Schrif­te­lijke vragen Inbe­slagname cartoon op mani­fes­tatie


Schriftelijke vragen 169/2015

Op 8 november j.l. is door de politie een cartoon van Kurt Westergaard in beslag genomen. Door het Openbaar Ministerie werd op 9 november geconcludeerd dat het niet om een strafbare afbeelding gaat.[1] Politiewerk ligt onder een vergrootglas als het gaat om vrijheid van meningsuiting blijkt ook uit eerdere vragen vanuit de gemeenteraad zoals de schriftelijke 2010/63[2] en 2010/64[3] op 11 mei 2010 van PvdA en D66 en de SP naar aanleiding van de inbeslagname van spandoeken tegen Berlusconi en de mondelinge vragen op 7 februari 2013 van de SP, mede namens GroenLinks, PvdA, SLU, D66 en VVD naar aanleiding van de verwijdering van een anti-monarchie-demonstrante[4]. Ongeacht om welke mening het gaat.

Daarom hebben CDA, PvdD, VVD , PvdA, SP, D66, SBU, S&S, GL en CU de volgende vragen:

1. Wat is het exacte proces geweest dat geleid heeft tot de beslissing van inbeslagname op verdenking van ‘aanzetten tot discriminatie of gewelddadig optreden’?

2. Waarom is, als deze verdenking er was, niemand op grond daarvan gearresteerd en/of zijn er andere pogingen gedaan de eigenaren te achterhalen op grond waarvan vervolging mogelijk zou zijn geweest?

In de beantwoording van de schriftelijke vragen 2010/64 schrijft het college: “Achteraf gezien zou het verstandig geweest zijn als hierover overleg was gevoerd met de Chef Ordehandhaving c.q. Algemeen Commandant. Deze functionarissen zouden naar alle waarschijnlijkheid afstemming hebben gezocht met het Openbaar Ministerie om de strafwaardigheid van de betreffende uitingen […] te toetsen” en “dit punt wordt wel nadrukkelijk meegenomen in de evaluatie”. In de beantwoording van de mondelinge vragen uit 2013 zei de burgemeester “Een overleg met de hogere leidinggevende is dan vaak niet mogelijk”

3. Is er sprake geweest van overleg met leidinggevende en/of is er afstemming gezocht met het Openbaar Ministerie? Zo ja, is ook de feitelijke afbeelding ter beschikking geweest bij dit overleg/afstemming. Zo nee, waarom niet?

4. Deelt het college de mening dat nog terughoudender van het middel inbeslagname gebruik moet worden gemaakt, omdat als achteraf wordt geconcludeerd dat het niet om een strafbare uiting gaat de feitelijke ontneming van de vrijheid van meningsuiting wel heeft plaatsgevonden?

5. Deelt het college de mening dat zelfs bij strafbare uitingen vervolging kan plaatsvinden zonder dat er sprake hoeft te zijn van inbeslagname?

[1] Zie Link naar persbericht Openbaar Ministerie

[2] Zie Link naar SV 2010/63

[3] Zie Link naar SV 2010/64

[4] Zie Link naar verslag raadsvergadering 7 februari 2013

Antwoorddatum: 1 dec. 2015

Schriftelijke vragen 169/2015

Op 8 november jl. is door de politie een cartoon van Kurt Westergaard in beslag genomen. Door het Openbaar Ministerie werd op 9 november geconcludeerd dat het niet om een strafbare afbeelding gaat.1 Politiewerk ligt onder een vergrootglas als het gaat om vrijheid van meningsuiting blijkt ook uit eerdere vragen vanuit de gemeenteraad zoals de schriftelijke 2010/632 en 2010/643 op 11 mei 2010 van PvdA en D66 en de SP naar aanleiding van de inbeslagname van spandoeken tegen Berlusconi en de mondelinge vragen op 7 februari 2013 van de SP, mede namens GroenLinks, PvdA, SLU, D66 en VVD naar aanleiding van de verwijdering van een anti-monarchie-demonstrante4. Ongeacht om welke mening het gaat. Daarom hebben we de volgende vragen:

1. Wat is het exacte proces geweest dat geleid heeft tot de beslissing van inbeslagname op verdenking van ‘aanzetten tot discriminatie of gewelddadig optreden’?

De demonstraties van Utrecht Bekent Kleur op 7 november jl. en Pegida Nederland op 8 november jl. waren complexe demonstraties, vanwege de reacties die zij bij voor- en tegenstanders opriepen. Uitgangspunt voor gemeente, politie en Openbaar Ministerie was om maximaal ruimte te bieden voor het recht op vrijheid van meningsuiting, zoals dat ook in de Wet Openbare Manifestaties is verwoord.

De demonstraties zijn intensief voorbereid door de gemeente, politie en het Openbaar Ministerie. De ervaringen van de demonstraties op 11 oktober jl. zijn bij de voorbereiding meegenomen.

In de driehoek zijn de beleidsuitgangspunten en de tolerantiegrenzen vastgesteld, waarin de belangenafweging ten aanzien van de vrijheid van meningsuiting een essentiële rol heeft gespeeld. In de aanwijzingen (voorwaarden) aan de organisaties heeft de burgemeester opgenomen dat het niet toegestaan is om discriminerende of opruiende teksten te roepen, dan wel te tonen als vlag of spandoek.

De politie was tijdens de demonstraties attent op discriminerende en racistische uitingen. Alle aanwezige uitingen op borden zijn tijdens de demonstraties ter plekke door de politie beoordeeld. Bij uitlatingen die mogelijk discriminerend waren, heeft rechtstreeks overleg plaatsgevonden met de Officier van Justitie.

Het bewuste bord met de Kurt Westergaard cartoon is onbeheerd naast een boom aangetroffen. De eigenaar van het bord kon op dat moment niet getraceerd worden. De politie heeft, na overleg met het Openbaar Ministerie, het bord weggehaald, aangezien het Openbaar Ministerie op dat moment de inschatting maakte dat de combinatie van de afbeelding (de bekende cartoon van Kurt Westergaard) en de tekst (“Islam ga terug”) mogelijk discriminerend was.

Het Openbaar Ministerie heeft op 9 november jl. geoordeeld dat bij nadere bestudering er geen sprake was van een strafbaar feit.

2. Waarom is, als deze verdenking er was, niemand op grond daarvan gearresteerd en/of zijn er andere pogingen gedaan de eigenaren te achterhalen op grond waarvan vervolging mogelijk zou zijn geweest?

Gezien het vele politiewerk in de openbare orde handhaving had het zoeken naar de eigenaar op dat moment geen prioriteit. Toen het Openbaar Ministerie bij nadere bestudering oordeelde dat de uiting op het bord niet strafbaar was, zijn er geen pogingen gedaan om de eigenaren te achterhalen.

In de beantwoording van de schriftelijke vragen 2010/64 schrijft het college: “Achteraf gezien zou het verstandig geweest zijn als hierover overleg was gevoerd met de Chef Ordehandhaving c.q. Algemeen Commandant. Deze functionarissen zouden naar alle waarschijnlijkheid afstemming hebben gezocht met het Openbaar Ministerie om de strafwaardigheid van de betreffende uitingen […] te toetsen” en “dit punt wordt wel nadrukkelijk meegenomen in de evaluatie”. In de beantwoording van de mondelinge vragen uit 2013 zei de burgemeester “Een overleg met de hogere leidinggevende is dan vaak niet mogelijk”

3. Is er sprake geweest van overleg met leidinggevende en/of is er afstemming gezocht met het Openbaar Ministerie? Zo ja, is ook de feitelijke afbeelding ter beschikking geweest bij dit overleg/afstemming. Zo nee, waarom niet?

Ja

4. Deelt het college de mening dat nog terughoudender van het middel inbeslagname gebruik moet worden gemaakt, omdat als achteraf wordt geconcludeerd dat het niet om een strafbare uiting gaat de feitelijke ontneming van de vrijheid van meningsuiting wel heeft plaatsgevonden?

De gemeente, politie en het Openbaar Ministerie hebben intensief samengewerkt om het recht van meningsuiting tijdens de demonstraties van Utrecht Bekent Kleur de Pegida Nederland maximaal de ruimte te geven, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheden.
Inbeslagname is de bevoegdheid van de politie en het Openbaar Ministerie. Vervolging is de bevoegdheid van het Openbaar Ministerie.

5. Deelt het college de mening dat zelfs bij strafbare uitingen vervolging kan plaatsvinden zonder dat er sprake hoeft te zijn van inbeslagname?

Zie antwoord op vraag 4.