Schrif­te­lijke vragen Rapport Nationale Ombudsman Vrou­wen­opvang


Indiendatum: 25 aug. 2017

Schriftelijke vragen 95/2017

De Nationale Ombudsman publiceerde vlak voor de start van het zomerreces, op 6 juli 2017, een rapport genaamd ‘Vrouwen in de Knel’[1]. In het rapport beschrijft de Nationale Ombudsman verschillende knelpunten bij aanmelding, tijdens en na de opvang: “Het regelen van een eigen inkomen voor de vrouwen is complex, het duurt lang en veroorzaakt administratieve rompslomp”. Daarnaast “nemen hun schulden tijdens de opvang vaak verder toe en de hulpverlening aan hun kinderen duurt lang.” De Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen heeft daarop ook de gemeenten en de gemeenteraden aangesproken en opgeroepen om zich te laten informeren over de lokale knelpunten. Middels deze vragen willen de fracties van GroenLinks, de Partij voor de Dieren, ChristenUnie en D66 graag meer informatie over de Utrechtse situatie[2].

Deel I: algemene vragen:

1. Hoeveel vrouwen verblijven in de Utrechtse vrouwenopvang? Om hoeveel betrokken organisaties hebben wij het?

2. Is er op dit moment sprake van wachtlijsten voor de vrouwenopvang, zowel voor de instroom als de uitstroom? Zo ja, hoe groot zijn deze wachtlijsten en hoe lang bestaan deze wachtlijsten al?

Deel II: Knelpunten bij de toegang

De kritiekpunten bij de toegang van de vrouwenopvang zijn divers. In ieder geval stelt de NO vast dat ongedocumenteerde vrouwen geen toegang hebben tot de opvang. Aan de Eerste Kamer heeft het College voor de rechten van de mens aangegeven dat dit in strijd is met de richtlijn die slachtoffers van strafbare feiten, waaronder huiselijk geweld, recht geeft op toegang tot (specialistische) slachtofferhulp, ongeacht hun verblijfsstatus. In Utrecht heeft eerder mevrouw Scally vragen gesteld over dit thema, daarom laten we dit onderwerp hier even links liggen. Het tweede kritiekpunt in de rapportage betreft de papieren die vrouwen moeten ondertekenen en dat er geen beschikking wordt afgegeven voor de vrouwen.

3. In hoeveel van de gevallen wordt er in Utrecht geen beschikking afgegeven voor vrouwen in de opvang? In het geval er niet altijd een beschikking wordt afgegeven: wat is hiervoor de redenatie? Is het college met de fracties van mening dat praktische afwegingen (‘vrouwen zijn toch al geplaatst’) niet afdoende is?

4. Welke papieren moeten vrouwen in de Utrechtse opvang ondertekenen bij binnenkomst? Heeft het college signalen dat vrouwen niet weten wat ze ondertekenen (bijvoorbeeld geen inzicht in de eigen bijdrage)?

Deel III: Knelpunten tijdens verblijf

Tijdens de opvang hebben vrouwen te maken met de aangeboden hulp – waarmee zij aan de slag moeten – maar zij hebben ook nog veel te regelen. Ondanks het feit dat vrouwen in de vrouwenopvang recht hebben op een briefadres, blijkt dat gemeenten met het verstrekken ervan terughoudend zijn. Ook dat punt is eerder in de gemeenteraad besproken, maar de gemeenteraad is benieuwd naar de stand van zaken. Tenslotte verdienen kinderen van vrouwen in de opvang voldoende aandacht.

5. Hoe staat het in Utrecht met het verstrekken van briefadressen aan vrouwen in de opvang? Zijn de eerder geconstateerde vragen en fricties op dit thema ondertussen opgelost?

6. Worden vrouwen in Utrechtse opvang ook geconfronteerd met lange wachttijden (6 tot 8 weken na aanvraag) op de verstrekking van de uitkering?

7. Hoe snel vragen vrouwen in de opvang een uitkering aan? In hoeveel van de gevallen worden zij daarbij geholpen of terzijde gestaan, bijvoorbeeld door een onafhankelijke cliëntondersteuner? Is de ondersteuning adequaat gezien de snelheid waarmee uitkeringen worden aangevraagd?

