Schrif­te­lijke vervolg­vragen Bomenkap stads­strand


Indiendatum: 2 dec. 2015

Schriftelijke vragen 184/2015
Aanvulling op schriftelijke vragen 126/2015

Op 17 augustus 2015 stelde de Partij voor de Dieren schriftelijke vragen over de bomenkap bij het stadsstrand in Utrecht. Naar aanleiding van de antwoorden van het college én informatie van strandpaviljoen Soia en de Fietsersbond heeft de Partij voor de Dieren de volgende aanvullende vragen:

Op 9 september 2015 stond in het AD Utrechts Nieuwsblad dat ook strandpaviljoen Soia niet te spreken is over de bomenkap en de aanleg van een asfaltweg langs het stadsstrand. Zij hebben bij hun bezoekers en andere belanghebbenden geïnventariseerd wat zij van de plannen vinden. Binnen een dag gaven bijna 1.500 respondenten aan dat zij niet op een asfaltweg zitten te wachten rond het strandpaviljoen. Soia is ook met behulp van een landschapsarchitect en een verkeersdeskundige met een eigen ontwerp gekomen.

1. Heeft het college van tevoren met Soia overlegd over de aanleg en situering van de asfaltweg, de fietsparkeerplaatsen en de bomenkap? Heeft SOIA daarbij haar visie kunnen geven en wat is er gebeurd met die input? Zo nee, waarom niet?

2. Het college heeft inmiddels al enige tijd de visie/het tegenvoorstel dat Soia met behulp de landschapsarchitecten van Copijn en een verkeersdeskundige uit eigen beweging heeft laten opstellen en de visies van andere belanghebbenden binnen. Wanneer denkt het college Soia van een antwoord te voorzien? En bent u bereid hierover nog in gesprek te gaan met Soia en hun ‘achterban’? Zo nee, waarom niet?

3. In de beantwoording van de eerste schriftelijke vragen van de Partij voor de Dieren ging het college in op de bomenkap ten behoeve van de doorfietsroute, maar niet op de bomenkap ten behoeve van de fietsparkeerplaatsen langs het stadsstrand. Welke alternatieven zijn hiervoor onderzocht, zodat deze bomen niet gekapt hoeven te worden? Zijn er geen andere geschikte locaties voor deze fietsparkeerplaatsen? Zo nee, waarom niet?

4. Klopt het dat u met deze bomenkap en inrichting vooruitloopt op de visie ARK-park? Indien dit het geval is, loopt u dan niet op de feiten vooruit? De visie moet nog worden vastgesteld. De wijkraad Leidsche Rijn en de Fietsersbond hebben hier een inspraakreactie op ingediend.

5. Worden in het kader van de visie ARK-park nu al plannen gemaakt/aanvragen voorbereid om nog meer bomen te kappen en groen weg te halen in dit gebied? Zo ja, waarom en om hoeveel bomen en groen gaat het? Waarom wacht u in dat geval niet tot de visie is goedgekeurd door de gemeenteraad?

6. Klopt het dat in deze plannen en bij de plannen voor een ARK-park een type lichtmast wordt geplaatst dat (ver) naar de zijkant uitstraalt? Zo ja, hoe valt dit te rijmen met het aanpassen van lichtmasten aan groene en natuurrijke gebieden? Zo nee, gaat het college/is het college bereid lichtmasten (te) plaatsen die niet naar boven, maar ook niet naar de zijkant uitstralen, zodat vleermuizen en vogels er geen hinder van ondervinden? Dit ook in verband met de aanwezigheid van diverse soorten vleermuizen in het gebied.

7. Uit het flora- en faunaonderzoek van Tauw op 21 februari 2014 voor de aanleg van het stadsstrand bleek dat in een of meerdere bomen in het plangebied spechten en vleermuizen leven. Toen werd aangegeven dat er geen bomen werden gekapt voor de aanleg van het stadsstrand. Worden deze bomen, waarin spechten en vleermuizen leven, nu wél gekapt? Zo ja, hoe is dit mogelijk? Zo nee, wordt ervoor zorggedragen dat deze bomen nu niét worden verlicht vanwege de aanwezige diersoorten, zoals aangeraden door Tauw?

