Commis­sie­bij­drage Raads­brief Visie biomas­sa­ge­bruik


18 maart 2021

De Partij voor de Dieren is altijd tegenstander geweest van het verbranden van hout en bomen om daar warmte uit te halen. Er worden tegenwoordig voorwaarden aan gesteld: zoals een 'duurzaam' beheerd bos en het gebruik van resthout. Maar er kleven enorme nadelen aan biomassa: bossen worden leeggekapt, de ecologie heeft resthout nodig, bomen worden met vervuilende schepen vervoerd vanuit verre gebieden, en/of met tientallen vrachtwagens per dag naar verbrandingsovens gebracht, waar ze hitte opleveren, maar ook vieze lucht (stikstof, fijnstof), die afgevangen moet worden met filters. En dit zou dan bijdragen aan CO2-reductie, want 'we verbranden geen fossiele bronnen'. Terwijl bij het verbranden van bomen ook CO2 vrijkomt die met een rekentruc gegreenwasht wordt. Ondertussen rukt het aantal biomassacentrales zodanig op dat er onvoldoende hout beschikbaar is om te voldoen aan eerder genoemde duurzaamheidscriteria, die niet strikt zijn en ook niet goed gecontroleerd worden, met sjoemelen als gevolg.

Voorzitter, gelukkig komt het gebruik van biomassa steeds meer onder vuur te liggen.

Middels schriftelijke vragen, moties, bijdragen en interrupties heeft de Partij voor de Dieren gepoogd om het gebruik van houtige biomassa in Utrecht te voorkómen en aan banden te leggen. Vandaag hebben we het als een separaat onderwerp geagendeerd, en wat ons betreft valt het uiteen in drie delen: nieuwe centrales, rapportage huidige BioWarmteCentrale en de zogeheten kwaliteitsverklaring

En als afbakening: de vergunning voor Eneco voor inmiddels twee biomassawarmtecentrales is verleend en brengen we vandaag niet ter discussie. En nu de raad inmiddels de Transitievisie Warmte heeft ontvangen, bespreken we de toekomstige inzet -en wat ons betreft de beperking- van biomassa bij stadsverwarming bij dat raadsvoorstel.

1. Toestaan van nieuwe biomassacentrales voor bijvoorbeeld industrie en bedrijven.
De coalitie torpedeerde een motie
om biomassa niet op te nemen in de RES en kwam met een eigen motie die als legitimering gebruikt werd voor vergunnen van een biomassacentrale voor een vervuilende asfaltfabriek. En daarvoor al is een pelletkachel vergund voor een tijdelijk hotel op de Kromhoutkazerne. De Partij voor de Dieren wil dat we hiermee stoppen. Voorstanders van biomassa zeggen dat er geen alternatieven zin, maar moeten we de centrales dan zomaar accepteren?

In het debat over Utrecht Kiest voor Schone Lucht was het reactie van het college dat weigeren van nieuwe vergunningen niet mogelijk is vanwege vigerende bestemmingsplannen. Dat stelde ons teleur, en een doel van dit debat is dan ook wat ons betreft dat het juridisch mogelijk wordt dat nieuwe aanvragen voor biomassacentrales geweigerd gaan worden. Daarom:

  • Is het college bereid om het mogelijk te maken dat aanvragen geweigerd kunnen worden? Wat is hiervoor nodig? Nieuwe wetgeving, of een uitspraak van de raad? Is het college bereid uit te zoeken wat nodig is en dit aan de raad voor te leggen?
  • In dat tweede geval: zijn andere fracties bereid om uit te spreken dat nieuwe biomassacentrales voor bedrijven en industrieën onwenselijk zijn en/of een motie met dit doel te steunen? Doel is wat ons betreft dat Utrecht openlijk uitspreekt en uitdraagt dat nieuwe centrales niet welkom zijn. Nijmegen heeft vorig jaar al een streep door biomassa gezet.

2. De in werking zijnde biowarmtecentrale hebben we geagendeerd vanwege de verplichting te rapporteren over wat er in en uit de centrale gaat. De raad kreeg inzicht in deze rapportage, maar dat was vooral een summiere samenvatting, waardoor het daarmee niet controleerbaar is of Eneco zich aan duurzaamheidseisen en uitstootlimieten houdt. Als voorbeeld: in Amsterdam worden emmissierapporten van de AEB niet openbaar gemaakt, maar inmiddels is wel duidelijk dat er teveel uitstoot van ammoniak is.

We hebben aan het college de volgende vragen:

  • Is het college bereid om de rapportage van Eneco openbaar te maken – al dan niet via de provincie - eventueel minus bedrijfsvertrouwelijke informatie?
  • In de samenvatting zien we namen van allerlei bedrijven die checks hebben gedaan. Durft het college te zeggen dat het hier gaat om 100% onafhankelijke checks op mogelijke wanordelijkheden?
  • Durft het college vandaag uit te spreken dat de biomassawarmtecentrale zich daadwerkelijk houdt aan eisen en limieten en dat misstanden in Utrecht niet aan de orde zijn, en ook niet zullen zijn nu de Utrechtse biowarmtecentrale op volle kracht draait?

3. Een laatste en technisch ingewikkeld onderwerp is de verklaring die Eneco afgeeft over de kwaliteit van stadsverwarming. Middels schriftelijke vragen hebben wij en het college een soort welles nietes spelletje gevoerd over de verklaring die iets zegt over het rendement van stadsverwarming. Eneco gebruikt een hoog rendement, met als gevolg dat ontwikkelaars van nieuwbouw hoger scoren als het om BENG gaat. Inmiddels hebben we een onafhankelijke doorrekening van de kwaliteitsverklaring die aantoont dat door het gebruik van deze verklaring stadsverwarming duurzamer is op papier dan in het echt.

Rekenen met een hoog rendement voor stadsverwarming betekent dat de projectontwikkelaar minder hoeft uit te geven aan bijvoorbeeld zonnepanelen om aan de steeds strengere eisen te voldoen voor energiezuinigheid. Dat is fijn voor de projectontwikkelaar, maar kost de bewoner rond de 600 euro per jaar extra voor energie en geeft ook flink veel extra CO2 uitstoot.

    Oftewel: door de verklaring belasten we ons klimaat en inwoners. Het college zegt steeds de verklaring te moeten accepteren, maar uit jurisprudentie blijkt dat dit niet hoeft.

    Op dit punt hebben we ook enkele vragen:

    • Wat vindt het college van de doorberekeningen van de second opinion van bureau Zorn? En onderschrijft het college de conclusie dat nieuwbouw minder duurzaam, maar wel duurder wordt door het erkennen van de verklaring?
    • Is het college bereid om de verklaring van Eneco niet te erkennen, of op een andere manier, bijvoorbeeld via gesprekken met Eneco, te komen tot een andere oplossing, bijvoorbeeld het meer realistisch maken van de verklaring die wél de gewenste mate van duurzaamheid en gebruikskosten regelt?
    • Zo nee, dan kom ik met een actuele motie die dit regelt.

    En dan nog een allerlaatste vraag: in de raadsbrief Visie biomassagebruik in Utrecht valt ook de term ‘dierlijk materiaal’ in de definitie van biomassa. Graag een toezegging dat in Utrecht nooit vergund wordt dat dierlijk materiaal verbrand mag worden in een biomassacentrale.