Monde­linge vragen Levende krabben en kreeften op Markt Vredenburg


Mondelinge vragen 6, 23 mei 2019

Een bezorgde inwoonster van Utrecht trok bij de Partij voor de Dieren aan de bel omdat ze 4 viskramen op Markt Vredenburg (datum: 18 mei 2019) aantrof die levende, aan hun scharen vastgebonden, krabben en kreeften verkochten. De dieren lagen in kratten zonder water en in de volle zon. Dit is voor krabben en kreeften een volstrekt onnatuurlijke leefomgeving. Zoals u weet, heeft het college motie 167/2018 van de Partij voor de Dieren overgenomen die het college opdraagt ondernemers te ontmoedigen om levende krabben en kreeften te verkopen. Aan de hand van deze motie hebben ambtenaren 8 marktkooplieden en 16 (vis)winkels verzocht deze dieren niet meer te verkopen. De mevrouw die bij ons aan de bel trok heeft 2 van de verkopers aangesproken op het feit dat deze dieren onder erbarmelijke omstandigheden werden ‘gehouden’ en hier reageerden de verkopers volstrekt achteloos en schouderophalend op, met de opmerking: “Tja mevrouw, verser kunt u ze niet krijgen en zo worden ze aangeleverd”.

De Partij voor de Dieren heeft hierover de volgende vragen:

1. Is het college op de hoogte van het feit dat krabben en kreeften nog steeds levend worden verkocht op Markt Vredenburg? En wist het college dat deze dieren op totaal onnatuurlijke wijze in een droge bak zonder water in de volle zon worden aangeboden aan klanten?

2. Is het college net als de Partij voor de Dieren van mening dat deze dieren niet op een dergelijke manier behandeld en verkocht zouden moeten worden? Zo nee, waarom niet?

3. Is het college bereid om – indien deze 4 verkopers nog niet zijn aangesproken – hen alsnog en op dezelfde manier te benaderen als bij de andere verkopers van levende kreeften, krabben en vissen gebeurd is? Indien deze 4 verkopers wel al zijn aangesproken, is het college bereid om dit nogmaals te doen?

4. Ziet het college door deze verkoop onder erbarmelijke omstandigheden alsnog reden om de verkoop van levende krabben en kreeften te verbieden in Utrecht? Zo nee, waarom niet?

Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 23 mei 2019

Mondelinge vragen 6, 23 mei 2019

Een bezorgde inwoonster van Utrecht trok bij de Partij voor de Dieren aan de bel omdat ze 4 viskramen op Markt Vredenburg (datum: 18 mei 2019) aantrof die levende, aan hun scharen vastgebonden, krabben en kreeften verkochten. De dieren lagen in kratten zonder water en in de volle zon. Dit is voor krabben en kreeften een volstrekt onnatuurlijke leefomgeving. Zoals u weet, heeft het college motie 167/2018 van de Partij voor de Dieren overgenomen die het college opdraagt ondernemers te ontmoedigen om levende krabben en kreeften te verkopen. Aan de hand van deze motie hebben ambtenaren 8 marktkooplieden en 16 (vis)winkels verzocht deze dieren niet meer te verkopen. De mevrouw die bij ons aan de bel trok heeft 2 van de verkopers aangesproken op het feit dat deze dieren onder erbarmelijke omstandigheden werden ‘gehouden’ en hier reageerden de verkopers volstrekt achteloos en schouderophalend op, met de opmerking: “Tja mevrouw, verser kunt u ze niet krijgen en zo worden ze aangeleverd”.

1. Is het college op de hoogte van het feit dat krabben en kreeften nog steeds levend worden verkocht op Markt Vredenburg? En wist het college dat deze dieren op totaal onnatuurlijke wijze in een droge bak zonder water in de volle zon worden aangeboden aan klanten?

Wij zijn hiervan op de hoogte. Wij hebben door de marktmeester nadere controle laten doen. Uit die controle bleek dat de levende kreeften niet altijd in water en op een beschutte plek worden gehouden. De betrokken marktkooplui zijn daarop aangesproken.

2. Is het college net als de Partij voor de Dieren van mening dat deze dieren niet op een dergelijke manier behandeld en verkocht zouden moeten worden? Zo nee, waarom niet?

De visondernemers is in lijn met motie 2018/167 gemeld dat het college het belang van de oproep om te stoppen met de verkoop van levende kreeften en krabben steunt. Samen met de stad en de ondernemers draagt het college de verantwoordelijkheid voor een duurzame en gezonde stad.

3. Is het college bereid om – indien deze 4 verkopers nog niet zijn aangesproken – hen alsnog en op dezelfde manier te benaderen als bij de andere verkopers van levende kreeften, krabben en vissen gebeurd is? Indien deze 4 verkopers wel al zijn aangesproken, is het college bereid om dit nogmaals te doen?

Het college is via de marktmeester voortdurend met de ondernemers in gesprek. Wij vragen de marktmeester ook nu weer om daarop zo snel mogelijk de betrokken visondernemers op de Vredenburgmarkt aan te spreken, om hen te adviseren hoe de kreeften op een meer diervriendelijke wijze kunnen worden gehouden en om dit de komende maanden extra in de gaten te houden. Alle ondernemers op de Vredenburgmarkt zijn bekend met de door ons eerder gedane oproep om te stoppen met de verkoop van levende kreeften en krabben.

4. Ziet het college door deze verkoop onder erbarmelijke omstandigheden alsnog reden om de verkoop van levende krabben en kreeften te verbieden in Utrecht? Zo nee, waarom niet?

Gezien de uitkomsten van de uitvoering van de eerdergenoemde moties zien wij geen aanleiding voor een verbod. Het overgrote deel van de Utrechtse visondernemers verkoopt geen kreeften of heeft geen levende kreeften in het assortiment. De uitzondering die wij hebben geconstateerd is dat als een klant er vooraf om heeft gevraagd een levende kreeft aanwezig is om te worden opgehaald. Dat is eerder uitzondering dan regel.

Aanvullende vraag van de heer Van Heuven: Fijn dat de wethouder de misstanden registreert. Als deze misstanden zich blijven voordoen, is zij dan wél bereid om het verkopen van levende kreeften op de Vredenburgmarkt te verbieden?

In de fase waarin wij ons nu bevinden, is het vooral belangrijk om goede gesprekken te voeren en om mensen uit te leggen hoe het ook kan. Dat is de fase waarin wij ons nu bevinden. Dat zijn voor nu de juiste stappen.

Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren