Monde­linge vragen Grasaren gevaarlijk voor honden


Indiendatum: 25 jun. 2020

Deze week kreeg een aantal partijen waaronder de Partij voor de Dieren en GroenLinks een dringende oproep: “De laatste jaren is er in het openbare groen in Utrecht een grote toename van grasaren. Deze grasaren hebben scherpe zaden met weerhaakjes die met name bij honden in de huid kunnen dringen, voor nare ontstekingen kunnen zorgen, soms zelfs levensgevaarlijk kunnen zijn en de hondeneigenaren op hoge kosten kunnen jagen.” En we kregen ook signalen van katten die hierdoor gewond zijn geraakt, bijvoorbeeld met blijvende schade aan hun ogen.

De gemeente Den Haag waarschuwt ook voor het plantje en zegt [1]: Het plantje komt meestal niet voor tussen het weelderig groeiende kruidenrijke gras dat juist ook zorgt voor de biodiversiteit in de stad. De strook dicht bij het pad die veel belopen en bemest wordt door de hond, is de plek waar het plantje het meeste staat. Daarnaast groeit de grasaar vaak tussen de stoeptegels. Hoe meer ‘mest’ er ligt in de groene gebieden, hoe meer ook de grasaar gaat groeien. Hondenpoep opruimen is overal al een vereiste maar nu ook in het belang van de honden!” Zij roepen mensen op om grasaren zelf te verwijderen, of, als er veel groeien, de gemeente te waarschuwen.

De Partij voor de Dieren en GroenLinks hebben hierover de volgende vragen:

1. Is het in Utrecht ook zo dat de grasaren inderdaad niet in biodiverse kruidenrijke stukken voorkomen, maar juist op stukken waar veel hondenpoep en weinig biodiversiteit te vinden is? Zo nee, wat zijn de ervaringen van het college?

2. Is het college bereid om, net als de gemeente Den Haag, inwoners te informeren over de risico’s voor honden, katten en andere dieren, goed aan te geven dat juist biodiversiteit belangrijk is om deze grasaren tegen te gaan, dat ze hun honden en katten goed moeten checken na buiten te zijn geweest, en dat ze hun hondenpoep goed moeten opruimen, ook in het belang van hun honden? Zo nee, waarom niet?

3. Kan het college toezeggen dat bij toekomstig onderhoud aan/maaien van het groen extra aandacht wordt besteed aan (het verwijderen van) grasaren, terwijl het behoud van biodiversiteit en kruidenrijke stukken gewaarborgd en versterkt wordt? Zo nee, waarom niet?

Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren
Erwin Virginia, GroenLinks

Indiendatum: 25 jun. 2020
Antwoorddatum: 25 jun. 2020

Deze week kreeg een aantal partijen waaronder de Partij voor de Dieren en GroenLinks een dringende oproep: “De laatste jaren is er in het openbare groen in Utrecht een grote toename van grasaren. Deze grasaren hebben scherpe zaden met weerhaakjes die met name bij honden in de huid kunnen dringen, voor nare ontstekingen kunnen zorgen, soms zelfs levensgevaarlijk kunnen zijn en de hondeneigenaren op hoge kosten kunnen jagen.” En we kregen ook signalen van katten die hierdoor gewond zijn geraakt, bijvoorbeeld met blijvende schade aan hun ogen.

De gemeente Den Haag waarschuwt ook voor het plantje en zegt [1]: Het plantje komt meestal niet voor tussen het weelderig groeiende kruidenrijke gras dat juist ook zorgt voor de biodiversiteit in de stad. De strook dicht bij het pad die veel belopen en bemest wordt door de hond, is de plek waar het plantje het meeste staat. Daarnaast groeit de grasaar vaak tussen de stoeptegels. Hoe meer ‘mest’ er ligt in de groene gebieden, hoe meer ook de grasaar gaat groeien. Hondenpoep opruimen is overal al een vereiste maar nu ook in het belang van de honden!” Zij roepen mensen op om grasaren zelf te verwijderen, of, als er veel groeien, de gemeente te waarschuwen.

De Partij voor de Dieren en GroenLinks hebben hierover de volgende vragen:

1. Is het in Utrecht ook zo dat de grasaren inderdaad niet in biodiverse kruidenrijke stukken voorkomen, maar juist op stukken waar veel hondenpoep en weinig biodiversiteit te vinden is? Zo nee, wat zijn de ervaringen van het college?

2. Is het college bereid om, net als de gemeente Den Haag, inwoners te informeren over de risico’s voor honden, katten en andere dieren, goed aan te geven dat juist biodiversiteit belangrijk is om deze grasaren tegen te gaan, dat ze hun honden en katten goed moeten checken na buiten te zijn geweest, en dat ze hun hondenpoep goed moeten opruimen, ook in het belang van hun honden? Zo nee, waarom niet?

3. Kan het college toezeggen dat bij toekomstig onderhoud aan/maaien van het groen extra aandacht wordt besteed aan (het verwijderen van) grasaren, terwijl het behoud van biodiversiteit en kruidenrijke stukken gewaarborgd en versterkt wordt? Zo nee, waarom niet?

Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren
Erwin Virginia, GroenLinks

Voorzitter! Dank voor de vragen. De afgelopen weken heb ik een steile leercurve gehad op het gebied van grasaren. Ik heb er zelfs één in huis gevonden. Ik heb op mijn parttime hond af en toe een grasaar aangetroffen. Dank voor de informatie. Grasaren zijn heel normale dingen. Grassen planten zich daarmee voort. De problematische grasaar is het kruipertje. Dat is een speciaal soort gras. Het kruipertje voelt zich inderdaad niet zo thuis tussen allerlei andere grassen in hooiland, maar voelt zich meer thuis rond paden, bankjes en lantaarnpalen. Dat zijn inderdaad precies de plekken waar honden vaak lopen. Het zijn inheemse planten. De koppeling met biodiversiteit vind ik zelf een beetje gezocht. Het plantje hoort hier gewoon thuis. Het groeit en bloeit in de stad, net als allerlei andere planten. In de eerste plaats valt het onder de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de hond zelf om de hond en de kat goed op grasaren te controleren. Om dit te verbinden aan hondenpoep … ik
denk dat wij ook zonder de grasaar al ontzettend goede redenen hebben om hondenpoep op te ruimen. Dat doe je ook voor de buren en voor alle andere mensen in de buurt. Daar hebben wij de grasaar niet voor nodig. Op internet is al genoeg te vinden over deze problematiek. Ik heb zelf even gegoogled. Ik denk in alle eerlijkheid niet dat mensen speciaal op zoek gaan op de gemeentelijke website om er daar meer informatie over te vinden. Wij zetten in op hooilandbeheer waar dat kan. Het kan niet overal, maar waar het kan, doen wij dat. Wij zien in de capaciteit geen mogelijkheden of anderszins om heel specifiek het kruipertje te bestrijden. Dat doen wij wel met invasieve exoten, maar niet bij een plantje dat hier thuishoort.