Raads­bij­drage Raads­voorstel Regionale Ener­gie­stra­tegie 1.0


7 oktober 2021

Voorzitter, de klimaatcrisis vraagt om een snelle, soepele en doortastende energietransitie. Vandaag besluiten we over het bod dat Utrecht en de U16 uitbrengen voor het opwekken van duurzame energie in gemeente en regio. Een traject dat stroperig en met vertraging heeft plaatsgevonden.

In de commissie hebben we lang gesproken over het realistische gehalte van beide boden. Mijn fractie vraagt zich af of we ze gaan halen, en zou dat gezien de ernst van de klimaatcrisis buitengewoon jammer vinden als dat zo blijkt te zijn. Ik heb gewaarschuwd dat er ook in Utrecht teveel planuitval gaat zijn, en dat er te optimistisch over het opvangen van planuitval wordt nagedacht. Mijn twijfels legde ik op tafel, en ze zijn in de commissie niet weggenomen.

Dat komt volgens mij ook door verwarring over het woord ‘bod’. Mijn fractie ziet een bod als iets serieus, iets weloverwogens, als iets dat is onderbouwd – denk aan het uitbrengen van een bod bij het aankopen van een huis. Je brengt een bod uit, je weet daarbij of je het kan waarmaken, en daarna zit je eraan vast. Het college, en ook de coalitiepartijen, beschouwen het bod van de RES meer als vrijblijvend einddoel, waarvan ze hopen dat het ook uitkomt, maar dat vooral richting geeft. En als plannen niet doorgaan, ach, dan lossen we dat later wel op. Voorzitter, later oplossen is voor de Partij voor de Dieren geen optie.

Het is dan ook onze conclusie dat het bod van Utrecht en de U16 niet het bod is dat wij zouden uitbrengen. Het is luchtledig. Daarom stemmen we ook niet in met deze RES. Overigens, zouden we het bod wel halen, dan zou dit onvoldoende zijn om onder de anderhalve graad opwarming te blijven. Nog een reden om tegen te stemmen.

Vandaag dien ik drie moties in om gemaakte keuzes binnen de RES te repareren. Dat gaat niet nu, want daarvoor zijn er teveel compromissen gesloten met de regio. Maar ik ga wel drie zaken meegeven voor de komende tijd.

1. Energiereductie

Energie die je niet gebruikt is de meest duurzame vorm van energie omdat je die niet hoeft op te wekken. Hoewel energiereductie technisch geen onderdeel uitmaakt van de Regionale Energiestrategie (RES) omdat dit document over de opwek van energie gaat, is het toch logisch is om binnen het kader van de RES het opwekken van energie en het reduceren ervan als communicerende vaten te beschouwen. Waarbij uitval van opwek binnen de RES ook via reductie opgevangen kan worden. Daarom de motie Kom met een bod energiereductie.

2. Inzicht in planuitval

Het college houdt rekening met planuitval van projecten waar het mee intekent, en is daarom op zoek is naar alternatieve gebieden voor duurzame energie-opwek om planuitval op te vangen. Details over planuitval en het opvangen ervan zijn nu nog onduidelijk. De RES 2.0 gaat hierover inzicht bieden maar dat duurt te lang voor de raad om goed te kunnen controleren en om bij te kunnen sturen. Daarom de motie Inzicht in planuitval.

3. Biomassa

Het verbranden van houtige biomassa wordt benoemd als bron van duurzame warmte in het kader van de Regionale Energiestrategie. De RES 1.0 benoemt (houtige) biomassa als de minst favoriete bron van duurzame warmte en stelt duurzaamheidscriteria aan het gebruik, maar tegelijkertijd zijn er limieten gesteld aan de te gebruiken hoeveelheid houtige biomassa en is er ook geen einddatum voor wat een transitiebron wordt genoemd. Ondertussen openen steeds meer biomassacentrales. In binnen- en buitenland ontstaat er schaarste wat betreft de hoeveelheid biomassa die voldoet aan duurzaamheidscriteria. De Utrechtse raad heeft middels motie 105/2021 verklaard dat nieuwe biomassacentrales in Utrecht niet wenselijk zijn. Mijn fractie vindt dat deze boodschap ook van toepassing zou moeten zijn op de regionale samenwerkingen waar Utrecht aan deelneemt, en daarom de motie Geen nieuwe biomassacentrales in het kader van de RES.