Schrif­te­lijke vragen over het func­ti­o­neren van Veilig Thuis en SAVE


Schriftelijke vragen 7/2018

Sinds de nieuwe inrichting van Veilig Thuis zijn er bij diverse raadsleden verontrustende berichten binnengekomen over onder andere de werkwijze, slechte communicatie en klachtenafhandeling van Veilig Thuis en Save. Deze berichten komen van huisartsen, scholen, ouders, de Raad voor de Kinderbescherming en de eigen medewerkers. Eén van de grootste problemen die veel ouders ervaren zijn de onterechte beschuldigingen aan het adres van een ouder/ouders.

Naar aanleiding van de verontrustende berichten hebben diverse raadsleden hiervoor aandacht gevraagd. Naast het stellen van mondelinge en schriftelijke vragen is een raadsinformatieavond georganiseerd waar met name vaders hun verhaal vertelden over de werkwijze van Veilig Thuis en welke gevolgen deze hebben in hun leven. Tijdens een werkbezoek aan Veilig Thuis hebben diverse raadsleden zich laten informeren over de werkwijze en dilemma’s.

Er zijn verschillende artikelen over het functioneren van Veilig Thuis in de media verschenen, RTV Utrecht heeft er zelfs meerdere malen aandacht aan besteed[1]. Het college ziet tot op heden geen reden om in te grijpen en wijst naar Veilig Thuis als verantwoordelijke organisatie.

Op 10 januari verschijnt er wederom een artikel in de Groene Amsterdammer (“Als insinuaties feiten worden”) waarin weer een zorgelijk beeld wordt geschetst over ouders die aantoonbaar onterecht worden beschuldigd van zaken. Het schrappen of wijzigen van gegevens bij verschillende organisaties lijkt een weerbarstige materie.

De PvdA, D66, VVD, GroenLinks, de SP, de ChristenUnie, het CDA, Stadsbelang Utrecht, Student en Starter en de Partij voor de Dieren maken zich zorgen. Daarom hebben we de volgende vragen aan het college:

Over de concrete casus:
1. Kent het college deze alarmerende berichten en klachten van ouders, met name de klachten over onterechte beschuldigingen? Zo ja ,bent u bereid actie te ondernemen om tot oplossingen te komen? Welke mogelijkheden ziet u hiertoe?

2. Kan het college onderzoeken of er in het geval van vader “Vincent” (artikel de Groene Amsterdammer) geen acties ondernomen zijn om de vader tegemoet te komen, temeer daar hij keer op keer het gelijk aan zijn kant had?

3. De Kinderombudsman legde in de zaak van vader Vincent het college voor: ‘Hoe kunt u ervoor zorgen dat Tess een dossier heeft waarin zo objectief mogelijke en geen gekleurde gegevens staan?’ Concrete antwoorden van het college bleven uit, aldus de Kinderombudsman. Kan het college aangeven waarom er geen antwoorden zijn gekomen?

In algemene zin:
4. Welke lessen trekt Veilig Thuis uit situaties zoals in het artikel uit de Groene Amsterdammer waarin de rechter en de Kinderombudsman wijzen op tekortkomingen in de dossiervorming?

5. Kan het college aangeven of de betrokken organisaties op dit onderwerp door de Inspectie zijn gecontroleerd op de juiste toepassing van regels en beleid? Als dit nog niet het geval is, bent u dan bereid om steekproeven aan te vragen bij de inspectie? Zo nee, waarom niet?

6. Bij (langer durende) ziekte van medewerkers van Veilig Thuis blijkt dat dossiers vaker niet goed zouden zijn overgedragen. Herkent het college dit en kan zij daarin een rol vervullen?

7. Medewerkers van buurtteams en Veilig Thuis zouden met regelmaat naar elkaar doorverwijzen zonder dat er vervolgens actie wordt ondernomen. Binnen de organisaties zou niet duidelijk zijn wie wat doet en waar de verantwoordelijkheden liggen. Is het College bekend met deze signalen? Zo ja, welke acties gaat u ondernemen? Zo nee, bent u bereid deze te onderzoeken?

8. “De Jeugdwet geeft ook weinig houvast. Jeugdzorginstellingen moeten feiten volledig en naar waarheid aanvoeren (art. 3.3), maar er zijn geen sancties als dit niet gebeurt”. Kan het college aangeven of deze stelling klopt? Zo ja, is het college bereid om te onderzoeken wat wel mogelijk is om onwaarheden in een dossier alsnog te verwijderen? Zo nee, waarom niet?

9. Is het college met ons eens dat als een dossier feitelijke onwaarheden bevat dit zeer ingrijpende gevolgen heeft voor ouders? In november 2017 heeft het Rijk in een rapportage haar bevindingen beschreven. De bevindingen bevestigen de praktijk die beschreven wordt in verschillende media (onwaarheden in dossiers etc.). Heeft het college kennisgenomen van deze bevindingen? Zo ja, wat gaat u hiermee doen?

10. Is het college bereid om op korte termijn met maatregelen te komen om bovenstaande problemen op te lossen, waarbij ook wordt gekeken naar de dossiers van de verschillende partners? Zo nee, waarom niet?

11. Is het college bereid om deze vragen met spoed te beantwoorden?

[1] https://www.rtvutrecht.nl/nieuws/1690744/kritiek-op-meldpunt-voor-kindermishandeling-zwelt-aan.html
https://www.rtvutrecht.nl/nieuws/1689705/families-furieus-over-beschuldiging-kindermishandeling-van-veilig-thuis.html
https://www.ad.nl/binnenland/ouders-beweren-onterecht-beschuldigd-te-zijn-van-ziek-maken-kind~a5aebcba/
https://www.groene.nl/artikel/als-insinuaties-feiten-worden

Antwoorddatum: 31 jan. 2018

Voordat wij uw vragen beantwoorden, merken wij het volgende op. De gestelde vragen hebben deels betrekking op een individuele, complexe casus over een minderjarig kind, waarbij meerdere perspectieven en percepties een rol spelen. Het belang van dit kind moet te allen tijde voorop staan. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer van dit kind – op dit moment, maar zeker ook in de toekomst – moet steeds in ogenschouw worden genomen. Bij de beantwoording van deze vragen past dan ook grote terughoudendheid waar het deze individuele kwestie betreft. Zeker omdat het hier bijzondere persoonsgegevens (gezondheidsgegevens en het medisch dossier) betreft
  1. Kent het college deze alarmerende berichten en klachten van ouders, met name de klachten over onterechte beschuldigingen? Zo ja, bent u bereid actie te ondernemen om tot oplossingen te komen? Welke mogelijkheden ziet u hiertoe?

Wij hebben kennis genomen van meerdere berichten, klachten en vragen van ouders over het functioneren van Veilig Thuis en realiseren ons dat het op ouders en kinderen een grote impact heeft wanneer zij te maken krijgen met een organisatie als Veilig Thuis, waarbij de veiligheid van het kind altijd voorop staat. Hoewel uit navraag bij de inspectie blijkt dat zij op basis van haar onderzoek op dit moment geen redenen heeft om te twijfelen aan de kwaliteit van Veilig Thuis Utrecht, bespreken wij op korte termijn de signalen die we hebben ontvangen over het functioneren van Veilig Thuis met de Inspectie, Veilig Thuis Utrecht en met het Ministerie van VWS. Wij hebben het initiatief genomen om deze afspraak op korte termijn te laten plaatsvinden, waarbij we met betrokken partijen in gesprek willen over de positie van ontevreden ouders met klachten over Veilig Thuis, de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende betrokken partijen en de kwaliteit van de dossiervorming rond het onderzoek vanuit Veilig Thuis bij signalen van kindermishandeling.

2: Kan het college onderzoeken of er in het geval van vader “Vincent” (artikel de Groene Amsterdammer) geen acties ondernomen zijn om de vader tegemoet te komen, temeer daar hij keer op keer het gelijk aan zijn kant had?

3: De Kinderombudsman legde in de zaak van vader Vincent het college voor: ‘Hoe kunt u ervoor zorgen dat Tess een dossier heeft waarin zo objectief mogelijke en geen gekleurde gegevens staan?’ Concrete antwoorden van het college bleven uit, aldus de Kinderombudsman. Kan het college aangeven waarom er geen antwoorden zijn gekomen?

Wij kennen de casus waarnaar wordt verwezen. Gelet op onze plicht om de persoonlijke levenssfeer van het kind - maar ook de andere betrokkenen zoals vader en moeder - te beschermen, kunnen wij niet ingaan op deze individuele casus.