8. In de beleidsregel ‘Eigen bijdrage Maatschappelijke Opvang Wmo 2017 gemeente Utrecht’ is aangegeven dat de inning verloopt via de instellingen. Verloopt dat naar tevredenheid tussen instelling en gemeente?

9. Wat is de hoogte van de eigen bijdrage voor vrouwen? Is deze bijdrage betaalbaar, zodat voldoende geld overblijft voor zak- en kleedgeld? Zijn er signalen dat vrouwen in de periode in de opvang in de schulden geraken (door de hoogte van eigen bijdrage)?

10. Veel vrouwen in de opvang hebben te maken met schulden. Hoe is de toegang tot schuldhulpverlening gewaarborgd?

11. De Federatie opvang becijferde dat 2/3 van de vrouwenopvang locaties inmiddels werkt met de methode 'Veerkracht', waarmee kinderen voldoende aandacht krijgen. Hoeveel Utrechtse instellingen werken met deze methodiek? Er zijn echter problemen in de financiering van deze methode, met name omdat het hier jeugdhulpverlening betreft. Zijn deze problemen in de Utrechtse praktijk opgelost?

Deel IV: Knelpunten bij de uitstroom

Is de situatie weer voldoende veilig, dan willen vrouwen weer de stap maken naar zelfstandig wonen. Ook bij de uitstroom van cliënten uit de opvang komen worden echter door de NO de nodige kritische kanttekeningen geplaatst: het zou moeilijk zijn om een urgentieverklaring te krijgen, en de wachttijden voor een woning zouden lang zijn. Ook spelen schulden een probleem om een woning te krijgen.

12. Het rapport beschrijft dat sommige gemeenten deze vrouwen geen urgentieverklaring geven, op basis van algemene weigeringsgronden of vanwege. Ook komt het voor dat ‘een gemeente de voorwaarde tot landelijke toegankelijkheid voor deze groep gebruikt om de urgentie van deze groep af te schuiven op een andere gemeente’. In hoeverre krijgen de vrouwen in de Utrechtse opvang een urgentieverklaring?

13. Hanteert de gemeente Utrecht aanvullende voorwaarden voor de urgentieverklaring van deze vrouwen? Zo ja, welke?

14. Ook wanneer vrouwen verhuizen naar een ander gemeente, kunnen financiële problemen ontstaan vanwege regelingen. In de vertrekkende gemeente wordt dan namelijk al de uitkering stopgezet, terwijl in een nieuwe gemeente al wel de huur moet worden betaald – maar de bijstandsuitkering nog niet worden ontvangen. Heeft de gemeente Utrecht afspraken met andere gemeenten en/of de vrouwenopvang-organisaties over dit thema? Hoe is de bijzondere bijstand ingericht op dit probleem?

Eva van Esch, Partij voor de Dieren

[1] Zie www.nationaleombudsman.nl/onderzoeken/2017075-vrouwen-de-knel
[2] Op basis van functionaliteit kan het college ervoor kiezen de vragen te beantwoorden over Utrecht binnen de gemeentegrenzen of als centrumgemeente.

Indiendatum: 25 aug. 2017
Antwoorddatum: 19 sep. 2017

Schriftelijke vragen 95/2017

De Nationale Ombudsman publiceerde vlak voor de start van het zomerreces, op 6 juli 2017, een rapport genaamd ‘Vrouwen in de Knel’[1]. In het rapport beschrijft de Nationale Ombudsman verschillende knelpunten bij aanmelding, tijdens en na de opvang: “Het regelen van een eigen inkomen voor de vrouwen is complex, het duurt lang en veroorzaakt administratieve rompslomp”. Daarnaast “nemen hun schulden tijdens de opvang vaak verder toe en de hulpverlening aan hun kinderen duurt lang.” De Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen heeft daarop ook de gemeenten en de gemeenteraden aangesproken en opgeroepen om zich te laten informeren over de lokale knelpunten. Middels deze vragen willen de fracties van GroenLinks, de Partij voor de Dieren, ChristenUnie en D66 graag meer informatie over de Utrechtse situatie[2].

