Schrif­te­lijke vragen Verban de vlees­re­clames


Indiendatum: 14 sep. 2022

Schriftelijke vragen 157/2022

Haarlem gaat als eerste stad in de wereld vleesreclames verbannen uit de openbare ruimte, vanwege de negatieve invloed van vleesproductie op het klimaat. Na het aannemen van een motie van de lokale GroenLinks-fractie gaat het college daar met een verbod aan de slag dat vanaf 2024 in fases ingevoerd gaat worden. De fracties van de Partij voor de Dieren en GroenLinks in Utrecht zien nog wel meer redenen om vleesreclames te verbannen uit de openbare ruimte. Denk bijvoorbeeld aan al het onfortuinlijke dierenleed, het enorme waterverbruik, ontbossing en de ongewenste stikstofuitstoot die gepaard gaan met de productie van vlees.

Dat vormen van reclame geweerd kunnen worden uit de openbare ruimte bleek eind 2021 toen de Utrechtse raad het initiatiefvoorstel “Weer fossiele reclame uit de openbare ruimte” aannam. Hiermee werd besloten dat uitingen van fossiele reclame niet meer getoond mogen worden in de Utrechtse openbare ruimte (door dat te zijner tijd vast te leggen in nieuwe contracten en nu al het goede gesprek te voeren met exploitanten van huidige contracten). Zoals het initiatiefvoorstel aanvoerde, mogen reclame-uitingen geweerd worden als ze in strijd zijn met een groter, overstijgend collectief belang zoals de volksgezondheid. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vindt de vrijheid van meningsuiting dan van ondergeschikt belang.

Onze fracties hebben de volgende vragen:

1. Is het college het met ons eens dat de productie van vlees gepaard gaat met (onder meer) klimaatopwarming, dierenleed en stikstofuitstoot en dat het consumeren van vlees een negatieve invloed kan hebben op de volksgezondheid?

2. Ziet het college zodoende voldoende onderbouwing om vleesreclames te kunnen verbannen uit de openbare ruimte binnen de definitie van vrijheid van meningsuiting, zoals gesteld door Europees Hof voor de Rechten van de Mens, aangezien vleesreclames, ook door klimaatopwarming, een negatieve impact hebben op de volksgezondheid? Zo nee, waarom niet?

3. Is het college dan ook bereid om een verbod op vleesreclames onderdeel te laten uitmaken van de aanbestedingsdocumenten bij toekomstige aanbestedingen en contracten met betrekking tot exploitatie van reclame in de openbare ruimte? Zo nee, waarom niet?

4. Is het college eveneens bereid om – voordat een echt verbod van kracht kan worden in nieuwe contracten – in gesprek te gaan met de huidige exploitanten van reclamedragers alsook met de aanvragers van vergunningsplichtige buitenreclame (reclame aan gebouwen) in Utrecht teneinde vleesreclames in haltevoorzieningen bij het openbaar vervoer, vrijstaande reclamevitrines, billboards, lichtmasten, de reclamemast langs de A2, op rotondes en steigerdoeken te weren? Zo nee, waarom niet?

5. Er is wel nog een goede definitie van ‘vleesreclame’ nodig. Want behalve varkens- en rundvlees, kan het hier ook om gevogelte en vis gaan. Is het college bereid om met een definitie te komen, al dan niet na overleg met het Haarlemse college van B&W? Zo nee, waarom niet?

6. Indien het antwoord op de vragen 3 t/m 5 ‘ja’ is: hoe gaat het college de raad te informeren over de voortgang van het verbannen van vleesreclames uit de openbare ruimte?

Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Rachel Heijne, GroenLinks