Schrif­te­lijke vragen Versoe­peling maat­re­gelen coro­na­virus voor mensen met een beperking of een chro­nische ziekte


Indiendatum: mei 2020

Schriftelijke vragen nav coronacrisis, geen vraagnummer

Sinds maandag 11 mei jl. is een aantal maatregelen om het coronavirus te bestrijden versoepeld. Kinderen gaan weer naar school en contactberoepen zijn weer toegestaan. De stad verwelkomt deze verruiming, maar we realiseren ons goed dat niet iedereen in dezelfde mate hiervan gebruik kan maken. We denken dan vooral aan mensen met een beperking of een chronische ziekte voor wie een COVID 19-besmetting extra risicovol is. Deze groep is aanzienlijk: in Nederland gaat het om anderhalf miljoen mensen, in onze stad om meer dan 30.000 mensen. Het programma Nieuwsuur besteedde 7 mei jl. aandacht aan dit onderwerp.[1]

De fracties van VVD, Partij voor de Dieren, PvdA, DENK, PVV, SBU, CU, GroenLinks, Student & Starter, D66, SP en CDA vragen aandacht voor mensen met een beperking of een chronische ziekte en hoe wij als gemeente een bijdrage kunnen leveren dat ook zij weer wat lucht kunnen krijgen in deze barre tijden. Hierover hebben we de volgende vragen:

1. Is het college het met ons eens dat we moeten voorkomen dat deze groep achterblijft bij het versoepelen van maatregelen en naar vermogen mee kan blijven doen in de anderhalvemetersamenleving?

2. Deelt het college deze constatering? Welke mogelijkheden ziet het college om de informatievoorziening aan deze groepen op een adequate wijze vorm te geven?

Informatievoorziening is belangrijk: geschreven informatie is niet voor iedereen even toegankelijk. Denk daarbij aan slechtzienden en blinden, maar ook mensen die - om wat voor reden dan ook - moeite hebben met de Nederlandse taal.

Het gaat vaak om praktische zaken. Hoe verplaatsen mensen die minder mobiel zijn, bijvoorbeeld met een rolstoel en/of een kwetsbare gezondheid, zich door de anderhalvemetersamenleving? Hoe weet je wat anderhalve meter is als je blind of slechtziend bent? En als iedereen weer naar het werk mag, kan dat dan ook voor deze groep met een groter risico? En hoe gaat dat met gezinsleden of huisgenoten, die weer naar school en werk gaan? Veel is oplosbaar volgens Ieder(in), maar verdient dit wel specifieke aandacht van de gemeente.

3. Wat kan onze gemeente eraan bijdragen om te zorgen dat de samenleving ook voor deze groep weer open gaat? Is het college bereid mee te denken en te faciliteren?

4. Regelmatig klinkt de oproep om mensen in de ze groep ook te helpen met beschermingsmaatregelen om het risico op besmetting te verkleinen. Hoe kijkt het college hier naar?

5. Heeft het college hierover al contact gehad met de partners in het kader van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, zoals onder andere het Solgu, De Wilg en Artikel1 Midden-Nederland? Zo nee, is het college bereid om dit als nog op korte termijn te doen om gezamenlijk te bekijken wat nodig is en met oplossingen voor deze groep te komen?

6. Welke mogelijkheden ziet het college om de gezondheid van deze groep buitenshuis niet te veronachtzamen en te waarborgen dat zij hun mantelzorgers en familieleden veilig thuis kunnen ontvangen?

We zien ook een groep mensen die niet naar buiten durven of dat het wordt afgeraden door hun medisch specialisten vanwege hun kwetsbare gezondheid en zich ondanks en juist door de versoepelingen thuis opgesloten voelen.

[1] https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2333079-de-uitzending-van-7-mei-twijfels-over-versoepelingen-hoe-handhaven-gemeenten-mensen-met-beperking-geisoleerd.html