Schrif­te­lijke vragen Zon op monu­mentale daken


Indiendatum: 11 jun. 2020

SV 2020/133

Vorig jaar is aan de raad gecommuniceerd (in een brief van 5 juli 2019) dat de richtlijnen voor zonnepanelen op monumenten en in de beschermde stadsgezichten in 2020 worden herzien, naar aanleiding van een motie in 2018. Ook in de beantwoording van Schriftelijke Vragen over zonnepanelen op schoolgebouwen respectievelijk op monumentale schoolgebouwen (op 3 december en 21 januari) zijn nieuwe richtlijnen aangekondigd. Het CDA, Partij voor de Dieren, CU, D66 en GroenLinks krijgen signalen dat uitgebreid onderbouwde aanvragen van initiatiefnemers tot op vandaag nog steeds worden afgewezen. Een voorbeeld hiervan is de aanvraag van “Kerk en Klooster” op Zuilen. Hun aanvraag is geweigerd omdat de zonnepanelen zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.

1. Hoe komt het dat we zo lang moeten wachten op de evaluatie van de oude richtlijnen? Wat heeft vertraging veroorzaakt?

2. Hoeveel aanvragen heeft het college sinds 2018 afgewezen? Wat waren hiervoor de voornaamste inhoudelijke afwijzingsgronden?

3. Hoe schat het college de impact/consequenties in van haar afwijzingen voor de haalbaarheid van plannen de initiatiefnemers, ook in de toekomst? Komt door aflopende termijn wellicht hun financiering in gevaar?

4. Kunnen de afgewezen initiatieven opnieuw een aanvraag indienen, zodra de nieuwe richtlijn gereed is? Zo ja, per wanneer zal dat zijn en wordt dit ook actief naar hen gecommuniceerd?

5. Wanneer verwacht het college de nieuwe richtlijnen gereed te hebben?

Het CDA, CU, D66, GroenLinks en PvdD zijn van mening dat we moeten zoeken naar een evenwicht tussen onze duurzaamheidsambities en de monumentale waarde in de stad.

6. Deelt het college met ons de mening dat wanneer initiatiefnemers kunnen aantonen dat zij zich inzetten voor een zorgvuldige inpassing van zonnepanelen, deze aanvragen moeten kunnen rekenen op steun van de gemeente? En dat we hierbij een Ja, mits-principe zouden moeten toepassen, waar het niet aantasten van de historische uitstraling de voorwaarde is?

Voor zonnepanelen, maar ook andere installaties zoals warmtepompen, is het technisch prima mogelijk om deze op een zodanige wijze te installeren dat ze weer verwijderd kunnen worden zonder dat er schade gedaan wordt aan de monumentale waarden of dat er materiaal verloren gaat, bijvoorbeeld door karakteristieke dakpannen te bewaren.

7. Deelt het college met ons de mening dat alle maatregelen die omkeerbaar zijn, vergunningvrij moeten kunnen worden uitgevoerd?

8. Deelt het college met ons de mening dat de verduurzaming van oude gebouwen juist positief is vanwege bewustwording over duurzaamheid, omdat het inspirerend kan zijn dat zelfs gebouwen met soms lastige bouwconstructies mee kunnen doen in de energietransitie?

9. Deelt het college met ons dat juist investeren in deze monumentale gebouwen, vaak ook plekken van ontmoeting en omzien naar elkaar, bijdraagt aan sociale duurzaamheid in de wijk?

Jantine Zwinkels, CDA
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Jan Wijmenga, CU
Ellen Bijsterbosch, D66
Rachel Heijne, GroenLinks

Indiendatum: 11 jun. 2020
Antwoorddatum: 15 jul. 2020

SV 2020/133

Vorig jaar is aan de raad gecommuniceerd (in een brief van 5 juli 2019) dat de richtlijnen voor zonnepanelen op monumenten en in de beschermde stadsgezichten in 2020 worden herzien, naar aanleiding van een motie in 2018. Ook in de beantwoording van Schriftelijke Vragen over zonnepanelen op schoolgebouwen respectievelijk op monumentale schoolgebouwen (op 3 december en 21 januari) zijn nieuwe richtlijnen aangekondigd. Het CDA, Partij voor de Dieren, CU, D66 en GroenLinks krijgen signalen dat uitgebreid onderbouwde aanvragen van initiatiefnemers tot op vandaag nog steeds worden afgewezen. Een voorbeeld hiervan is de aanvraag van “Kerk en Klooster” op Zuilen. Hun aanvraag is geweigerd omdat de zonnepanelen zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.

1. Hoe komt het dat we zo lang moeten wachten op de evaluatie van de oude richtlijnen? Wat heeft vertraging veroorzaakt?

De evaluatie en de bijbehorende aanpassing van de richtlijnen is voor 2020 voorzien, dat meldden wij ook in onze raadsbrief van 5 juli 2019. en de beantwoording van 2019 nr. 246.

2. Hoeveel aanvragen heeft het college sinds 2018 afgewezen? Wat waren hiervoor de voornaamste inhoudelijke afwijzingsgronden?