4: Welke lessen trekt Veilig Thuis uit situaties zoals in het artikel uit de Groene Amsterdammer waarin de rechter en de Kinderombudsman wijzen op tekortkomingen in de dossiervorming?

Veilig Thuis kijkt naar de veiligheid van het kind en doet hierbij, vaak op het scherpst van de snede, onderzoek in zeer complexe situaties waar kindermishandeling soms moeilijk vast te stellen is.

Dit vraagt deskundigheid van gekwalificeerde professionals, waarbij de veiligheid van kinderen als kritische ondergrens altijd voorop staat.

Een onderzoek van Veilig Thuis kan een grote impact hebben op ouders en andere betrokkenen. Het is belangrijk dat onderzoeken zorgvuldig en juist worden uitgevoerd. De complexiteit van deze omgeving waarbinnen SAVE werkt, was donderdag 28 september jl. onderwerp van gesprek in een gezamenlijk werkbezoek aan Samen Veilig Midden Nederland waarbij diverse raadsleden en wethouder Everhardt aanwezig waren.

De werkwijze van Veilig Thuis is er op gericht dat zij alle relevante betrokkenen in een casus horen en noteren wat in deze gesprekken wordt aangeven. In dossiers moet daarbij helder zijn of de informatie die wordt opgeschreven een weergave is van hetgeen betrokkenen aangeven, of dat het beargumenteerde conclusies of feiten betreft. Als blijkt dat informatie van betrokkenen onjuist als feiten is weergeven in een dossier, dan moet het dossier hierop worden aangepast.

5: Kan het college aangeven of de betrokken organisaties op dit onderwerp door de Inspectie zijn gecontroleerd op de juiste toepassing van regels en beleid? Als dit nog niet het geval is, bent u dan bereid om steekproeven aan te vragen bij de inspectie? Zo nee, waarom niet?

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting (IGJ i.o.) herhaalt niet de Veilig Thuis onderzoeken om te zien of de weergave van bevindingen in dossiers correct is. De inspectie volgt de ontwikkeling van alle Veilig Thuis organisaties en heeft in dat kader twee maal de kwaliteit van alle Veilig Thuis organisaties onderzocht. Daarbij wordt onder andere gekeken naar een zorgvuldige beoordeling van bij Veilig Thuis binnenkomende signalen. Op 21 april 2017 hebben wij u (kenmerk: 4423464) over de uitkomsten van deze rapportage, ‘De kwaliteit van Veilig Thuis, stap 2, Landelijk Beeld’, evenals over het lokaal en regionale beeld ‘De kwaliteit van Veilig Thuis Utrecht, stap 2’, geïnformeerd. De inspectie beoordeelt in haar eindoordeel de kwaliteit van Veilig Thuis Utrecht met een voldoende. Navraag bij de inspectie leert dat zij op basis van haar onderzoeken op dit moment geen redenen heeft om te twijfelen aan de kwaliteit van Veilig Thuis Utrecht.

6: Bij (langer durende) ziekte van medewerkers van Veilig Thuis blijkt dat dossiers vaker niet goed zouden zijn overgedragen. Herkent het college dit en kan zij daarin een rol vervullen?

Wij herkennen dit niet als algemeen beeld en hebben hierover recent geen signalen ontvangen in onze accountgesprekken met Veilig Thuis en zorgpartijen die samenwerken met Veilig Thuis. In het eerstvolgende accountgesprek met Veilig Thuis zullen we bovenstaande vraag expliciet aan de orde stellen.

7: Medewerkers van buurtteams en Veilig Thuis zouden met regelmaat naar elkaar doorverwijzen zonder dat er vervolgens actie wordt ondernomen. Binnen de organisaties zou niet duidelijk zijn wie wat doet en waar de verantwoordelijkheden liggen. Is het College bekend met deze signalen? Zo ja, welke acties gaat u ondernemen? Zo nee, bent u bereid deze te onderzoeken?