Deel I: algemene vragen:

1. Hoeveel vrouwen verblijven in de Utrechtse vrouwenopvang? Om hoeveel betrokken organisaties hebben wij het?

Eén betrokken organisatie, namelijk Moviera. Op 30 juni jl. hadden zij:

  • • 3 cliënten in de noodopvang
  • • 15 cliënten in de crisisopvang (= analysefase)
  • •39 cliënten in vervolgopvang, waarvan 15 tienermoeders
  • • 68 cliënten in ambulante begeleiding, waarvan 8 tienermoeders
  • • 4 cliënten in de mannenopvang

Het is een landelijke afspraak dat vrouwen in geval van acute onveiligheid altijd terecht kunnen op een noodbed bij Moviera. Mocht blijken dat de cliënt na de noodopvang niet terug kan naar huis, dan komt zij in de crisisopvang (= analysefase). Samen met de cliënt wordt daar gekeken naar de toekomst: of zij terug kan naar huis en partner, of zij met ambulante begeleiding kan uistromen naar een nieuwe woning zonder partner of dat er er vervolgopvang nodig is.

2. Is er op dit moment sprake van wachtlijsten voor de vrouwenopvang, zowel voor de instroom als de uitstroom? Zo ja, hoe groot zijn deze wachtlijsten en hoe lang bestaan deze wachtlijsten al?

Begin september staan er 5 cliënten op de wachtlijst voor de crisisopvang (= analysefase). Sinds eind 2016 is er sprake van een wachtlijst met gemiddeld 4 tot 6 personen die wachten. Dit heeft te maken met een toename in de vraag. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn de landelijke afbouw van bedden als gevolg van de herverdeling van de middelen, de goed werkende buurtteams in de wijken die doorverwijzen naar Moviera en het gegeven dat Veilig Thuis steeds beter bekend is. De gemiddelde wachttijd voor de crisisopvang (= analysefase) verschilt van 1 tot soms 8 weken. Dit heeft te maken met het feit dat de cliënten vanaf de noodbedden voorrang hebben op doorstroom naar de crisisopvang (ten opzichte van cliënten die niet op een noodbed verblijven). De twee noodbedden
zijn vrijwel constant bezet. In geval van acute onveiligheid kunnen vrouwen altijd terecht op een noodbed bij Moviera, indien nodig worden extra noodbedden bijgeplaatst en daarbovenop zijn goede afspraken gemaakt met een naburig hotel. Momenteel verblijven daar 2 cliënten. De betreffende cliënten krijgen voorrang bij plaatsing in de crisisopvang. Met Moviera is gekeken naar oplossingen voor de bezetting en het verbeteren van de doorstroom. Zo wordt er onder andere met de gemeente samen gekeken hoe de matchingstijd van 3 à 4 maanden verkort kan worden (tussen cliënt en woning). Ook kunnen er eventueel extra bedden in de crisisopvang (=analysefase) worden gerealiseerd, zodat vrouwen eerder vanaf het noodbed door kunnen stromen. Het in stand houden van een goed landelijk stelsel van vrouwenopvang wordt ook in VNG-verband besproken.

Deel II: Knelpunten bij de toegang

De kritiekpunten bij de toegang van de vrouwenopvang zijn divers. In ieder geval stelt de NO vast dat ongedocumenteerde vrouwen geen toegang hebben tot de opvang. Aan de Eerste Kamer heeft het College voor de rechten van de mens aangegeven dat dit in strijd is met de richtlijn die slachtoffers van strafbare feiten, waaronder huiselijk geweld, recht geeft op toegang tot (specialistische) slachtofferhulp, ongeacht hun verblijfsstatus. In Utrecht heeft eerder mevrouw Scally vragen gesteld over dit thema, daarom laten we dit onderwerp hier even links liggen. Het tweede kritiekpunt in de rapportage betreft de papieren die vrouwen moeten ondertekenen en dat er geen beschikking wordt afgegeven voor de vrouwen.

3. In hoeveel van de gevallen wordt er in Utrecht geen beschikking afgegeven voor vrouwen in de opvang? In het geval er niet altijd een beschikking wordt afgegeven: wat is hiervoor de redenatie? Is het college met de fracties van mening dat praktische afwegingen (‘vrouwen zijn toch al geplaatst’) niet afdoende is?

