Commis­sie­bij­drage Voor­jaarsnota 2019 groen en dieren­welzijn


27 juni 2019

Zelfbeheerders hofjes en tuinen

De Partij voor de Dieren vindt het belangrijk dat niet alleen kinderen, maar ook volwassenen betrokken worden en blijven bij de natuur in hun omgeving. Gelukkig is hiervoor al wel wat aanbod in de stad, zoals informatieavonden van Utrecht Natuurlijk. Maar volgens de PvdD is er nog een flinke slag te maken in de verankering en uitbreiding hiervan. En overigens niet alleen volgens ons, maar ook volgens zelfbeheerders van hofjes en tuinen die ons hierover berichtten.

Door een intensievere ondersteuning van zelfbeheerinitiatieven, valt nog een kwaliteits- en misschien ook wel kwantiteitsslag te maken. Dit komt de biodiversiteit in de stad ten goede.

Conferenties, kennis- en netwerkbijeenkomsten zijn een goed middel om zelfbeheerinitiatieven te ondersteunen, waarderen, enthousiast te houden en om kennis uit te wisselen. Incidenteel hebben deze de afgelopen jaren wel eens plaatsgevonden (in 2013 en 2017). Vraag aan de wethouder: wat is ervoor nodig om dit structureel te maken? En is de wethouder bereid om daarbij naast aandacht voor het onderhoud van stadsnatuur, ook organisatorische expertise met betrekking tot zelfbeheer te laten delen? Want ook daar is behoefte aan.

Naast het delen van expertise (kwaliteit) is een slag te maken in kwantiteit: zowel het aantal deelnemers per initiatief, alsook het aantal initiatieven, kan groeien door zelfbeheerinitiatieven bekender te maken. Kan de wethouder toezeggen een plan te maken voor uitwisseling en communicatie tussen zelfbeheergroepen onderling, en tussen zelfbeheergroepen en de stad?

Operatie Steenbreek
Dan door naar Operatie Steenbreek. Want de PvdD ziet wel dat de gemeente in communicatiekanalen enthousiast vertelt dat we meedoen aan Operatie Steenbreek, maar wij willen natuurlijk graag weten wat er dan concreet met onze aangenomen motie Steenbreek gedaan wordt. Kan de wethouder ons hier meer over vertellen? Wat betekent deelname en wat levert het op? En kunnen we de gemeentelijke deelname nóg meer inzetten om ook inwoners en bedrijven te stimuleren maatregelen te nemen voor vergroening?

Ecologische bermen
Ons volgende punt gaat over het maaibeleid/het ecologisch beheren van bermen. Supergoed natuurlijk als we voor de ecologie grassen, bloemen en kruidenmengsel laten staan, maar wij denken dat het nog mooier is als je ook mensen laat weten waaróm we dit doen. Als voorbeeld de prachtige bermen langs de Oosterspoorbaan. Is het een idee om op enkele ecologisch beheerde bermen een bordje te plaatsen waaróm de berm er zo ‘wild’ uitziet? Goed voorbeeld doet goed volgen, zou je kunnen denken.

Keurmerk Vlinderstichting
Als we het dan toch over het bevorderen van de biodiversiteit hebben, dan is het natuurlijk uitgesloten dat wij niet meedoen aan het Kleurkeur van de Vlinderstichting. Het Kleurkeur is dit jaar gelanceerd en Utrecht kan natuurlijk niet achterblijven. Is de wethouder bereid zich aan te melden voor het keurmerk, voor zover het onderhoud betreft dat de gemeente zelf uitvoert?

En wanneer de gemeente opdrachtgever is, kan de wethouder toezeggen om in de gunningscriteria voor aanbesteding van groenbeheer op te nemen dat Kleurkeur-deelnemers hoger scoren?

De Partij voor de Dieren wil dat in aanbestedingsprocedures voor groenbeheer kwaliteit en biodiversiteit zwaarder wegen dan de laagste kosten en overweegt hierop een motie.

Dan verder met geveltuintjes
Want de gemeente bevordert de aanleg van geveltuintjes en boomspiegeltuintjes door stadbewoners. Gelukkig ziet ook het college in dat boomspiegel- en geveltuintjes van toegevoegde waarde zijn, zowel op sociaal vlak als voor de biodiversiteit. Er is ondersteuning en informatie beschikbaar via de gemeentelijke website en via Utrecht Natuurlijk en mensen kunnen een beroep doen op het initiatievenfonds voor financiering.

Toch blijven veel kansen liggen en weet het merendeel van de inwoners zijn/haar weg naar deze informatie en financiering niet te vinden.

Kan de wethouder toezeggen om inzichtelijk te maken hoeveel geveltuinen en boomspiegeltuintjes er per jaar worden aangelegd dmv deze subsidie?

Wijkgroenplannen
Het laatste wijkgroenplan is af en daarom lijkt het de PvdD tijd voor een evaluatie van deze wijkgroenplannen. Hebben ze bijgedragen aan groenere wijken? Wat voor nieuwe kansen hebben de wijkgroenplannen geboden voor toename in kwantiteit en kwaliteit van groen in de desbetreffende wijken? Op basis van deze evaluatie willen wij graag bekijken of er een vervolg kan worden gegeven aan de wijkgroenplannen. Is het college bereid een evaluatie uit te voeren naar de wijkgroenplannen? Met als doel om te weten te komen of de wijkgroenplannen ook echt groenere wijken hebben opgeleverd.