8. Klopt het dat er bij het Tauw-onderzoek geen onderzoek is gedaan naar de aanwezigheid van de beschermde diersoort de egel? Zo nee, waarom niet?

9. Is er voor de aanleg van de doorfietsroute en de fietsparkeerplaatsen wederom onderzoek gedaan naar de aanwezige flora en fauna, aangezien het nu om nieuwe plannen en bomenkap gaat? Zo nee, waarom niet? Of zal er nog een nieuw onderzoek gaan plaatsvinden?

Eva van Esch, Partij voor de Dieren

Indiendatum: 2 dec. 2015
Antwoorddatum: 19 jan. 2016

SV184/2015
Aanvulling op SV126/2015

Op 17 augustus 2015 stelde de Partij voor de Dieren schriftelijke vragen over de bomenkap bij het stadsstrand in Utrecht. Naar aanleiding van de antwoorden van het college én informatie van strandpaviljoen Soia en de Fietsersbond heeft de Partij voor de Dieren de volgende aanvullende vragen:

Op 9 september 2015 stond in het AD Utrechts Nieuwsblad dat ook strandpaviljoen Soia niet te spreken is over de bomenkap en de aanleg van een asfaltweg langs het stadsstrand. Zij hebben bij hun bezoekers en andere belanghebbenden geïnventariseerd wat zij van de plannen vinden. Binnen een dag gaven bijna 1.500 respondenten aan dat zij niet op een asfaltweg zitten te wachten rond het strandpaviljoen. Soia is ook met behulp van een landschapsarchitect en een verkeersdeskundige met een eigen ontwerp gekomen.

1. Heeft het college van tevoren met Soia overlegd over de aanleg en situering van de asfaltweg, de fietsparkeerplaatsen en de bomenkap? Heeft SOIA daarbij haar visie kunnen geven en wat is er gebeurd met die input? Zo nee, waarom niet?

Ja, met SOIA zijn in de uitgifteovereenkomst (dd 17 juli 2013) afspraken gemaakt over de betonnen zitrand, het expeditiepad en fietsparkeren. Het fietsparkeren is opgenomen in het bestemmingsplan, net als het pad. Het bestemmingsplan is op 30 mei 2013 door u vastgesteld, voordat SOIA inschreef op de openbare aanbesteding.

SOIA heeft vooral haar bedenkingen geuit over de betonnen zitrand, terwijl deze onderdeel is van de uitgifteovereenkomst. Over de bomenkap en de locatie van het fietsparkeerplaatsen zijn geen bedenkingen ingediend door SOIA als reactie op het inrichtingsplan. Het inrichtingsplan is in november 2014 gepresenteerd op een informatieavond en heeft twee weken ter inzage gelegen.

SOIA heeft in september 2015 een ander voorstel gedaan voor de inrichting, terwijl het gemeentelijk inrichtingsplan al vanaf begin 2014 met SOIA is besproken. Ook toen was er al sprake van een pad rondom het paviljoen en een betonnen zitrand rond het privéterrein. Uitgangspunt voor de gemeente blijft een heldere markering van het SOIA-deel en een pad rondom het uitgegeven terrein om ook nadrukkelijk deze punt als openbaar gebied toegankelijk en bereikbaar te houden in het "rondje stadseiland".

In het bestemmingsplan is rond de beoogde horecavoorziening de bestemming Groen neergelegd. Deze bestemming is onder meer bedoeld voor fiets- en wandelpaden.

2. Het college heeft inmiddels al enige tijd de visie/het tegenvoorstel dat Soia met behulp de landschapsarchitecten van Copijn en een verkeersdeskundige uit eigen beweging heeft laten opstellen en de visies van andere belanghebbenden binnen. Wanneer denkt het college Soia van een antwoord te voorzien? En bent u bereid hierover nog in gesprek te gaan met Soia en hun ‘achterban’? Zo nee, waarom niet?

