Schrif­te­lijke vragen Versneld inlopen achter­stand taak­stelling huis­vesting status­houders


Indiendatum: 14 jul. 2022

Schriftelijke vragen 132/2022

Gezien het urgente karakter van dit plan, verzoeken de indieners het college dringend om deze vragen uiterlijk in de week van 25 juli te beantwoorden, zodat de raad in positie blijft.

De raad en de stad zijn op 13 juli geïnformeerd [1] over het collegebesluit om vanaf 1 augustus gedurende zes weken ongeveer negentig procent van de vrijkomende sociale huurwoningen toe te wijzen aan statushouders. Dit besluit noemden wethouders Streefland en De Vries in de Volkskrant een “korte klap” die “even zeer [doet], maar daarna kunnen we snel weer overgaan naar normaal”, en “een radicale oplossing.”

Het college heeft dit besluit – wat raakt aan thema's die zeer leven in de samenleving en veel reacties oproepen binnen en buiten de stad – gepresenteerd in de eerste week van het zomerreces van de gemeenteraad. Niet alleen is de bezetting bij de raadsfracties in het reces minimaal, ook ontbreekt het de raad aan reguliere instrumenten (zoals Mondelinge Vragen,
reguliere debatagenderingen of Schriftelijke Vragen die binnen termijn beantwoord worden). Daarmee zou eigenlijk alleen een spoeddebat tot de mogelijkheden behoren om hierop bij te sturen.

Grote problemen vragen soms om onconventionele oplossingen. Echter, de fracties van D66, Partij voor de Dieren, CU, PvdA en VVD vragen zich tegelijk af of dit besluit een structurele oplossing is, die op de juiste manier gaat uitwerken. De inhoudelijke keuze, de procedurele gang van zaken en de onderbouwing van het collegebesluit roepen bij de fracties van D66, Partij voor de Dieren, CU, PvdA en VVD de volgende vragen op:

1. Wanneer is het college begonnen met het voorbereiden van dit besluit en wanneer heeft het college dit besluit genomen?

2. Had de raad dus eerder geïnformeerd kunnen worden? Waarom is hier wel/niet voor gekozen?

3. Hoe reflecteert het college op dit besluit delen in de eerste week van het zomerreces? In hoeverre conflicteert dit volgens het college met afspraken met de raad?

Het college stelt dat met deze tijdelijke oplossing in één keer de achterstand wordt weggewerkt en de situatie weer naar normaal zal gaan.

4. Verwacht het college dat de 215 statushouders die de gemeente nu achterloopt op de taakstelling ook allemaal in zes weken kunnen worden gehuisvest? Zo nee, welke inhaalslag wordt dan wel verwacht? Wat zou daar wel voor nodig zijn? Op welke cijfers baseert het college zich hiervoor?

5. Hoe gaat het college zorgen dat het resterende deel van de taakstelling (275 statushouders) wordt gehuisvest in de rest van het jaar, binnen de dertig procent toewijzing van mensen met een urgentieverklaring? Of wordt verwacht dat de maatregel ook zorgt voor een inhaalslag op de taakstelling juli – december?

6. Hoe verhoudt deze maatregel zich tot passend toewijzen: dus wat gebeurt er als er vooral gezinnen zijn onder statushouders, maar er komen in de 6 weken vooral studio's/kleine appartementen vrij, of juist andersom veel alleenstaande statushouders en er komen vooral gezinswoningen vrij. Blijven dan de regels van passend toewijzen gelden en gaan vrijkomende niet-passende woningen naar andere woningzoekenden, of wordt een uitzondering gemaakt?

7. Wat is de "normale situatie” die na deze maatregel zal ontstaan? Aangezien vraag aanbod permanent overstijgt, zal weer een wachtlijst optreden, ook voor mensen met een urgentieverklaring, waaronder statushouders. Hoe zorgt het college voor een structurele oplossing om te voldoen aan de taakstelling?

Utrecht loopt voorop in de aanpak en verantwoordelijkheid nemen voor haar deel in de asielketen en integratie.

8. Hoe stelt het college zich op richting Rijk, provincie en andere gemeenten als het gaat om:
a. Een realistische, menswaardige asielketen waarbij meedoen vanaf dag één centraal staat;
b. Een toekomstbestendige taakstelling en systematiek hierachter, waar ook andere gemeenten zich aan houden;
c. Hoe we met onze geleerde lessen andere gemeenten kunnen helpen, zodat we landelijk – al dan niet in VNG verband – de druk op de asielketen kunnen verlichten.

Conform onze gemeentelijke afspraken gaat dertig procent van de toewijzingen in het sociale huurstelsel naar mensen met een urgentieverklaring. Dat is niet genoeg om de woningnood voor deze ‘urgenten’ te ledigen. Niet voor statushouders, maar ook niet voor uitstroom van bijvoorbeeld Beschermd Wonen/Maatschappelijke opvang, of andere doelgroepen met recht op een urgentieverklaring. Het college stelt dus terecht: de vraag van deze doelgroepen overstijgt het dertig procent-aanbod. Voor reguliere woningzoekers binnen de sociale sector geldt dit evenzo, met gemiddeld elf jaar wachttijd.

9. Is het college voornemens om andere groepen met een urgentieverklaring op deze manier versneld aan woningen te helpen?

10. Wat is het effect op de wachtlijst voor mensen met een urgentieverklaring van het besluit dat nu genomen is?

11. Wat vindt het college ervan dat reguliere woningzoekenden nu (nog) meer wachttijd opbouwen?

Eén van de structurele oplossingen die het college noemt, is de inzet op tijdelijke woningen. Hierbij mikt het college op tijdelijkheid van een woning tussen de tien en vijftien jaar. De aantallen die genoemd worden zijn fors. De fracties zijn voorstander van tijdelijke woningen, maar hebben bij de plannen zoals het college nu beschrijft wel enkele kanttekeningen:

12. Naar welke concrete projectlocaties wordt gekeken? Waarop baseert het college de aanname dat het daar mogelijk zal zijn om binnen twee jaar al 2.500 woningen te realiseren? Hoe groot acht het college de kans van slagen van de genoemde tijdelijke projecten?

13. Welk beslag leggen de tijdelijke woningen op de ontwikkellocaties voor permanente woningbouw?

14. In hoeverre worden de tijdelijke woningen energieneutraal en diervriendelijk gebouwd?

15. Is het college het ermee eens dat de nieuwe tijdelijke locaties geen vertraging mogen opleveren voor de projecten waar permanente woningen gebouwd worden en de plannen al verder voor gevorderd zijn?

16. Hoe kan het bouwtempo in Utrecht behouden blijven, ook als tijdelijke woningen dicht bij ontwikkellocaties en bouwterreinen staan, hoe wordt omgegaan met zaken als overlast door het ontwikkelen van die terreinen om de tijdelijke bebouwing heen?

17. Is het college het met ons eens dat ook voor tijdelijke woningbouwprojecten geldt dat de omgeving nauw betrokken en gehoord moet worden bij de uitwerking van de plannen?

18. De bewoners van de tijdelijke woningen zullen uiteindelijk doorstromen in ofwel de vrije sector, middenhuur, het koopsegment of een permanente woning binnen het sociale stelsel. Hoe gaat het college voorkomen dat over tien à vijftien jaar de wachtlijsten niet overspoeld worden door al deze doorstromers – al dan niet met urgentieverklaring?

Has Bakker en Venita Dada-Anthonij, D66
Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren
Rik van der Graaf, CU
Rick van der Zweth en Hester Assen, PvdA
Tess Meerding, VVD

[1] Raadsbrief 13 juli 2022, kenmerk 10236673