Schrif­te­lijke vragen plas­ti­cin­za­meling sport­ver­e­ni­gingen


Schriftelijke vragen 219/2019

In 2017 en 2018 heeft een pilot gedraaid vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat waardoor onder andere sportverenigingen subsidie kregen voor het scheiden van afval. Een aantal verenigingen heeft hier actief gebruik van gemaakt. Deze pilot leidde niet alleen tot het scheiden van afval, maar ook bewustwording van het belang van het scheiden van afval bij de jeugdige leden en de vrijwilligers van de sportverenigingen. De PvdA, PvdD en het CDA onderschrijven dergelijke pilots van harte.

De pilot is echter per 1 januari verlopen. Dat betekent dat het scheiden van afval niet meer leidt tot een vergoeding maar dat er voor betaald moet worden. Immers moet de afvalscheiding door de verschillende verenigingen worden ingekocht. De fracties van PvdA, PvdD en CDA snappen dat de pilot is afgerond, maar vragen zich wel af of de geboekte resultaten niet vastgehouden kunnen worden. Daarom stellen zij de volgende vragen:

1. Hoe heeft het college de pilot ervaren?

2. Is het college bereid om zijn ervaring en bevindingen met de raad te delen? Zo nee, waarom niet?

3. Hoeveel verenigingen hebben hier gebruik van gemaakt, en kan het college aangeven op welke bijdrage deze pilot heeft geleverd aan het scheiden van afval?

4. Is het college het met het de fracties eens dat een dergelijke pilot goed is voor circulaire economie én de bewustwording van gescheiden afval?

5. Is het college bereid de mogelijkheden te onderzoeken voor een vervolg op de genoemde pilot door bijvoorbeeld een gemeentelijke subsidie in te zetten voor afvalscheiding bij verenigingen, waardoor budget scheiden in ieder geval budget neutraal gebeurt.

6. De wethouder geeft in het contact met de verenigingen aan dat de afvalinzameling moet worden ingekocht om aan de wet Markt en Overheid te voldoen. De fracties van PvdA, PvdD en CDA horen uit andere gemeenten dat dit omzeild kan worden. Kan het college haar standpunt op dit punt onderbouwen en de afvalinzameling vergelijken met omliggende gemeenten?

7. In hoeverre kan de aanpak van afvalvrije scholen ook ingezet worden voor sportclubs en is het college bereid om hiermee aan de slag te gaan?

Bülent Isik, PvdA
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Sander van Waveren, CDA

Antwoorddatum: 10 dec. 2019

Schriftelijke vragen 219/2019

In 2017 en 2018 heeft een pilot gedraaid vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat waardoor onder andere sportverenigingen subsidie kregen voor het scheiden van afval. Een aantal verenigingen heeft hier actief gebruik van gemaakt. Deze pilot leidde niet alleen tot het scheiden van afval, maar ook bewustwording van het belang van het scheiden van afval bij de jeugdige leden en de vrijwilligers van de sportverenigingen. De PvdA, PvdD en het CDA onderschrijven dergelijke pilots van harte.

De pilot is echter per 1 januari verlopen. Dat betekent dat het scheiden van afval niet meer leidt tot een vergoeding maar dat er voor betaald moet worden. Immers moet de afvalscheiding door de verschillende verenigingen worden ingekocht. De fracties van PvdA, PvdD en CDA snappen dat de pilot is afgerond, maar vragen zich wel af of de geboekte resultaten niet vastgehouden kunnen worden. Daarom stellen zij de volgende vragen:

1. Hoe heeft het college de pilot ervaren? Is het college bereid om zijn ervaring en bevindingen met de raad te delen? Zo nee, waarom niet?

De Utrechtse pilot was onderdeel van de landelijke pilot Schoon Belonen, een initiatief van een landelijke stuurgroep met vertegenwoordigers van de VNG, de Stichting Afvalfonds en de Stichting Natuur & Milieu. De pilot werd uitgevoerd onder de vlag van de campagne Supporter van Schoon van NederlandSchoon. De pilot ‘Schoon Belonen’ is gestart na de zomervakantie 2016 en duurde oorspronkelijk tot en met 31 december 2017. De pilotperiode is met een jaar verlengd tot en met 31 december 2018. De landelijke pilot was gericht op maatschappelijke organisaties, zoals scholen, sportverenigingen, kerken, scouting etc. Het belangrijkste doel van de pilot was het tegengaan van zwerfafval. De hoofdgedachte die ten grondslag lag aan deze specifieke aanpak, is dat mensen gemotiveerd worden iets aan het zwerfafvalprobleem te doen wanneer ze hiervoor beloond worden. De aanpak bestond uit het voorkomen en opruimen van zwerfafval. Hiervoor werd het plastic, blik en pak (PBP) gescheiden ingezameld en moest een zwerfafvalactie worden georganiseerd. Voor het gescheiden ingezamelde PBP ontvingen de deelnemers een vergoeding van €2,50 per 240 liter zak en voor het opruimevenement een vergoeding van €250,- per jaar. Deze vergoedingen werden bekostigd uit onze Zwerfafvalvergoeding.