We herkennen niet het signaal dat medewerkers van buurtteams en Veilig thuis met regelmaat naar elkaar verwijzen, zonder dat er actie wordt ondernomen. Er zijn tussen Lokalis (Buurtteams Jeugd en Gezin) en Samen Veilig Midden Nederland (SAVE en Veilig Thuis) duidelijke afspraken gemaakt over samenwerking tussen Buurtteams en Veilig Thuis. Beide organisaties hebben een lerend klimaat met elkaar ontwikkeld, waarin zij onder andere via periodiek overleg en procesevaluaties doorlopend aandacht besteden aan zowel knelpunten als aan succesfactoren. Wij constateren dat deze samenwerking continu onderhoud en ontwikkeling vraagt. Naast de contacten in de dagelijkse uitvoering voeren accounthouders vanuit gemeentezijde kwartaalgesprekken met zowel het buurtteam als Samen Veilig Midden Nederland. Er zijn ons op dit moment geen signalen bekend dat zojuist genoemde samenwerkingsafspraken tussen buurtteams en Samen Veilig Midden Nederland niet of onvoldoende worden opgevolgd. Wel beleggen we op korte termijn een gezamenlijke afspraak met beide partijen, waarin de onderlinge samenwerking tussen Samen Veilig Midden Nederland en Buurtteams onderwerp van gesprek is.

Ter toelichting:
De zes Utrechtse WMO/jeugdregio’s geven samen opdracht aan Samen Veilig Midden Nederland voor de uitvoering van zowel Veilig Thuis als SAVE. Veilig Thuis is het advies en meldpunt huiselijk geweld, kindermishandeling en binnenlandse mensenhandel, het crisiscoördinatiepunt en het voert de procescoördinatie bij huisverboden. SAVE is de geïntegreerde (preventieve) jeugdbescherming en jeugdreclassering, die werkzaam is in gebiedsgerichte teams. Zowel Veilig Thuis als SAVE werken nauw samen met de buurtteams en waar nodig met de Raad voor de Kinderbescherming en de veiligheidsketen.

Wanneer er veiligheidsissues spelen binnen een gezin dat al wordt begeleid door het Buurtteam en waarbij expertise of inzet van Samen Veilig Midden Nederland nodig is, schakelt het Buurtteam met SAVE. SAVE fungeert hierbij als kaderstellende partij. Het belang van het kind staat hierbij voorop, waarbij de inzet vanuit zowel het buurtteam als Samen Veilig Midden Nederland er primair op is gericht in goed overleg met ouders tot passende afspraken te komen als de situatie daar om vraagt. Wanneer de veiligheid van het kind als kritische ondergrens in het geding komt, kan het voorkomen dat professionals verplicht worden handelend op te treden. Pas wanneer ouders géén toestemming geven voor de inzet van SAVE en de veiligheid als kritische ondergrens in het geding is, kan het voorkomen dat door een betrokken professional een melding wordt gedaan bij Veilig Thuis, waarna Veilig Thuis onderzoek doet. Uit een recente analyse blijkt dat deze route maar zelden wordt ingezet omdat gezinswerkers ouders meestal kunnen overtuigen om SAVE te betrekken. De aard van de werkzaamheden van Veilig Thuis brengt hierbij met zich mee dat ouders soms ‘overruled’ worden en het niet altijd eens zijn bij drang of dwangmaatregelen ten behoeve van de veiligheid van het kind.

Als veiligheidsissues door andere professionals dan het buurtteam bij Veilig Thuis worden gemeld, dan voert Veilig Thuis een eerste screening uit. Een groot aantal meldingen wordt na deze triage doorgeleid naar het buurtteam. Ouders krijgen hiervan een melding. Het buurtteam pakt deze meldingen op en maakt een inschatting van de veiligheid van het kind/de kinderen. Vaak is in deze gevallen begeleiding door het buurtteam voldoende om de veiligheid van de betrokken kinderen te waarborgen. Als ouders hieraan niet willen meewerken, of de situatie verbetert niet als gevolg van begeleiding door het Buurtteam, dan meldt het Buurtteam dit terug aan Veilig Thuis, waarna zij alsnog een eigen onderzoek uitvoeren.

8: “De Jeugdwet geeft ook weinig houvast. Jeugdzorginstellingen moeten feiten volledig en naar waarheid aanvoeren (art. 3.3), maar er zijn geen sancties als dit niet gebeurt”. Kan het college aangeven of deze stelling klopt? Zo ja, is het college bereid om te onderzoeken wat wel mogelijk is om onwaarheden in een dossier alsnog te verwijderen? Zo nee, waarom niet?

