Schrif­te­lijke vragen Parti­ci­patie Omge­vings­visie Kana­len­eiland


Indiendatum: 11 dec. 2020

Schriftelijke vragen 285/2020

Op dinsdag 8 december vond een online bijeenkomst plaats in het kader van de Omgevingsvisie Kanaleneiland en Transwijk. Daarbij is een uitgebreid participatieplan opgesteld. Dit was de 7e bijeenkomst, waarvan er 6 hebben plaatsgevonden tijdens de coronapandemie. Tijdens de bijeenkomst heeft een aantal deelnemers hun ongenoegen geuit over het participatieproces rondom deze Omgevingsvisie door hun schermen op zwart te zetten (het AD schrijft erover).

D66, Partij voor de Dieren, GL, VVD, PvdA, CDA, SP, S&S, DENK en Stadsbelang Utrecht hebben de volgende vragen over deze situatie:

1. Klopt het dat een aantal aanwezigen hebben geprotesteerd door hun scherm uit te zetten en door later ook de vergadering te verlaten?

2. Wat is volgens het college de reden dat zij dit hebben gedaan? Begrijpt u dit ongenoegen? Op welke wijze wil het college het vertrouwen herstellen?

3. Klopt het dat de (bewoners)organisaties eerder hebben aangegeven dat het participatietraject online niet goed gaat? Zo ja hoe ging het college om met de signalen van de participanten?

4. Klopt het dat de bijeenkomst van 15 december de laatste bijeenkomst is in het participatietraject? Zo nee, hoe verloopt de rest van dit participatieproces?

5. In de raadsbrief van 16 april2 gaf het college aan dat er door de digitale bijeenkomsten nieuwe mensen worden getrokken, maar anderen afhaken. Vindt het college dat het (tot nu toe) is gelukt om de bewoners van Kanaleneiland te betrekken bij deze Omgevingsvisie?

6. Er zijn alternatieven, ook in coronatijd, en die maken ook deel uit van het participatieplan. Bijv. schriftelijke vragenlijsten, enquêtes bij winkelcentra en balkongesprekken. In hoeverre is daar ook al gebruik van gemaakt in het participatietraject?

7. Vindt het college dat het (tot nu toe) is gelukt om een representatief deel van de bewoners van Kanaleneiland te betrekken bij deze Omgevingsvisie? Denk bijvoorbeeld aan opleidingsniveau en/of culturele achtergrond. Hoe beoordeelt het college de inclusiviteit van de participatie in Kanaleneiland? Als het niet gelukt is, hoe wil het college dit dan alsnog te bewerkstelligen?

8. Maakt het participatietraject onderdeel uit van het actieprogramma Samen Stad Maken? Welke lessen uit dit participatietraject kunnen daarin meenemen?

Gesteld door:

Maarten Koning, D66
Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren
Pepijn Zwanenberg, GL
Tess Meerding, VVD
Bulent Isik, PvdA
Jantine Zwinkels, CDA
Tim Schipper, SP
Jeffrey Koppelaar, S&S
Mahmut Sungur, DENK
Cees Bos, SBU

Indiendatum: 11 dec. 2020
Antwoorddatum: 9 feb. 2021

Schriftelijke vragen 285/2020

Op dinsdag 8 december vond een online bijeenkomst plaats in het kader van de Omgevingsvisie Kanaleneiland en Transwijk. Daarbij is een uitgebreid participatieplan opgesteld. Dit was de 7e bijeenkomst, waarvan er 6 hebben plaatsgevonden tijdens de coronapandemie. Tijdens de bijeenkomst heeft een aantal deelnemers hun ongenoegen geuit over het participatieproces rondom deze Omgevingsvisie door hun schermen op zwart te zetten (het AD schrijft erover).

D66, Partij voor de Dieren, GL, VVD, PvdA, CDA, SP, S&S, DENK en Stadsbelang Utrecht hebben de volgende vragen over deze situatie:

1. Klopt het dat een aantal aanwezigen hebben geprotesteerd door hun scherm uit te zetten en door later ook de vergadering te verlaten?

Dat klopt. Nadat we samen naar het RTV Utrecht interview met een lid van de Wijkcoöperatie1 hadden gekeken (https://www.rtvutrecht.nl/nieuws/2116365/sociale-problemen-los-je-niet-op-met-gevarieerdewoningbouw-in-probleemwijken.html, nam de wijkcoöperatie het woord. Vanuit de Wijkcoöperatie is men het niet eens met de digitale aanpak van de gemeente, omdat men van mening is dat met een digitale aanpak onvoldoende de mensen in de wijk worden betrokken/bereikt. Daarom wilde men –uit protest– het gesprek verlaten. Het overgrote deel van de deelnemers maakte daarentegen kenbaar graag de workshop te willen laten doorgaan. Dat is gebeurd. Na de bijeenkomst is er een gesprek geweest tussen de Wethouder en de wijkcoöperatie en is met elkaar afgesproken dat de wijkcoöperatie in februari bijeenkomsten gaat organiseren om zoveel mogelijk mensen mee te nemen in het proces. Wij blijven hierover in contact met de wijkcoöperatie en staan het bij waar we kunnen binnen de regels die voor Corona gelden.

