Schrif­te­lijke vragen Blunderen met de Begroting deel 2


Schriftelijke vragen 201/2019

Afgelopen vrijdag ontving de raad de antwoorden op schriftelijke vragen ‘Blunderen met de begroting’ (SV 192/2019). Op de vraag of de raad inzicht kan krijgen in de voorstelde besparingsopties antwoordt het college als volgt:

Nee. De inventarisatie betreft niet-gedragen suggesties en formuleringen die niet het standpunt van het college reflecteren. Het delen van dergelijke niet-gedane voorstellen is niet gebruikelijk en levert onnodig ruis en onrust op in de stad. Het op 19 september aan u toegestuurde voorstel voor de besparingsmaatregelen is het gedragen, onderbouwde standpunt van het college. wat wij aan u voorleggen bij de begroting. Ook vinden wij het belangrijk dat de ambtelijke organisatie het vertrouwen voelt om met alle (dus ook onorthodoxe) voorstellen te kunnen komen. Het delen van niet te nemen besluiten draagt niet bij aan dat ambtelijk-bestuurlijke vertrouwen dat nodig is om dergelijke besparingsopgave effectief uit te voeren.

Naar aanleiding hiervan hebben de fracties van VVD, Partij voor de Dieren, PvdA, CDA, Student&Starter, SP, Stadsbelang Utrecht, DENK en PVV de volgende vragen.

In het antwoord op vraagt 10 schrijft het college: "De inventarisatie betreft niet-gedragen suggesties en formuleringen die niet het standpunt van het college reflecteren. Het delen van dergelijke niet-gedane voorstellen is niet gebruikelijk en levert onnodig ruis en onrust op in de stad."

1. Hoe heeft het college vastgesteld dat het om ‘niet-gedragen suggesties en formuleringen’ gaat? Is het college van mening dat de raad uiteindelijk bepaalt wat wel en wat niet gedragen is?

2. Hoe kan het college spreken over ‘niet-gedane’ voorstellen? De voorstellen zijn toch geïnventariseerd en gedaan?

3. Waarom is het delen van voorstellen met de raad ‘niet-gebruikelijk”?

4. Hoe kan de raad beoordelen of het delen van informatie ‘ruis en onrust’ oplevert in de stad?

In het vervolg van het antwoord op vraagt 10 schrijft het college: "Ook vinden wij het belangrijk dat de ambtelijke organisatie het vertrouwen voelt om met alle (dus ook onorthodoxe) voorstellen te kunnen komen. Het delen van niet te nemen besluiten draagt niet bij aan dat ambtelijkbestuurlijke vertrouwen dat nodig is om dergelijke besparingsopgave effectief uit te voeren."

5. Kan het college aangeven waarom het delen van ‘suggesties en formuleringen’ met de raad het vertrouwen van de ambtelijke organisatie zou schaden?

6. Kan het college aangeven hoe de effectiviteit van een besparingsopgave samenhangt met het ‘ambtelijk-bestuurlijke vertrouwen’?

In de Gemeentewet (artikel 169) is de actieve informatieplicht van het college gecodificeerd.

7. Hoe ziet het college de weigering om informatie (vertrouwelijk) met de raad te delen in het licht van het bovenstaande artikel?

8. Kan het college aangeven in hoeverre er strijd is, of kan zijn, met het openbaar belang?

9. Is het college alles overwegend nog steeds van mening dat de gevraagde informatie niet met de raad kan worden gedeeld?

10. Is het college bereid deze vragen een voor een te beantwoorden en dat te doen uiterlijk maandag 14 oktober (met het oog op de raadsvergadering van 17 oktober 2019?)

Antwoorddatum: 14 okt. 2019

Schriftelijke vragen 201/2019

Afgelopen vrijdag ontving de raad de antwoorden op schriftelijke vragen ‘Blunderen met de begroting’ (SV 192/2019). Op de vraag of de raad inzicht kan krijgen in de voorstelde besparingsopties antwoordt het college als volgt:

Nee. De inventarisatie betreft niet-gedragen suggesties en formuleringen die niet het standpunt van het college reflecteren. Het delen van dergelijke niet-gedane voorstellen is niet gebruikelijk en levert onnodig ruis en onrust op in de stad. Het op 19 september aan u toegestuurde voorstel voor de besparingsmaatregelen is het gedragen, onderbouwde standpunt van het college. wat wij aan u voorleggen bij de begroting. Ook vinden wij het belangrijk dat de ambtelijke organisatie het vertrouwen voelt om met alle (dus ook onorthodoxe) voorstellen te kunnen komen. Het delen van niet te nemen besluiten draagt niet bij aan dat ambtelijk-bestuurlijke vertrouwen dat nodig is om dergelijke besparingsopgave effectief uit te voeren.