4. Welke papieren moeten vrouwen in de Utrechtse opvang ondertekenen bij binnenkomst? Heeft het college signalen dat vrouwen niet weten wat ze ondertekenen (bijvoorbeeld geen inzicht in de eigen bijdrage)?

Antwoord 3 en 4:
Moviera verleent zelf toegang aan de hand van een landelijk afwegingskader. Iedere vrouw die acuut opvang nodig heeft na geweld in afhankelijkheidsrelaties kan -ook buiten kantoortijden of in het weekend- terecht op een noodbed van Moviera. Gebrek aan verblijfsdocumenten is hiervoor geen uitsluitingsgrond. Momenteel verblijven er 5 ongedocumenteerde vrouwen bij Moviera. Wanneer een cliënt na noodopvang niet terug naar huis kan, stroomt zij door naar de crisisopvang (= analysefase). Op dat moment wordt, in plaats van afgifte van een beschikking, een begeleidingsovereenkomst doorgesproken en getekend. Naast de begeleidingsovereenkomst tekenen cliënten de huisregels. Reden voor het ontbreken van de beschikking, is het feit dat vrouwen vanwege de veiligheid niet met BSN in het systeem mogen worden geregistreerd, omdat deze in het landelijke iWmo berichtenverkeer nog niet versleuteld kunnen worden. Eventuele aanpassingen kunnen alleen worden gemaakt door het Zorginstituut Nederland (ZIN) die de standaarden van het landelijke berichtenverkeer beheert. Wij zullen het belang van het kunnen versleutelen van de BSN-nummers bij het Zorginstituut Nederland benadrukken. Omwille van de veiligheid en privacy van de vrouwen in de opvang, is voor de begeleidingsovereenkomst gekozen. Over de inhoud van de overeenkomst gaat een medewerker van Moviera met de cliënt in gesprek, zo nodig met tolk. In dit gesprek komt de hoogte van de eigen bijdrage aan de orde, maar bijvoorbeeld ook voorlichting over rechten en plichten. Formeel kan er, door het ontbreken van een beschikking, geen bezwaar gemaakt worden tegen de vastgestelde eigen bijdrage. In de praktijk worden bezwaren en vragen van de vrouwen door Moviera serieus besproken en gewogen en wordt een eventuele fout in de vaststelling van de eigen bijdrage gecorrigeerd. In bijzondere gevallen wordt bovendien een beroep gedaan op het Movierafonds voor een deel van de eigen bijdrage.


Deel III: Knelpunten tijdens verblijf

Tijdens de opvang hebben vrouwen te maken met de aangeboden hulp – waarmee zij aan de slag moeten – maar zij hebben ook nog veel te regelen. Ondanks het feit dat vrouwen in de vrouwenopvang recht hebben op een briefadres, blijkt dat gemeenten met het verstrekken ervan terughoudend zijn. Ook dat punt is eerder in de gemeenteraad besproken, maar de gemeenteraad is benieuwd naar de stand van zaken. Tenslotte verdienen kinderen van vrouwen in de opvang voldoende aandacht.

5. Hoe staat het in Utrecht met het verstrekken van briefadressen aan vrouwen in de opvang? Zijn de eerder geconstateerde vragen en fricties op dit thema ondertussen opgelost?

6. Worden vrouwen in Utrechtse opvang ook geconfronteerd met lange wachttijden (6 tot 8 weken na aanvraag) op de verstrekking van de uitkering?

7. Hoe snel vragen vrouwen in de opvang een uitkering aan? In hoeveel van de gevallen worden zij daarbij geholpen of terzijde gestaan, bijvoorbeeld door een onafhankelijke cliëntondersteuner? Is de ondersteuning adequaat gezien de snelheid waarmee uitkeringen worden aangevraagd?

