Schrif­te­lijke vragen Ganzen in Utrecht


Indiendatum: 8 jul. 2020

Schriftelijke vragen 160/2020

Bij de Schonauwensingel in Hoograven leven op dit moment 43 ganzen bij het water, waarvan 42 volwassenen en (slechts) 1 jong. Dat is een onnatuurlijke samenstelling. Ter plaatse zijn meerdere kapotte en verlaten eieren en dode kuikens aangetroffen. Er gaan verschillende verhalen rond over de inbreng van de gemeente en bewoners: de gemeente zou niets doen met betrekking tot ‘ganzenbeheer’, anderen zeggen dat er wel regelmatig iemand langskomt die ganzeneieren ‘inspuit met een substantie’, zodat ze niet uitkomen, en er is ook sprake van ‘beheer’ door bewoners. Het is ons dus niet duidelijk wat hier gaande is.

Op meerdere plaatsen in Utrecht leven groepen ganzen en in Park Transwijk zijn dit bijvoorbeeld 32 volwassen ganzen en 22 jongen. Nogal een verschil met Hoograven dus.

1. Hoe verklaart het college dat er bij de Schonauwensingel 42 volwassen ganzen en slechts 1 jong leven en in Park Transwijk 32 volwassenen en 22 jongen? En hoe ziet deze samenstelling er op andere plekken in de gemeente uit?

2. In hoeverre voert de gemeente zelf actief beleid rond de ganzenpopulaties in Utrecht? Welke middelen en welke bedrijven zet de gemeente in ten aanzien van ganzenpopulaties in onze gemeente en mogelijk om de gemeente heen (bijvoorbeeld op de landgoederen)? Is er een eenduidig beleid of wordt er per locatie gekeken hoe het met de ganzen gaat?

3. In hoeverre heeft de gemeente zicht op het ‘bestrijden’ en doden van ganzen door particulieren en/of door particulieren ingehuurde bestrijdingsbedrijven? Is het niet zo dat bestrijding door particulieren en mogelijk ook bestrijdingsbedrijven illegaal is en dat er tegen opgetreden moet worden door de politie? Zo nee, waarom niet?

4. In hoeverre heeft het college zicht op de ‘bestrijding’ van ganzenpopulaties op andere plekken dan de Schonauwensingel in Utrecht? Zowel wilde migrerende ganzen als ganzen die altijd op die plek blijven?

Ongeveer 10 jaar geleden zijn op de Schonauwensingel ganzen weggevangen en vermoedelijk gedood. Hier zou de gemeente verantwoordelijk voor zijn geweest.

5. Is dit vaker gebeurd en zo ja, wanneer en door wie? Kan het college toezeggen dat dit nooit meer zal gebeuren en dat dit ook vastgelegd wordt in de Nota Dierenwelzijn? En zijn de ganzen inderdaad gedood, verkocht aan een commercieel bedrijf of anders?

Jacht op ganzen
De provincie heeft een ontheffing verleend voor het afschieten van ganzen in Polder Rijnenburg. De Partij voor de Dieren heeft deze ontheffing ingezien en heeft hierover een aantal vragen:

6. Is met de gemeente Utrecht overlegd over deze ontheffing/is het college hiervan op de hoogte?

7. Heeft het college bezwaar gemaakt tegen het doden van ganzen in Polder Rijnenburg en heel de gemeente Utrecht? Zo nee, waarom niet?

8. Waar in de gemeente Utrecht worden nog meer ganzen gedood door de provincie en anderen en wat is de mening van het college over het doden van ganzen door de provincie (en anderen) op Utrechts grondgebied?

9. Is het college bereid bezwaar aan te tekenen tegen het bejagen van ganzen door de provincie en andere entiteiten (zoals het Rijk, en voor Schiphol) op gemeentelijk grondgebied, nu en ook in de toekomst? Zo nee, waarom niet?

10. In hoeverre zijn alternatieven voor het doden van de ganzen in Polder Rijnenburg onderzocht, zoals het weglokken naar voor ganzen aantrekkelijker gebieden met bijvoorbeeld witte klaver?

11. Is het college bereid deze alternatieven toe te passen in Polder Rijnenburg en andere plekken waar volgens de provincie overlast van ganzen zou zijn? Zo nee, waarom niet?

De provincie Groningen stelt dat afschieten geen zin heeft, omdat de populatie zich dan razendsnel herstelt. Dat wordt door diverse onderzoeken ondersteund.

