Nog steeds veel ondui­delijk over sanering Neder­eindse Plas


24 juni 2015

Partij voor de Dieren Utrecht heeft antwoord gekregen op haar schriftelijke vragen aan het college van B&W over de ernstige verontreiniging in de Nedereindse Plas. In de antwoorden geeft het college meer informatie over het soort afval dat in de afgelopen decennia gestort is en hoe de gemeente Utrecht de vervuiling gaat saneren. De PvdD wordt door deze informatie niet gerustgesteld. Raadslid Eva van Esch: “Gezien het gevaar voor mens, dier en milieu, vragen wij ons af of een laag grond afdoende is om deze ernstige verontreiniging aan te pakken.”

De vervuilingen in de Nedereindse Plas kwamen vorige maand weer onder de aandacht toen RTV Utrecht een reportage uitzond over stortafval dat aan de oppervlakte kwam buiten de door de gemeente aangewezen saneringsplaats. De plas is sinds de jaren vijftig gebruikt als open stortfront voor zeer verontreinigd en gevaarlijk afval, zo blijkt nu ook uit de beantwoording van de schriftelijke vragen. Er is niet alleen bouwpuin gestort, maar ook chemische laspasta, asbest, mylotheen, aluminiumhydroxide, gevulde verfblikken, metaalhoudend slib, afvalstoffen die onder water door blijven branden (mogelijk fosfor), residuen van een ziekenhuisverbrandingsoven en vuilniszakken met ziekenhuisafval, spuiten en infuusmateriaal. Het college geeft aan dat er mogelijk ook bacterieel besmet en radioactief ziekenhuisafval, röntgenapparatuur, pasteuze drukinkten in vaten en kokers, vaten chroomzuuroplossing en afval van een zeepfabriek gestort zijn, maar dit is niet door politieonderzoek bewezen.

De Partij voor de Dieren vraagt zich af hoe de gemeente Utrecht, na jarenlange mislukte pogingen om de Nedereindse Plas te saneren, tot de conclusie komt dat een laag grond afdoende zal zijn om de oevers met stortafval veilig af te dekken en te isoleren. Ook vraagt de partij zich af waarom de gemeente Utrecht bij haar besluit blijft om slechts een deel van de Nedereindse Plas te saneren, nadat kennisinstituut Deltares, gespecialiseerd in water- en bodemonderzoek, al in 2012 bekend maakte dat de Nedereindse Plas zwaar verontreinigd is en ‘een ernstige bedreiging vormt voor mens en dier’. Van Esch: “In de beantwoording van onze schriftelijke vragen gaat het college alleen in op de sanering van de oevers. Het gaat ons echter ook om de vervuilingen in de plas zélf. Deltares constateerde in 2012 nog hoge concentraties van het zeer giftige Barium in het water van de Nedereindse Plas. De aaneenschakeling van mislukte saneringspogingen uit het verleden stemt ons somber voor de toekomst en de Partij voor de Dieren zal zich bezinnen op vervolgstappen.”

De beantwoording van de schriftelijke vragen over de vervuiling van de Nedereindse Plas vindt u hier.