Antwoord 5, 6 en 7
De gemeente en Moviera werken nauw samen, zo ook de afdeling Burgerzaken en Moviera. Zowel de afdeling Burgerzaken als Moviera geven aan de genoemde fricties niet te herkennen en goed contact te hebben. Tevens wordt er nauw samengewerkt met de afdeling Werk en Inkomen (W&I), waardoor vrouwen niet worden geconfronteerd met lange wachttijden op de verstrekking van een uitkering. Bij Moviera wordt een vrouw, meteen bij aanvang van de analysefase (= crisisopvang), ondersteund bij het regelen van praktische zaken zoals het aanvragen van een uitkering. De toekenning verloopt vervolgens soepel bij de afdeling W&I. Cliënten kunnen voor het regelen van praktische zaken terecht bij een materieel dienstverlener, specialist in financiële zaken. Tevens kan een cliënt worden bijgestaan door een onafhankelijk cliëntondersteuner. Hierover krijgen zij informatie bij binnenkomst. Na het verschijnen van het rapport van de Nationale Ombudsman hebben wij het belang hiervan nog eens benadrukt bij de vrouwenopvang. Tot slot kunnen cliënten bij Moviera ook terecht bij een vertrouwenspersoon. Overigens is er nog wel een knelpunt met betrekking tot het aanvragen van toeslagen bij de Belastingdienst. Nu moeten vrouwen eerst een scheiding aanvragen voordat zij in aanmerking komen voor het ontvangen van de toeslagen. In de tussentijd ontvangt haar (ex-)partner de toeslagen. Dit is een onwenselijke situatie en zullen wij met het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport bespreken.


8. In de beleidsregel ‘Eigen bijdrage Maatschappelijke Opvang Wmo 2017 gemeente Utrecht’ is aangegeven dat de inning verloopt via de instellingen. Verloopt dat naar tevredenheid tussen instelling en gemeente?

9. Wat is de hoogte van de eigen bijdrage voor vrouwen? Is deze bijdrage betaalbaar, zodat voldoende geld overblijft voor zak- en kleedgeld? Zijn er signalen dat vrouwen in de periode in de opvang in de schulden geraken (door de hoogte van eigen bijdrage)?

10. Veel vrouwen in de opvang hebben te maken met schulden. Hoe is de toegang tot schuldhulpverlening gewaarborgd?

Antwoord 8, 9 en 10
Het innen van de eigen bijdrage (EB) door Moviera verloopt naar tevredenheid. Het probleem is echter dat cliënten vaak zonder geld in de opvang komen, doordat de (ex-)partner over alle inkomsten beschikt. Dit knelpunt is onderdeel van de afhankelijkheid in de relatie waar deze slachtoffers zich in bevinden en Moviera kan om deze reden voorschot een geven op de eigen bijdrage. Moviera bekijkt per individu de financiële situatie en geeft zo nodig ook voorschotten voor leefgeld, voorschotten voor betaling ziektekostenpremie (ZKP) en voorschotten voor incidentele noodzakelijke kosten zoals een spoedbehandeling tandarts, legeskosten of bijvoorbeeld winterschoenen. Het gaat dan om de volgende bedragen:


De reden voor het feit dat cliënten zonder middelen binnenkomen, is dat de echtgenoot veelal de inkomsten uit toeslagen ontvangt. Dit kan pas gewijzigd worden nadat een echtscheidingsverzoek is ingediend. Tevens hanteert de Sociale Verzekering Bank peildata per kwartaal en dat pakt ongunstig uit voor de uitbetaling. Gemist inkomen kan oplopen tot gemiddeld €1500 (3 maanden) wat voor een groot deel kan worden voorgeschoten door Moviera, maar wel moet worden terugbetaald. De opgelopen schuld kan zorgen voor stagnatie bij uitstroom. Voor ondersteuning kan een beroep worden gedaan op de diensten van Stadsgeldbeheer en er is vanuit Stadsgeldbeheer bovendien extra inzet op de vrouwenopvang om stagnatie bij uitstroom te voorkomen en/of te verhelpen.

11. De Federatie opvang becijferde dat 2/3 van de vrouwenopvang locaties inmiddels werkt met de methode 'Veerkracht', waarmee kinderen voldoende aandacht krijgen. Hoeveel Utrechtse instellingen werken met deze methodiek? Er zijn echter problemen in de financiering van deze methode, met name omdat het hier jeugdhulpverlening betreft. Zijn deze problemen in de Utrechtse praktijk opgelost?
Er wordt binnen Moviera gewerkt met de methodiek Veerkracht. Bij Moviera werken er o.a. groepswerkers en gezinsbegeleiders met deze methode met als speerpunt alle kinderen in beeld te krijgen, in beeld te brengen wat de mogelijke gevolgen zijn, zodat alle kinderen de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Ook wordt er intensief samengewerkt met de buurtteams en SAVE. In Utrecht doet Moviera veel voor kinderen in de opvang; in de ochtend is er crèche en ‘s’middags zijn er naschoolse activiteiten voor kinderen. Tijdens schoolvakanties is er een vakantieprogramma waarin gewerkt wordt met thema’s.