De gemeente leverde voor de deelnemende scholen en verenigingen speciale kliko’s en afvalzakken en zamelde het PBP in. Daarnaast faciliteerde de gemeente opruimacties in de openbare ruimte. Begin 2018 is een evaluatie van de pilot gedaan. Hiervoor zijn enquêtes afgenomen bij de deelnemende scholen en verenigingen. Daarnaast heeft de projectleider een eindverslag gemaakt. Uit de evaluatie zijn de volgende punten naar voren gekomen:

  • De belangrijkste motivatie voor de scholen was het vergroten van bewustzijn en ze zagen het als een mooie start voor afval scheiden;
  • De belangrijkste motivatie voor de sportverenigingen was de forse besparing op de afvalkosten;
  • De financiële beloning voor de schoonmaakacties in de openbare ruimte was voor geen enkele school/vereniging de belangrijkste reden om aan het project mee te doen. Het gratis ophalen van PBP was wel een belangrijke prikkel voor deelname;
  • In de pilot werd het PBP van de verenigingen en scholen in de route van het huishoudelijk PBP ingezameld. De frequentie van 1x per 3 weken vonden de scholen en verenigingen wel weinig.Bedrijfsafval wordt doorgaans vaker opgehaald. Scholen en verenigingen hebben aangegeven eigenlijk geen ruimte te hebben voor de opslag van zakken PBP als dit maar 1x per 3 weken wordt ingezameld;
  • De opruimacties, die een voorwaarde waren voor de deelname kwamen niet of slecht van de grond. Het waren veelal eenmalige, kleinschalige opruimacties die geen zichtbaar resultaat in de openbare ruimte hadden. De meeste deelnemers hebben aangegeven dat ze geen tijd hebben om structureel het zwerfafval op te ruimen rond hun locaties;
  • De overgebleven deelnemers willen graag PBP blijven scheiden, ook als er geen financiële vergoeding tegenover staat. Dit moet dan wel gratis of voor een zeer aantrekkelijk tarief mogelijk zijn.

2. Hoeveel verenigingen hebben hier gebruik van gemaakt, en kan het college aangeven op welke bijdrage deze pilot heeft geleverd aan het scheiden van afval?

Bij aanvang van het project hebben 18 scholen en 3 verenigingen zich aangemeld. Hiervan zijn 1 school en 1 vereniging niet gestart en 8 scholen tussentijds of eind 2017 gestopt. In 2018 deden nog 2 verenigingen en 9 scholen mee. In de loop van 2018 zijn nog eens 5 scholen zonder opgave van reden gestopt. Slechts enkele scholen hebben aangegeven waarom ze wilden stoppen. Redenen om te stoppen waren:

  • Genoeg aandacht besteed aan het thema;
  • Schoolproject was afgelopen;
  • Wisseling van medewerkers op school;
  • Te veel gedoe.

Twee verenigingen hebben meegedaan met deze pilot: DESTO en VV De Meern. Beide verenigingen scheidden geen PBP voor aanvang van de pilot. Gedurende de looptijd van de pilot zijn de volgende hoeveelheden PBP gescheiden ingezameld:

2017: DESTO 125 zakken a 240 liter, VV De Meern: 141 zakken a 240 liter
2018: DESTO: 164 zakken a 240 liter, VV De Meern 174 zakken a 240 liter

3. Is het college het met het de fracties eens dat een dergelijke pilot goed is voor circulaire economie én de bewustwording van gescheiden afval?

Ja, de pilot leidde tot meer gescheiden inzameling van PBP bij de deelnemende sportverenigingen. De mate waarin de pilot heeft bijgedragen aan het vergroten van bewustwording is niet te meten. Dit is vooral afhankelijk van de mate waarin de leden van de verenigingen ook thuis hun PBP al scheiden.

4. Is het college bereid de mogelijkheden te onderzoeken voor een vervolg op de genoemde pilot door bijvoorbeeld een gemeentelijke subsidie in te zetten voor afvalscheiding bij verenigingen, waardoor budget scheiden in ieder geval budget neutraal gebeurt.

Nee. Op dit moment hanteren wij voor bedrijven en andere organisaties (waaronder sportverenigingen) een integrale kostprijs voor de inzameling van gescheiden bedrijfsafval. De Gemeente Utrecht kent geen subsidieregeling voor het scheiden van bedrijfsafval. De kosten voor een dergelijke subsidie kunnen niet uit de afvalstoffenheffing gedekt worden, omdat deze uitsluitend gebruikt mag worden voor het afvalbeheer van huishoudens. Het risico van een dergelijke subsidie is dat het moeilijk is aan te geven welke soort verenigingen hier aanspraak op zouden moeten maken. Utrecht kent honderden verenigingen van allerlei verscheidenheid en ook andere organisaties en bedrijven zouden mogelijk dergelijke steun willen krijgen.

