Schrif­te­lijke vragen Mega­lomane brug over de Kromme Rijn


Indiendatum: 5 jan. 2015

Schriftelijke vragen 1/2015

In 2012 is de Toekomstvisie Landgoederen vastgesteld. Daarbij heeft de raad een motie aangenomen (nr 2012/12), die het college verzoekt om: op natuurlijke momenten, zoals beëindiging bedrijfsvoering of hernieuwing pachtcontracten, in te zetten op verduurzaming van de bedrijfsvoering waaronder biologische certificering van agrarische activiteiten.

Onlangs[1] werd bekend dat de gemeente Utrecht een zogenaamde "koeienbrug" gaat aanleggen voor een van de boeren op de landgoederen. De boer wil omschakelen van vleeskoeien naar melkkoeien. Omdat die verscheidene keren per dag gemolken moeten worden, moet er een brug komen. Die brug krijgt een draagcapaciteit van 50 ton. Dat is het gewicht van een behoorlijke vrachtwagen. Een trekker weegt ongeveer 11 ton.

De landgoederen liggen gedeeltelijk op het gebied van de gemeente Bunnik, dat voor aanleg van de brug het bestemmingsplan zal moeten wijzigen. Wethouder R. Zakee heeft bedenkingen bij de grootte van de brug. Daarin onderscheidt de brug zich van andere bruggen in de directe omgeving. De Bunnikse wethouder heeft aangegeven vooralsnog niet de vereiste toestemming te willen geven.

De fracties van GroenLinks, de Partij voor de Dieren, de SP, de PvdA en Stadsbelang Utrecht hebben daarom aan het college de volgende vragen:

1. Klopt het dat de gemeente Utrecht de betreffende brug voor de boer bouwt en betaalt -kosten drie ton- , terwijl de brug op het terrein van de boer ligt en niet verbonden is met de openbare weg? Hoe verdient zich dat terug?

2. We hebben begrepen dat Europese subsidie wordt aangevraagd voor de brug. Wat zijn de voorwaarden die verbonden zijn aan deze subsidie?

3. Welke eisen heeft de gemeente aan de boer gesteld op het gebied van duurzaamheid en te nemen stappen richting biologische certificering als tegenprestatie voor het bouwen van de brug?

4. De brug kan 50 ton dragen. Dat is geen romantisch koeienbruggetje, maar een forse betonnen brug, die een behoorlijke vrachtwagen of landbouwmachine kan dragen. Zoals hiervoor aangegeven, gaat de brug echter van Niks naar Nergens. Is het college het met ons eens dat de koeien een dergelijke brug niet nodig hebben? Waarom kiest het college dan voor deze omvang?

Op de website van de gemeente wordt aangegeven dat met de bouw van een extra grote brug er minder landbouwverkeer over de paden hoeft. Aangezien de brug geen aansluiting heeft met de openbare weg, lijkt de winst in vermeden zwaar verkeer vrij klein.

5. Kan het college aangeven hoe vaak de brug gebruikt dagelijks zou gaan worden voor zwaar verkeer in verhouding tot totale hoeveelheid zwaar verkeer op de landgoederen? Op basis van de huidige informatie zijn wij niet overtuigd van nut en noodzaak. Is het College bereid om de aanleg van deze brug te heroverwegen?

6. Hoe wordt momenteel invulling gegeven aan de drie moties uit 2012, nrs 11, 12 en 13 ? Is er met de boeren op de landgoederen een plan opgesteld hoe te komen tot de genoemde verduurzaming en biologische bedrijfsvoering? En is er een plan gemaakt voor stadslandbouw? Zo ja, kunnen deze ter informatie aan de Raad worden gezonden?

7. Is het college bereid om met de aanvraag voor wijziging van het bestemmingsplan te wachten tot na de beantwoording en eventuele commissiebespreking van deze schriftelijke vragen?

Brechtje Paardekooper, GroenLinks
Eva van Esch, Partij voor de Dieren
mede namens SP, PvdA en Stadsbelang Utrecht

[1] www.groentje.nl/www/index.cfm?page=artikel&artid=23677

Indiendatum: 5 jan. 2015
Antwoorddatum: 27 feb. 2015

Schriftelijke vragen 1/2015

In 2012 is de Toekomstvisie Landgoederen vastgesteld. Daarbij heeft de raad een motie aangenomen (nr 2012/12), die het college verzoekt om: op natuurlijke momenten, zoals beëindiging bedrijfsvoering of hernieuwing pachtcontracten, in te zetten op verduurzaming van de bedrijfsvoering waaronder biologische certificering van agrarische activiteiten.