Wij zijn hierover in gesprek met SOIA. Begin februari is een overleg met SOIA ingepland.

3. In de beantwoording van de eerste schriftelijke vragen van de Partij voor de Dieren ging het college in op de bomenkap ten behoeve van de doorfietsroute, maar niet op de bomenkap ten behoeve van de fietsparkeerplaatsen langs het stadsstrand. Welke alternatieven zijn hiervoor onderzocht, zodat deze bomen niet gekapt hoeven te worden? Zijn er geen andere geschikte locaties voor deze fietsparkeerplaatsen? Zo nee, waarom niet?

Met de exploitant is conform het bestemmingsplan en gemeentelijk beleid (zie nota Stallen en

Parkeren) overeengekomen dat fietsparkeren op eigen terrein wordt opgelost. In verband met het onvoorziene succes en de vele bezoekers op de fiets hebben wij met de exploitant afgesproken dat wij aanvullende fietsparkeerplaatsen op gemeentelijke grond zullen realiseren. Er zijn meerdere locaties onderzocht, maar uiteindelijk is voor deze plek gekozen. De twee fietsparkeerplekken liggen dicht bij elkaar, waardoor ze elkaar aanvullen. Ook liggen ze achter het paviljoen, waardoor het mooie beeld langs het Amsterdam-Rijnkanaal behouden blijft. De alternatieve locaties lagen langs het Amsterdam-Rijnkanaal, waardoor er twee stallingen zouden ontstaan en een minder mooi zou ontstaan. Voor deze fietsenstalling moet één boom gekapt worden.

4. Klopt het dat u met deze bomenkap en inrichting vooruitloopt op de visie ARK-park? Indien dit het geval is, loopt u dan niet op de feiten vooruit? De visie moet nog worden vastgesteld. De wijkraad Leidsche Rijn en de Fietsersbond hebben hier een inspraakreactie op ingediend.

Met de visie ARK-park wordt het Ontwikkelingskader parkzone Amsterdamrijnkanaal bedoeld dat deze maand in de commissie S&R wordt besproken. Daarin staat o.a. dat bij het uitwerken van een locatie (een nieuwe herinrichting) langs het kanaal bewoners, ondernemers en belanghebbenden betrokken worden met een passend participatietraject. Zoals aangegeven bij 1 heeft dit voor het stadsstrand al plaatsgevonden voordat het ontwikkelingskader gestart is, namelijk bij de ontwikkeling van het bestemmingsplan (2012). De geplande inrichting is inderdaad in lijn met het Ontwikkelingskader. Ook de binnengekomen reacties op het concept-Ontwikkelingskader (waarover in mei en juni 2015 inspraak heeft kunnen plaatsvinden) geven geen aanleiding om voor dit project de uitgangspunten te wijzigen.

5. Worden in het kader van de visie ARK-park nu al plannen gemaakt/aanvragen voorbereid om nog meer bomen te kappen en groen weg te halen in dit gebied? Zo ja, waarom en om hoeveel bomen en groen gaat het? Waarom wacht u in dat geval niet tot de visie is goedgekeurd door de gemeenteraad?

Nee.

Dit jaar verwachten wij de projecten Wagenaarkade en Demkapunt te gaan voorbereiden. Deze projecten moeten nog met de bewonersparticipatie gaan starten.

6. Klopt het dat in deze plannen en bij de plannen voor een ARK-park een type lichtmast wordt geplaatst dat (ver) naar de zijkant uitstraalt? Zo ja, hoe valt dit te rijmen met het aanpassen van lichtmasten aan groene en natuurrijke gebieden? Zo nee, gaat het college/is het college bereid lichtmasten (te) plaatsen die niet naar boven, maar ook niet naar de zijkant uitstralen, zodat vleermuizen en vogels er geen hinder van ondervinden? Dit ook in verband met de aanwezigheid van diverse soorten vleermuizen in het gebied.