12. Is het college bereid om deze visie van de provincie Groningen over te brengen naar de provincie Utrecht, en daarbij de boodschap toe te voegen dat het bejagen van ganzen zeer dieronvriendelijk is, omdat het vangen en doden bepaald niet zachtzinnig gebeurt en veel dierenleed oplevert, en het ook gewoon geen zin heeft? Zo nee, waarom niet?

Faunabeheereenheid Utrecht is onder meer samen met de Dierenbescherming een pilot begonnen op Papendorp voor een preventieve aanpak rond grauwe ganzen, in plaats van het doden van deze migrerende dieren. Ook deze Faunabeheereenheid lijkt nu in te zien dat het doden van ganzen geen enkele zin heeft.

13. In hoeverre is het college op de hoogte van deze pilot en in hoeverre wordt de gemeente Utrecht bij deze pilot betrokken? Heeft het college bijvoorbeeld al aangegeven dat wat haar betreft een preventieve aanpak altijd beter is dan het doden van deze dieren? Zo nee, welke rol ziet het college voor zichzelf weggelegd bij deze pilot?

Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren

Indiendatum: 8 jul. 2020
Antwoorddatum: 8 sep. 2020

Schriftelijke vragen 160/2020

Bij de Schonauwensingel in Hoograven leven op dit moment 43 ganzen bij het water, waarvan 42 volwassenen en (slechts) 1 jong. Dat is een onnatuurlijke samenstelling. Ter plaatse zijn meerdere kapotte en verlaten eieren en dode kuikens aangetroffen. Er gaan verschillende verhalen rond over de inbreng van de gemeente en bewoners: de gemeente zou niets doen met betrekking tot ‘ganzenbeheer’, anderen zeggen dat er wel regelmatig iemand langskomt die ganzeneieren ‘inspuit met een substantie’, zodat ze niet uitkomen, en er is ook sprake van ‘beheer’ door bewoners. Het is ons dus niet duidelijk wat hier gaande is.

Op meerdere plaatsen in Utrecht leven groepen ganzen en in Park Transwijk zijn dit bijvoorbeeld 32 volwassen ganzen en 22 jongen. Nogal een verschil met Hoograven dus.

1. Hoe verklaart het college dat er bij de Schonauwensingel 42 volwassen ganzen en slechts 1 jong leven en in Park Transwijk 32 volwassenen en 22 jongen? En hoe ziet deze samenstelling er op andere plekken in de gemeente uit?

Omdat er geen actief monitoringsbeleid wordt uitgevoerd op de ganzenpopulaties in de stad, is er ook geen concreet toezicht op de samenstelling van de populaties. De geconstateerde verschillen kunnen we niet verklaren.

2. In hoeverre voert de gemeente zelf actief beleid rond de ganzenpopulaties in Utrecht? Welke middelen en welke bedrijven zet de gemeente in ten aanzien van ganzenpopulaties in onze gemeente en mogelijk om de gemeente heen (bijvoorbeeld op de landgoederen)? Is er een eenduidig beleid of wordt er per locatie gekeken hoe het met de ganzen gaat?

De gemeente voert geen actief lokaal beleid uit rond de ganzenpopulaties in de stad. Per locatie kijken we hoe het met de ganzen gaat. Zo zijn we bij de Schonauwensingel in gesprek met een organisatie die ganzen opvangt, om te kijken of zij vanuit hun expertise advies kunnen geven over het beperken van de populatie. Ook wordt in Overvecht en Kanaleneiland een proef uitgevoerd met stenen broodbakken, om het dumpen van brood te voorkomen. Als vervolg op een eerdere proef met containers van plastic, is nu gekozen voor stenen broodbakken die niet verplaatsbaar zijn. Als de proef succesvol is, kan worden gekeken of de broodbakken ook op andere plekken worden geplaatst.

3. In hoeverre heeft de gemeente zicht op het ‘bestrijden’ en doden van ganzen door particulieren en/of door particulieren ingehuurde bestrijdingsbedrijven? Is het niet zo dat bestrijding door particulieren en mogelijk ook bestrijdingsbedrijven illegaal is en dat er tegen opgetreden moet worden door de politie? Zo nee, waarom niet?