Deel IV: Knelpunten bij de uitstroom

Is de situatie weer voldoende veilig, dan willen vrouwen weer de stap maken naar zelfstandig wonen. Ook bij de uitstroom van cliënten uit de opvang komen worden echter door de NO de nodige kritische kanttekeningen geplaatst: het zou moeilijk zijn om een urgentieverklaring te krijgen, en de wachttijden voor een woning zouden lang zijn. Ook spelen schulden een probleem om een woning te krijgen.

12. Het rapport beschrijft dat sommige gemeenten deze vrouwen geen urgentieverklaring geven, op basis van algemene weigeringsgronden of vanwege. Ook komt het voor dat ‘een gemeente de voorwaarde tot landelijke toegankelijkheid voor deze groep gebruikt om de urgentie van deze groep af te schuiven op een andere gemeente’. In hoeverre krijgen de vrouwen in de Utrechtse opvang een urgentieverklaring?

13. Hanteert de gemeente Utrecht aanvullende voorwaarden voor de urgentieverklaring van deze vrouwen? Zo ja, welke?

Antwoord 12 en 13
Er is bij Moviera geen sprake van een wachtlijst bij uitstroom. Cliënten vragen een urgentie aan voor een woning en krijgen deze in principe ook. De gemeente hanteert geen aanvullende voorwaarden voor het verstrekken van een urgentieverklaring aan cliënten van Moviera. De organisatie kan ieder jaar over een afgesproken aantal urgenties beschikken, Moviera bepaalt zelf wie aan zelfstandig wonen toe is en met urgentie op woningen uit het regionale aanbod kan reageren. Bij het aanvragen van een urgentie buiten de stad Utrecht of regio Utrecht duurt het vinden van een passende woning overigens vaak langer.
Er kunnen belemmeringen zijn voor cliënten om deze urgentie aan te vragen. Bijvoorbeeld een onveilige situatie van de vrouw waardoor zij niet uit kan stromen, financiële problemen waardoor een eerste huur niet betaald kan worden, psychische problemen of bijvoorbeeld het ontbreken van een verblijfsvergunning. In dat laatste geval wordt een casus ook besproken in het complexe casusoverleg van de BBBB-opvang.


14. Ook wanneer vrouwen verhuizen naar een ander gemeente, kunnen financiële problemen ontstaan vanwege regelingen. In de vertrekkende gemeente wordt dan namelijk al de uitkering stopgezet, terwijl in een nieuwe gemeente al wel de huur moet worden betaald – maar de bijstandsuitkering nog niet worden ontvangen. Heeft de gemeente Utrecht afspraken met andere gemeenten en/of de vrouwenopvang-organisaties over dit thema? Hoe is de bijzondere bijstand ingericht op dit probleem?

Vrouwen in opvang komen in aanmerking voor bijzondere bijstand voor inrichtingskosten. Dit is een forfaitair bedrag van € 2500 voor een alleenstaande en € 3400 voor iemand met 1 kind. Voor gezinnen met meer kinderen gelden hogere bedragen.
De regeling voor betaling van de eerste huur staat enkel open voor daklozen, maar eventuele bemiddelingskosten en borg worden als leenbijstand verstrekt. Er zijn hierover overigens geen specifieke afspraken met andere gemeenten, zij maken hierin hun eigen keuzes. Overigens wordt de samenwerking met regiogemeenten over het algemeen als prettig ervaren. Moviera werkt met name samen met Zeist en Nieuwegein vanwege de ambulante trajecten in het kader van ‘Moviera in de Wijk’. Met andere gemeenten is contact op casusniveau.

Eva van Esch, Partij voor de Dieren

[1] Zie www.nationaleombudsman.nl/onderzoeken/2017075-vrouwen-de-knel
[2] Op basis van functionaliteit kan het college ervoor kiezen de vragen te beantwoorden over Utrecht binnen de gemeentegrenzen of als centrumgemeente.