5. De wethouder geeft in het contact met de verenigingen aan dat de afvalinzameling moet worden ingekocht om aan de wet Markt en Overheid te voldoen. De fracties van PvdA, PvdD en CDA horen uit andere gemeenten dat dit omzeild kan worden. Kan het college haar standpunt op dit punt onderbouwen en de afvalinzameling vergelijken met omliggende gemeenten?

Ja. Bedrijven en andere organisaties zoals sportverenigingen, kunnen een inzamelcontract afsluiten met de gemeente of met een particuliere inzamelaar. De gemeente moet zich houden aan de Wet Markt en Overheid. Dat betekent dat in onze bedrijfsafvalcontracten op zijn minst de integrale kostprijs doorberekend moet worden en dat onze overheidsbedrijven niet bevoordeeld mogen worden boven particuliere bedrijven. Voor het aanbieden van economische activiteiten tegen een prijs die lager ligt dan het niveau van de integrale kostprijs, kan de gemeenteraad een gemotiveerd besluit nemen dat deze activiteiten worden verricht in het kader van het algemeen belang. Een dergelijk besluit hebben een aantal gemeenten genomen om de wet Markt en Overheid te omzeilen. Tegen dit raadsbesluit kunnen belanghebbenden, zoals particuliere inzamelaars, bezwaar en beroep aantekenen. Tot op heden is dat voor gescheiden inzameling (nog) niet gebeurd.

Om gebruik te kunnen maken van de algemeen belang-uitzondering dient bepaald te worden welk specifiek algemeen belang aan de orde is en of de desbetreffende economische activiteiten dat algemeen belang dienen. Een algemeen belang is er niet indien de markt zelf ook kan voorzien in het aanbod van de desbetreffende goederen of diensten (er is geen sprake van marktfalen). Evenmin wordt het eigen financieel of economisch belang van de gemeente als algemeen belang aangemerkt. Er moet
dus sprake zijn van een breder belang. Vervolgens moet duidelijk zijn welke gevolgen de algemeen belangvaststelling heeft voor derden, in dit geval de particuliere inzamelaars. Ten slotte moet nog worden afgewogen of het met de activiteiten te dienen algemeen belang opweegt tegen de nadelige gevolgen voor de belanghebbenden.

In tegenstelling tot een aantal jaar geleden, lijkt er geen sprake meer te zijn van marktfalen. Particuliere inzamelaars bieden namelijk de mogelijkheid bedrijfsafval gescheiden in te zamelen, waaronder ook kunststoffen. Een algemeen belang is daarom niet aan de orde omdat de markt wel kan voorzien in deze dienst. Bij een eventueel vaststellingsbesluit is een krachtige motivering noodzakelijk. Deze motivering bevat argumenten waarom sprake is van een algemeen belang dat, afgewogen tegen de belangen van particuliere inzamelaars, reden is de economische activiteiten buiten de reikwijdte van de gedragsregels van de Wet Markt en Overheid te plaatsen. Het afgelopen jaar heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) uitspraak gedaan in twee zaken over de Wet Markt en Overheid. De algemeen belang-besluiten van de betreffende gemeenten zijn hierbij vernietigd. In beide uitspraken komt terug dat de gemeenteraad niet daadwerkelijk heeft onderzocht wat het effect van het wel of niet doorberekenen van de integrale kosten heeft op het bereiken van de doelstelling van het algemeen belang. Daarnaast bleek niet dat de gemeenteraad de nodige kennis had vergaard over de af te wegen belangen vóór het algemeen belang besluit werd genomen.

Kijkend naar de uitslag van de pilot was de belangrijkste motivatie voor deelname van de sportverenigingen de forse besparing op de afvalkosten en niet zozeer het stimuleren van afvalscheiding. De vraag is of dit een gerechtvaardigd belang voor de gemeente is om een algemeen belangbesluit te nemen, zeker wanneer dit wordt afgewogen tegen de belangen van andere inzamelaars van bedrijfsafvalstoffen. De kans is groot dat concurrerende marktpartijen bezwaar/beroep indienen tegen het besluit van algemeen belang, zeker gelet op het grote aantal sportverenigingen binnen de gemeente Utrecht in vergelijking met de omliggende kleinere gemeenten. Het is zeer de vraag of een dergelijk besluit stand houdt bij de rechter.

6. In hoeverre kan de aanpak van afvalvrije scholen ook ingezet worden voor sportclubs en is het college bereid om hiermee aan de slag te gaan?

In de aanpak ‘Afvalvrije Scholen’ staat educatie centraal. De educatie draagt bij aan bewustwording, betrokkenheid en motivatie om afval te verminderen en beter te scheiden. Educatie werkt het beste wanneer leerlingen het geleerde ook in praktijk kunnen brengen, maar het scheiden van het afval is een keuze van de school zelf. Bij sportverenigingen is geen directe link met educatie. Het concept van de ‘Afvalvrije school’ kan hierop niet toepast worden. Sportverenigingen en andere verenigingen die hun afval willen scheiden kunnen wij een passende aanbieding geven.

Bülent Isik, PvdA
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Sander van Waveren, CDA