Op dit moment wordt nog geen verlichting aangelegd langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Wel wordt het mogelijk gemaakt om dit in de toekomst aan te leggen. Op dit moment wordt alleen verlichting aangelegd vanaf de Kanaalweg naar het paviljoen. Hierdoor is het paviljoen ook ’s avonds goed bereikbaar. Hiervoor worden dezelfde lichtmasten toegepast als nu al langs de Kanaalweg staan.

Als in de toekomst verlichting wordt aangelegd langs het Amsterdam-Rijnkanaal, wordt gekozen voor het hetzelfde type lichtmast als bij de Rooseveltboulevard . Dit is een type met beperkte lichtopbrengst en met uitstraling schuin naar beneden door met een louvre in het armatuur te werken. Daarmee is uitstraling naar boven en direct naar de zijkant voorkomen. Hiermee wordt hinder voor fauna voorkomen. Tevens beperkt het lichthinder voor de scheepvaart.

7. Uit het flora- en faunaonderzoek van Tauw op 21 februari 2014 voor de aanleg van het stadsstrand bleek dat in een of meerdere bomen in het plangebied spechten en vleermuizen leven. Toen werd aangegeven dat er geen bomen werden gekapt voor de aanleg van het stadsstrand. Worden deze bomen, waarin spechten en vleermuizen leven, nu wél gekapt? Zo ja, hoe is dit mogelijk? Zo nee, wordt ervoor zorggedragen dat deze bomen nu niét worden verlicht vanwege de aanwezige diersoorten, zoals aangeraden door Tauw?

Voor de aanleg van het paviljoen en omliggend stadstrand destijds was geen bomenkap noodzakelijk. Voor de definitieve inrichting van het pad wel, daartoe dient de huidige vergunning. Voor het inrichtingsplan wordt uitgevoerd wordt nog nader gekeken naar Flora en Fauna; hiervoor is reeds een onderzoek opgestart.

De verlichting langs de Kanaalweg wordt doorgetrokken, maar stopt bij het strand en zal niet meegaan rondom het strand zelf. Aan de zijde van het Amsterdam-Rijnkanaal wordt op dit moment door de gemeente geen verlichting aangelegd. Wij zullen in het overleg met SOIA aangeven de bomen niet aan te lichten, zoals omschreven in het rapport van Tauw.

8. Klopt het dat er bij het Tauw-onderzoek geen onderzoek is gedaan naar de aanwezigheid van de beschermde diersoort de egel? Zo nee, waarom niet?

Er is geen specifiek onderzoek verricht naar de egel. Uit het rapport van TAUW (2014): "Voor tabel 1 soorten geldt voor de beoogde ontwikkeling een vrijstelling. De toetsing richt zich daarom alleen op tabel 2/3 soorten van de Flora- en faunawet. Gelet op de ligging en verspreidingsgegevens ligt de focus op beschermde planten, zoogdieren (vleermuizen) en vogels. Overige beschermde soorten worden niet op het terrein verwacht".

De diersoort Egel is een soort die in tabel 1 voorkomt en daarmee valt onder de algehele vrijstelling volgens AMvB artikel 75 van de Flora- en faunawet Wel geldt de zorgplicht. In de directe omgeving blijft voldoende ruig terrein beschikbaar voor de egel.

9. Is er voor de aanleg van de doorfietsroute en de fietsparkeerplaatsen wederom onderzoek gedaan naar de aanwezige flora en fauna, aangezien het nu om nieuwe plannen en bomenkap gaat? Zo nee, waarom niet? Of zal er nog een nieuw onderzoek gaan plaatsvinden?

Voordat het inrichtingsplan wordt uitgevoerd zal nog nader onderzoek worden gedaan. Dit onderzoek is in gang gezet.

Eva van Esch, Partij voor de Dieren