Raads­bij­drage Jaar­stukken 2018


6 juni 2019

Dit jaar behandelen we de Jaarstukken los van de Voorjaarsnota. Het is de eerste keer dat we dit zo doen, en dat leidde tot onwennige situaties. Voordeel is wel dat we gedwongen werden om de jaarlijkse verantwoording eens goed onder de loep te nemen. Waarbij blijkt: het is wel erg overvloedig, tegelijkertijd mist er een hoop informatie. De Jaarstukken zijn niet helemaal strak opgezet. Er zijn veel indicatoren waarbij de daadwerkelijke onderbouwing ontbreekt, er zijn indicatoren waar geen beleidsambitie aan gekoppeld is, en we zien indicatoren waarbij de onderbouwing een kwalitatieve beschrijving is in plaats van een kwantitatieve boekstaving. Er zijn twee raadstoetsen die met verbeterpunten komen en wij staan onder de twee moties die oproepen om alle aanbevelingen over te nemen. Ook steunen wij de motie van GroenLinks die oproept tot betere indicatoren.

Voorzitter, als Partij voor de Dieren hebben we zelf ook nog ideeën over een betere verantwoording. Maar allereerst wil ik het college danken voor de toezegging in de commissie dat in het Plan Watertaken concrete ambities volgen over het vervangen van steen en tegels door groen en waterdoorlatende verharding. Daar zijn we blij mee, want zo zien we of er in het kader van Operatie Steenbreek inderdaad Minder Tegels en Meer Egels in Utrecht komen. En of er bijsturing nodig is.

Als Partij voor de Dieren vinden we het jammer, ook na de commissiebehandeling, dat het eerste hoofdstuk Bewoners & Bestuur direct opent met de subdoelstelling ‘Utrecht wordt nationaal en internationaal op de kaart gezet’. In de commissie legde de wethouder maar nauwelijks uit waarom het college dit zou willen, behalve dan het een goed idee te vinden, en wij snappen dit nog steeds niet. Wat doet die uitstraling op iedereen buiten Utrecht zo pontificaal in het hoofdstuk dat over de inwoners en het bestuur van Utrecht gaat? Wat zegt dit over de prioriteiten van dit college?

In de commissie hebben we geconstateerd dat er over het dierenwelzijnsbeleid in de Jaarstukken nauwelijks verantwoording wordt afgelegd. Want bij de effectdoelstelling ‘Wij willen het dierenwelzijn in onze stad bevorderen’ en bij de bijbehorende prestatiedoelstelling ‘Wij zorgen goed voor onze dieren in de stad’ ontbreken indicatoren die aan de hand van concrete gegevens aangeven hoe deze doelstellingen nu echt in de praktijk uitpakken. Wij willen bij deze het college nogmaals uitdagen om in de Jaarstukken 2019 hier meer werk van de maken.

Met betrekking tot dierenwelzijn is er precies één becijferde doelstelling. En wat ons betreft is die niet ambitieus. Want de Jaarstukken bevatten een indicator over het aantal zwerfdieren in de stad. En dat behelst een doelstelling van 3 zwerfdieren op 1.000 inwoners. En die doelstelling wordt de komende jaren stabiel gehouden, terwijl de stad groeit. Dit betekent dat het aantal zwerfdieren dus van het college toe mag nemen. Dat is onacceptabel. De indicator klopt dus niet, en toont geen ambitie. Terwijl er veel eenvoudige en diervriendelijke maatregelen zijn die het aantal zwerfdieren kan doen afnemen. Ik noem: het bevorderen van het chippen van katten en konijnen, goede voorlichting over het in huis halen van huisdieren en wat hierbij komt kijken, het bevorderen van een stop op de verkoop van dieren via dierenwinkels, tuincentra en internet, en het bevorderen van het steriliseren en castreren van katten, honden en konijnen. Het afschieten en doden van zwerfdieren is wat ons betreft natuurlijk géén optie. Maar, om meer ambitie te tonen als het gaat om zwerfdieren in de stad, dien ik samen met de VVD een motie in, waarvan het dictum luidt:

Roept het college op:

  • Ambitie te tonen op het gebied van dierenwelzijn en de indicator niet stabiel te houden op 3 zwerfdieren per 1.000 inwoners, maar onder prestatie-indicator P2.2.3 toe te werken naar een vermindering van het aantal zwerfdieren met 10% per jaar, daarmee uiterlijk te beginnen per januari 2020, en hierover jaarlijks verantwoording af te leggen met ingang van de Jaarstukken 2020.

Voorzitter, dan ga ik verder met het klimaat. Utrecht zou altijd klimaatneutraal zijn in 2030 en het huidige college maakte daarvan: zo snel mogelijk. Maar als wij de voortgang hiervan willen controleren in de Jaarstukken zien we indicatoren, waarbij informatie over de het bereikte resultaat ontbreekt. We hebben geen inzage in de CO2-reductie, geen inzage in de opwekking van duurzame energie, en geen inzage in het aantal zonnepanelen in Utrecht. Dat kan en moet beter. Want: hoe weten we als raad dan of het goed genoeg gaat en op het college op koers ligt? Kunnen wij als raad controleren hoe klimaatneutraal Utrecht is, en moeten we het college bijsturen? Daarom dienen wij de motie in Meer inzicht in het Utrechtse klimaatbeleid, waarvan het dictum luidt:

Roept het college op:

  • Te onderzoeken hoe de benodigde gegevens die de genoemde drie effectindicatoren staven, sneller kunnen worden verzameld, met als doel dat de verantwoording met ingang van de Jaarstukken 2019 wel adequaat geschiedt;
  • En als deze informatie niet sneller verwerkt kan worden, de verantwoording over subdoelstelling 1.1 anders in te richten, met als doel dat de raad goed zicht heeft op de voortgang van de Utrecht energie- en klimaattransitie.

Voorzitter, we hebben het al vaker gezegd: dit college is van de groei en van de meer, meer, en meer? En dat zien we terug in de Jaarstukken. Want in het hoofdstuk economie zien we de indicator die beoogt om de beste vestigingsplaats van de G4 te worden. Utrecht ambieert dus om de concurrentie aan te gaan met Amsterdam, Rotterdam en Den Haag die groter zijn, meer inwoners hebben en vliegvelden, havens en internationale organisaties hebben. Nee, Joh, Utrecht kan dat overklassen en daar gooien we menskracht en geld tegen aan. En oja, ook een Vuelta, want die bedrijven willen natuurlijk wel in een stad met allure en prestigeprojecten. En ondertussen zakt Utrecht van 2 naar 3 als het gaat om beste vestigingsstad. Dus waarom hier nog meer geld en energie tegen aan mikken, en niet gewoon accepteren dat wij nu eenmaal stad 4 van de G4 zijn. Daarom dienen wij samen met de SP de motie in ‘Schrap indicator beste vestigingsplaats’, waarvan het dictum luidt:

Roept het college op:

  • Genoemde indicator en doelstelling te schrappen uit de Jaarstukken, met ingang van de Jaarstukken 2019;
  • En de bijbehorende beleidsimpulsen met ingang van heden te staken.

Voorzitter, tot slot onze dank aan een ieder die het mogelijk heeft gemaakt om de Jaarstukken eerder dan de Voorjaarsnota op te leveren. De Jaarstukken bieden goed inzicht in de verantwoording, en we zullen er zodadelijk dan ook mee instemmen.