2. Wat is volgens het college de reden dat zij dit hebben gedaan? Begrijpt u dit ongenoegen? Op welke wijze wil het college het vertrouwen herstellen?

Begrip voor het ongenoegen; We hebben begrip voor het feit dat er bij de wijkcoöperatie ongenoegen
leeft over de wijze van participeren in Coronatijd. Het liefst zouden we de participatie fysiek doen,
zoals we dat ook van plan waren, maar vanaf 13 maart kon dat niet meer.


Het vertrouwen herstellen; Met hun actie geeft de wijkcoöperatie uiting aan gevoelens die leven in de
wijk. Sommige bewoners voelen zich niet gehoord als het gaat om de sociaal maatschappelijke en
jongerenproblematiek die in de wijk speelt. Dat beïnvloedt het vertrouwen van bewoners uit
Kanaleneiland in de gemeente negatief. Het vertrouwen herstellen zal een lange periode van hard
werk vergen door alle partijen.

3. Klopt het dat de (bewoners)organisaties eerder hebben aangegeven dat het participatietraject online niet goed gaat? Zo ja hoe ging het college om met de signalen van de participanten?

Het klopt dat de wijkcoöperatie dit eerder heeft aangegeven. Met een vertegenwoordiging van de
wijkcoöperatie hebben wij sinds het begin van het project regelmatig overleg. De wijkcoöperatie heeft
bij de start ook hun netwerken en contacten in de wijk benaderd om mee te praten.
De wijkcoöperatie is weliswaar van mening dat we via de participatie tot nu toe de meeste geluiden in de wijk –de onderwerpen die spelen–hebben opgehaald, maar zij vinden dat we digitaal te weinig
mensen bereiken. We hebben de wijkcoöperatie voorgesteld om een aantal avonden te organiseren voor hun netwerken en contacten in de wijk, waar de gemeente dan te gast is. De wijkcoöperatie gaat daarmee nu aan de slag en dat kan het proces alleen maar ten goede komen. Wij zijn nu in goed overleg met de wijkcoöperatie om dit te faciliteren.

De wijkcoöperatie geeft in gesprekken aan het liefst te willen stoppen met de omgevingsvisie en weer door te gaan als participatie fysiek weer mogelijk is. We willen het ingezette traject doorzetten, want we vinden vertraging ongewenst. Veel mensen uit de wijk hebben tijd en energie gestoken in het meedoen met het traject. Daarnaast is het onzeker wanneer fysieke participatie weer mogelijk is.
De wijk verdient het om een omgevingsvisie te hebben die de opwaartse ontwikkeling die de wijk de
afgelopen 10 tot 15 jaar heeft doorgemaakt vast te houden en door te zetten. De omgevingsvisie is
nodig om enerzijds nieuwe planinitiatieven aan te toetsen en anderzijds omdat de ontwikkelingen in de omgeving ook doorgaan zoals MWKZ, Groenewoud, HOV, etc. Deze ontwikkelingen om de wijk heen hebben invloed op de wijk. Bij de omgevingsvisie komt een omgevingsprogramma waarin de
uitvoering van de visie wordt opgenomen om zo de kwaliteitsverbetering in de wijken door te zetten.

4. Klopt het dat de bijeenkomst van 15 december de laatste bijeenkomst is in het participatietraject? Zo nee, hoe verloopt de rest van dit participatieproces?

Dat klopt niet. We gaan in 2021 weer digitaal bij elkaar komen, en als het kan, ook weer fysiek. We
willen de concept vertaling van alles wat we via participatie hebben opgehaald naar een integraal
model bespreken met deelnemers en met de wijk. Parallel gaat de wijkcoöperatie momenten
organiseren om zo zoveel mogelijk inwoners deel te laten nemen aan het proces.

5. In de raadsbrief van 16 april2 gaf het college aan dat er door de digitale bijeenkomsten nieuwe mensen worden getrokken, maar anderen afhaken. Vindt het college dat het (tot nu toe) is gelukt om de bewoners van Kanaleneiland te betrekken bij deze Omgevingsvisie?

Het is een feit dat bepaalde bewoners/ doelgroepen het moeilijk vinden of niet in staat zijn mee te
doen aan digitale participatie. Maar we zien ook dat andere bewoners, juist met een meer diverse
achtergrond, eerder meedoen aan digitale participatie, omdat ze dat van huis uit kunnen doen.
Wij hadden uiteraard graag gezien dat er nog meer inwoners mee deden aan de (digitale)
bijeenkomsten. Voor de wijkcoöperatie was het tot op heden niet voldoende omdat zij een beweging in de wijk op gang trachten te brengen, met als doel om zoveel mogelijk bewoners de kans te geven zich aan de gemeente(raad) te laten horen. Om die reden gaat de wijkcoöperatie bijeenkomsten
organiseren.