Wij hebben hier beperkt zicht op. We onderstrepen dat de ‘bestrijding’ en doden van ganzen door, of in opdracht van, particulieren illegaal is. Wanneer dit zich voordoet en bewoners constateren dit, kan er melding gemaakt worden bij 144 “red een dier”. Meldingen die bij dit landelijk meldnummer 144 binnenkomen, worden in eerste instantie doorgegeven aan de politie. Als deze een overtreding constateert, volgt strafrechtelijke vervolging. Zoals bekend is de gemeente daarin geen bevoegd gezag.

4. In hoeverre heeft het college zicht op de ‘bestrijding’ van ganzenpopulaties op andere plekken dan de Schonauwensingel in Utrecht? Zowel wilde migrerende ganzen als ganzen die altijd op die plek blijven?

Zie beantwoording vragen 1 en 3.

Ongeveer 10 jaar geleden zijn op de Schonauwensingel ganzen weggevangen en vermoedelijk gedood. Hier zou de gemeente verantwoordelijk voor zijn geweest.

5. Is dit vaker gebeurd en zo ja, wanneer en door wie? Kan het college toezeggen dat dit nooit meer zal gebeuren en dat dit ook vastgelegd wordt in de Nota Dierenwelzijn? En zijn de ganzen inderdaad gedood, verkocht aan een commercieel bedrijf of anders?

Uit de archieven blijk dat in ieder geval in 2004 opdracht is gegeven om ganzen te vangen en te herplaatsen. Wat er met de ganzen precies is gebeurd kunnen we niet achterhalen. In een meer recent verleden (2013, 2014 en 2015) is opdracht gegeven voor het diervriendelijk nestbeheer van de ganzen op de Linschotersingel / Schonauwensingel. In de Nota Dierenwelzijn staat als uitgangspunt opgenomen dat jacht uitsluitend als laatste redmiddel wordt ingezet, dus als andere maatregelen onvoldoende effect hebben. Daarmee is voor ons voldoende vastgelegd dat preventieve maatregelen, zoals diervriendelijk nestbeheer, altijd de eerste voorkeur hebben.

Jacht op ganzen
De provincie heeft een ontheffing verleend voor het afschieten van ganzen in Polder Rijnenburg. De Partij voor de Dieren heeft deze ontheffing ingezien en heeft hierover een aantal vragen:

6. Is met de gemeente Utrecht overlegd over deze ontheffing/is het college hiervan op de hoogte?

Nee, hierover heeft geen overleg plaatsgevonden. Het verstrekken van ontheffingen is een bevoegdheid van de provincie Utrecht. De provincie geeft ontheffingen Wet natuurbescherming, onderdeel beheer en schadebestrijding, af aan de Faunabeheereenheid Utrecht (FBE), die deze vervolgens ‘doorschrijft’ aan de individuele jachtaktehouders via het zogeheten FaunaRegistratieSysteem (FRS). Het is dus niet zo dat er ontheffingen op gemeentelijk gebiedsniveau worden verleend. Ganzen trekken zich over het algemeen niet veel aan van gemeentegrenzen. Voor de ganzen zijn er meerdere ontheffingen afgegeven, bijvoorbeeld op specifieke ganzensoorten om de populatie te verminderen of op andere specifieke gronden, zoals bijvoorbeeld voor soorten die niet inheems of verwilderd zijn. Dan zijn er ook nog specifieke ontheffingen afgegeven voor bijvoorbeeld het vangen van ganzen in de ruiperiode of voor legselbehandeling (om te voorkomen dat er extra natuurlijke aanwas is). Kortom, er is een grote diversiteit van ontheffingen die niet specifiek aan locaties binnen de gemeentegrens zijn gebonden.

7. Heeft het college bezwaar gemaakt tegen het doden van ganzen in Polder Rijnenburg en heel de gemeente Utrecht? Zo nee, waarom niet?

Zoals in de beantwoording van vraag 6 geschetst zijn wij niet bekend met een specifieke ontheffing in Polder Rijnenburg zoals in de vraag beschreven.

8. Waar in de gemeente Utrecht worden nog meer ganzen gedood door de provincie en anderen en wat is de mening van het college over het doden van ganzen door de provincie (en anderen) op Utrechts grondgebied?

Zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 6, is er een grote diversiteit aan ontheffingen. Deze houden we niet bij. Conform de nota dierenwelzijn zien we de jacht als het uiterste middel als andere maatregelen onvoldoende effect hebben.

9. Is het college bereid bezwaar aan te tekenen tegen het bejagen van ganzen door de provincie en andere entiteiten (zoals het Rijk, en voor Schiphol) op gemeentelijk grondgebied, nu en ook in de toekomst? Zo nee, waarom niet?

Zoals in antwoord 6 aangegeven zijn de ontheffingen niet specifiek aan één locatie gebonden. In de Nota Dierenwelzijn is vastgelegd dat de gemeentelijke focus ligt op datgene waar we controle of invloed kunnen uitoefenen en/of verschil denken te maken. Zo zijn we in gesprek met de gebruikers van de beheersovereenkomsten van de gemeentelijke gronden op Strijkviertel. Hierin wordt gestimuleerd geen gebruik te maken van de geldende ontheffingen, gedurende de looptijd van de gebruiksovereenkomst. We wijzen ze daarbij op de alternatieve methoden om de ganzenpopulaties beheersbaar te houden. De provincie heeft vergelijkbare afspraken gemaakt met de gebruikers van de
provinciale gronden.

10. In hoeverre zijn alternatieven voor het doden van de ganzen in Polder Rijnenburg onderzocht, zoals het weglokken naar voor ganzen aantrekkelijker gebieden met bijvoorbeeld witte klaver?

De provincie Utrecht zoekt naar alternatieve / preventieve methoden om de schade door ganzen terug te dringen. Het weglokken van de ganzen naar aantrekkelijker gebieden is er daar één van. Voor zover ons bekend is dit, of een ander alternatief, niet in Polder Rijnenburg toegepast. Sowieso schrijft de wet voor dat bij het verminderen van ganzenpopulaties eerst twee preventieve methoden worden toegepast. Zo onderzoekt de provincie nu bijvoorbeeld een pilot met varkens die in een afgegrensd gebied ganzeneieren opeten. Ook kan gekozen worden voor een andere inrichting van het groen. De provincie gaat het ganzenbeleid de komende tijd evalueren en zal daarbij alle alternatieve methoden die zijn getest tegen het licht houden.

11. Is het college bereid deze alternatieven toe te passen in Polder Rijnenburg en andere plekken waar volgens de provincie overlast van ganzen zou zijn? Zo nee, waarom niet?

Grondeigenaren of gebruikers van de gronden zullen deze alternatieven moeten gaan toepassen onder bevoegd gezag van de provincie. Zie ook de beantwoording van vraag 10.

De provincie Groningen stelt dat afschieten geen zin heeft, omdat de populatie zich dan razendsnel herstelt. Dat wordt door diverse onderzoeken ondersteund.

12. Is het college bereid om deze visie van de provincie Groningen over te brengen naar de provincie Utrecht, en daarbij de boodschap toe te voegen dat het bejagen van ganzen zeer dieronvriendelijk is, omdat het vangen en doden bepaald niet zachtzinnig gebeurt en veel dierenleed oplevert, en het ook gewoon geen zin heeft? Zo nee, waarom niet?

In onze gesprekken met de provincie brengen we de uitgangspunten uit de nota Dierenwelzijn naar voren brengen en zoeken we gezamenlijk naar andere maatregelen om ganzenoverlast in te perken. Over de visie van de provincie Groningen met betrekking van het afschieten van de ganzen en het herstel van de populatie kunnen wij geen oordeel geven omdat wij geen expertise in huis hebben op dit vlak.

Faunabeheereenheid Utrecht is onder meer samen met de Dierenbescherming een pilot begonnen op Papendorp voor een preventieve aanpak rond grauwe ganzen, in plaats van het doden van deze migrerende dieren. Ook deze Faunabeheereenheid lijkt nu in te zien dat het doden van ganzen geen enkele zin heeft.

13. In hoeverre is het college op de hoogte van deze pilot en in hoeverre wordt de gemeente Utrecht bij deze pilot betrokken? Heeft het college bijvoorbeeld al aangegeven dat wat haar betreft een preventieve aanpak altijd beter is dan het doden van deze dieren? Zo nee, welke rol ziet het college voor zichzelf weggelegd bij deze pilot?

We zijn op de hoogte van deze pilot. De eerste stap was dat in opdracht van de Dierenbescherming een inventarisatie is gedaan van het aantal ganzen en de soorten op een aantal locaties, waaronder Papendorp. Uiteindelijk is gekozen voor een locatie in Amersfoort om de pilot uit voeren. We zullen de
provincie wijzen op deze pilots en vragen of ze die meenemen bij de evaluatie van het ganzenbeleid voor zover dit nu niet al het geval is.

Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren