binnen wetgeving, passend voor de opdracht en overige integrale afwegingen.