Naar aanleiding hiervan hebben de fracties van VVD, Partij voor de Dieren, PvdA, CDA, Student&Starter, SP, Stadsbelang Utrecht, DENK en PVV de volgende vragen.

In het antwoord op vraagt 10 schrijft het college: "De inventarisatie betreft niet-gedragen suggesties en formuleringen die niet het standpunt van het college reflecteren. Het delen van dergelijke niet-gedane voorstellen is niet gebruikelijk en levert onnodig ruis en onrust op in de stad."

1. Hoe heeft het college vastgesteld dat het om ‘niet-gedragen suggesties en formuleringen’ gaat? Is het college van mening dat de raad uiteindelijk bepaalt wat wel en wat niet gedragen is?

Het proces is gestart met een brede – louter ambtelijke - inventarisatie van mogelijkheden. Hierbij gold geen enkel kader of richting. Het doel van deze brede uitvraag was om de ambtelijke organisatie te prikkelen om zoveel mogelijk ideeën op te laten leveren. Vanuit dit voorstadium is gekeken naar überhaupt de haalbaarheid van ideeën en de mogelijke consequenties. Zo is toegewerkt naar gewogen voorstellen die haalbaar en uitvoerbaar zijn. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in een voorstel van het
college aan uw raad. Het is uiteraard aan de raad om een besluit te nemen over het voorstel van het college.

2. Hoe kan het college spreken over ‘niet-gedane’ voorstellen? De voorstellen zijn toch geïnventariseerd en gedaan?

De inventarisatie zoals die uitgevoerd is betreft een reeks suggesties van denkrichtingen, die in het verdere proces niet tot een voorstel zijn gekomen. Dit laat zich kwalificeren als ambtelijk voorwerk, dat nog niet rijp is voor de bestuurlijke tafel.

3. Waarom is het delen van voorstellen met de raad ‘niet-gebruikelijk”?

Het delen van voorstellen met de raad is natuurlijk gebruikelijk. In de ambtelijke organisatie wordt echter continu gewerkt aan ideeën en denkrichtingen (variërend van brainstormsessies tot persoonlijke aantekeningen van individuele beleidsmakers). Het is niet gebruikelijk ambtelijke voorbereidingen en verkenningen zonder dat deze een bestuurlijk standpunt zijn te delen met de raad.

4. Hoe kan de raad beoordelen of het delen van informatie ‘ruis en onrust’ oplevert in de stad?

Het is eigen aan het proces van ambtelijke voorbereiding om inschattingen te maken over de impact van voorstellen. Dit vraagt enige beslotenheid en vrijheid om adviezen aan het gemeentebestuur voor te bereiden. Stukken die geen bestuurlijk standpunt zijn kunnen tot ruis en onrust leiden omdat het niet gaat om door het college gevoerd bestuur.

In het vervolg van het antwoord op vraagt 10 schrijft het college: "Ook vinden wij het belangrijk dat de ambtelijke organisatie het vertrouwen voelt om met alle (dus ook onorthodoxe) voorstellen te kunnen komen. Het delen van niet te nemen besluiten draagt niet bij aan dat ambtelijkbestuurlijke vertrouwen dat nodig is om dergelijke besparingsopgave effectief uit te voeren."

5. Kan het college aangeven waarom het delen van ‘suggesties en formuleringen’ met de raad het vertrouwen van de ambtelijke organisatie zou schaden?

De organisatie is opgeroepen om open te brainstormen en daarbij geen onderwerpen te schuwen. Daarbij hoort een zorgvuldige behandeling om al dan niet tot een voorstel te komen, om geen onderwerpen onbesproken te laten.

6. Kan het college aangeven hoe de effectiviteit van een besparingsopgave samenhangt met het ‘ambtelijk-bestuurlijke vertrouwen’?

Zie antwoord 5.

In de Gemeentewet (artikel 169) is de actieve informatieplicht van het college gecodificeerd.

7. Hoe ziet het college de weigering om informatie (vertrouwelijk) met de raad te delen in het licht van het bovenstaande artikel?

De ambtelijke voorbereidingen kunnen niet worden gekwalificeerd als door het college gevoerd bestuur.

8. Kan het college aangeven in hoeverre er strijd is, of kan zijn, met het openbaar belang?

Zie antwoord op vraag 7.

9. Is het college alles overwegend nog steeds van mening dat de gevraagde informatie niet met de raad kan worden gedeeld?

Ja. Het college deelt haar voorstellen met de raad zoals zij dat gebruikelijk is bij beleids- en begrotingsprocessen.

10. Is het college bereid deze vragen een voor een te beantwoorden en dat te doen uiterlijk maandag 14 oktober (met het oog op de raadsvergadering van 17 oktober 2019?)

Ja