Schrif­te­lijke vragen over gevolgen kunstgras voet­bal­velden voor mens, dier, natuur en milieu


Indiendatum: 21 feb. 2017

Schriftelijke vragen 19/2017

Het tv-programma Zembla presenteerde in haar uitzending van 15 februari 2017 nieuw onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam naar rubbergranulaat. Dit onderzoek van de VU wijst uit dat er stoffen uit het rubbergranulaat in het kunstgras vrijkomen die schadelijk zijn voor vissen en die mogelijk gezondheidseffecten bij mensen kunnen veroorzaken. De VU onderzocht de gevolgen voor zebravissen en zebravisembryo’s die zijn blootgesteld aan water waarin rubberkorrels hebben gelegen: de embryo’s gaan dood en de visjes vertonen gedragsverandering. Zembla stelt op haar website: “Als een chemische stof toxisch blijkt te zijn bij zebravissen, dan is het zeer waarschijnlijk dat die stof bij mensen ook een nadelig effect heeft.” Met name voor jonge kinderen kunnen de stoffen in de rubberkorrels schadelijk zijn, stelt hoogleraar Martin van den Berg van de Universiteit Utrecht in de uitzending: de onzekerheden voor de effecten op kinderen zijn veel groter dan uit het RIVM onderzoek naar voren komt.

De discussie over de gezondheidsrisico’s van kunstgraskorrels speelt nu al maanden en laait steeds opnieuw op. In Utrecht zijn er nog steeds 11 velden, 3 trainingsveldjes en 2 Cruyffcourts met rubberkorrels. In haar memo van 16 februari 2017 volgt het college de reactie van het RIVM die stelt dat sporten op velden met rubberkorrels veilig is, omdat de onderzoeken onvoldoende informatie geven over schadelijke effecten voor mens en milieu.

De Partij voor de Dieren maakt zich ongerust over deze reactie van het college en stelt daarom de volgende vragen:

1. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat in het geval van grote mogelijke risico’s voor gezondheid en milieu, het beter is om het zekere voor het onzekere te nemen? Zo nee waarom niet?

2. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het feit dat er op dit moment nog onvoldoende duidelijkheid bestaat over welke stoffen precies de schadelijke gevolgen veroorzaken en welke precieze mate van blootstelling aantoonbaar schadelijk is voor mensen, onvoldoende reden is om sporten op rubberkorrels veilig te verklaren? Zo nee waarom niet?

In de beantwoording van de schriftelijke vragen die wij een jaar geleden stelden over de milieueffecten van voetbalvelden van kunstgras, werd bevestigd dat een deel van deze korrels in het milieu terecht kan komen bij hele harde wind of regen. Maar ook via voetbalschoenen en voetbalkleding (en via de afvoer van de wasmachine), komt een deel van de korrels in het milieu terecht. Toch citeert het college in haar memo het RIVM dat stelt: “Het VU onderzoek geeft nieuw inzicht maar het inzicht is onduidelijk omdat we niet weten om welke stoffen het gaat en in hoeverre de proef relevant is voor blootstelling voor de mens.”

3. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de schadelijke gevolgen van rubberkorrels in onze sportvelden niet alleen betrekking heeft op de mens, maar ook op dieren, natuur en milieu? Zo nee waarom niet?

4. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat, ondanks dat nog onduidelijk is welke stoffen uit de korrels verantwoordelijk zijn voor de schadelijke gevolgen, de korrels zo snel mogelijk verwijderd moeten worden om milieuschade te beperken? Zo nee waarom niet?

5. Is het college bereid om een plan te maken om nog dit jaar alle schadelijke korrels uit de Utrechtse velden te verwijderen en in de Voorjaarsnota 2017 een voorstel te doen voor de financiering hiervan? Zo nee waarom niet?

Hoogleraar Van den Berg, die ook in de Zembla-uitzending aan het woord komt, stelt dat de kind-gevoeligheid voor toxische stoffen onvoldoende uitgewerkt is het RIVM-onderzoek. Als kinderen al voor hun puberteit in aanraking komen met mogelijk giftige stoffen dan is het gezondheidsrisico op latere leeftijd vele malen hoger, zo stelt hij.

6. Is het college bekend met de wetenschappelijke kritiek op de relevantie van de onderzoeksuitkomsten van het RIVM onderzoek voor jonge kinderen? Zo ja, is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat dit reden moet zijn om zo snel mogelijk het zekere voor het onzekere te nemen en velden met rubberkorrels te vervangen?

7. Hoe ziet het college het voortzetten van het gebruik van rubberkorrels, met de kennis dat sommige stoffen in deze korrels zeer schadelijke gevolgen hebben voor vissen en waarschijnlijk ook nadelige effecten hebben voor mensen en andere organismen, in het licht van het voorzorgsbeginsel uit het milieurecht?