Onlangs[1] werd bekend dat de gemeente Utrecht een zogenaamde "koeienbrug" gaataanleggen voor een van de boeren op de landgoederen. De boer wil omschakelen van vleeskoeien naar melkkoeien. Omdat die verscheidene keren per dag gemolken moeten worden, moet er een brug komen. Die brug krijgt een draagcapaciteit van 50 ton. Dat is het gewicht van een behoorlijke vrachtwagen. Een trekker weegt ongeveer 11 ton.

De landgoederen liggen gedeeltelijk op het gebied van de gemeente Bunnik, dat voor aanleg van de brug het bestemmingsplan zal moeten wijzigen. Wethouder R. Zakee heeft bedenkingen bij de grootte van de brug. Daarin onderscheidt de brug zich van andere bruggen in de directe omgeving. De Bunnikse wethouder heeft aangegeven vooralsnog niet de vereiste toestemming te willen geven.

De fracties van GroenLinks, de SP, de PvdA, Stadsbelang Utrecht en de PvdD hebben daarom aan het college de volgende vragen:

1. Klopt het dat de gemeente Utrecht de betreffende brug voor de boer bouwt en betaalt -kosten drie ton-, terwijl de brug op het terrein van de boer ligt en niet verbonden is met de openbare weg? Hoe verdient zich dat terug?

Antwoord: Ja, het klopt dat de gemeente de brug betaalt. De weilanden die worden verbonden door de brug zijn eigendom van de gemeente, maar worden gepacht door de boer.

Het bouwen van de brug is, in combinatie met de melkstal die de boer heeft gebouwd en gefinancierd, noodzakelijk voor het behoud van de landbouw op de landgoederen.

De gemeente en de boer zijn al jaren met elkaar in gesprek over deze gezamenlijke oplossing. De melkstal is reeds door de boer gerealiseerd.

De brug en stal leveren samen een belangrijke bijdrage aan het:

  • Behoud van de landbouw op de landgoederen, daarmee het beheer van het cultuurhistorisch landschap inclusief de belevingswaarde van boerenbedrijvigheid, koeien in het landschap en fruitteelt;
  • De toekomst van de landbouw als duurzaam bedrijf;
  • Verhoging van het dierenwelzijn;

Daarnaast draagt de bouw van de brug en stal bij aan het verminderen van het landbouwverkeer op het Landgoed.

Deze punten lichten we hieronder toe:

De landbouw is van oudsher een beeldbepalende gebruiksfunctie op de landgoederen. De boeren zijn de beheerder van het landschap rondom de bossen van de landgoederen. Dit beheer bestaat uit beweiding en bewerken van akkers, onderhoud aan slootkanten, knotwilgenrijen en het bewonen en behouden van de historische boerderijen. De boerenbedrijven geven de landgoederen voor bezoekers meer betekenis in de vorm van beleving (koeien in de wei, bloeiende fruitbomen) en educatie (zo werkt het boerenbedrijf).

In de Toekomstvisie Landgoederen, vastgesteld in de raad op 16.2.2012, is vastgelegd dat de boeren op economisch rendabele wijze hun bedrijf moeten kunnen voeren zodat de beheerfunctie van het boerenbedrijf voor de instandhouding van het cultuurhistorisch landschap van de landgoederen behouden blijft. Het familiebedrijf van Van Dijk, al generaties lang boer op de Hofstede Rhijnauwen, moet moderniseren om haar bedrijfsvoering rendabel te houden en te voldoen aan nieuwe richtlijnen voor dierenwelzijn en milieu.

Overigens schakelt Van Dijk niet om van vleeskoeien naar melkkoeien. Het bedrijf van Van Dijk is vanouds een gemengd landbouwbedrijf, met melkvee en fruit. Ca. twee jaar geleden heeft Van Dijk zijn vleesvee vervangen door melkvee. Dit vanwege teruglopende opbrengsten van het vlees, en de noodzaak te investeren in een dier- en milieuvriendelijkere stal voor de melkkoeien.