Sinds 2018 hebben wij één aanvraag voor zonnepanelen op monumenten formeel geweigerd, dat betrof de Bethelkerk (‘Kerk en Klooster’). De aanvraag voldeed niet aan de richtlijnen, de
zonnepanelen zijn volop zichtbaar op een zeer zichtbare plek in de wijk. Ook de Commissie voor Welstand en Monumenten adviseerde niet in te stemmen met plaatsing van zonnepanelen onder meer omdat daarmee het beeld en de monumentwaarden worden aangetast. Wij streven altijd naar het zoeken van een oplossing in overleg met de eigenaren. En wij wijken in sommige gevallen af van de richtlijnen, enkele voorbeelden hebben wij in de brief van 5 juli 2019 genoemd en in de beantwoording van de Schriftelijke Vragen over zonnepanelen op monumentale schoolgebouwen.

3. Hoe schat het college de impact/consequenties in van haar afwijzingen voor de haalbaarheid van plannen de initiatiefnemers, ook in de toekomst? Komt door aflopende termijn wellicht hun financiering in gevaar?

Er zijn ons geen gevallen bekend waarin de haalbaarheid van plannen in het geding is en evenmin van financieringen. In het geval van de Bethelkerk is het plan ook financieel haalbaar zonder de aangevraagde plaatsing van zonnepanelen, echter energieneutraal maken is niet geheel haalbaar.

4. Kunnen de afgewezen initiatieven opnieuw een aanvraag indienen, zodra de nieuwe richtlijn gereed is? Zo ja, per wanneer zal dat zijn en wordt dit ook actief naar hen gecommuniceerd?

Ja, initiatiefnemers kunnen een nieuwe aanvraag indienen.

5. Wanneer verwacht het college de nieuwe richtlijnen gereed te hebben?

Uiterlijk eind van dit jaar zullen wij de aangepaste richtlijnen vaststellen en u daarover informeren.

Het CDA, CU, D66, GroenLinks en PvdD zijn van mening dat we moeten zoeken naar een evenwicht tussen onze duurzaamheidsambities en de monumentale waarde in de stad.

6. Deelt het college met ons de mening dat wanneer initiatiefnemers kunnen aantonen dat zij zich inzetten voor een zorgvuldige inpassing van zonnepanelen, deze aanvragen moeten kunnen rekenen op steun van de gemeente? En dat we hierbij een Ja, mits-principe zouden moeten toepassen, waar het niet aantasten van de historische uitstraling de voorwaarde is?

Ja, dat is steeds onze inzet geweest, om die reden hebben wij richtlijnen in 2013 vastgesteld, het gaat inderdaad om zorgvuldige inpassing en met behoud van historische waarden van de monumenten en panden in de beschermde stads- en dorpsgezichten. Wellicht ten overvloede, in het geval van deBethelkerk ging het, ook naar het oordeel van de Commissie voor Welstand en monumenten, wel om een aantasting van het beeld en de monumentwaarde.

Voor zonnepanelen, maar ook andere installaties zoals warmtepompen, is het technisch prima mogelijk om deze op een zodanige wijze te installeren dat ze weer verwijderd kunnen worden zonder dat er schade gedaan wordt aan de monumentale waarden of dat er materiaal verloren gaat, bijvoorbeeld door karakteristieke dakpannen te bewaren.

7. Deelt het college met ons de mening dat alle maatregelen die omkeerbaar zijn, vergunningvrij moeten kunnen worden uitgevoerd?

Nee, want ook voor omkeerbare maatregelen geldt dat het in de meeste gevallen gaat om
vergunningplichtige activiteiten volgens landelijke wetgeving, daar kan een gemeente niet van afwijken. Een uitzondering geldt, onder voorwaarden, voor panden zonder monumentenstatus in de rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten. We willen wel de mogelijkheid onderzoeken om sommige energiemaatregelen voor monumenten in het omgevingsplan, binnen de wettelijke kaders, vergunningvrij te maken.

8. Deelt het college met ons de mening dat de verduurzaming van oude gebouwen juist positief is vanwege bewustwording over duurzaamheid, omdat het inspirerend kan zijn dat zelfs gebouwen met soms lastige bouwconstructies mee kunnen doen in de energietransitie?

Ja, dat vinden wij positief. Wij ondersteunen daarom het energiezuinig maken van monumenten, soms ook financieel met de subsidies voor adviezen voor het duurzaam maken van monumenten (DuMosubsidies) en voordelige financieringen. De DuMo-subsidies worden vooral ingezet voor adviezen over energiemaatregelen in bouwtechnisch complexe monumentale panden. Wij hebben vele tientallengrote projecten begeleid waarbij energie en duurzaamheid een belangrijke rol spelen. Wij adviseren en ondersteunen eigenaren mede vanwege de ambities die specifiek voor erfgoed in het klimaatakkoord zijn genoemd, voor 40% CO2-reductie per 2030 en 60% per 2040. In onze brief van 5 juli 2019 zijn die ambities genoemd.

9. Deelt het college met ons dat juist investeren in deze monumentale gebouwen, vaak ook plekken van ontmoeting en omzien naar elkaar, bijdraagt aan sociale duurzaamheid in de wijk?

Ja, we begeleiden om die reden goede initiatieven voor behoud of herbestemming van de
monumenten met een sociaal/maatschappelijke betekenis. Overigens heeft het grootste deel van de monumentale panden een woonfunctie.

Jantine Zwinkels, CDA
Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren
Jan Wijmenga, CU
Ellen Bijsterbosch, D66
Rachel Heijne, GroenLinks