Door naar ons 7de punt. Wij willen graag inzicht in de kwantitatieve ontwikkeling van niet-vergunningplichtig groen. We zullen even uitleggen wat we hiermee bedoelen:

Bomen worden in Utrecht steeds beter beschermd en daar is de Partij voor de Dieren blij mee.

Een ontwikkeling die we echter ook opmerken, is dat al het groen dat níet door vergunningen beschermd wordt, het steeds vaker moet ontgelden. Over groen dat niet door vergunningen beschermd is wordt niet (of nauwelijks) met bewoners gecommuniceerd, het mag zomaar weggevaagd worden, en er geldt geen compensatieplicht. Terwijl ook struikgewas, bosplantsoen en bomen die nog jong of dun zijn, waardevol zijn voor de gezondheid van onze inwoners en bijvoorbeeld voeding of een schuilplaats kunnen bieden aan dieren.

Ik noem hier als voorbeeld het Kruisvaartkwartier, waar bewoners zonder resultaat aan de bel trokken omdat er grote hoeveelheden groen werden weggevaagd. Een ander voorbeeld zijn de plannen voor de woningbouw aan de Opaalweg, waarin in de plannen al beschreven wordt dat niet al het groen gecompenseerd hoeft te worden “omdat het niet vergunningplichtig is”.

Ook al is er geen vergunning nodig om het te verwijderen, is het wel van grote waarde en daarom willen we er inzicht in.

Kan de wethouder toezeggen inzichtelijk te maken hoe de hoeveelheid bosplantsoen, struweel, en ander groen dat in gemeentebezit is en door de gemeente onderhouden wordt, zich kwantitatief ontwikkelt: hoe vaak wordt er groen verwijderd en (hoe) wordt dat gecompenseerd?

Kan de wethouder toezeggen om zich beter in te zetten voor ook de bescherming van niet-vergunningplichtig groen? Dat kan om te beginnen binnen zijn eigen college, want de collega’s van deze wethouder brengen regelmatig bouwplannen naar de raad waarin ook dit groen het moet ontgelden.

Nog even door op het niet-vergunningsplichtige groen en dan vanuit de hoek van de woningbouwcoöperaties. Een voorbeeld uit mijn eigen wijk. Naar aanleiding van een renovatieproject van Mitros stonden veel huizen in mijn wijk te wachten op nieuwe bewoners. Tot mijn grote schrik zorgt Mitros er met een kettingzaag voor dat nieuwe bewoners beginnen met een kale tuin in plaats van met een al mooie groene tuin. Beleid van Mitros, werd mij meegedeeld bij navraag. Het beleid van Mitros is dus om groen te verwijderen, omdat dit nu eenmaal regel is. Hiermee verdwijnt waardevol, opnieuw niet-vergunningsplichtig groen. Uit onze schriftelijke vragen eerder dit jaar leek het college niet happig om hier een bijdrage aan te leveren, maar dit blijft ons niet lekker zitten. Eeen nieuwe poging. Is het college bereid dit onder de aandacht bij alle woningbouwcoöperaties te brengen tijdens de (jaarlijkse) gesprekken met de coöperaties? En zo ja, hiervan een terugkoppeling te geven aan de raad?

En last but not least, broodvergisters
Omdat we in september in een RIB de nieuwe Nota Dierenwelzijn bespreken en even daarna in een commissie en in de raad, beperken we ons bij deze Voorjaarsnota tot het volgende punt:

Tijdens de bespreking van Voorjaarsnota 2018 sprak de Partij voor de Dieren haar wens uit voor een broodvergister in iedere wijk in Utrecht. Wethouder van Hooijdonk reageerde door te zeggen dat het dumpen van voedsel een ergernis van velen in de stad is en dat er in Kanaleneiland een proef liep of loopt met een broodvergister. Wanneer uit de evaluatie een positief resultaat komt, zou dat volgens haar een oplossing kunnen zijn op andere locaties met dezelfde problematiek. Het college zou dan nagaan of dit is uit te rollen, maar we hebben hier tot nu toe niets meer over gehoord.

Vorige week werden wij door een zeer bezorgde inwoner van Overvecht gebeld dat er in Park de Gagel ontzettend veel grote broden in de eendenvijver worden gedumpt. Hij ruimt ze – ondanks gezondheidsproblemen - noodgedwongen op, omdat anderen, ook de gemeente, het niet doen, en hij zich zorgen maakt over de gezondheid van de dieren. Er staat wel een verbodsbord, maar die is nauwelijks te zien en werkt dus ook niet.

Hoe staat het nu met de pilot met de broodvergister in Kanaleneiland, en vindt het college het niet hoog tijd om broodvergisters in alle wijken uit te rollen en hier een communicatie- en educatietraject aan te koppelen voor bewoners, te beginnen met Overvecht en Lombok, omdat daar de meeste meldingen van brooddumpingen vandaan komen?