Dat is ook de reden dat Van Dijk een nieuwe melkstal heeft gebouwd. Tot nu toe molk Van Dijk ‘s zomers in de wei, nu kan dat jaarrond in de nieuwe melkstal. Daarbij lopen de koeien zelf naar de stal, worden automatisch gevoerd, lopen dan zelf naar de melkinstallatie waar hygiënisch, ergonomisch en qua arbeidsinzet en –kosten optimaal gemolken kan worden, en lopen zelf weer naar de wei. De koeien jaarrond in de stal houden is voor de koeien minder gezond en voor de beleving van het landschap een verarming. Door de koeien in de wei te laten kan Van Dijk ‘weidemelk’ – een beter product - blijven leveren. Hier betaalt de melkfabriek meer voor dan voor melk van koeien die op stal blijven.

De meeste weilanden van Van Dijk liggen ten zuiden van de Kromme Rijn. De boerderij met de nieuwe melkstal zelf ligt aan de noordkant. De koeienbrug is onmisbaar om de melkstal effectief te kunnen gebruiken.

Met deze investeringen is het bedrijf van Van Dijk ook bedrijfsmatig gereed voor de toekomst, zie het advies van de stichting Centrum voor Landbouw en Milieu.

Bijkomend voordeel is dat door de combinatie melkstal – brug minder landbouwverkeer van Van Dijk over de openbare weg rijdt, en zo minder overlast geeft voor wandelaars en fietsers.

2. We hebben begrepen dat Europese subsidie wordt aangevraagd voor de brug. Wat zijn de voorwaarden die verbonden zijn aan deze subsidie?

Antwoord: De Europese subsidie is toegekend in het kader van de uitvoering van de Toekomstvisie Amelisweerd-Rhijnauwen. De belangrijkste voorwaarden bij de subsidie zijn dat deze geldt voor alle projecten en activiteiten die de landgoederen ten goede komen en uitgevoerd zijn vóór 31.12.2015.

3. Welke eisen heeft de gemeente aan de boer gesteld op het gebied van duurzaamheid en te nemen stappen richting biologische certificering als tegenprestatie voor het bouwen van de brug?

Antwoord: Zoals onder vraag 1 is aangegeven is de bouw van de koeienbrug onderdeel van een gezamenlijke oplossing, waarbij de boer een melkstal bouwt. Bij het opstellen van het plan voor de koeienbrug zijn geen verdere specifieke eisen gesteld op het gebied van duurzaamheid of het invoeren van biologische landbouw. Van belang is dat behoud en ontwikkeling van het bedrijf van Van Dijk passen in een duurzaam perspectief voor de landbouw op de landgoederen, zie antwoord 1 en antwoord 6.

Van belang daarbij is dat de bedrijfsvoering van Van Dijk, door CLM beoordeeld is als duurzaam.

4. De brug kan 50 ton dragen. Dat is geen romantisch koeienbruggetje, maar een forse betonnen brug, die een behoorlijke vrachtwagen of landbouwmachine kan dragen. Zoals hiervoor aangegeven, gaat de brug echter van Niks naar Nergens. Is het college het met ons eens dat de koeien een dergelijke brug niet nodig hebben? Waarom kiest het college dan voor deze omvang?

Antwoord; De Kromme Rijn is een brede watergang met veel recreatievaart. Dit betekent dat de brug niet alleen relatief lang is, maar ook hoog moet zijn (HDSR eist minimaal 1,90m). Daarnaast moeten koeien vrijelijk over de brug kunnen en durven lopen. Gegeven deze hoogte en lengte vereist dat een breedte van minimaal 3m.

Nadat vanuit diverse kanten vraagtekens zijn gesteld bij de omvang van de brug, hebben we alle eisen, maten en berekeningen nogmaals geverifieerd. Uitgangspunt: hoe lichter de brug, hoe beter. Overigens kan de brug zoals nu ontworpen geen 50 ton dragen, maar een kleine 40 ton.

Koeien zijn zware beesten (max. ca. 700kg). Omdat er een behoorlijk aantal koeien gelijktijdig op de brug moet kunnen staan, moet de brug een draagvermogen hebben dat maar weinig lager is dan wat nodig is voor een trekker met giertank. De dikte van het brugdek verschilt zodoende niet significant (38cm voor een koeienbrug, 43cm voor een landbouwbrug). Voor landbouwvoertuigen moet de brug slechts 0,5m breder zijn dan de minimale breedte voor een koeienbrug.

Gezien het beperkte onderscheid in omvang (zeker vanaf het water gezien), is gekozen om de brug ook geschikt te maken voor landbouwvoertuigen. Daarmee wordt namelijk ook het landbouwverkeer op het landgoed teruggebracht.