Andere gemeenten hebben naar aanleiding van de eerdere informatie over de mogelijk schadelijke gevolgen van de rubberkorrels al besloten om deze zo snel mogelijk te vervangen voor een alternatief van bijvoorbeeld kurk.

8. Is het college bereid om in overleg te treden met deze gemeenten, waaronder Roosendaal, Gorinchem, Westland, Capelle aan den IJssel, Geldrop-Mierlo en Amsterdam, over hun beleid rondom het stoppen met rubberkorrels in kunstgras?

Indiendatum: 21 feb. 2017
Antwoorddatum: 10 mrt. 2017

Schriftelijke vragen 19/2017

De Partij voor de Dieren maakt zich ongerust over deze reactie van het college en stelt daarom de volgende vragen:

1. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat in het geval van grote mogelijke risico’s voor gezondheid en milieu, het beter is om het zekere voor het onzekere te nemen? Zo nee waarom niet?

Nee. Er is volgens ons op basis van het advies van het RIVM geen sprake van risico’s van kunstgrasvelden met rubbergranulaat voor gezondheid en milieu.

2. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het feit dat er op dit moment nog onvoldoende duidelijkheid bestaat over welke stoffen precies de schadelijke gevolgen veroorzaken en welke precieze mate van blootstelling aantoonbaar schadelijk is voor mensen, onvoldoende reden is om sporten op rubberkorrels veilig te verklaren? Zo nee waarom niet?

Wij volgen het advies van het RIVM dat na onderzoek in december 2016 heeft geconcludeerd dat sporten op deze kunstgrasvelden geen gezondheidsrisico’s met zich mee brengt.

In de beantwoording van de schriftelijke vragen die wij een jaar geleden stelden over de milieueffecten van voetbalvelden van kunstgras, werd bevestigd dat een deel van deze korrels in het milieu terecht kan komen bij hele harde wind of regen. Maar ook via voetbalschoenen en voetbalkleding (en via de afvoer van de wasmachine), komt een deel van de korrels in het milieu terecht. Toch citeert het college in haar memo het RIVM dat stelt: “Het VU onderzoek geeft nieuw inzicht maar het inzicht is onduidelijk omdat we niet weten om welke stoffen het gaat en in hoeverre de proef relevant is voor blootstelling voor de mens.”

3. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de schadelijke gevolgen van rubberkorrels in onze sportvelden niet alleen betrekking heeft op de mens, maar ook op dieren, natuur en milieu? Zo nee waarom niet?

Het rubbergranulaat brengt op basis van het advies van het RIVM geen gezondheidsrisico’s met zich mee. Voor dieren en natuur zijn op dit moment geen relevante onderzoeksgegevens beschikbaar. Voor wat betreft het milieu en eventuele zinkuitloging zijn ons de volgende onderzoeken bekend: in 2009 is uit onderzoek van Intron naar voren gekomen dat het drainagewater onder kunstgrasvelden niet significant meer zink bevat dan regenwater. Uit een ander onderzoek van Intron uit 2009 blijkt dat het tenminste 30 jaar duurt voordat er zodanig veel zink in de zandlaag van de fundering kan worden aangetroffen dat deze niet meer vrij toepasbaar is voor alle functies. Verder is er in 2013 in opdracht van de gemeente door het bureau AMOS een indicatief onderzoek uitgevoerd op sportpark Welgelegen om na te gaan of zink uitloogt naar de funderingslaag van lava en zand. In het onderzoek werd geen zink aangetroffen in deze laag. Dit kunstgrasveld was van 2004. In 2016 is dit veld vervangen door een nieuw kunstgrasveld met het invulmateriaal TPE. De fundering zal naar verwachting in 2031 worden vervangen.

4. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat, ondanks dat nog onduidelijk is welke stoffen uit de korrels verantwoordelijk zijn voor de schadelijke gevolgen, de korrels zo snel mogelijk verwijderd moeten worden om milieuschade te beperken? Zo nee waarom niet?

Wij volgen het advies van het RIVM dat sporten op deze kunstgrasvelden geen gezondheidsrisico’s met zich mee brengt. Daarom is het niet nodig de kunstgrasvelden met rubbergranulaat sneller te vervangen dan volgens de huidige planning. De gemeente Utrecht past voor haar sportvelden sinds 2006 geen rubbergranulaat maar TPE toe als infill-materiaal. Kunstgrasvelden hebben een levensduur van 13-15 jaar en in 2020 zullen de laatste velden met rubbergranulaat vervangen zijn. Dit onder voorbehoud van beschikbare capaciteit in Nederland voor de uitvoering van de werkzaamheden.

5. Is het college bereid om een plan te maken om nog dit jaar alle schadelijke korrels uit de Utrechtse velden te verwijderen en in de Voorjaarsnota 2017 een voorstel te doen voor de financiering hiervan? Zo nee waarom niet?

Nee, dat is niet nodig omdat de urgentie daarvoor ontbreekt. Daarnaast is het technisch niet mogelijk om bij kunstgras voetbalvelden met rubbergranulaat ouder dan 6 jaar alleen het rubbergranulaat te verwijderen. De gehele toplaag van het veld dient dan vervangen te worden. In Utrecht zijn alle nog resterende kunstgras voetbalvelden met rubbergranulaat ouder dan 6 jaar.

Hoogleraar Van den Berg, die ook in de Zembla-uitzending aan het woord komt, stelt dat de kind-gevoeligheid voor toxische stoffen onvoldoende uitgewerkt is het RIVM-onderzoek. Als kinderen al voor hun puberteit in aanraking komen met mogelijk giftige stoffen dan is het gezondheidsrisico op latere leeftijd vele malen hoger, zo stelt hij.

6. Is het college bekend met de wetenschappelijke kritiek op de relevantie van de onderzoeksuitkomsten van het RIVM onderzoek voor jonge kinderen? Zo ja, is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat dit reden moet zijn om zo snel mogelijk het zekere voor het onzekere te nemen en velden met rubberkorrels te vervangen?

Ja, wij zijn bekend met de wetenschappelijke kritiek op de relevantie van de onderzoeksuitkomsten van het RIVM onderzoek voor jonge kinderen. We volgen hierbij het advies van het RIVM dat ingegaan is op de wetenschappelijke kritiek. Overigens is het onderzoek van de Vrije Universiteit, dat aan de orde kwam tijdens de uitzending van Zembla, ook scherp bekritiseerd door andere wetenschappelijk onderzoekers, zie het artikel in NRC.nl van 16 februari 2017.

7. Hoe ziet het college het voortzetten van het gebruik van rubberkorrels, met de kennis dat sommige stoffen in deze korrels zeer schadelijke gevolgen hebben voor vissen en waarschijnlijk ook nadelige effecten hebben voor mensen en andere organismen, in het licht van het voorzorgsbeginsel uit het milieurecht?

We volgen de landelijke lijn en verwijzen hiervoor naar het antwoord van de minister van VWS aan de Tweede Kamer van 21 februari 2017, citaat uit het antwoord: "In december vorig jaar heb ik u bericht over het grootschalig en gedegen onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu naar gezondheidsrisico’s van sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat. Op basis van de conclusies van dit onderzoek ziet het RIVM geen aanleiding om het sporten op deze velden te ontraden. Het onderzoek waarvan Zembla in haar uitzending verslag deed, is een onderzoek dat wordt gedaan door de VU. Er zijn nog geen resultaten van dat onderzoek beschikbaar. Het onderzoek is nog niet eens afgerond, het loopt nog. Het RIVM ziet in de informatie die wel beschikbaar is en naar aanleiding van de uitzending geen reden de resultaten van het eigen onderzoek te herzien.

Op dit moment lopen er verschillende onderzoeken, zoals ook gemeld in de uitzending van Zembla. Het RIVM neemt elk onderzoek op dit terrein serieus, dus ook het onderzoek van de VU. Zodra de rapportage van het zebravissenonderzoek gereed is en het RIVM kan beschikken over de uitkomsten en de onderliggende data zal het RIVM analyseren hoe deze resultaten zich verhouden tot het eigen onderzoek".

We zullen u te zijner tijd informeren over de uitkomsten van de analyses van het RIVM naar de overige onderzoeken waaronder die van de Vrije Universiteit. Het onderzoek van het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA) naar mogelijke gezondheidsrisico’s van rubbergranulaat is 28 februari 2017 gepubliceerd. De conclusie van het ECHA is onder meer dat mensen veilig kunnen sporten op kunstgrasvelden ingestrooid met rubbergranulaat.

Andere gemeenten hebben naar aanleiding van de eerdere informatie over de mogelijk schadelijke gevolgen van de rubberkorrels al besloten om deze zo snel mogelijk te vervangen voor een alternatief van bijvoorbeeld kurk.

8. Is het college bereid om in overleg te treden met deze gemeenten, waaronder Roosendaal, Gorinchem, Westland, Capelle aan den IJssel, Geldrop-Mierlo en Amsterdam, over hun beleid rondom het stoppen met rubberkorrels in kunstgras?

Nee, we achten dat niet nodig. Sinds 2006 wordt in Utrecht rubbergranulaat als invulmateriaal voor kunstgras voetbalvelden niet meer toegepast.