6. Er zijn alternatieven, ook in coronatijd, en die maken ook deel uit van het participatieplan. Bijv. schriftelijke vragenlijsten, enquêtes bij winkelcentra en balkongesprekken. In hoeverre is daar ook al gebruik van gemaakt in het participatietraject?

De meerwaarde van participatie is er in gelegen mensen met elkaar in gesprek te brengen, zodat ze
hun kennis en meningen met elkaar delen en samen tot een gedragen mening komen.
Uiteraard kunnen enquêtes, vragenlijsten en één op één interviews verder bijdragen aan het in kaart
brengen van alle geluiden (wensen, ambities, zorgen) uit de wijk. We maken daarom in een startfase
en in de afrondingsfase, vaak gebruik van enquêtes e.d. In ons geval deden we dat o.a. via online
flitspeilingen, enerzijds vanwege de Coronasituatie, maar anderzijds ook omdat het kosteneffectief is.
Veel mensen deden aan de flitspeilingen mee.
Persoonlijk interviewen, op straat enquêteren en balkoninterviews zijn echter zeer arbeidsintensieve
en dure methodes, waarbij een afweging gemaakt moet worden tussen de benodigde inzet en wat
deze methodes opleveren. Het budget is niet toereikend om deze methodes toe te passen. Daarnaast
zijn persoonlijke interviews e.d. op dit moment, gezien de Coronasituatie, niet mogelijk.


7. Vindt het college dat het (tot nu toe) is gelukt om een representatief deel van de bewoners van Kanaleneiland te betrekken bij deze Omgevingsvisie? Denk bijvoorbeeld aan opleidingsniveau en/of culturele achtergrond. Hoe beoordeelt het college de inclusiviteit van de participatie in Kanaleneiland? Als het niet gelukt is, hoe wil het college dit dan alsnog te bewerkstelligen?

Wij vinden de opkomst tot nu toe zeker niet minder divers dan bij andere participatietrajecten in de
stad. Geen perfecte afspiegeling wellicht, maar ook niet veel minder dan anders. Anderzijds en zoals
eerder beschreven merken wij dat het lastig is om een grote groep inwoners te betrekken in het
proces, zeker in Corona-tijd. Wij hopen dat de wijkcoöperatie in hun netwerken dit kunnen verbreden.

Daarnaast constateert de wijkcoöperatie terecht een aantal problemen in de wijk die vaak een
sociaalmaatschappelijke aard hebben. In principe horen die niet thuis in een omgevingsvisie, die gaat
over de ruimtelijk fysieke ontwikkeling van de wijk. Met de wijkcoöperatie is de inzet om via het
Wijkplatform en samen met collega’s van Wijken dit verder vorm te geven aan de ambities vanuit de
wijk over de sociaal maatschappelijke en jongerenproblematiek die speelt in de wijk. Dit wordt ook
opgenomen in het omgevingsprogramma.


8. Maakt het participatietraject onderdeel uit van het actieprogramma Samen Stad Maken? Welke lessen uit dit participatietraject kunnen daarin meenemen?

Het participatietraject over Omgevingsvisie Kanaleneiland is onderdeel van het project
Omgevingsvisie Kanaleneiland. De manier waarop dat participatietraject wordt georganiseerd, is
uiteraard in lijn met het gemeente brede –door de raad vastgestelde– participatiebeleid zoals
geformuleerd in het Actieprogramma Samen stad maken.

Lessen die we uit het participatietraject over Omgevingsvisie Kanaleneiland kunnen meenemen:
We merken dat als we een omgevingsvisie maken in een wijk en we doen dat van meet af aan met
betrokkenen, er dan een beweging op gang komt in die wijk. Hoewel dit niet een doelstelling is van
een omgevingsvisie of de Omgevingswet, denken we dat dit een positief effect is.
De beweging die in Kanaleneiland al gaande was en nu nog eens benadrukt werd houdt in dat er over een aantal voornamelijk sociaalmaatschappelijke aspecten met meer bewoners gesproken moet
worden. Er zijn bij een deel van de bewoners zorgen over de gentrificatie van de wijk die de kloof
tussen arm en rijk zichtbaar maakt, jongeren helpen aan scholing, werk en huisvesting, en de
wijkeconomie. Maar bij een ander deel van de bewoners er zijn juist wensen om de wijk nog diverser
te maken qua inwoners en type woningen. Het signaal vanuit de wijk is helder; “We willen met elkaar
aan de wijk werken”. Deels kunnen we dit oppakken via het vervolg van de participatie rondom de omgevingsvisie, maar deels zijn het zaken die niet thuishoren in een omgevingsvisie en die de gemeente en de wijk samen op een andere manier moeten vormgeven. We dichten daar het Wijkplatform een belangrijke rol in toe.

Deze participatielessen worden binnen het intern gemeentelijke participatienetwerk gedeeld.


Gesteld door:

Maarten Koning, D66
Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren
Pepijn Zwanenberg, GL
Tess Meerding, VVD
Bulent Isik, PvdA
Jantine Zwinkels, CDA
Tim Schipper, SP
Jeffrey Koppelaar, S&S
Mahmut Sungur, DENK
Cees Bos, SBU