Het ontwerp is in samenspraak met de afdeling Erfgoed en Monumenten van Utrecht en het bouwplanoverleg van de gemeente Bunnik (monumenten, welstand, provincie en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) opgesteld.

Op de website van de gemeente wordt aangegeven dat met de bouw van een extra grote brug er minder landbouwverkeer over de paden hoeft. Aangezien de brug geen aansluiting heeft met de openbare weg, lijkt de winst in vermeden zwaar verkeer vrij klein.

5. Kan het college aangeven hoe vaak de brug gebruikt dagelijks zou gaan worden voor zwaar verkeer in verhouding tot totale hoeveelheid zwaar verkeer op de landgoederen? Op basis van de huidige informatie zijn wij niet overtuigd van nut en noodzaak. Is het College bereid om de aanleg van deze brug te heroverwegen?

Antwoord: Het aantal ritten met landbouwvoertuigen naar en van Van Dijk is ca. 2.200 per jaar. Bouw van de koeienbrug vermindert dat met ca. 350 ritten/jaar, omdat niet meer in de wei gemolken wordt. Als over de brug bij Van Dijk ook landbouwverkeer kan rijden, scheelt dat nog eens ca. 150 ritten per jaar.

Gezien het antwoord onder vraag 1 ziet het college geen aanleiding om de aanleg van de brug te heroverwegen.

6. Hoe wordt momenteel invulling gegeven aan de drie moties uit 2012, nrs 11, 12 en 13 ? Is er met de boeren op de landgoederen een plan opgesteld hoe te komen tot de genoemde verduurzaming en biologischebedrijfsvoering? En is er een plan gemaakt voor stadslandbouw? Zo ja, kunnen deze ter informatie aan de Raad worden gezonden?

Antwoord: Duurzame ontwikkeling van de landbouw op de landgoederen is een voorwaarde, zie de raadsbrief van 5.11.2013 en de beantwoording van raadsvraag 2014/15. Om uit te werken hoe die ontwikkeling vorm moet krijgen, heeft het Centrum voor Landbouw en Milieu bepaald hoe duurzaam de bedrijven nu werken, en hebben de boeren aan de hand hiervan hun visie op de ontwikkeling van hun bedrijf gegeven. De visie van de boeren is belangrijk omdat wij niet kunnen voorschrijven hoe zij hun bedrijf uitoefenen. De volgende stappen zijn een advies aan de raad en een raadsbesluit. Die kunt u voor het reces verwachten. Vooruitlopend daarop voegen wij nu alvast de resultaten van de duurzaamheidsscan en de toekomstvisie van de boeren toe. Uit de scan blijkt dat het boerenbedrijf van Van Dijk qua duurzaamheid niet onderdoet voor de biologische boerderij van de Uithof (De Tolakker).

Van belang hierbij is dat Van Dijk zijn koeien zoveel mogelijk in de wei laat lopen. Dit is gezond voor de koeien en mooi in het landschap, maar ook beter voor het milieu: er hoeft minder bijgevoerd te worden en de meeste mest gaat meteen terug het land in, waardoor de mineralenkringloop beter sluit en er minder verkeersbewegingen hoeven te worden gemaakt. Gegeven de nieuwe manier van melken vereist dit dat de koeien voldoende weiland binnen loopafstand (ca. 400m) hebben. Alleen inclusief de weilanden ten zuiden van de Kromme Rijn is dit het geval en is verdere verduurzaming mogelijk. Zodoende de koeienbrug.

7. Is het college bereid om met de aanvraag voor wijziging van het bestemmingsplan te wachten tot na de beantwoording en eventuele commissiebespreking van deze schriftelijke vragen?

Antwoord: Het risico bestaat dat door het steeds verder uitlopen van de formele procedure de subsidie (ca. €80.000) in gevaar komt. Daarom is het zaak om de formele aanvraag voor de omgevingsvergunning zo vlot mogelijk in te dienen. Gezien de looptijd van de procedure zal bespreking van de antwoorden in de commissie overigens kunnen plaatsvinden ruim voordat met bouwen gestart zou kunnen worden.

Brechtje Paardekooper, GroenLinks
Eva van Esch, Partij voor de Dieren
mede namens SP, PvdA en Stadsbelang Utrecht

[1] www.groentje.nl/www/index.cfm?page=artikel&artid=23677