Raads­bij­drage Tran­si­tie­visie Warmte deel I


3 juni 2021

Voorzitter, laten we meteen twee ouwe koeien uit de sloot halen. De toekomst is fossielvrij, en met een visie red je de wereld niet.

Hiermee kom ik dan gelijk tot bij de kern van wat we vinden van de Transitievisie Warmte deel I. We onderschrijven het uitgangspunt dat we stoppen met gas als bron van warmte. En de gekozen uitgangspunten van betaalbaarheid, robuustheid en geen gedoe vinden we goed.

En in een visie als deze mist mijn fractie de nodige actie. De klimaatcrisis vraagt erom dat onze uitstoot van broeikasgassen zo snel mogelijk en zoveel mogelijk beperken.

Hierbij is de overstap naar duurzame warmtebronnen essentieel, als ook het zo snel mogelijk beperken van onnodig energiegebruik. We zijn heel blij dat de wethouder in de commissie naar aanleiding van onze vraag toezegde met een Actieplan Besparen te komen. We kijken er naar uit.

Ondertussen hebben we met deze transitievisie wel een aantal grote problemen.

Als eerste zouden wij graag zien dat het college meer dan nu gaat sturen op de ideale mix van duurzame bronnen. Want de transitievisie benoemt een reeks mogelijke bronnen, maar er wordt geen keuze gemaakt tussen die bronnen en de fasering van die bronnen. In de commissie zei de wethouder dat ze niet kan sturen op die mix omdat ze geen instrumenten heeft. Ze wou ook niet een bronnenstrategie maken, omdat ze dat zonde van de tijd vond. Het zou zonde zijn van de inzet van de medewerkers. Mijn fractie vindt dit jammer. Dit college moet voor- en afkeuren hebben als het gaan om de inzet van de verschillende duurzame bronnen. Het college wil nog wel een bijsluiter schrijven bij de routekaart van Eneco. Maar op dit punt zit mijn fractie echt met de transitievisie in onze maag. En kunnen we het warmteplan niet op waarde te schatten. Ik zou graag willen dat de wethouder alsnog een onderbouwde bronnenstrategie stelt en dit meeneemt in Deel II van de Transitievisie warmte. Graag een toezegging.

Ten tweede vinden we het ingewikkeld dat Utrecht zich met deze transitievisie steeds afhankelijker maakt van stadsverwarming en van één exploitant. Een monopolie van niet alleen een techniek, maar ook een bedrijf. En dat bedrijf kiest nu nog volop voor biomassa. En het is dan wel de intentie van het college om biomassa alleen nog maar in te zetten bij piekmomenten, maar ondertussen kunnen wij als gemeente wel iets willen maar het is Eneco die aan de teugels trekt. We creëren voor onszelf een lock-in, met no escape. De wethouder erkende in de commissie dit risico, maar leek niet in actie te komen om hier iets tegen te doen. Daarom kan de wethouder toezeggen met een strategie te komen om de afhankelijkheid van stadsverwarming te beperken? Wat ons betreft kan dat door te gaan werken met een maximumpercentage van gebouwen aangesloten op stadsverwarming en meer te gaan sturen op lokale buurtnetten.

Voorzitter, voor ons zijn dit belangrijke punten om in te kunnen stemmen met het raadsvoorstel.

En dan voorzitter, voorafgaand aan deze transitievisie hebben we in maart nog een mooi debat gevoerd in de commissie over biomassa en over de kwaliteitsverklaring inzake stadsverwarming. Ik kondigde toen twee actuele moties aan, waarbij de leden van de commissie mij verzochten deze in te dienen bij bespreking transitievisie warmte. Aan dit verzoek geef ik graag gehoor.

Wat de Partij voor de Dieren komen er geen nieuwe biomassacentrales bij in Utrecht. Daarom kom ik vandaag met een motie getiteld “Nieuwe biomassacentrales zijn niet-wenselijk”, die we samen met GroenLinks en de PvdA indienen.

En ook kom ik met de motie "Accepteer de kwaliteitsverklaring niet langer".

Ik verwacht dat de wethouder deze motie niet positief gaat ondersteunen, in de commissie leken er verschillende partijen enthousiast over. En ik zou de wethouder willen vragen: hoeveel overgangstermijn denkt zij dat er nodig is om te stoppen met de kwaliteitsverklaring? Ik zelf denk aan per 1 januari 2022. Wat vindt ze hiervan?