Nee, deze stelling klopt niet. In de Wet Maatschappelijke Ondersteuning is een wettelijke basis gelegd voor een zorgvuldige en degelijke klachtafhandeling bij Veilig Thuis (in de wet genoemd als AMHK) zie artikel 4.2.7 en 4.2.8 uit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (zie voor meer informatie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0035362/2016-08-01#Hoofdstuk4). Wanneer betrokkenen klachten hebben over de werkzaamheden van Veilig Thuis, is er te allen tijde de mogelijkheid een klacht in te dienen bij Veilig Thuis. Het onafhankelijke Advies en Klachtbureau Jeugdzorg (AKJ) kan betrokkenen hierbij ondersteunen. Indien een klacht zich richt op een ernstige situatie met een structureel karakter, stelt de klachtencommissie Veilig Thuis daarvan in kennis. Indien de klachtencommissie niet is gebleken dat Veilig Thuis voldoende maatregelen ter zake heeft getroffen, dan meldt de klachtencommissie deze klacht aan de Inspectie.

In hoofdstuk 9 van de Jeugdwet is het toezicht en de handhaving op de Jeugdwet geregeld. Indien de wet niet of niet juist wordt nageleefd, beschikken de ministers van VWS en J en V over mogelijkheden om hiertegen op te treden. Zo kan er een schriftelijke aanwijzing en zelfs een bevel worden gegeven en bestaat de mogelijkheid tot het indienen van een tuchtklacht. Om naleving van het klachtrecht te bewerkstelligen biedt de wet mogelijkheden aan de ministers om een last onder dwangsom op te leggen.

Voor de jeugdgezondheidszorg geldt, dat klachten over medisch handelen van (vertrouwens)artsen/verpleegkundigen kunnen worden voorgelegd aan de Geschillencommissie Zorg Algemeen. Hiervoor moet eerst de klacht zijn ingediend bij de zorgaanbieder zelf. De gemeente Utrecht is de aanbieder van jeugdgezondheidszorg. Dat betekent, dat een klacht in eerste instantie bij de gemeente Utrecht wordt ingediend.

Tenslotte kan er een klacht worden ingediend via het Landelijk Meldpunt Zorg wat een onderdeel is van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. De klacht kan voor de Inspectie aanleiding zijn om onderzoek te doen.9

9. Is het college met ons eens dat als een dossier feitelijke onwaarheden bevat dit zeer ingrijpende gevolgen heeft voor ouders? In november 2017 heeft het Rijk in een rapportage haar bevindingen beschreven. De bevindingen bevestigen de praktijk die beschreven wordt in verschillende media (onwaarheden in dossiers etc.). Heeft het college kennisgenomen van deze bevindingen? Zo ja, wat gaat u hiermee doen?

Ja, een dossier dat feitelijke onwaarheden bevat kán ingrijpende gevolgen hebben. Goede dossiervorming is dan ook van groot belang. Zo moet in een dossier duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen (objectief vast te stellen) feiten en meningen c.q. uitlatingen van betrokkenen.

Het is ons (ook na navraag) niet precies duidelijk geworden welke rapportage uit november wordt bedoeld. Wij hebben wel kennis genomen van een brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister voor Rechtsbescherming van 27 november jl.1 over de ‘maatschappelijke opgaven voor jeugd’, waarin onder andere aandacht wordt gevraagd voor de weergave van feiten in rapportages en “…de bejegening van ouders en kinderen en de attitude van de professionals in het jeugdbeschermingsproces als geheel…”. In deze brief wordt aangekondigd dat de Minister voor Rechtsbescherming in het voorjaar van 2018 een actieplan waarheidsvinding aan de Kamer zal aanbieden. Wij zien dit actieplan met belangstelling tegemoet.

De ervaringen rond Veilig Thuis leren ons dat waarheidsvinding vaak een complexe aangelegenheid is, waarbij het belang van het plegen van hoor en wederhoor en het maken van onderscheid tussen feiten en meningen van groot belang is. Als informatie van betrokkenen als feiten worden weergeven in een dossier, dan moet het dossier hierop worden aangepast als blijkt dat de feiten niet juist zijn. Zie antwoord vraag 1.

10: Is het college bereid om op korte termijn met maatregelen te komen om bovenstaande problemen op te lossen, waarbij ook wordt gekeken naar de dossiers van de verschillende partners? Zo nee, waarom niet?

Zie antwoord vraag 1.

11: Is het college bereid om deze vragen met spoed te beantwoorden?

Ja